BuG 104 - Bericht uit het Gewisse 01-12-2008 Printversie (11p)

49,3 % loontrekkenden in WalloniŽ werkt in Publieke Dienstverlening
tegenover 39,4 % in Vlaanderen en 43,4 % in Brussel 

15,2% Waalse bevolking en
14,3% Vlaamse bevolking werkt in Publieke Dienstverlening.
Het hogere % loontrekkenden in WalloniŽ is te verklaren door de hogere werkloosheid.
Publieke dienst als % op de bevolking is gelijklopend in Vlaanderen en WalloniŽ.


Openbaar bestuur is 1/4 van publieke dienst: 22,8% in Vlaanderen, 28,2% in WalloniŽ
Welzijn/Gezondheid is met 34,5% van publieke dienstverlening sterk in Vlaanderen
tegenover 29,8% in het Waals gewest en 27,4% in het Brussels gewest.


48,4% van de beroepsbevolking is in publieke dienst of volledig werkloos,
in het Vlaams gewest is dat 44,0%, in WalloniŽ 56,9% en in Brussel 48,9%.
    

Inleiding: Veel meer publieke tewerkstelling dan gedacht.

Om maar meteen te zeggen waar het op staat: de onzorgvuldigheid waarmee omgesprongen wordt met cijfers en percentages publieke dienstverlening in BelgiŽ en haar gewesten slaat met verstomming. Behoudens Metro (pdf)- is dit nog het enige over gebleven 'open' medium -  kraait er geen haan naar. Eens een verkeerd cijfer (onterecht) legitimiteit krijgt blijft het zich herhalen, ook al zijn correcte cijfers voorhanden. Als het daarbij over de Publieke Dienstverlening gaat is dat niet alleen denigrerend voor de ambtenaren en publieke dienstverleners zelf, ook de belastingbetaler en wie sociale zekerheid betaalt wordt een rad voor de ogen gedraaid: zie eens hoeveel je betaalt en hoe weinig je terug krijgt. In feite krijgt de Belg in verhouding tot andere landen veel meer terug van z'n belastings- en SZ-geld dan gedacht. 

Op de as Namen Gent wordt door het Itinerainstituut de cijfergrond in de 'quartaire sector' opnieuw omgeploegd, terwijl het HIVA en Professor Pacolet de laatste twintig jaar al voor rijke oogsten zorgden. Misschien moet Itinera ook eens naar de KUL kijken voor 'onafhankelijke' wetenschappers en professoren. Juist nu publiceert Pacolet de Satellietrekeniningen voor de Gezondheids-, Welzijns en Culturele sector: "Voor iedereen die verantwoordelijkheid heeft in de sector of die ambieert te hebben, zou het opstellen van satellietrekeningen een verplichte oefening kunnen zijn om de complexiteit van onze instituties en het gebrek aan transparante statistieken onmiddellijk te ontdekken. Als alternatief zouden wij dit rapport als verplichte lectuur willen opleggen". Of beginnen met de cijfers van NPdata eens onder ogen te nemen, dan komt men misschien ook al een goed stuk weg.
  

In het bovenstaande grafische overzicht worden drie soorten van percentages gebruikt:
- % op de bevolking geeft het aantal publieke dienstverleners die woonachtig zijn in elk gewest.
- % op de 15-64 jarigen geeft het aandeel van de publieke dienstverlening in de werkzaamheidsgraad. Wie wil besparen op de publieke dienstverlening raakt het hart van de al precaire werkzaamheidgraad.
- % op de loontrekkenden geeft het relatieve belang weer van de feitelijke tewerkstelling in de gewesten.

Geen 32,2% van de RSZ-loontrekkenden zoals Johan Albrecht in z'n Itinerarapport aangeeft maar 42,1% van de volledige loontrekkende bevolking werkt in de publieke dienstverlening. In het Waalse gewest is dat 49,3%, in het Vlaamse 39,4% en in Brussel 43,4%. Als evenwel gekeken wordt naar de het % publieke dienstverleners op de bevolking worden de verschillen tussen de gewesten genivelleerd: 14,3% in Vlaanderen, en niet 10,1% zoals door Albrecht gestelt en door alle media overgomen. 15,2% van de bevolking in WalloniŽ is publieke dienstverlener, in Brussel 11,8%. In Vlaanderen is dus geen hoger % van de bevolking in de publieke dienst actief.

In het onderzoek van Johan Albrecht wordt de loontrekkende publieke tewerkstelling met bijna 50% onderschat, 483.739 contractuele en vastbenoemde ambtenaren werden niet meegeteld. En er kan weinig discussie over bestaan dat ook de 342.325 lokale en provinciale ambtenaren van de RSZ-PPO en de 141.414 RSZ-ambtenaren van Spoor, Tram, bus, post, energie, water enz... tot de Publieke dienstverlening behoren. Doordat Albrecht daarbij z'n % enkel op de RSZ-werknemers berekend kwam hij in feite maar aan 28,8% loontrekkende publieke tewerkstelling (1.039.904 Publieke dienst op
3.227.838 RSZ-werknemers), terwijl dat in feite 42,1% is van alle loontrekkende tewerkstelling (1.530.276 Publieke dienst op 3.634.534 Loontrekkenden RSZ + RSZ-PPO). Voor het detail per gewest zie onderstaande tabel.. 
 

Vergelijking Publieke tewerkstelling in telling Albrecht en Npdata - 2007

 

Albrecht

Berekening Publieke tewerkstelling Npdata

 

 

RSZ

RSZ-PPO

Totaal

 

RSZ

LMNO (2)

Post, spoor

lokaal en

Publieke

Gewest

LMNO (2)

sectie

tram, bus,

provinc.

tewerk-

 

sectie

 

watr, enrg

LMNO

stelling

1. Aantallen

 

 

 

 

 

    Vlaams

616.823

616.823

76.776

183.816

877.415

    Brussels

80.712

80.712

13.083

28.131

121.926

    Waals

341.369

341.369

51.554

129.299

522.222

    Totaal BelgiŽ (1)

1.039.904

1.038.904

141.414

341.246

1.521.564

    Totaal BelgiŽ iedereen

 

1.046.717

141.234

342.325

1.530.276

2. % op werkend

 

 

 

 

 

    Vlaams

30,2%

27,7%

3,4%

8,2%

39,4%

    Brussels

31,9%

28,7%

4,7%

10,0%

43,4%

    Waals

36,7%

32,2%

4,9%

12,2%

49,3%

    Totaal BelgiŽ (1)

32,2%

29,1%

4,0%

9,6%

42,6%

    Totaal BelgiŽ Iedereen

 

28,8%

3,9%

9,4%

42,1%

3. % op 15-64 jaar

 

 

 

 

 

    Vlaams

 

15,3%

1,9%

4,6%

21,7%

    Brussels

 

11,7%

1,9%

4,1%

17,7%

    Waals

 

15,1%

2,3%

5,7%

23,2%

    Totaal BelgiŽ (1)

 

14,9%

2,0%

4,9%

21,8%

    Totaal BelgiŽ Iedereen

 

15,0%

2,0%

4,9%

21,9%

4. % op bevolking

 

 

 

 

 

    Vlaams

10,1%

10,1%

1,3%

3,0%

14,3%

    Brussels

7,8%

7,8%

1,3%

2,7%

11,8%

    Waals

9,9%

9,9%

1,5%

3,8%

15,2%

    Totaal BelgiŽ (som gewesten)

9,8%

9,8%

1,3%

3,2%

14,4%

    Totaal BelgiŽ Iedereen

 

9,9%

1,3%

3,2%

14,5%

(1) Totaal van alle werkenden, ook waarvan het gewest niet bekend

   

Referentieaantal loontrekkenden, 15-64 jarigen en bevolking per gewest

 

Loontrekkend

15- 64

Bevol-

Gewest

RSZ

RSZ +

jarigen

king

 

 

RSZ-PPO

 

 

1. Aantallen

 

 

 

 

    Vlaams

2.045.049

2.228.865

4.034.326

6.117.440

    Brussels

253.028

281.159

687.016

1.031.215

    Waals

929.761

1.059.060

2.255.401

3.435.879

    Totaal BelgiŽ (som gewesten)

3.227.838

3.569.084

6.976.743

10.584.534

    Totaal BelgiŽ iedereen (1)

3.292.209

3.634.534

6.976.743

10.584.534

(1) Totaal van alle werkenden, ook waarvan het gewest niet bekend

Met de dienstencheques erbij is 43% doet loontrekkenden publieke dienstverlening

De dienstenchequestewerksteling is voor de helft al aanwezig in deze cijfers langs de diensten gezinshulp en OCMW, hetgeen overeenkomt met 0,9% van de loontrekkenden. De andere 0,9% langs interim en commerciŽle strijk en onderhoudsondernemingen dient in feite nog meegeteld te worden met de 42,1% zodat in feite 43,0% van alle loontrekkende tewerkstelling publieke tewerkstelling is in BelgiŽ.

Ook Jean Hindriks, auteur van Itenera-rapport over de doorlichting van de publieke dienst acht dienstencheques tot de publieke dienst behoren: "Wanneer banen in de privť sector niet meer competitief zijn, zijn overheidsbanen een gemakkelijke oplossing om de werkgelegenheid te bevorderen. Dit is het Scandinavische model. Maar een betere oplossing is de werkgelegenheid te subsidiŽren, zoals .onze dienstencheques die 65.000 jobs hebben geschept, met succes aantonen (zie npdata.)" zo stelt hij in De ambtenaar en de Werkloze, een Itinerabijdrage van 17/11/08.

De Technische fiche Dienstencheques oktober 2008 van npdata is ter beschikking

Dienstencheques zijn in 2008 goed voor een totale kost van 1.418 miljoen Ä waarvan 970 miljoen Ä ten laste van de RSZ, 131 miljoen Ä belastingskost en 305 miljoen Ä of 21% voor de gebruiker. 

Wie heeft een verborgen agenda? 
 
Een samenleving  is maar ontwikkeld en 'beschaafd' als ze voldoende veiligheid brengt, verzekerde basisvoorzieningen en sociale welvaart, gezondheid en welzijn ter beschikking stelt. Marktwerking, concurrentie en liberalisme zijn er de laatste decennia juist op voorzien geweest om de publieke dienstverlening aan te tasten en voor het winstoogmerk vrij te maken. Als BelgiŽ tav de huidige en toekomstige crisissen een zekere stabiliteit geniet is dit rechtstreeks verbonden aan de aanwezigheid van een uitgebouwd volume aan publieke dienstverlening. Zoals het Itinerainstituut terecht stelt dient evenwel aandacht gegeven aan een verhoogde efficiŽntie,  doelgerichtheid en evaluatie. Maar hoe dan ook dient eerst een correcte inventarisatie van de diensten te gebeuren,  een reŽle ventilatie ervan naar de gewesten en dit op basis van het administratieve gegevensmateriaal vanuit RSZ, RSZ-PPO en RSVZ.

In voorliggende BuG wordt het volledig detail gegeven van de berekening voor alle deelsectoren van de publieke tewerkstelling in elk gewest. Maar eerst de mediaweg van de degeneratie van de cijfers.

De degeneratie van cijfers en % publieke dienstverlening in de media

29/09/2008 - Als Johan Albrecht van het Itenerainstituut op 29/09/2008 goedbedoelend de cijfers van de publieke RSZ-databank loontrekkende werknemers,  (blad 5, werknemers naar woonplaats 2002-2007) exploreert en op 29/09/2008 publiceert op de Itinerasite beseft hij niet dat hij maar een beperkt deel van de openbare dienst in z'n onderzoek betrokken heeft. Hij heeft enkel de RSZ-werknemers werkzaam in Openbaar bestuur, Onderwijs, Gezondheid/Welzijn en Gemeenschappelijke/culturele/persoonlijke dienst meegeteld (de LMNO-sectie). Hij is er zich dan niet van bewust dat 342.325 ambtenaren van de RSZ-PPO - de Plaatselijke en Provinciale besturen, lokale politie, OCMW en gemeentepersoneel, publieke ziekenhuizen, bejaardenhomes, bibliotheken enz.- zijn vergeten en dat ook de 141.234 ambtenaren van het Spoor, Bus, Tram, energie, water, financiŽn (jawel er waren er 2.797 overgebleven) worden evenmin in z'n berekening betrokken. Johan Albrecht rekent dus enkel de 1.039.904 RSZ-werknemers mee, of 32,2% van de RSZ-werknemers. In feite is dat maar  28,8% van alle loontrekkenden,want hij heeft de RSZ-PPO-werknemers ook de noemer weggelaten). Met de 483.739 ambtenaren erbij is het aandeel publieke tewerkstelling bij de loontrekkenden dus geen 28,8% maar 42,1%

10/10/2008 - De Itinera-studie maakt bij haar publicatie weinig indruk op de persorganen; Het is enkel wanneer het AD SEI (het vroegere NIS) op 10/10/08 de studie opneemt in haar documentatiebestand dat Belga er een bericht over maakt en er media-aandacht komt: Een op de drie belgen werkt voor de overheid kopt het Nieuwsblad op 13/10/08. Trends bestudeert de inhoud van het rapport diepgaander en haalt op 10/10/08 dan al een belangrijke vaststelling naar voren: Meer vlamingen werking de publieke sector die pas op 29/10/08 bij Guy Tegenbos van De standaard een belletje doet rinkelen. 

20/10/2008 - Voortgaande op de publicatie in de media van de (volledig onderschatte) 32,2% publieke dienstverlening doet npdata de check met haar eigen bestanden en met nieuw opgevraagde gegevens bij RSZ, RSZ-PPO en RSVZ  en publiceert op 20/10/08 een uitgebreide tabel met het volledige detail van de publieke tewerkstelling in BuG 101: geen 32,2% maar 42,1% publieke tewerkstelling in BelgiŽ. Intussen werd alle materiaal, bestanden en originele ambtelijke listings aan Itinera bezorgd en werd door hen aangegeven dat bij eventuele publicatie door npdata zij dit ook zouden publiceren. Enkel door Metro en nadien de VDAB, wordt enige aandacht aan deze essentiŽle aanvulling gegeven.

29/10/2008 - Op woensdag 29 oktober 2008 verschijnt een nieuw Belga bericht waarin verwezen wordt naar De Standaard en Guy Tegenbos die dan pas de nieuwswaarde ontdekt van wat in Trends al op 10/10/08 in the picture kwam, nl. dat in Vlaanderen de publieke dienstverlening als % van de bevolking met 10,08% hoger ligt dan in WalloniŽ met 9,94% en waar professor  Wim Moesen in DS van 29/10/08 met een erg originele verklaring naar voor komt: in Vlaanderen wordt meer beroep gedaan op publieke dienst omdat de gezinnen er kleiner zijn. Maar ook hier doet de 616.823 getelde publieke tewerkstelling in Vlaanderen geen belletje rinkelen, in feite is dit maar 27,7% van de loontrekkende bevolking in Vlaanderen terwijl het in feite gaat het om 39,4%. De uitleg van Professor Moesen is evenwel niet nodig gezien ook in % op de bevolking er meer publieke tewerkstelling is in WalloniŽ. Maar er is een zekere grond voor deze redenering, zeker als je naar het aantal publieke werkers ziet in het Brussels gewest dat veel lager ligt dan in de andere gewesten. De hoge aanwezigheid van allochtonen drukt het aantal publieke dienstverleners. Misschien is dat nog een idee voor LDD, of anderen die de Publieke dienstverlening willen beperken.

29/10/2008 - Op basis van De Standaard berichtgeving maakt Belga een nieuw bericht over de Publieke dienstverlening en de verschillen per gewest zodat in alle nieuwsmedia de 32,2% ( op de RSZ-loontrekkenden) nog eens worden opgehoest, zonder te vermelden dat het hier maar om een beperkt aantal werknemers en ambtenaren gaat. De aanvulling vanuit npdata, die later ook door het AD SEI wordt 'geofficialiseerd' is niet gevonden of naar waarde geschat.

31/10/2008 - Op de Copernicusconferentie van Itinera op 31 oktober 2008 met Jacques Attali (zie verslag npdata op Indymedia) stelt Jean Hindriks z'n Copernicus boek met doorlichting van de Publieke tewerkstelling in BelgiŽ, voortgaande op de beperkte gegevens van z'n collega Johan Albrecht. Ook al had men de aanvullende gegevens vanuit npdata ter beschikking werd noch ter plaatse noch op de Itinerasite een correctief of aanvulling gemeld of gepubliceerd. 

20/11/2008 - Op 20/11/08 wordt de BuG 103 als reactie toegevoegd aan de blz met het reeds opgenomen rapport van Johan Albrecht op de AD SEI documentatie. Hiermee worden ook de aanvulling door npdata op de officiŽle statistische websitie
opgenomen.

Besluit: Itinera zou er allicht goed aan doen, al was het maar voor hun eigen geloofwaardigheid,  een update te maken en te publiceren van het rapport van Johan Albrecht en van Jean Hindriks wat cijfers en % publieke dienstverlening betreft, en het alleszins mee te verrekenen in de op stapel staande Lunch Lecture  over de Toekomst van de gezondheidszorg: diagnose en remedies, die voor 17 december 2008 op het programma staat.

Directeur Marc De Vos van het Itinerainstituut is er zich blijkbaar maar al te zeer van bewust dat de publieke dienstverlening in BelgiŽ in feite een veel grotere impact heeft dan uit hun eigen studiewerken blijkt. Belgisch crisibeleid moet focussen op beleidshervorming in zijn bijdrage van 28/11/08 voor Itenerainstituut luidt het zo: "Ondanks gedeeltelijke privatisering in enkele sectoren zoals luchtvaart, telefonie en energie, staat de doorsnee Europese overheid al decennialang voor meer dan 40% van haar nationale economie, in BelgiŽ bijna 50%. Dat betekent een gigantische en voortdurende Keynesiaanse werkelijkheid van belastingen, subsidies, overheidstewerkstelling, overheidsinvestering en overheidsopdrachten die de economie sterk beÔnvloeden". Blijkbaar is er toch een update gebeurd naar 'bijna 50%' publieke 'productie'.

Het detail van de publieke tewerkstelling per gewest

De ter beschikking staande bronnen van de RSZ, RSZ-PPO en RSVZ laten toe voor 95% van de publieke tewerkstelling de verdeling per gewest exact te maken volgens woonplaats van de werkenden. Voor enkele deelsectoren (
Post, energie, water, diensten aan ondernemingen) is de opdeling niet specifiek genoeg en wordt het gekende Belgische totaalgegeven verdeeld naar gewest volgens de bevolkingsaantallen. De mogelijke afwijking die dit eventueel meebrengt is kleiner dan een procent.

Voor de Belgische gegevens, zie Basistabel Publieke dienstverlening en BuG 101

Detail Publieke Dienstverlening naar gewest 
Voor de detailtabel per gewest zie Vlaams Brussels Waals BelgiŽ - Hieronder volgt de samenvattende tabel.

In Vlaanderen werken meer dan dubbel zoveel mensen als loontrekkende dan in WalloniŽ, 2.228.865 in Vlaanderen tegenover 1.059.060 in WalloniŽ. Berekend als een % op de loontrekkende bevolking werkt 61,1% van de loontrekkenden in Vlaanderen, 29,1% in WalloniŽ en slechts 7,7% in Brussel. Bij de Publieke dienstverlening is dat 57,4% tegenover 34,1% in WalloniŽ , hetgeen meer in overeenstemming is met bevolkingsverdeling. Alleen Brussel heeft met 7,7% van de loontrekkende tewerkstelling en 7,9% van de loontrekkende Publieke tewerkstelling een gevoelige ondertewerkstelling in  vergelijking met de twee andere gewesten. Omgekeerd kan men stellen dat Brussel, in het perspectief van de vergrijzing een groot potentieel heeft. Veel oude tewerkstelling is allicht door de jaren heen naar de Brusselse rand en vooral de Franstalige rand verhuisd. De overgang van autochtoon naar allochtoon in Brussel zelf heeft daarbij vooral geleden onder de afsluiten van de Publieke dienstverlening voor 'vreemdelingen'. Het is vooral in dit segment dat allicht in Brussel post-actief dient gewerkt. 

Publieke dienstverlening in aantallen - 06/2007 per gewest - Bron: RSZ, RSZ-PPO, RSVZ

LOONTREKKENDEN

Nace

Vlaams

Brussels

Waals

BelgiŽ

1. Tewerkstelling

 

 

 

 

Algemeen

   1. Publieke dienstverlening

 

 

 

 

totaal (1)

      1. Publieke dienst buiten OESO-def.

(2)

 

 

 

 

          Energie/Water

E

5.061

669

3.718

9.455

          Vervoer en ondersteuning vervoer

I

35.175

3.094

24.919

63.197

          Post en telecommunicatie

I

30.906

5.509

19.054

55.476

          FinanciŽle instellingen

J

1.566

280

951

2.797

          Diensten aan ondernemingen

K

9.190

1.641

5.580

16.411

          Extraterritoriale diensten

Q

692

1.218

585

2.435

          Andere

CDGZ

1.032

134

596

1.763

         Totaal buiten OESO-definitie

 

83.622

12.544

55.403

151.534

     2. Publieke dienst binnen OESO-def.

 

 

 

 

 

         Openbaar bestuur

L

204.780

31.237

149.853

387.186

         Onderwijs

M

211.740

24.930

121.689

360.348

         Gezondheid/maatsch. Dienst (1)

N

302.892

33.110

155.835

495.562

         Gemeensch./Cult./Pers. dienst

O

75.028

19.174

39.606

135.646

         Totaal publiek binnen OESO-def.

 

794.440

108.451

466.983

1.378.742

      Totaal publieke dienstverlening

 

878.062

120.995

522.386

1.530.276

  2. Andere private tewerkstelling

A-K/P-Z

1.350.803

160.164

536.674

2.104.258

  Totaal tewerkstelling

 

2.228.865

281.159

1.059.060

3.634.534

(1) Samentelling gewesten wijkt som af van algemeen totaal omdat woonplaats niet gekend

voor alle werknemers of het totaal op een ander moment geteld is.

(2) In schuine druk werd de verdeling tussen gewest volgens bevolkingsaantal gedaan.


  
Publieke dienstverlening in % op publieke dienst - 06/2007 per gewest - Bron: RSZ, RSZ-PPO, RSVZ

LOONTREKKENDEN

Nace

Vlaams

Brussels

Waals

BelgiŽ

1. Tewerkstelling

 

 

 

 

 

   1. Publieke dienstverlening

 

 

 

 

 

      1. Publieke dienst buiten OESO-def.

 

 

 

 

 

          Energie/Water

E

53,5%

7,1%

39,3%

100,0%

          Vervoer en ondersteuning vervoer

I

55,7%

4,9%

39,4%

100,0%

          Post en telecommunicatie

I

55,7%

9,9%

34,3%

100,0%

          FinanciŽle instellingen

J

56,0%

10,0%

34,0%

100,0%

          Diensten aan ondernemingen

K

56,0%

10,0%

34,0%

100,0%

          Extraterritoriale diensten

Q

28,4%

50,0%

24,0%

100,0%

          Andere

CDGZ

58,5%

7,6%

33,8%

100,0%

         Totaal buiten OESO-definitie

 

55,2%

8,3%

36,6%

100,0%

     2. Publieke dienst binnen OESO-def.

 

 

 

 

 

         Openbaar bestuur

L

52,9%

8,1%

38,7%

100,0%

         Onderwijs

M

58,8%

6,9%

33,8%

100,0%

         Gezondheid/maatsch. Dienst (1)

N

61,1%

6,7%

31,4%

100,0%

         Gemeensch./Cult./Pers. dienst

O

55,3%

14,1%

29,2%

100,0%

         Totaal publiek binnen OESO-def.

 

57,6%

7,9%

33,9%

100,0%

      Totaal publieke dienstverlening

 

57,4%

7,9%

34,1%

100,0%

  2. Andere private tewerkstelling

A-K/P-Z

64,2%

7,6%

25,5%

100,0%

  Totaal tewerkstelling

 

61,3%

7,7%

29,1%

100,0%

 
Verwijzing naar de OESO-definitie geeft aan dat in de internationale vergelijking de Publieke Dienst beperkt wordt tot de LMNO-sectie van de Nace-code gezien de andere diensten (Spoor, Post, enz..) geacht worden volgens marktprincipes te (zullen) werken. Voor de Belgische definitie worden ze uiteraard meegeteld met de Publieke Diensten. En het is misschien al tijd om de 'hernationalisering' van deze diensten, zoals in Nieuw-Zeeland, voor te bereiden, wil men niet in hetzelfde vaarwater als de banken terechtkomen.

Aandeel (%) van elk onderdeel van de Publieke dienstverlening in de Publieke dienst
Voor de detailtabel per gewest zie Vlaams Brussels Waals BelgiŽ - Hieronder volgt de samenvattende tabel.
 
Meer dan in andere gewesten is Welzijn en Gezondheid in Vlaanderen fors uitgebouwd. Met 34,5% werkt meer dan 1/3 van de Publieke dienstverleners in Vlaanderen in ziekenhuizen, andere gezondheids- en welzijnszorg. In WalloniŽ is dat 29,8%, in Brussel 27,4% van de publieke dienstverleners. In WalloniŽ is daarentegen de tewerkstelling van Spoor, tram en busvervoerders en het Openbaar bestuur sterker aanwezig. Onderwijs is van hetzelfde relatieve gewicht. Werknemers van Gemeenschaps- en culturele diensten en verenigingen zijn met 15,8% dan weer dubbel zo sterk aanwezig als in de andere gewesten. Hier zijn deze diensten zelf niet alleen sterker aanwezig, de werknemers ervan wonen ook in Brussel, een opvallend gegeven.

Publieke dienstverlening in % op publieke dienst - 06/2007 per gewest - Bron: RSZ, RSZ-PPO, RSVZ

LOONTREKKENDEN

Nace

Vlaams

Brussels

Waals

BelgiŽ

1. Tewerkstelling

 

 

 

 

 

   1. Publieke dienstverlening

 

 

 

 

 

      1. Publieke dienst buiten OESO-def.

 

 

 

 

 

          Energie/Water

E

0,6%

0,6%

0,7%

0,6%

          Vervoer en ondersteuning vervoer

I

4,0%

2,6%

4,8%

4,1%

          Post en telecommunicatie

I

3,5%

4,6%

3,6%

3,6%

          FinanciŽle instellingen

J

0,2%

0,2%

0,2%

0,2%

          Diensten aan ondernemingen

K

1,0%

1,4%

1,1%

1,1%

          Extraterritoriale diensten

Q

0,1%

1,0%

0,1%

0,2%

          Andere

CDGZ

0,1%

0,1%

0,1%

0,1%

         Totaal buiten OESO-definitie

 

9,5%

10,4%

10,6%

9,9%

     2. Publieke dienst binnen OESO-def.

 

 

 

 

 

         Openbaar bestuur

L

23,3%

25,8%

28,7%

25,3%

         Onderwijs

M

24,1%

20,6%

23,3%

23,5%

         Gezondheid/maatsch. Dienst

N

34,5%

27,4%

29,8%

32,4%

         Gemeensch./Cult./Pers. dienst

O

8,5%

15,8%

7,6%

8,9%

         Totaal publiek binnen OESO-def.

 

90,5%

89,6%

89,4%

90,1%

      Totaal publieke dienstverlening

 

100,0%

100,0%

100,0%

100,0%

  2. Andere private tewerkstelling

A-K/P-Z

 

 

 

 

  Totaal tewerkstelling

 

 

 

 

 

In deze tabel is ook duidelijk dat maar 25,3% of 1/4 van de Publieke tewerkstelling bestaat uit 'Openbaar bestuur', en hierin zijn ook de politie, het leger en de gevangenisbewakers inbegrepen. Het andere 3/4 bestaat uit een rechtstreekse service aan de burger voor Water, Energie, Mobiliteit, Post en communicatie en Vervoer, Onderwijs, Gezondheids en Welzijn, Cultuur enz... Het openbaar bestuur is met 28,7% iets sterker aanwezig in WalloniŽ in vergelijking met de 23,3% in Vlaanderen.

 % Publieke dienstverlening op het aantal loontrekkenden
Voor de detailtabel per gewest zie Vlaams Brussels Waals BelgiŽ - Hieronder volgt de samenvattende tabel.

Het % op het aantal loontrekkenden spreekt het meest tot de verbeelding: hoeveel loontrekkenden verwerven hun inkomen door 'werken voor de overheid'.
Alle onderdelen van de Publieke diensten zijn procentueel sterker aanwezig in WalloniŽ dan in het Vlaams gewest als enkel gekeken wordt naar de loontrekkende bevolking. Binnen de beperkte groep tewerkgestelden is het aandeel van de Publieke dienstverlening relatief belangrijker in WalloniŽ, niet omdat ze in absoluut aantal zo talrijk zijn maar omdat er minder andere tewerkstelling is enerzijds en meer werkloosheid anderzijds. WalloniŽ ontwikkelen betekent dus niet de Publieke diensten 'saneren' maar zien dat er meer andere tewerkstelling bijkomt of dat er grotere mobiliteit is van de Waalse werknemers.

Publieke dienstverlening in % op loontrekkend - 06/2007 per gewest - Bron: RSZ, RSZ-PPO, RSVZ

LOONTREKKENDEN

Nace

Vlaams

Brussels

Waals

BelgiŽ

1. Tewerkstelling

 

 

 

 

 

   1. Publieke dienstverlening

 

 

 

 

 

      1. Publieke dienst buiten OESO-def.

 

 

 

 

 

          Energie/Water

E

0,2%

0,2%

0,4%

0,3%

          Vervoer en ondersteuning vervoer

I

1,6%

1,1%

2,4%

1,7%

          Post en telecommunicatie

I

1,4%

2,0%

1,8%

1,5%

          FinanciŽle instellingen

J

0,1%

0,1%

0,1%

0,1%

          Diensten aan ondernemingen

K

0,4%

0,6%

0,5%

0,5%

          Extraterritoriale diensten

Q

0,0%

0,4%

0,1%

0,1%

          Andere

CDGZ

0,0%

0,0%

0,1%

0,0%

         Totaal buiten OESO-definitie

 

3,8%

4,5%

5,2%

4,2%

     2. Publieke dienst binnen OESO-def.

 

 

 

 

 

         Openbaar bestuur

L

9,2%

11,1%

14,1%

10,7%

         Onderwijs

M

9,5%

8,9%

11,5%

9,9%

         Gezondheid/maatsch. Dienst (1)

N

13,6%

11,8%

14,7%

13,6%

         Gemeensch./Cult./Pers. dienst

O

3,4%

6,8%

3,7%

3,7%

         Totaal publiek binnen OESO-def.

 

35,6%

38,6%

44,1%

37,9%

      Totaal publieke dienstverlening

 

39,4%

43,0%

49,3%

42,1%

  2. Andere private tewerkstelling

A-K/P-Z

60,6%

57,0%

50,7%

57,9%

  Totaal tewerkstelling

 

100,0%

100,0%

100,0%

100,0%


Een goede inschatting van deze situatie met 49,3% loontrekkenden in de Publieke dienst in WalloniŽ en 39,4% in het Vlaamse gewest kan niet gebeuren zonder de focus te richten op Brussel, waar 43% van de loontrekkende tewerkstelling Publiek is. Meer nog dan de Vlamingen uit Brussel zijn allicht de Franstaligen uit Brussel getrokken om zich in WalloniŽ te vestigen (meer dan in Vlaamse Rand). Zo wordt de Publieke tewerkstelling in WalloniŽ om socio-demografische redenen opgedreven als communicerend vat met Brussel. Dat zal duidelijker blijken in volgende tabel met de werkzaamheidsgraad.

% Publieke tewerkstelling op de 15-64 jarigen - De Werkzaamheidsgraad
Voor de detailtabel per gewest zie Vlaams Brussels Waals BelgiŽ - Hieronder volgt de samenvattende tabel.
 
Elk van de onderstaande percentages mogen begrepen worden als een onderdeel van de werkzaamheidsgraad in elke regio. De loontrekkende tewerkstelling in BelgiŽ is goed voor 51,8% werkzaamheidsgraad, de zelfstandige voor 9,3% (zie detailtabellen), dus 61,1% in het totaal. 21,8% hiervan is loontrekkende publieke tewerkstelling. In WalloniŽ vormt de Publieke tewerkstelling de helft van de werkzaamheidsgraad, in Vlaanderen 40%.
Ingrijpen op de tewerkstelling in de Publieke dienstverlening heeft rechtstreekse impact op de werkzaamheidsgraad en op de service aan de bevolking op levensbelangrijke terreinen. 
  

Publieke dienstverlening in % op 15-64 jarigen - 06/2007 per gewest - Bron: RSZ, RSZ-PPO, RSVZ

LOONTREKKENDEN

Nace

Vlaams

Brussels

Waals

BelgiŽ

1. Tewerkstelling

 

 

 

 

 

   1. Publieke dienstverlening

 

 

 

 

 

      1. Publieke dienst buiten OESO-def.

 

 

 

 

 

          Energie/Water

E

0,1%

0,1%

0,2%

0,1%

          Vervoer en ondersteuning vervoer

I

0,9%

0,5%

1,1%

0,9%

          Post en telecommunicatie

I

0,8%

0,8%

0,8%

0,8%

          FinanciŽle instellingen

J

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

          Diensten aan ondernemingen

K

0,2%

0,2%

0,2%

0,2%

          Extraterritoriale diensten

Q

0,0%

0,2%

0,0%

0,0%

          Andere

CDGZ

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

         Totaal buiten OESO-definitie

 

2,1%

1,8%

2,5%

2,2%

     2. Publieke dienst binnen OESO-def.

 

 

 

 

 

         Openbaar bestuur

L

5,1%

4,5%

6,6%

5,5%

         Onderwijs

M

5,2%

3,6%

5,4%

5,1%

         Gezondheid/maatsch. Dienst (1)

N

7,5%

4,8%

6,9%

7,1%

         Gemeensch./Cult./Pers. dienst

O

1,9%

2,8%

1,8%

1,9%

         Totaal publiek binnen OESO-def.

 

19,7%

15,8%

20,7%

19,7%

      Totaal publieke dienstverlening

 

21,8%

17,6%

23,2%

21,8%

  2. Andere private tewerkstelling

A-K/P-Z

33,5%

23,3%

23,8%

30,0%

  Totaal tewerkstelling

 

55,2%

40,9%

47,0%

51,8%

 
De technische observator zal vaststellen dat  deze werkzaamheidsgraad-berekening gelijklopend is met de resultaten van de EnquÍte naar de Arbeidskrachten. Allen is deze laatste een 'enquÍte' en de npdataberekening een 'exhaustieve' berekening, voortgaande op de getelde RSZ, RSZ-PPO en RSVZ werkenden bij de administratieve diensten. Het pleit er voor om met een veel groter detail de werkzaamheidsevolutie te volgen voortgaande op het zeer rijke administratieve 'Belgische' materiaal, en het niet te stelpen en overdonderende Eurostat en zeker OESO-materiaal, met voldoende kritische zin te toetsen en te gebruiken, zoals Mark Justaert recent deed in De Visie mbt de dubieuze OESO-enquete en rangorde van landen volgens prestaties op het gebied van de gezondheidszorg. Het is bv van cruciaal belang te zien of te weten welke of wie het doorgeefluik is van 'Belgische' statistiek naar het Eurostat of OESO-niveau. 

% publieke dienstverleners op de bevolking
Voor de detailtabel per gewest zie Vlaams Brussels Waals BelgiŽ - Hieronder volgt de samenvattende tabel.

Hoeveel % van de bevolking haalt z'n inkomen uit Publieke diensten verricht als werknemer? Dat wilt nog niet zeggen dat de diensten zelf binnen elk gewest gegeven worden, een goed deel van Publieke dienstverleners in WalloniŽ kan bv z'n werk doen in Brussel omdat zij in de loop der jaren van Brussel naar WalloniŽ verhuisd zijn. Alle pendelaars van vlaanderen naar de bureauwijken rond de Brusselse stations worden in het Vlaamse gewest meegeteld. Ook kan een verschil in Publieke tewerkstelling voortkomen uit een verschil in behoefte aan publieke diensten op vlak van gezondheid, welzijn enz.. in een gewest
  .
 

Publieke dienstverlening in % op bevolking - 06/2007 per gewest - Bron: RSZ, RSZ-PPO, RSVZ

LOONTREKKENDEN

Nace

Vlaams

Brussels

Waals

BelgiŽ

1. Tewerkstelling

 

 

 

 

 

   1. Publieke dienstverlening

 

 

 

 

 

      1. Publieke dienst buiten OESO-def.

 

 

 

 

 

          Energie/Water

E

0,1%

0,1%

0,1%

0,1%

          Vervoer en ondersteuning vervoer

I

0,6%

0,3%

0,7%

0,6%

          Post en telecommunicatie

I

0,5%

0,5%

0,6%

0,5%

          FinanciŽle instellingen

J

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

          Diensten aan ondernemingen

K

0,2%

0,2%

0,2%

0,2%

          Extraterritoriale diensten

Q

0,0%

0,1%

0,0%

0,0%

          Andere

CDGZ

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

         Totaal buiten OESO-definitie

 

1,4%

1,2%

1,6%

1,4%

     2. Publieke dienst binnen OESO-def.

 

 

 

 

 

         Openbaar bestuur

L

3,3%

3,0%

4,4%

3,7%

         Onderwijs

M

3,5%

2,4%

3,5%

3,4%

         Gezondheid/maatsch. Dienst (1)

N

5,0%

3,2%

4,5%

4,7%

         Gemeensch./Cult./Pers. dienst

O

1,2%

1,9%

1,2%

1,3%

         Totaal publiek binnen OESO-def.

 

13,0%

10,5%

13,6%

13,0%

      Totaal publieke dienstverlening

 

14,4%

11,7%

15,2%

14,5%

  2. Andere private tewerkstelling

A-K/P-Z

22,1%

15,5%

15,6%

19,9%

  Totaal tewerkstelling

 

36,4%

27,3%

30,8%

34,3%

  
Zaak is dat in % op de bevolking het de Publieke tewerkstelling, behalve in Brussel met 11,7%, verhoudingsgewijze gelijk verdeeld is tussen Waals met 15,2% en Vlaams gewest met 14,4%. Omgekeerd kan gesteld dat in Brussel nog een groot potentieel aanwezig is voor de Publieke diensten. De jarenlange uitsluiting of niet in aanmerking komen van de migranten voor publieke diensten kent hier z'n dramatische weerslag. De impact op tewerkstelling van de omschakeling van de helft van de Brusselse bevolking van autochtoon naar allochtoon de laatste 50 jaar is nooit onderkend, laat staan voorwerp geweest van politieke of echte beleidsbekommernis. De noodzaak om op dit vlak een (post)-actief beleid te voeren is meer dan ooit aan de orde.

% beroepsbevolking in Publieke dienst of op volledige werkloosheid

Documentatie: Uitgebreide werkloosheidsgegevens naar gewest:  Tabellen werkloosheid naar gewest  BuG 89 

Om het belang van de Overheid voor de de inkomensverwerving te schetsen is het interessant eens na te gaan hoeveel % van de beroepsbevolking 1. Tewerkgesteld is in de Publieke dienstverlening, zowel de loontrekkenden als de zelfstandigen die werken voor de publieke dienstverlening of wat daar in de OESO-definitie onder valt en 2. Volledig werkloos is op die basis een vervangingsgingsinkomen kan verwerven. Het gaat hierbij om volgende categoriŽn:
     - Uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid
     - Andere volledig werklozen
     - Volledige loopbaanonderbreking en volledig tijdskrediet
     - Oudere werklozen (+50 jaar) oud systeem
     - Volledige bruggepensioneerden
     - Tijdelijke werkloosheid die permanent met een zeker volume aangesproken wordt

In feite gaat het om % berekend op de beroepsbevolking die in de klassieke definitie bestaat uit de Werkende en de werkloze bevolking. Doordat deeltijds werklozen hun statuut krijgen door combinatie met deeltijds werken worden zij hier niet meegeteld omdat er ander sprake zou zijn van dubbeltelling. 

    

Werkenden en Volledig werklozen naar gewest, aantal en % 2007  (RSZ, RSZ-PPO, RVA)

 

Vlaams

Brussel

Waals

Totaal

1. Loontrekkenden 

 

 

 

 

    1. Werkend in Publieke dienstverlening

937.082

130.602

556.373

1.624.058

    2. Andere loontrekkenden

1.697.375

236.116

682.442

2.615.932

    Totaal Loontrekkenden

2.634.457

366.718

1.238.815

4.239.990

2. Volledig werkloosheid

 

 

 

 

    1. Uitkeringsgrechtigd volledig werklozen

141.075

68.411

208.436

417.922

    2. Andere volledig werklozen

21.494

4.716

20.124

46.334

    2. Volledige loopbaanonderbreking/Tijdskrediet

17.769

2.044

6.881

26.694

    3. Ouder werklozen (oud systeem)

59.600

10.743

37.533

107.876

    4. Volledig Brugpensioen

77.148

4.447

31.326

112.921

    5. Tijdelijk werkloos

81.313

4.909

41.102

127.324

   Totaal volledig werklozen

398.399

95.270

345.402

839.071

3. Totaal loontrekkend en volledig werklozen

3.032.856

461.988

1.584.217

5.079.061

4. % Publieke dienst + volledig werklozen op totaal

1.335.481

225.872

901.775

2.463.129

    1. % Publieke dienst

30,9%

28,3%

35,1%

32,0%

    2. % Volledig werklozen

 

 

 

 

         1. Uitkeringsgrechtigde volledig werklozen

5,4%

18,4%

15,1%

9,6%

         2. Andere volledig werklozen

0,8%

1,3%

1,5%

1,1%

         2. Volledige loopbaanonderbreking/Tijdskrediet

0,7%

0,5%

0,5%

0,6%

         3. Oudere werklozen (oud systeem)

2,3%

2,9%

2,7%

2,5%

         4. Volledig Brugpensioen

3,0%

1,2%

2,3%

2,6%

         5. Tijdelijk werkloos

3,1%

1,3%

3,0%

2,9%

         Volledig werklozen

13,1%

20,6%

21,8%

16,5%

    % Publieke Dienst + volledige werklozen

44,0%

48,9%

56,9%

48,5%

 
48,5% van de Belgische beroepsbevolking is hetzij tewerkgesteld in de publieke dienstverlening, hetzij volledig werkloos en alsdusdanig een inkomen betrekkend uit de Sociale Zekerheid. In WalloniŽ leidt de cumul van lage werkzaamheidsgraad, hoge publieke tewerkstelling  en een hoge werkloosheid tot  56,9% van de beroepsbevolking die hetzij in de Publieke dienstverlening werkt, hetzij volledig werkloos is. Ook Vlaanderen is met 44% van de beroepsbevolking in Publieke dienst of volledig werkloos in belangrijke mate van Overheid en Sociale Zekerheid afhankelijk. Dit komt ondermeer door
een Loopbaanonderbreking maar ook door Brugpensioen en Tijdelijke werkloosheid. Alleen de uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid ligt met 5,4% van de beroepsbevolking in Vlaanderen gevoelig lager dan de 18,4% in Brussel en 15,1% in WalloniŽ, eerder dan het volume Publieke dienstverlening dat in Vlaanderen 30,9% van de beroepsbevolking aan het werk zet en in WalloniŽ 35,1%.

De werkloosheidsberekening is hier een technische berekening voortgaande op de getelde werkenden en de getelde volkledig werklozen. Deze berekening kan lichtjes afwijken van de dor de overheden gehanteerde definitie en van deze van Eurostat die haar werkloosheidsgegevens betrekt van de  Enquete naar de Arbeidskrachten. 

Tussennoot: Voor wie verblind is door liberalisme, markt en concurrentie ligt de kreet reeds gereed: de helft van de Belgische bevolking leeft van de overheid, hetzij langs Publieke dienst, hetzij langs werkloosheidsvergoedingen. De merkwaardige stabiliteit van BelgiŽ en de effectieve progressie van inkomen, welvaart en welzijn, ondanks alle toegevingen en faciliteiten voor kapitaalverwervers en structurele belastingsontduikers zoals de CoŲrdinatiecentra, heeft vooral te maken met een goed uitgebouwde en zichzelf vernieuwende Publieke dienst en een systeem van vervangingsinkomsten dat samen met het leefloon een redelijk maar allicht in sommige gevallen, onvoldoende vervangingsinkomen waarborgt. Hier zou voor de goede orde ook nog de invaliditeitsverzekering, de vervroegde uitdiensttreding voor ambtenaren en niet in het minst het goed uitgebouwde en substantiŽle tegemoetkomingsstelsel voor gehandicapten met de inkomensvervangende en de integratietegemoetkomingen moeten bijgeteld worden. 
 
Jean Hindriks van het Itinera-instituut is er in z'n nota van 17/11/08
De ambtenaar en de Werkloze  al voor gewonen om meer mensen te werk te stellen met overheidssubsidiering omdat zij dan geen kost meer zijn op het staatsbudget maar een onderdeel van welvaartscreatie langs het BNP en langs belastingen en Sociale Zekerheid bijdragen tot de financiering van de tewerkstelling. De Sociale Maribel in de Non-Profitsector is daar een excellent voorbeeld van met een hoog rendement (97%), de dienstencheques zijn daar ook een voorbeeld van met een laag rendement (57%). 
  
De 120.000 van Fons Leroy

 
En wat te denken van de 120.000 bijkomende of vervangings werkkrachten die volgens Fons Leroy van de VDAB de komende 7 jaar nodig zijn in de Non-Profitsectoren (Gezondheid, Welzijn, Cultuur) in Vlaanderen? Zie persmededeling Verso (werkgeversorganisatie) (pdf) en hun Powerpoint-presentatie (pdf). Als daarvoor de huidige Sociale Maribel zou kunnen verdubbelen met toespitsing van de aandacht op werklozen en de inschakeling ervan in ondersteunde functies in de Non-Profitsecoren. Zo zou het verpleegkundige, verzorgende, technische en cultureel personeel voor logistieke taken kunnen ontlast worden. Zo zou ook voorkomen worden dat nu, zoals nu in de Publieke ziekenhuizen in Antwerpen, laag gekwalificeerd werk uitbesteed wordt aan lager betalende sectoren alsof kuis in een ziekenhuis hetzelfde is als kuis in een bureau na de uren. Met z'n aanduiding van 120.000 geeft Fons Leroy een zware sleutel op een verder uitbouw van Publieke dienstverlening in een segment dat de bevolking dienstbaar is, de werkloosheid in het hart aanpakt en het consumptieniveau opkrikt. En dan gaat het nog maar enkel om Vlaanderen.

In feite stelt Fons Leroy de dringende vraag naar een 'Masterplan' voor bijkomende tewerkstelling in de Non-Profit om minstens gewapend te zij tegen de groeiende werkloosheid de komende jaar en het verminderd perspectief op tewerkstelling van pas afgestudeerden de komende vijf jaar. Het is ook de komende vijf jaar dat een echte doorbraak in tewerkstelling van allochtonen in de Non-Profitsectoren moet kunnen geforceerd worden, welke ook de werstanden zijn en van wie ze ook komen. Het mag gezegd dat Fons Leroy in het laatste Non-Profit akkoord een van de grootste pleitbezorger was voor minstens 10% jobs voor allochtonen voor de 4.000 bijkomende jobs in de Vlaamse Non-Profitakkoorden. Hij staat nu in de beste positie om daarvoor te zorgen, maar dan in 10-voud. . En dat is dan 1/3 van het in het verschiet gestelde potentiŽel.
   
Welk aandeel van de publieke tewerkstelling in de werkzaamheidsgraad
en welk verlies aan werkzaamheidsgraad door volledige werkloosheid 
 
De werkzaamheidsgraad wordt berekend door het aantal werkenden (zowel loontrekkenden als zelfstandigen) in verhouding te stellen tot het aantal 15-64 jarigen. In onderstaande grafiek worden dus zowel de Publieke diensten geleverd door loontrekkende als door zelfstandigen (geneesheren, zelfstandig verpleegkundigen enz...) in beeld gebracht. Voor BelgiŽ worden de samengetelde gewesten gebruikt
(voor wie geen gewest gekend was wordt hier niet meegeteld zodat het % werkzaamheid iets lager ligt dan infra).


In de werkloosheid ligt nog een potentieel voor de werkzaamheidsgraad verscholen, maar meer nog in de niet-actieven, die vooral in het Brussels gewest een grote arbeidsreserve vormen. De publieke dienstverlening is met bijna 1/4 van de actieve bevolking, stevig gebeiteld als fundament van de Belgische economie. 
  
P.S.  Als antwoord op de vraag van Humo van 27-10-2008, Zou u ook vijfduizend banen schrappen in de overheidsdiensten ? klinkt het zo bij Dedecker: ď Ik zou nog mťťr ambtenaren laten vertrekken. In WallonÔe is 40 procent van de bevolking werkzaam in overheidsdienst, in Vlaanderen 28 procent.". Hopelijk kan Cassandra, de denktank van Jean-Marie Dedecker z'n huiswerk eens opnieuw doen voortgaande op het cijfermateriaal van npdata.

Hetzelfde geldt voor Jan Van de Casteele op de site van de Vlaamse VolksBeweging en hun bijgaande tabel:
Weliswaar met cijfers van 2004 wijst men het aandeel Publieke Tewerkstelling per gewest op basis van de 'gecentraliseerde' RSZ-statistiek dwz volgens de plaats van tewerkstelling maar berekend op het totaal publieke dienst: 36,8% in WalloniŽ, 24,4% in Vlaanderen naast de 39,2% in Brussel, in totaal 100%, blijkbaar omdat daar het verschil het grootst oogt. In feite kan men in hun cijfers evenwel vaststellen dat in Vlaanderen 28,1% van de loontrekkende tewerkstelling Publiek is en in WalloniŽ 34,0%. In deze te minimale cijferdans is het cijfer van Dedecker (28%) gelijk voor Vlaanderen maar is dat van WalloniŽ misschien eventjes 'opgetrokken' van 34% naar 40%, of kan Jean-Marie Dedecker (of Cassanddra) hun cijferbron eens aangegeven?

Jan Hertogen, socioloog