BuG 89 - Bericht uit het Gewisse 12-03-2008 Printversie (10p)

Vrouwelijk brugpensioen in Vlaams gewest sinds 2001 verdubbeld
  

Mannelijk brugpensioen in Vlaams gewest laatste 8 jaar op zelfde niveau 
In WalloniŽ daalt mannelijk brugpensioen op 8 jaar 7%, in Brussel 25% 
Generatiepact zal vrouwelijk brugpensioen fnuiken wegens later op de markt 
Ook In Non-Profit zal optrekken BP-leeftijd vrouwen historisch discrimineren
Generatiepact(en) dient voor vrouwen met 10 jaar vertraging aan te vangen

Vlaamse werkloosheid minder beschikbaar dan in WalloniŽ/Brussel
  

De drie gewesten maken in redelijk gelijke mate gebruik van werkloosheid

1
/4 van de Vlaamse werkloosheid is als UVW beschikbaar voor nieuw werk
In WalloniŽ is 1/2 beschikbaar en in Brussel 2/3 van het werklozenpotentieel

Hoge Vlaamse werkloosheid 55+ gaat samen met lage bij mannen -30 jaar
Gemiddelde werklozenleeftijd Vlaams gewest: 46,1jr, Waals 41,9, Brussels 41,5
 
Werkloosheidsportaal met evolutietabellen 2001-2007 voor -50 en +50jarigen,
alle cijfers over brugpensioen en andere statuten naar geslacht en gewest
en unieke grafieken per gewest en M/V in % van de bevolking en op 100%.

Inleiding

De regionale verschillen in werkloosheid blijven discussies uitlokken en de geesten vertroebelen zonder dat ten gronde het verschil is uitgeklaard of in beeld gebracht. De OESO laat in haar laatste rapport (4 maart 2008) niet na hetzelfde klaaglied te te zingen: lage werkzaamheidsgraad oudere werknemers (zonder onderscheid te maken tussen 55-59 en 60-64 jarigen - zie hiervoor BuG 58), de lage arbeidsparticipatie allochtonen (waar ook beweging in komt, zie BuG 87) en het 'geografisch onevenwicht" in de arbeidsvraag (tussen de gewesten, nvdr). Voor een fundamentele beschouwing over de OESO-obsessie oudere werknemers zie de nog altijd relevante opinie van Bart Meulemans van het Centrum voor Sociologisch Onderzoek van de KULeuven in DS van 12-10-2005: "Het is absolute nonsens om bruggepensioneerden te culpabiliseren voor de economische malaise. Het is een spijtige zaak dat de Oeso het eindeloopbaandebat vergiftigt met foutieve redeneringen".

Npdata beschikt sinds 2001 over werkloosheidsgegevens per statuut, geslacht en gewest en dit voor elk leeftijdsjaar. De analyse kan dus gebeuren met gegevens op 01/01/2008. Ook de sectoren van laatste tewerkstelling of het uitgeoefende beroep laten toe een genuanceerd beeld op te hangen van de werkloosheid en de evolutie sinds 2001. Maar niet te veel in eens, eerst worden de gewesten onder loupe gelegd.

Kort samengevat maken de drie gewesten in redelijk gelijke mate gebruik van de werkloosheidsreglementering. In het Vlaamse gewest doet 3/4 van de werklozen eerder beroep op de statuten die eerder passief zijn of onbeschikbaarheid meebrengen, in het Waalse gewest is dat maar 1/2. In het Brusselse gewest is 2/3 van de werklozen actief beschikbaar voor tewerkstelling en maakt minder dan 1/3 gebruik van statuten die hen in feite onbeschikbaar maken voor de arbeidsmarkt. In deze situatie zou men eerder geneigd zijn het arbeidsbemiddelingsbeleid te (her)federaliseren zodat de arbeidsvraag over de regio's heen veel doelgerichter kan afgestemd worden op het arbeidsaanbod. Ook kan functioneler en met een meer tewerkstellingsperspectief de vorming en bijscholing aangepakt die noodzakelijk is voor deze verschillende regionale behoeften. Voor zover reeds geregionaliseerd dienen best sterke federale samenwerkingsverbanden uitgebouwd. Een nuchtere analyse van werkelijkheden zoals ze in feite en statistische kunnen vastgesteld worden gaat regelrecht in tegen het communautair discours en vermeende oplossingen die alle heil verwachten van regionalisering van het arbeidsmarktbeleid. 

Een verder fixeren van Vlaanderen op zijn eigen (beperkte) potentieel zal daarbij leiden tot verschraling en alsmaar onaangepaster worden van haar arbeidsreserve: want met eigen bevoegdheden zal men meer dan vroeger het brugpensioen moeten afbouwen, sterker dan WalloniŽ of Brussel alleszins die nu al de beste leerling van de klas zijn. Het tijdskrediet en de speciale regelingen voor de Non-Profit zullen onder druk komen en de tijdelijke werkloosheid zal beperkt worden zodat de bedrijven het comfort verliezen hun werknemers niet (tijdelijk) te moeten ontslaan.

Een korte blik op de structuur en % werkloosheid in 2007, dus situatie op 01/01/2008, berekend voor elk leeftijdsjaar tussen 18 en 64 jaar geeft volgend erg 'confronterend' beeld van de Vlaamse mannelijke werkloosheid (voor de andere grafieken per geslacht en gewest, zie infra):
  


  

Een autonomer Vlaams arbeidsmarktbeleid staat voor de alsmaar moeilijk wordende taak de weinige mannelijke werklozen, ook in de jongere leeftijdscategorieŽn, op te jagen, ook al is de grens van de 'frictiewerkloosheid' in Vlaanderen bijna bereikt. Meer dan in een federaal beleid zullen zij het mes zetten in de inkomensvervangende systemen zoals tijdskrediet, brugpensioen en vooral ook de tijdelijke werkloosheid. In een verder geregionaliseerd arbeidsmarktbeleid zal de minister van Werk, maar vooral de werklozen en werknemers niet te benijden zijn.

  
Werkloosheidscijfers per gewest

In BuG 53 werden voor het eerst de cijfers gepubliceerd van werkloosheid per leeftijdsjaar en gewest voor 2006. In deze BuG worden deze gegevens geupdated voor 2007 en daarbij nog opgesplitst voor mannen en vrouwen. Het betreft de officiŽle RVA-cijfers en het detail wordt gegeven voor alle door de werkloosheid betaalde statuten met aantallen en % op de bevolking in de betreffende leeftijdscategorie.

Door het aantal werklozen, binnen elke leeftijd of leeftijdscategorie te berekenen op het overeenkomstige aantal in de bevolking drukt het % bij volledige werkloosheid ook het volume "werkzaamheidsgraad" uit dat door de werkloosheid verloren gaat. 10,2% van alle 15-64 jarigen in BelgiŽ gaat voor de werkzaamheidsgraad verloren door volledige werkloosheid. Nog eens 1,8% wordt door hun tijdelijke werkloosheid niet meegeteld voor de werkzaamheidsgraad. Het betreft hier werknemers die gebonden zijn door een arbeidscontract maar die door werkgevers tijdelijk (voor hun inkomensverwerving) op de werkloosheid gezet worden.
  

Werkloosheid 2007 naar statuut en gewest, in aantallen en % - Bron RVA

 

Aantallen

        Percentage op bevolking

 

Vlaams

Waals

Brussels

Totaal

Vlaams

Waals

Bruss.

Totaal

1. Volledige werkloosheid

 

 

 

 

 

 

 

 

   UVWerkzoekend

141.075

208.436

68.411

417.922

3,5%

9,2%

10,1%

6,0%

   Andere niet-werkzoek.

21.494

20.124

4.716

46.334

0,5%

0,9%

0,7%

0,7%

   Oudere werklozen (oud stat.)

59.600

37.533

10.743

107.876

1,5%

1,7%

1,6%

1,5%

   Volledig Brugpensioen

77.148

31.326

4.447

112.921

1,9%

1,4%

0,7%

1,6%

   Volledige Loopbaanond.

10.464

3.961

1.062

15.487

0,3%

0,2%

0,2%

0,2%

   Volledig tijdskrediet

7.305

2.920

982

11.207

0,2%

0,1%

0,1%

0,2%

   Totaal

317.086

304.300

90.361

711.747

7,9%

13,4%

13,3%

10,2%

2. Gedeeltelijke werkloosheid

 

 

 

 

 

 

 

 

   Deeltijds Werkend

37.021

27.815

9.297

74.133

0,9%

1,2%

1,4%

1,1%

   Deeltijds Loopbaanond.

63.389

26.171

3.883

93.443

1,6%

1,2%

0,6%

1,3%

   Deeltijds tijdskrediet

74.350

21.558

4.952

100.860

1,8%

0,9%

0,7%

1,4%

   Halftijds Brugpensioen

454

229

27

710

0,01%

0,01%

0,00%

0,01%

   Total

175.214

75.773

18.159

269.146

4,3%

3,3%

2,7%

3,9%

3. Tijdelijk werkloos

81.313

41.102

4.909

127.324

2,0%

1,8%

0,7%

1,8%

Totaal werkloos

573.613

421.175

113.429

1.108.217

14,2%

18,5%

16,7%

15,9%

Bevolking 15-64 jaar

4.029.421

2.273.113

679.663

6.982.197

100%

100%

100%

100%

   
In totaal leeft 15,9% van de Belgische bevolking tussen 15 en 64 jaar op enigerlei wijze van de werkloosheid. In het Vlaamse gewest is dat 14,2%, in Brussel 16,7% en in WalloniŽ 18,5%. In het Waalse gewest zijn er dus 30% meer gebruikers van werkloosheidssystemen dan in Vlaanderen, of 17% meer dan het gemiddelde. Deze percentages liggen heel wat lager dan de 'perceptie' van 'de Walen' die niet werken en op de werkloosheid leven. 
 
Actief en passief potentieel in de werkloosheid
 
De belangrijkste werkloosheidsbron om voor tewerkstelling uit te putten is de Uitkeringsgerechtigde Volledige Werkloosheid (UVW). Alle andere voltijdse werkloosheidsystemen brengen in feite onbeschikbaarheid voor de arbeidsmarkt mee. Deeltijdse werkloosheid, al of niet in combinatie met werk brengt maar een erg beperkte of feitelijke beschikbaarheid mee en werklozen in tijdelijke werkloosheid zijn in feite door een arbeidscontract aan hun werkgever gebonden, zodat zij niet vrij zijn voor nieuwe tewerkstelling. Hiermee is niet gezegd dat deze systemen onnuttig zijn of dienen afgebouwd, ze zijn deel van een grotere sociale bescherming die mede door de werknemersbijdragen is opgebouwd en borg staat voor minimale inkomensgarantie en structurele verbondenheid met de arbeidsmarkt.
  

De UVW kan men actieve beschikbaarheid noemen, de andere systemen een 'passief' potentieel dat in feite al of niet tijdelijk, onbeschikbaar is. Door per gewest de actieve en passieve werkloosheid in beeld te brengen ontstaat een genuanceerd beeld van de gewestelijke arbeidsreserve: WalloniŽ en Brussel staan er, bij de huidige hoogconjunctuur, erg goed voor want zij kunnen putten uit een actieve en vooral jonge arbeidsreserve van ongeveer 10% van de bevolking tussen 15 en 64 jaar. "Elk nadeel heeft z'n voordeel" zei Cruyf ooit en de hoge beschikbare werkloosheid is nu een grote troef voor deze gewesten ťn voor het Vlaamse. Elk % dat zij tewerkstellen is daarbij een % mťťr voor de werkzaamheidsgraad van het gewest. In Vlaanderen bedraagt het actief potentieel maar 3,5% van de bevolking op beroepsactieve leeftijd, dat is 1/3 van de andere gewesten. 
 
Als de werkgevers in Vlaanderen de 70% werkzaamheid willen halen en daar nog eens 100.000 werkplaatsen bovenop doen, zoals uit hun recente verklaring blijkt, moet vooral bij de vrouwen ťn bij de niet-actieven gezocht worden, dwz bij ondermeer de vrouwen uit migratie. In feite lanceren de werkgevers een oproep om, zoals het ACW reeds gedaan heeft, de kledijrichtlijnen die de hoofddoek viseren te annuleren en een actief wervingsbeleid te voeren naar integratie van allochtone werkloze en niet-actieve vrouwen op de arbeidsmarkt. Vlaanderen heeft de andere gewesten (en de migratie) daarbij nodig om niet in het economische moeras te verzinken. 
  
Waar zitten dan de Vlaamse werklozen
 

10,7%
van de Vlaamse gerechtigden op werkloosheid gebruiken de werkloosheidsreglementering voor 'niet-actieve' systemen. Een regionalisering van de arbeidsmarkt zal vooral hen, en vooral de vrouwen in deze groep, onder druk zetten er geen gebruik meer van te maken of de systemen zelf zullen aangepakt worden
. Maar dan riskeert men in eigen vlees te snijden: het is juist door systemen die werk en gezin combineren en die voor de vrouwen nog een uitloop in Brugpensioen waarborgen, dat Vlaanderen wellicht een hoge werkzaamheidgraad heeft. Wat nu een win-win-win situatie is (hoge werkloosheidsgraad om zich voor gezin of oudere leeftijd aan de arbeidsmarkt te onttrekken, lage jeugdwerkloosheid en hoge werkzaamheidgraad) zou wel eens, met een verder geregionaliseerd arbeidsmarktbeleid een verlies-verlies-verlies-situatie kunnen opleven. 
  
Brugpensioen vrouwen op 8 jaar verdubbeld in Vlaanderen, +25% de laatste 2 jaar

De vrouwen zijn 15 jaar later dan de mannen massaal op de arbeidsmarkt gekomen, met vooral de Non-Profit, Distributie en Horeca als expansieve sectoren. De laatste 15 jaar zijn het dus vooral de mannen die even massaal langs het brugpensioen een eindeloopbaanperspectief gekregen hebben. Nu vooral onder Europese en  OESO-druk het brugpensioen permanent onder vuur ligt zullen vooral de vrouwen het slachtoffer worden wanneer de loopduur en brugpensioenleeftijd alsmaar zal stijgen. Vandaar dat de uitvoering van elke maatregel die impact heeft op het recht op Brugpensioen en verlenging van de instapleeftijd voor vrouwen met minstens 10 jaar dient vertraagd te worden, en voor de Non-Profit niet van toepassing gesteld. Want hoe staat het met brugpensioen van vrouwen de laatste 8 jaar.
 


Het vrouwelijke brugpensioen is van 13.107 in 2001 gestegen tot 22.906 in 2007 in het Vlaamse gewest of een stijging met  90%. Vergeleken met 2005 steeg het vrouwelijk brugpensioen nog van 18.317 tot 22.906 met 25% op 2 jaar. De mannen blijven sinds 2001 in gelijke mate participeren aan het brugpensioen in het Vlaamse gewest.  

 

Volledig brugpensioen vrouwen 2001-2007 voor BelgiŽ en gewest (RVA)

 

2001

2002

2003

2004

2005

2006

2007

0. BelgiŽ

 

 

 

 

 

 

 

   Vrouwen

13.107

13.064

16.362

17.538

18.317

21.747

22.906

   Mannen

94.240

92.511

92.773

91.583

90.324

90.824

90.828

   Totaal

107.347

105.575

109.135

109.121

108.641

112.571

113.734

Index

 

 

 

 

 

 

 

   Vrouwen

100

100

125

134

140

166

175

   Mannen

100

98

98

97

96

96

96

   Totaal

100

98

102

102

101

105

106

1. Vlaams gewest

 

 

 

 

 

 

 

   Vrouwen

7.780

7.998

10.223

11.021

11.687

13.885

14.762

   Mannen

63.361

62.286

62.823

62.410

61.925

62.638

62.885

   Totaal

71.141

70.284

73.046

73.431

73.612

76.523

77.647

Index

 

 

 

 

 

 

 

   Vrouwen

100

103

131

142

150

178

190

   Mannen

100

98

99

98

98

99

99

   Totaal

100

99

103

103

103

108

109

2. Waals gewest

 

 

 

 

 

 

 

   Vrouwen

4.116

3.946

4.757

5.096

5.226

6.212

6.496

   Mannen

27.101

26.741

26.700

26.075

25.494

25.315

25.115

   Totaal

31.217

30.687

31.457

31.171

30.720

31.527

31.611

Index

 

 

 

 

 

 

 

   Vrouwen

100

96

116

124

127

151

158

   Mannen

100

99

99

96

94

93

93

   Totaal

100

98

101

100

98

101

101

3. Brussels gewest

 

 

 

 

 

 

 

   Vrouwen

1.211

1.120

1.382

1.421

1.404

1.650

1.648

   Mannen

3.778

3.484

3.250

3.098

2.905

2.871

2.828

   Totaal

4.989

4.604

4.632

4.519

4.309

4.521

4.476

   Index

 

 

 

 

 

 

 

   Vrouwen

100

92

114

117

116

136

136

   Mannen

100

92

86

82

77

76

75

   Totaal

100

92

93

91

86

91

90

 
Het is vooral vooral van deze evolutie, vooral in het Vlaamse gewest, dat de OESO zenuwachtig wordt. Ook in de andere gewesten is er weliswaar minder sterk, maar een groei van de deelname van vrouwen aan het Brugpensioen. Bij de mannen is er in WalloniŽ wel een lichte terugval vast te stellen en in het Brusselse gewest een grote daling.
 


Toch verband tussen hoog aantal brugpensioen en lage werkloosheid jongeren?

Het loont de moeite eens na te gaan per gewest of een hoge werkloosheid (Brugpensioen en andere systemen +50 jaar) samengaat met een lage jongerenwerkloosheid. OESO ontkent dat en pretendeert dat het verband zelfs omgekeerd is, tot grote woede van Bart Meulemans in zijn opinie in DS van 12-10-2006, zij maken een redeneerfout buiten categorie zo stelt hij. Om hierin gelijke volumes met elkaar te vergelijken nemen we de 20-29 jarigen en de 55-64 jarigen apart en berekenen we voor elk het % op de bevolking in de zelfde leeftijdsgroep.

 


Het samengaan van twee vaststellingen zegt niets over het verband ertussen. Maar als de focus zich verengt tot de werkloze 55+ enerzijds en de 20-29 jarigen UVWerklozen dan gaat extreem hoge werkloosheid 55+ samen met extreem lage werkloosheid bij mannen 20-29 jaar in het Vlaamse gewest. In WalloniŽ is dit samengaan veel zwakker en in Brussel in feite omgekeerd, maar daar spelen andere factoren mee.
 
Ook hier schuilt een verwittiging in voor de regionale arbeidsmarktprofeten: de druk op de 'niet-actieve systemen' en de afbouw van het brugpensioen kan wellicht leiden tot een structurele verhoging van de jongeren- en jongvolwassenenwerkloosheid. Ook in de sociale werkelijkheid bestaat er zoiets als communicerende vaten. Zeker als de conjunctuur het op een gegeven moment wat minder doet.
 
Gemiddelde werkloosheidsleeftijd Vlaams gewest: 46,1 jaar, Waals 41,9 en Brussels 41,5
 

Een interessante meter in tijdsperspectief is de gemiddelde leeftijd per statuut en gewest, en desgewenst per geslacht. Met deze tabel wordt hiervoor een ijkpunt gegeven. Enkel wanneer per leeftijd het aantal werklozen gekend is kan de gemiddelde leeftijd berekend worden..

Gemiddelde leeftijd in werkloosheidstatuten per gewest 2007

Werkloosheidsstatuten

In gemiddeld aantal jaar

 

Vlaams

Waals

Brussels

Totaal

Andere niet-werkzoekenden

33,3

30,8

32,7

32,7

Tijdelijk werkloos

38,5

37,3

38,8

38,1

UVWerkzoekend

40,2

37,1

37,7

38,4

Volledig tijdskrediet

39,3

41,2

38,8

39,6

Volledige Loopbaanonderbreking

39,1

42,3

38,1

39,8

Deeltijds Werkend

44,9

41,7

41,0

43,4

Deeltijds Loopbaanonderbreking

43,9

45,1

42,9

44,2

Deeltijds tijdskrediet

48,1

48,2

49,9

48,3

Halftijds Brugpensioen

58,7

58,7

59,9

58,9

Oudere werklozen (oud statuut)

59,5

58,9

59,9

59,5

Volledig Brugpensioen

60,2

59,8

60,6

60,2

Totaal alle werkloosheidsstatuten

46,1

41,9

41,5

44,2

Bevolking 15-64 jaar

40,3

39,9

39,0

40,0

  
Het unieke grafische beeld van werkloosheid naar leeftijd, gewest en geslacht
 
Grafieken zijn kleurrijke paneeltjes die voor zichzelf spreken en het beeld van de werkelijkheid bijstellen. Zij kunnen daarbij zonder veel commentaar geconsumeerd worden. Het beeld in het hoofd blijft lang genoeg hangen om de spreiding van werklozen over de verschillende statuten over elkaar te leggen of opnieuw op te halen. Langs het werkloosheidsportaal kan men ze ook on-line gemakkelijk na en naast elkaar bekijken. Geprojecteerd langs een beamer kan er gemakkelijk commentaar bij gegeven worden en npdata staat ter beschikking om op vraag voor live-commentaar en toelichting te zorgen. Ook kan vanaf 2001 hetzelfde beeld opgebouwd worden zodat de grafiek en de verschillende volumes gaan leven. Npdata neemt zich voor deze grafieken nog de komende tien jaar up te daten om te zien wanneer de kop van de beestjes zich te ruste legt, tot grote tevredenheid van de OESO en tot groot verdriet van vooral de vrouwen..
   

 Werkloosheid Vlaams gewest naar geslacht, leeftijd en statuut
 


Werkloosheid Waals gewest naar geslacht, leeftijd en statuut


 


Werkloosheid Brussels gewest naar geslacht, leeftijd en statuut




Procentuele verdeling werklozen volgens statuut per leeftijdsjaar

In een andere grafische vorm wordt voor elk leeftijdsjaar de verdeling van de statuten berekend als % op het totaal per leeftijdsjaar. Bij wijze van voorbeeld geven we de grafiek voor  mannen en vrouwen in het Vlaams gewest en de mannen in het Brusselse gewest. Langs het werkloosheidsportaal kunnen de grafieken voor de andere gewesten  opgeroepen worden.



 


Ter herinnering: de actieve arbeidsreserve bestaat kwasi uitsluitend uit het donkerblauwe vlak. Ter vergelijking en ter afsluiting, de Mannelijke UVW's in het Brussels gewest.


Wie is vooral gediend met een grotere federale doorstroming van arbeidskrachten, dus in een grotere federale claim op de arbeidsmarkt? Juist, Vlaanderen.

Jan Hertogen, socioloog