Elders gepubliceerde bijdragen:

- Dewinter, burgemeester van moslimstad Antwerpen? 
- "Kredietcrisis kan ook in China"
- Wim De Neuter en de linkerzijde in BelgiŽ
- China en het luchtbelkapitalisme
- Meesterbevrijder Robert Maistriau overleden
- Achterhoedegevecht NV-A beeindigd
- Gorbatsjov, vredesapostel in GeorgiŽ

BuG 101 - Bericht uit het Gewisse 20-10-2008 Printversie (9p)   Update Verslag in De Metro van 21-10-2008

42,1% Belgische loontrekkenden werkt in Publieke Dienstverlening
en geen 32,1% zoals berekend in de recente maar onvolledige
Itinera-studie

1.530.271 loontrekkenden zijn ingeschakeld in Publieke Dienstverlening.
Hiervan behoren  1.063.913 tot contractuele of vastbenoemde 'ambtenaren'
56% ambtenaren is vastbenoemd, 44% is contractueel waarvan 60.000 GESCO
Slechts 386.193 of 1/4 is ingeschakeld in het Openbaar Bestuur, waarvan
192.767 voor administratief bestuur BelgiŽ, gem., gewesten, prov., gemeenten
3/4 van de publieke dienstverlening is gericht op service aan de bevolking
Meer dan 1/3 werkzaamheidsgraad komt voort uit publieke dienstverlening
14,5% van de Belgische bevolking is actief in de publieke dienstverlening
Dienstencheques verhogen publieke loontrekkende dienstverlening tot 43,9%
Witte Woede en haar vakbonden door Itineranota verwittigd en uitgedaagd

Besluit: Publieke dienstverlening niet alleen voor banken van goudwaarde
het is de ruggengraat van de economie, hťt teken van beschaving
(FAN)

Geraadpleegde en verwerkte documentatie:

- Basistabel npdata met publieke dienstverlening in alle details (Excel) -  RSZ-, RSZ-PPO en RSVZ-gegevens
- Een analyse van de publieke tewerkstelling in BelgiŽ tussen 2001 en 2007 door Johan Albrecht, 29/09/08, Itinera-institute (pdf)
- Tewerkstelling in de Openbare Sector, een dynamisch gegeven, ACV-uitgave Openbare Diensten, 24/09/08
- Bronnen on-line: RSZ (excel), RSZ-PPO (excel)
- Bronnen: speciaal opgevraagde listings bij de administraties:: 

RSZ loontrekkenden privaat en openbaar - NACE-5 (excel)
RSZ-PPO NACE5
(excel)
RSZ-PPO NACE5 - contractuele en vastbenoemde ambtenaren
  (excel)
RSVZ-NACE-sectie-Zelfstandigen in hoofd en bijberoep-per gewest (excel)
Overzicht NACE-secties en codes (link)

Publieke dienstverlening, het betere begrip.

Openbare dienst, Openbaar bestuur, Publieke tewerkstelling, Publiek dienst, Publieke dienstverlening, waar gaat het over, wat zit er allemaal in en hoe wordt het best benoemd? En wat is de Europese aflijning van publieke dienstverlening. Npdata maakt de exacte en volledige telling van de publieke dienstverlening uitsluitend voortgaande op de meest actuele administratieve cijfers voor 2de kwartaal 2007 zoals ze on-line beschikbaar zijn of  recent door npdata werden opgevraagd bij de diensten van RSZ, RSZ-PPO en RSVZ en die in deze BuG worden toegevoegd (zie documentatie). Volgende werkwijze werd daarbij gevolgd:

1. Alle gegevens werden verzameld bij de Belgische administraties: RSZ-PPO (Plaatselijke en Provinciale besturen), RSVZ (zelfstandigen) en RSZ (alle andere werknemers)
2. Alle werknemers die vallen binnen de Europese aflijning van 'openbare diensten' dienen meegenomen, concreet de L,M,N en O-sectie van de NACE-code (rev.2) welke van toepassing is tot 31/12/2007, en dit zowel bij de RSZ, de RSZ-PPO, als de RSVZ. Tewerkstelling in openbaar vervoer (spoor, bus, tram), post, energie/water enz... worden door Europa geacht tot de 'vrije markt' te behoren, zij worden niet meegeteld in de internationale OESO-vergelijking.
3. Alle andere werknemers die in BelgiŽ tot de openbare diensten behoren uit de A-K en P-Z NACE-sectie, zowel de contractuelen, ambtenaren als vastbenoemden.

Aantal loontrekkenden in de publieke dienstverlening

In de 'Openbare dienst' en de private publieke dienstverlening zijn in het 2de kwartaal 2007 in totaal 1.530.276 werknemers actief. Hiervan behoren 1.063.913 tot de 'Openbare diensten' zoals gedefinieerd door de Belgische overheid en de vakbonden. Daarbij dienen 466.363 werknemers geteld die behoren tot de 'private publieke diensten'. Deze omvatten 18.419 werknemers in het Openbaar bestuur (L-sectie) 3.618 in het Onderwijs (O-sectie), de 341.390 werknemers uit de Gezondheids- en maatschappelijke dienstverlening (N-sectie) met ziekenhuizen, rusthuizen, gezinszorg, gehandicaptenzorg enz. met private initiatiefnemers (Caritas-instellingen bv) en tenslotte de Gemeenschappelijke, Culturele en persoonlijke dienstverlening (O-sectie) met 102.936 werknemers waarvan een groot deel tot de culturele sector behoort.

Tewerkstelling in Openbare Dienst + Private Publieke Dienst- 2de kw. 2007

Publieke dienstverlening

Nace

 

Openbaar

Totaal

   1. Publieke dienst buiten OESO-definitie

Sectie

 

 

 

       Energie/Water

E

 

9.455

9.455

       Vervoer en ondersteuning vervoer

I

 

63.197

63.197

       Post en telecommunicatie

I

 

55.476

55.476

       FinanciŽle instellingen

J

 

2.797

2.797

       Diensten aan ondernemingen

K

 

16.411

16.411

       Extraterritoriale diensten

Q

 

2.435

2.435

      Andere

CDGZ

 

1.763

1.763

      Totaal buiten OESO-definitie

 

 

151.534

151.534

   2. Publieke dienst binnen OESO-definitie

 

Privaat

Openbaar

Totaal

       Openbaar bestuur

L

18.419

368.767

387.186

       Onderwijs (1)

M

3.618

356.730

360.348

       Gezondheid/maatsch. dienst

N

341.390

154.172

495.562

       Gemeensch./Cult./Pers. dienst

O

102.936

32.710

135.646

       Totaal publiek binnen OESO-def.

 

466.363

912.379

1.378.742

Totaal publieke dienstverlening

 

466.363

1.063.913

1.530.276

(1) De meeste werknemers in het private onderwijsnet hebben het ambtenarenstatuut, en worden onder openbaar ingeschreven. Voortgaande op het relatieve aandeel van het 'Vrije net" in de beide gemeenschappen behoort 58,4% van de onder 'publieke/openbare' dienst ingeschrevenen tot het vrije net, 41,6% tot het 'officiŽle' net. Bij de Gezondheids en Welzijnsdiensten behoort 31,1% tot het 'publiek' initiatief 68,9% tot het 'vrije net'. Deze laatsten worden, in tegenstelling tot het onderwijs niet bij de 'ambtenaren' gerekend.

De Gezondheids- en Welzijnssector is met 495.562 loontrekken veruit de grootste sector in de publieke dienstverlening, gevolgd door het Openbaar bestuur met 387.186 werknemers en het onderwijs met 360.348. Bij de ander publieke diensten (buiten de OESO-definitie) verhogen het openbaarvervoer met spoormannen, bus- en trambestuurders met 63.197 en de post- en telecommunicatiemannen en - vrouwen met 55.476 het gewicht van het 'openbaar ambt'. Buiten de OESO-definitie telt de publieke dienstverlening 151.534 werknemers. Samen met de 1.378.742
loontrekkenden binnen de OESO-definitie telt BelgiŽ 1.530.276 loontrekkenden in de publieke dienstverlening. Voor een volledig overzicht en de Europese vergelijking dienen zij nog aangevuld met de 105.002 zelftandigen die in de LMN en O-secties actief zijn. Voor Europa zijn er dus 1.483.776 werkenden in publieke dienstverlening. Maar daar dienen dus nog de 151.534 spoor- en postmannen, energie- en waterwerkers enz...bijgeteld te worden zodat het totale plaatje voor BelgiŽ 1.635.278  loontrekkenden en zelfstandigen omvat die actief zijn in de publieke dienstverlening. 

"Red het kapitalisme van de kapitalisten"

Men kan zich afvragen waarom de 'economische' activiteiten zoals spoor, tram, bus, post, telecommunicatie voor Europa en de OES0 al tot de 'private en commerciŽle diensten' behoort en niet meer meegenomen worden in de vergelijkingen van het overheidsinitiatief. Als iets statistisch niet meer zichtbaar is dan is het gemakkelijker om het in de werkelijkheid in te pikken en volgens de marktprincipes te destabiliseren en te laten werken. De banken zijn een goed voorbeeld tot welke destructie deze statistische en werkelijke evolutie leidt. De publieke dienstverlening is, zoals nu al blijkt bij het hernemen van het overheidsinitiatief voor de banken en financiŽle sector van goudwaarde. Een analyse van de bijdrage van de publieke sector voor het BNP leert dat zij ook de ruggengraat vormen van de economie en uiteindelijk van de beschaving
(Zie het toneelstuk en visie van FAN) . De publieke dienstverlening biedet de bevolking en de gezinnen de maatschappelijke en sociale zekerheid die de samenleving moet beschermen tegen de nefaste werkingen van de markt en het ultra-liberalisme, zeg maar kapitalisme. Of zoals Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom van het Itinera-Institute recent betoogde "Red het kapitalisme van de kapitalisten". Zelfs Brouckaert van de Cassandra LDD denktank vindt het maar best dat de overheid de Banksector redt, maar van de rest moeten ze natuurlijk afblijven. Het liberale economisme zal altijd maar leren als het kalf verdronken is en de bevolking ervoor opdraait. Best is misschien de koe te beschermen en te zorgen dat er een stevige stal rond staan zodat de melkproductie voor de bevolking gegarandeerd is. Uiteindelijk is het misschien best dat de koeien eigendom worden van de overheid. 

Slechts 56% van Openbare diensten is vast benoemd, 44% werkt contractueel

Vaste benoeming zou in de publieke dienstverlening de regel moeten zijn, enkele voor vervangingen, specifieke opdrachten enz zou het contractueel statuut mogen gebruikt worden. De werkelijkheid is anders. Amper 56% van de werknemers die onder de openbare dienst vallen is vastbenoemd, 44% is contractueel. Bij de contractuelen zouden ook alle private publieke dienstverleners bijgeteld worden van bv. de gezondheids- en maatschappelijke diensten. Maar ook in de publieke ziekenhuizen, bejaardenhuizen enz. is het aandeel vastbenoemden met 28% uitzonderlijk laag. Ook in het onderwijs is de vaste benoeming gedevalueerd, slechts 60% van het onderwijspersoneel heeft een vaste benoeming. 

% vast benoemden  in RSZ-openbare dienst + RSZ-PPO - 2de kw. 2007

Publieke dienstverlening

Nace

RSZ

RSZ-PPO

Totaal

   1. Publieke dienst buiten OESO-def.

Sectie

 

 

 

       Energie/Water

E

90%

79%

83%

       Vervoer en ondersteuning vervoer

I

65%

60%

65%

       Post en telecommunicatie

I

73%

54%

73%

       FinanciŽle instellingen

J

0%

 

0%

       Diensten aan ondernemingen

K

22%

 

22%

       Extraterritoriale diensten

Q

0%

 

0%

       Andere

CDGZ

4%

32%

11%

      Totaal buiten OESO-definitie

 

60,7%

70%

61,4%

   2. Publieke dienst binnen OESO-def.

 

 

 

 

       Openbaar bestuur

L

76%

49%

64%

       Onderwijs

M

62%

19%

60%

       Gezondheid/maatsch. dienst

N

14%

32%

28%

       Gemeensch./Cult./Pers. dienst

O

36%

37%

36%

       Totaal publiek binnen OESO-def.

 

64%

40%

55%

Totaal publieke dienstverlening

 

63%

41%

56%

Enkel bij Energie/Water en in mindere mate de Post en telecommunicatie is er sprake van minstens 3/4 vaste benoemingen. Maar ook hier zal de leeftijdswissel het aantal vastbenoemden in de toekomst drastisch doen dalen.
De RSZ-PPO (gemeenten en Provincies) zitten daarbij nog met een specifiek probleem van 60.000 gesubsidieerde contractuelen als gevolg van de tewerkstellingsprogramma's in het verleden. Zij trekken het % vastbenoemde tot 40% omlaag. Een aantal van deze GESCO's  werden langs de dienstencheques 'overgeheveld' naar de reguliere tewerkstelling maar dat is maar een doekje tegen het bloeden. Een serieuze regularisatie van dit statuut, zoals het geval geweest is bij DAC in de Vlaamse gemeenschap in 2000, dringt zich op. 
 
Vooral het Openbaar Bestuur in de Publieke dienstverlening ligt onder vuur

Jamaar, zegt men dan, het gaat niet zozeer om de gezondheidszorg, het onderwijs, het vervoer, enz. maar om het Openbaar Bestuur (de L-sectie) dat niet efficiŽnt en te zwaar omkaderd zou zijn. Het Openbaar Bestuur dus waarvan Minister Vervotte zegt dat er veel inspanningen zullen moeten geleverd worden om de vergrijzingsgolf het komende decennium op te vangen, en gelijk heeft ze. In de reeds afgeslankte bezetting van het Openbaar Bestuur zal het zaak zijn om de leeftijdswissel op te vangen en de kwalitatieve beschikbaarheid van het Openbaar bestuur verder uit te bouwen. Over welke diensten en activiteiten gaat het?

Diensten en activiteit Openbaar Bestuur (L-sectie) 2/2007 - RSZ/RSZ-PPO

1. Verbonden aan de Federale, gemeenschaps-, gewestbevoegdheden (RSZ)

    1. Overheidsbesturen

 

        Centrale overheid

38.911

        Overheden van gemeenschappen en gewesten

28.015

        Totaal

66.926

    2. Openbare instellingen

 

        Activiteit openbare instellingen mbt sociale sectorenÖ

15.079

        Activiteit openbare instellingen mbt econ. sectoen

12.733

        Ondersteunende acitiviteiten overheidsbesturen

3.726

        Totaal

31.538

    3. Veiligheid en gerecht

 

        Buitenlandse zaken

2.670

        Defensie

42.829

        Federale politie

14.745

        Rechtbanken/Andere activiteit justitie/Veiligheid

879

        Gevangenissen en andere strafinrichtingen

27.167

        Totaal

88.290

    4. Sociale zekerheidsinstellingen

 

        Verplichte sociale verzekering zonder ziekenfondsen

14050

        Ziekenfondsen en verzorgingskassen

15105

        Overige instellingen van de sociale zekerheid

2924

        Totaal

32.079

    Algemeen totaal

218.833

2. Verbonden aan plaatselijke, provinciale bevoegdheden RSZ-PPO

     1. Overheidsbesturen

 

         Gemeente

95.434

         OCMW

18.741

         Provincie

11.666

         Totaal

125.841

    2. Intercommunales

3.905

    3. Veiligheid/bescherming

 

        Plaatselijke politie

32.418

        Civiele bescherming en brandweer

5.196

        Totaal

37.614

    Totaal

167.360

Algemeen totaal

386.193

Vooral de "Overheidsbesturen" met het typebeeld van "De Collega's" voor ogen roepen weerstand op in het hoofd van de liberalisten en marktpromotoren. Om een complex land als BelgiŽ met 3 gemeenschappen en 3 gewesten en verder 10 provincies 487 gemeenten mťt OCMW's te besturen worden in totaal  192.767 ambtenaren ingezet.Voor Veiligheid en Gerecht zijn 125.904 ambtenaren actief waarvan 14.475 in de federale politie en 32.418 in de lokale Politie, en 42.829 in het leger. Openbare instellingen die vooral het economische en sociale leven ondersteunen zijn goed voor 35.443 tewerkstellingen. Voor het beheer van de sociale zekerheidsinstelling op het federale niveau (pensioen, RVA, kinderbijslag enz) zijn 32.079 personen nodig. 

De tewerkstelling voor het beheer van de staat in al z'n onderdelen is daarmee met 386.193 niet erg aangevet en kan de vergelijking met het buitenland (met een minder complexe overheidsstructuur) gerust aan. Dat hierover eens concreet, gedetailleerd en gedocumenteerd eens de analyse gebeurt, zonder vanaf het eerst woord dat er over gezegd wordt in gemeenplaatsen te vervallen. 
  
42,1% van de loontrekkenden actief in publieke dienstverlening, geen 32,1% zoals in de Itinerastudie.
  
De Itinera-studie van Johan Albrecht telt 1.039.904 werknemers in de publieke tewerkstelling of 32,1% van alle loontrekkenden, en geen 1.530.276 of 42,1% zoals uit de volledige telling blijkt. Johan Albrecht baseert zich  op onvolledige gegevens  omdat de 342.325 RSZ-PPO werknemers niet worden meegeteld (alle plaatselijke en provinciale tewerkstelling in gemeenten, OCMW, plaatselijke politie, publieke ziekenhuizen, rustghuizen enz.), evenmin als de 151.534 publieke RSZ-tewerkstelling die niet tot de LMNO-sectie behoorden maar wel degelijk 'openbare dienst' zijn nl. het spoorweg- en postpersoneel, de bus- en  trammaatscvhappijen De Lijn, MIVB, TEC, enz...). Deze laatsten moeten natuurlijk mee in het plaatje zitten. 
 
In onderstaande tabel wordt de beperkte telling van Johan Albrecht blauw ingekleurd, zodat duidelijk wordt welke andere publieke dienstverlening door Johan Albrecht niet en door npdata wťl wordt meegeteld.
Het totaal van 1.046.717 is hier hoger dan in de Itinerastudie omdat in de Intenerastudie de werknemers zijn weggevallen waarvan de hoofdverblijfplaats niet gekend is. Hier worden alle werknemers in rekening gebracht.

Publieke dienstverlening op 06/2007 in BelgiŽ - Bron: RSZ, RSZ-PPO, RSVZ

 

Nace

Loontrekkende tewerkstelling

Zelfstandig

Algemeen

 

sectie

RSZ

RSZ-PPO

Totaal RSZ

in hoofd-

Totaal

 

 

 

 

 + RSZ-PPO

beroep

 

1. Tewerkstelling

 

 

 

 

 

 

   1. Publieke dienstverlening

 

 

 

 

 

 

      1. Publieke dienst buiten OESO-def.

 

 

 

 

 

 

          Energie/Water

E

3.148

6.307

9.455

 

9.455

          Vervoer en ondersteuning vervoer

I

60.384

2.813

63.197

 

63.197

          Post en telecommunicatie

I

54.722

754

55.476

 

55.476

          FinanciŽle instellingen

J

2.797

 

2.797

 

2.797

          Diensten aan ondernemingen

K

16.411

 

16.411

 

16.411

          Extraterritoriale diensten

Q

2.435

 

2.435

 

2.435

          Andere

CDGZ

1.337

426

1.763

 

1.763

         Totaal buiten OESO-definitie

 

141.234

10.300

151.534

 

151.534

     2. Publieke dienst binnen OESO-def.

 

 

 

 

 

 

         Openbaar bestuur

L

217.043

170.143

387.186

447

387.633

         Onderwijs

M

347.092

13.256

360.348

3.337

363.685

         Gezondheid/maatsch. dienst

N

371.623

123.939

495.562

46.960

542.522

         Gemeensch./Cult./Pers. dienst

O

110.959

24.687

135.646

54.258

189.904

         Totaal publiek binnen OESO-def.

 

1.046.717

332.025

1.378.742

105.002

1.483.744

      Totaal publieke dienstverlening

 

1.187.951

342.325

1.530.276

105.002

1.635.278

  2. Andere private tewerkstelling

 

2.104.258

 

2.104.258

546.998

2.651.256

  Totaal tewerkstelling

 

3.292.209

342.325

3.634.534

652.000

4.286.534

2. Bevolking: totaal aantal

 

 

 

 

 

 

    Bevolking 15-64 jaar

 

7.014.664

7.014.664

7.014.664

7.014.664

7.014.664

    Totale bevolking (1/1/2007)

 

10.584.534

10.584.534

10.584.534

10.584.534

10.584.534

3. % openbaar bestuur (L-sectie) op

 

 

 

 

 

 

    Publieke tewerkstelling

 

18,3%

49,7%

25,3%

0,4%

23,7%

    Tewerkstelling

 

6,6%

49,7%

10,7%

0,1%

9,0%

    Bevolking 15-64 jaar

 

3,1%

2,4%

5,5%

0,0%

5,5%

    Totale bevolking

 

2,1%

1,6%

3,7%

0,0%

3,7%

4. % publieke dienstverlening op

 

 

 

 

 

 

    Tewerkstelling

 

36,1%

100,0%

42,1%

16,1%

38,1%

    Bevolking 15-64 jaar

 

16,9%

4,9%

21,8%

1,5%

23,3%

    Totale bevolking

 

11,2%

3,2%

14,5%

1,0%

15,4%


3/4 van de publieke dienstverlening is gericht op service aan de bevolking


Het aandeel  tewerkgestelden in het overheidsbestuur (punt 1 van de tabel hierboven), berekend als % van de publieke dienstverlening is 25,3%. D.w.z. dat 1/4 van de totale publieke loontrekkende dienstverlening naar de overheidsbesturen in strikte zin gaat, 3/4 gaat naar maatschappelijke, medische, sociale en economische dienstverlening onder z'n meest diverse vormen. Onder het mom van de sanering van het overheidsbestuur beoogt de marktsector en haar exponenten vooral deze 3/4 publieke dienstverlening aan de bevolking te destabiliseren en open te breken voor concurrentie, winstoogmerk en onafwendbare afbouw. De FinanciŽle crisis is mede te verklaren door de volledige afbouw van de Overheidscontrole en het  ten onrechte negatief ingekleurde 'overheidsinmengingen'. In BelgiŽ waren nog amper 2.797 personen actief en dan nog buiten het beschermde openbare statuut, om de Bank- en financiŽle sector in het oog te houden (zie tabel hierboven). 

Publieke dienstverlening in % op publieke tewerkstelling - 06/2007 in BelgiŽ - Bron: RSZ, RSZ-PPO, RSVZ

 

Nace

Loontrekkende tewerkstelling

Zelfstandig

Algemeen

 

sectie

RSZ

RSZ-PPO

Totaal RSZ

in hoofd-

Totaal

 

 

 

 

 + RSZ-PPO

beroep

 

1. Tewerkstelling

 

 

 

 

 

 

   1. Publieke dienstverlening

 

 

 

 

 

 

      1. Publieke dienst buiten OESO-def.

 

 

 

 

 

 

          Energie/Water

E

0,3%

1,8%

0,6%

0,0%

0,6%

          Vervoer en ondersteuning vervoer

I

5,1%

0,8%

4,1%

0,0%

3,9%

          Post en telecommunicatie

I

4,6%

0,2%

3,6%

0,0%

3,4%

          FinanciŽle instellingen

J

0,2%

0,0%

0,2%

0,0%

0,2%

          Diensten aan ondernemingen

K

1,4%

0,0%

1,1%

0,0%

1,0%

          Extraterritoriale diensten

Q

0,2%

0,0%

0,2%

0,0%

0,1%

          Andere

CDGZ

0,1%

0,1%

0,1%

0,0%

0,1%

         Totaal buiten OESO-definitie

 

11,9%

3,0%

9,9%

0,0%

9,3%

     2. Publieke dienst binnen OESO-def.

 

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

         Openbaar bestuur

L

18,3%

49,7%

25,3%

0,4%

23,7%

         Onderwijs

M

29,2%

3,9%

23,5%

3,2%

22,2%

         Gezondheid/maatsch. dienst

N

31,3%

36,2%

32,4%

44,7%

33,2%

         Gemeensch./Cult./Pers. dienst

O

9,3%

7,2%

8,9%

51,7%

11,6%

         Totaal publiek binnen OESO-def.

 

88,1%

97,0%

90,1%

100,0%

90,7%

      Totaal publieke dienstverlening

 

100,0%

100,0%

100,0%

100,0%

100,0%

  2. Andere private tewerkstelling

 

 

 

 

 

 

  Totaal tewerkstelling

 

 

 

 

 

 

   
42,1% van de loontrekkende tewerkstelling en 16,1% van de zelfstandigen is publieke dienstverlening

100%
van de RSZ-PPO tewerkstelling is publieke dienstverlening en 36,1% van de RSZ-tewerkstelling. Samen met de 16,1% zelfstandigen die ondermeer met RIZIV-betoelaging (gezondheidszorg) in de publieke dienstverlening werken is 38,1% van de werkende bevolking actief voor publieke dienstverlening.

Publieke dienstverlening in % op tewerkstelling - 06/2007 in BelgiŽ - Bron: RSZ, RSZ-PPO, RSVZ

 

Nace

Loontrekkende tewerkstelling

Zelfstandig

Algemeen

 

sectie

RSZ

RSZ-PPO

Totaal RSZ

in hoofd-

Totaal

 

 

 

 

 + RSZ-PPO

beroep

 

1. Tewerkstelling

 

 

 

 

 

 

   1. Publieke dienstverlening

 

 

 

 

 

 

      1. Publieke dienst buiten OESO-def.

 

 

 

 

 

 

          Energie/Water

E

0,1%

1,8%

0,3%

 

0,2%

          Vervoer en ondersteuning vervoer

I

1,8%

0,8%

1,7%

 

1,5%

          Post en telecommunicatie

I

1,7%

0,2%

1,5%

 

1,3%

          FinanciŽle instellingen

J

0,1%

 

0,1%

 

0,1%

          Diensten aan ondernemingen

K

0,5%

 

0,5%

 

0,4%

          Extraterritoriale diensten

Q

0,1%

 

0,1%

 

0,1%

          Andere

CDGZ

0,0%

0,1%

0,0%

 

0,0%

         Totaal buiten OESO-definitie

 

4,3%

3,0%

4,2%

 

3,5%

     2. Publieke dienst binnen OESO-def.

 

0,0%

0,0%

0,0%

 

0,0%

         Openbaar bestuur

L

6,6%

49,7%

10,7%

0,1%

9,0%

         Onderwijs

M

10,5%

3,9%

9,9%

0,5%

8,5%

         Gezondheid/maatsch. dienst

N

11,3%

36,2%

13,6%

7,2%

12,7%

         Gemeensch./Cult./Pers. dienst

O

3,4%

7,2%

3,7%

8,3%

4,4%

         Totaal publiek binnen OESO-def.

 

31,8%

97,0%

37,9%

16,1%

34,6%

      Totaal publieke dienstverlening

 

36,1%

100,0%

42,1%

16,1%

38,1%

  2. Andere private tewerkstelling

 

63,9%

0,0%

57,9%

83,9%

61,9%

  Totaal tewerkstelling

 

100,0%

100,0%

100,0%

100,0%

100,0%


Meer dan 1/3 van de werkzaamheidsgraad komt voort uit publieke dienstverlening
  
De publieke dienstverlening brengt 23,3% bij aan de werkzaamheidsgraad die in BelgiŽ 61,1% bedraagt in 2007.
Als de publieke dienstverlening berekend wordt als een % van de bevolking tussen 15 en 64 jaar (de beroepsactieve bevolking) dan wordt het % duidelijk dat bijdraagt aan de werkzaamheidsgraad in BelgiŽ. Van de 61,1% werkzaamheidsgraad is 23,3% publieke dienstverlening, het verschil, zijnde 37,8% komt voort uit andere economische activiteiten. 

Publieke dienstverlening in % op 15-64-jarigen - 06/2007 in BelgiŽ - Bron: RSZ, RSZ-PPO, RSVZ

 

Nace

Loontrekkende tewerkstelling

Zelfstandig

Algemeen

 

sectie

RSZ

RSZ-PPO

Totaal RSZ

in hoofd-

Totaal

 

 

 

 

 + RSZ-PPO

beroep

 

1. Tewerkstelling

 

 

 

 

 

 

   1. Publieke dienstverlening

 

 

 

 

 

 

      1. Publieke dienst buiten OESO-def.

 

 

 

 

 

 

          Energie/Water

E

0,0%

0,1%

0,1%

 

0,1%

          Vervoer en ondersteuning vervoer

I

0,9%

0,0%

0,9%

 

0,9%

          Post en telecommunicatie

I

0,8%

0,0%

0,8%

 

0,8%

          FinanciŽle instellingen

J

0,0%

0,0%

0,0%

 

0,0%

          Diensten aan ondernemingen

K

0,2%

0,0%

0,2%

 

0,2%

          Extraterritoriale diensten

Q

0,0%

0,0%

0,0%

 

0,0%

          Andere

CDGZ

0,0%

0,0%

0,0%

 

0,0%

         Totaal buiten OESO-definitie

 

2,0%

0,1%

2,2%

 

2,2%

     2. Publieke dienst binnen OESO-def.

 

0,0%

0,0%

0,0%

 

0,0%

         Openbaar bestuur

L

3,1%

2,4%

5,5%

0,0%

5,5%

         Onderwijs

M

4,9%

0,2%

5,1%

0,0%

5,2%

         Gezondheid/maatsch. dienst

N

5,3%

1,8%

7,1%

0,7%

7,7%

         Gemeensch./Cult./Pers. dienst

O

1,6%

0,4%

1,9%

0,8%

2,7%

         Totaal publiek binnen OESO-def.

 

14,9%

4,7%

19,7%

1,5%

21,2%

      Totaal publieke dienstverlening

 

16,9%

4,9%

21,8%

1,5%

23,3%

  2. Andere private tewerkstelling

 

30,0%

0,0%

30,0%

7,8%

37,8%

  Totaal tewerkstelling

 

46,9%

4,9%

51,8%

9,3%

61,1%

 

 

 

 

 

 

 

14,5% van de Belgische bevolking is actief in de publieke dienstverlening

Zoals Johan Albrecht terecht in z'n artikel voor Itinera beklemtoont wordt de publieke tewerkstelling best afgemeten aan het totaal aantal inwoners, en dit ondermeer om statistische redenen. Als men enkel het % berekent op het aantal werkenden krijgt men een scheeftrekking wanneer er een hoog aantal werklozen of niet-actieven is. Daarbij komt dat de 'publieke dienstverlening' best afgemeten wordt aan het totale publiek dat aanwezig is, nl de gehele bevolking. In BelgiŽ is 14,5% van de bevolking ingeschakeld in de publieke dienstverlening. 

Publieke dienstverlening in % op bevolking - 06/2007 in BelgiŽ - Bron: RSZ, RSZ-PPO, RSVZ

 

Nace

Loontrekkende tewerkstelling

Zelfstandig

Algemeen

 

sectie

RSZ

RSZ-PPO

Totaal RSZ

in hoofd-

Totaal

 

 

 

 

 + RSZ-PPO

beroep

 

1. Tewerkstelling

 

 

 

 

 

 

   1. Publieke dienstverlening

 

 

 

 

 

 

      1. Publieke dienst buiten OESO-def.

 

 

 

 

 

 

          Energie/Water

E

0,0%

0,1%

0,1%

0,0%

0,1%

          Vervoer en ondersteuning vervoer

I

0,6%

0,0%

0,6%

0,0%

0,6%

          Post en telecommunicatie

I

0,5%

0,0%

0,5%

0,0%

0,5%

          FinanciŽle instellingen

J

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

          Diensten aan ondernemingen

K

0,2%

0,0%

0,2%

0,0%

0,2%

          Extraterritoriale diensten

Q

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

          Andere

CDGZ

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

         Totaal buiten OESO-definitie

 

1,3%

0,1%

1,4%

0,0%

1,4%

     2. Publieke dienst binnen OESO-def.

 

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

         Openbaar bestuur

L

2,1%

1,6%

3,7%

0,0%

3,7%

         Onderwijs

M

3,3%

0,1%

3,4%

0,0%

3,4%

         Gezondheid/maatsch. dienst

N

3,5%

1,2%

4,7%

0,4%

5,1%

         Gemeensch./Cult./Pers. dienst

O

1,0%

0,2%

1,3%

0,5%

1,8%

         Totaal publiek binnen OESO-def.

 

9,9%

3,1%

13,0%

1,0%

14,0%

      Totaal publieke dienstverlening

 

11,2%

3,2%

14,5%

1,0%

15,4%

  2. Andere private tewerkstelling

A-K/P-Z

19,9%

0,0%

19,9%

5,2%

25,0%

  Totaal tewerkstelling

 

31,1%

3,2%

34,3%

6,2%

40,5%

 
Het ACV-rapport openbare diensten: Tewerkstelling in de Openbare Sector, een dynamisch gegeven
 
In het belangwekkende en doorwrochte ACV-rapport worden de openbare diensten beperkt tot de 'syndicale' aflijning, dwz de publieke geondheidszorg en welzijnszorg wordt meegeteld, de privatie ziekenhuizen, bejaardenhomens, gehandicaptenzorg enz met met meestal VZW-'s als initiatiefnemer worden in hun berekeningen niet meegeteld. Voor Europa, en de denktanken met bv Johan Albrecht in z'n nota, behoort uiteraard de gehele gezondsheids- en welzijnszorg tot de openbare/publieke dienstverlening. Voor Europa, en voor npdata, komen daar uiteraar
d ook de door het RIZIV en overheid betaalde zelfstandig uitegoefende gezondheidszorg bij. De vaststellingen en conclusies van de ACV-analyse zijn, wat het algemene overzicht betreft  wetenschappelijk correct en onderbouwd en een goed antwoord op de te pas en vooral te onpas geformuleerd bedenken die de vervanging van overheid door markt en het winstmotief in plaats van solidariteit voor ogen hebben. 

Door het afscheiden evenwel van de Publieke Gezondheidszorg van de Private in de NACE N-sectie kan de globale evolutie niet correct ingeschat worden. Het ACV openbare diensten stelt een vermindering  vast van de zorgsector, ondanks de Sociale Maribel. Dit is maar schijn omdat een goed aantal grotere gezondheidsinstellingen (ziekenhuizen) of werknemers zijn overgegaan van het publieke naar het private (VZW)statuut. Enkel een globaal beschouwen van de N-sectie (gezondheid en Welzijn) kan in evolutieperspectief een correcte beeld opleveren. De door hen vastgestelde "verdubbeling van de private-nonprofit" (syndikaal ondergracht bij BBTK en LBC-NVK, die spijtig genoeg niet betrokken werden in de opmaak van het rapport) heeft natuurlijk ook plaatsgevonden bij de "openbare 'non-profit". De publieke sector is altijd meegegaan in de Non-Profit-akkoorden, die mede of vooral door de private non-profit werd afgedwongen in de Wtte Woede van de laatste 20 jaar. De overgang van ziekenhuizen en bejaardenhomes van publiek- naar privaatinitiatief (cfr de verschillende fusies van openbare en private ziekenhuizen)  trekt het specifiek beeld voor beiden uiteraard scheef. Enkel de globale evolutie van de Non-Profitsectoren in hun geheel lever een werkelijk beeld op.

Het is evenwel toch eigenaardig dat het recente ACV-rapport over de openbare dienstverlening van 24/09/2008 weinig publieke aandacht gekregen heeft en geen belletje heeft doen rinkelen om het beeld te verruimen en verscherpen. Dat is wel gebeurd in de AD SEI persberichten waar in het Itinera-rapport van Johan Albrecht werd opgenomen zodat de indruk gewekt werd dat het om het 'officiŽle' uitgave, of minstens om een door de overheid gevalideerde uitgave ging.  Ten onrechte zoals uit deze nadere beschouwing en ondermeer ook uit de ACV-rapport blijkt.

En de dienstencheques, is dat geen 'publieke dienstverlening'?

In feite zijn de Dienstencheques, gezien vanuit hun quasi volledige financiering met RSZ- en belastingsgelden,  publieke dienstverlening en dienen in feite meegeteld te worden in het algemene overzicht. Met 66.075 jobs einde juni 2008 vormen zij 1,8% van de tewerkstelling in BelgiŽ en brengen zij het totaal % Publieke Dienstverlening op 43,9% van de loontrekkende tewerkstelling. Met de huidige steun aan de Banken en het financiewezen volgt de Belgische staat in feite het voorbeeld met de overheidssteun die zij al gegeven hadden aan het Belgische Kuis- en Strijkwezen voor de gezinnen. 

Op komst: Analyse per gewest, historische evolutie en vergelijking met OESO-landen

Omdat binnen het bestek van deze BuG  slechts een beperkt aantal facetten aan de orde konden komen wordt het deel over de Publieke Dienstverlening per gewest, de analyse van de Publieke Dienstverlening in BelgiŽ en per gewest tussen 1997 en 2007 en een vergelijking met de OESO-landen naar volgende BuG's verschoven.

Vooral de historische evolutie moet toelaten om de analyse en conclusie van Johan Albrecht onder het licht te houden: "De sector gezondheid en maatschappelijke dienstverlening is met een toename van de tewerkstelling van maar liefst 27.5% in zeven jaar tijd zonder meer de groeimotor achter de evolutie van de totale overheidstewerkstelling." Omdat hij in z'n evolutiebeschrijving maar van 2001 vertrekt valt een goed stuk van de Social Maribel tewerkstelling weg en is het stijgingspercentage in de Non-Profitsectoren groter dan hij berekent. Maar Abrecht stelt toch al volgende onrustwekkende vraag: "... Weinigen stellen zich de vraag tot welke maatschappelijke meerwaarde deze expansie heeft geleid. De levensverwachting en de sterftecijfers zijn niet bepaald spectaculair veranderd tussen 2001 en 2007... Is deze evolutie naar een toekomstbeeld van Ďverzorgers en verzorgdení echter duurzaam vanuit een budgettair oogpunt?" En hij suggereert dat een verdere keuze voor de uitbouw van Welzijn en Gezondheid onontkoombaar moet gebeuren door een (verdere) afbouw van het Overheidsbestuur, hetgeen maar een dwingend karakter zal krijgen door de belastingen te verminderen.  
 
De Witte Woede en haar vakbonden verwittigd en uitgedaagd
 
In z'n nota
Slank, zwaarlijvig of onbegrensd? Een analyse van de publieke tewerkstelling in BelgiŽ tussen 2001 en 2007 veegt Johan Albrecht 20 jaar syndicale actie en haar resultaat in uitbouw personeelsomkadering en redelijk betaalde tewerkstelling in de Gezondheids- en Welzijnssectoren te gemakkelijk van tafel. De Witte Woede en haar vakbonden zijn verwittigd en in feite uitgedaagd tot verder debat. Johan Albrecht heeft minstens de verdienste het debat te documenteren en inhoudelijk aan te gaan.

Jan Hertogen, socioloog