BuG 225 Ė Bericht uit het Gewisse Ė 20 mei 2014
  
BuG 225 on-line                           Printversie (10p)

Tabel: Arbeidsmarktbeleid in EU-landen 2003-2011

De Wevers onzin over werkloosheidsuitgaven in BelgiŽ
deze zouden 2x zo hoog zijn als bij de buurlanden, maar hij rekent
er de 2 mia Ä voor 140.000 dienstenchecquesjobs en alle subsidies
aan de werkgevers bij wanneer ze een werkloze in dienst nemen.

Wat uitkeringen aan de werklozen betreft (zonder eindeloopbaan)
wordt in BelgiŽ in % BNP minder uitgegeven dan in Nederland en
Frankrijk en het gemiddelde van de buurlanden met Duitsland erbij.
 

 
Merk de Belgische constante, in goede en kwade (econ.) tijden.
Mede dank zij de werkloosheidsuitkeringen wordt de koopkracht
structureel en op een hoog niveau gewaarborgd, het zorgt voor
het economisch draagvlak waarop de bedrijven kunnen groeien
Wie daaraan raakt kiest voor de destructie van de economie.
 
Tabel:
Arbeidsmarktbeleid in EU-landen 2003-2011

   
Vooraf 1: De zwanezang van Filip De Winter en Bart De Wever: FDW:
"Haal het geld waar het zit, bij Mohamed, Rachid en Samira, BelgiŽ heeft geen probleem met vergrijzing maar met verbruining" en BDW: "Die 'Walen' maar zonder 'PS' en tegen de Communisten (PTB-GO!)". Wie zich op racistische basis (FDW) en quasi racistische basis tegen andere bevolkingsgroepen keert (BDW) illustreert wat Arno in DM van 17/05/2014 ventileert: ďIk hoop dat ik mis ben, maar ik vrees dat we in de jaren dertig zijn beland. Van de man van wie ik de naam niet wil noemen, mag je dat niet zeggen, maar de gangbare retoriek liegt er niet om. Er is geen ideologische schaamte meer.Ē En ook nog: ďIk ben niet van jeugdsentiment hoor. Ik idealiseer het verleden niet, al is historisch inzicht wel een voorwaarde voor beschavingĒ. Voor wat achtergrond bij dit statement, zie "Vlaanderen nog ziek van nationaalsocialisme" en de conclusie van Koen Aerts (wanneer wordt die eens gevraagd voor een praatprogramma, er zijn er genoeg):
"Wat de N-VA en de nazaten van de collaborateurs wel gemeen hebben, is een zeker gevoel van revanchisme. De partij cultiveert de idee dat de Vlamingen onrecht werd Ė en nog steeds wordt Ė aangedaan ... De Vlaamse Beweging is van oordeel dat BelgiŽ bij haar in het krijt staat en dat gevoel van misnoegdheid is een belangrijke drijfveer voor het Vlaams-nationalisme

Vooraf 2: Rechts/Extreem rechts gaat ook Oost-Vlaanderen naar af: - 8,30% of  1 op 5 rechtse kiezers van 2010 stemmen volgens de peiling van DM/HLN/VTM in 2014 op andere partijen, in Antwerpen was dat 1 op 10, in West-Vlaanderen 1 op 8 en in Vlaams-Brabant 1 op 4.

Vergelijking Prov.Oost-Vlaand. 2010-2012-Peiling 2014
  Feder. Prov. Feder. Verschil  Verschil 
Provincie  2010 2012 2014 2014 2014
Oost-Vlaand.     DM/HLN tav 2012 tav 2010
Vlaams Belang 12,30% 9,29% 10,20% 0,91% -2,10%
N-VA 28,20% 26,11% 25,20% -0,91% -3,00%
LDD 3,20%       -3,20%
Rechts/Extr. Rts 43,70% 35,40% 35,40% 0,00% -8,30%
CD&V 15,40% 19,78% 14,20% -5,58% -1,20%
Open-Vld 17,40% 19,33% 18,10% -1,23% 0,70%
Sp.a 14,10% 12,70% 14,90% 2,20% 0,80%
Groen 7,40% 9,04% 9,50% 0,46% 2,10%
PVDA+ 1,30% 1,73% 4,90% 3,17% 3,60%
Andere 0,70% 2,02% 3,00% 0,98% 2,30%
Totaal 100% 100% 100%    

  
Zien of de uitslag van de peiling in Limburg de zaak van Rechts/Extreem rechts nog kan redden. Rechts/Extreem Rechts gaat zeker diep onder de 40% en misschien wel in de richting van 35%. Ook N-VA zal volgens de peiling misschien dichter bij 25% dan bij 30% eindigen. En dan kunnen de andere partijen aan het herstel van de democratie beginnen, met Groen in de regering en de PVDA+ als nieuwe zweeppartij. Oost-vlaanderen kan dan al een goed gemiddelde geven van de uitslag, enkel Groen en PVDA+ halen winst na 2010, Sp.a  herstelt van de kater van 2012, Open-Vld en de CD&V zien hun winst van 2012 wegsmelten en de CD&V zit hier in het verlies, maar dat zal ruim gecompenseerd worden in de andere provincies, en Limburg misschien, de oerkatholieke provincie van indertijd. Voor de analyse andere provincies zie DWM:
Antwerpen, West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant.

1. BelgiŽ aan de top van arbeidsmarktbeleid voor werklozen - De Wever begrijpt er geen snars van.

In Fact Check Werkloosheidsuitgaven over de vermeende dubbele uitgave aan werkloosheid heeft de equipe van De Vadder prima werk geleverd. A
ls we een vergelijking willen maken, zo stellen ze, bekijken we liever de netto-uitgaven van elk land, en nemen we in de andere landen ook de vervroegde uittrederegeling, sociale bijstand of leeflonen en vervroegde uittrederegeling wegens invaliditeit mee.

Het resultaat wijst dan uit dat BelgiŽ (maar) 1,4 keer zoveel uitgeeft als de buurlanden, in plaats van 1,8 keer (door De Wever voor het gemak afgerond op 2).. En in die 1,4 keer zitten dan nog alle activeringen, dwz dienstenchequestewerkstelling, subsidie aan de ondernemingen bij aanwerving werklozen, beroepsopleiding, subsidie voor door werklozen opgestarte ondernemingen, en dat alles kan men bezwaarlijk 'kosten van de werkloosheid' noemen behoudens als men van kwade wil is of er niets van snapt..
   


Met 1,38% op een totaal van 3,68% van het BNP in 2011 gaat meer dan 1/3 van de ' arbeidsmarktbestedingen voor werkloosheid', zoals de officiele titel luidt, naar rechtstreekse arbeidscreatie, dit in tegenstelling tot Frankrijk en Duitsland dat daarin onderinvesteert. Enkel Denemarken is BelgiŽ gevolgd in deze aanpak, zoals trouwens in vele andere maatregelen, Denemarken is de beste leerling van de Belgische klas, dat mag ook eens gezegd. En dat komt enkel in een tijdsoverzicht tot uitdrukking.

Dat zijn dus geen 'werkloosheidsuitgaven' maar tewerkstellingsuitgaven waarop sociale zekerheid en belastingen betaald worden, dus in feite nog eens voor inkomsten zorgt voor de sociale zekerheid. Maar door De Wever worden ze wel als 'kostprijs' voor werklozen meegeteld terwijl het in deze database gaat om arbeidsmarktbeleid.

2. Oorsprong en doel van deze vergelijkende uitgaven m.b.t. werkloosheid en tewerkstelling werklozen

Het is de Labour Market Policy (LPM) database waaruit de gegevens geput worden door De Wever om de werklozen zwart te maken en uit te dagen.

De opmaak van deze statistriek is vooral bedoeld om het arbeidsmarktbeleid tav werklozen in elk EU-land in beeld te brengen, onderscheiden volgens werkingskost, activering en uitkering. In "Labour Market Policy Database" 2001, een Rapport van het Steunpunt Werk en Vorming van 2002 wordt de opzet en uitwerking van deze database beschreven in het Nederlands.

De aandacht gaat dus vooral uit naar wat de verschillende landen doen voor de activitering van de werklozen, tewerkstellingsondersteunig en jobcreatie, met inbegrip van de beroepsopleiding enz. Door dit allemaal op een hoop te gooien en te doen alsof dat allemaal als uitkeringen in de zakken van de werklozen vloeit is onzin en bewuste misleiding. Wie als intellectueel, wetenschapper of politicus zich aan dit soort praatjes waagt moet zich vragen stellen  over z'n deontologie, zeker als het een onderdeel vormt om een rechtstreeks verdachtmaking tegen 500.000 werklozen te lanceren.

BelgiŽ excelleert

Wat BelgiŽ al jaren doet en waarin ze excelleert, ook in de rapporten van Europa, is juist de activering. Het is iets om fier op te zijn, BelgiŽ neemt 2x zo veel maatregelen als de buurlanden om werklozen aan werk te helpen ťn werk te creŽren, dat is pas Belgische inventiviteit. De werkloosheidsuitkeringen in functie van nieuwe tewerkstelling liggen daarbij lager dan de buurlanden. Maar dat interesseert de Wever niet, hij wil de werklozen, de niet-werkenden raken in hun inkomen en hen zo de basis ontnemen om zich naar tewerkstelling te oriŽnteren. Zie vorige BuG's met een Algemene analyse van de inkomens van de Belgen en Inkomens Belgen per gewest: N-VA verklaart de oorlog aan 3/4 van de bevolking in Vaanderen en de andere gewesten.

En Noels is de eerste om de Wever bij te springen, maar dan zonder ook maar een detail te geven op basis van een vage en niet gedocumenteerde Europese statistiek van 2008 waar geen touw aan vast te knopen is.

3. Publieke besteding aan het arbeidsmarktbeleid per actietype 2003-2011

In Fact check  heeft de De Vadder-equipe, hoe verdienstelijk ook, niet diep genoeg gegraven, noch naar de betekenis van deze statistiek, noch naar het detail van de verschilende uitgavenposten die eronder vallen, noch naar de evolutie in de tijd van 2003-2011.

Deze uiterst interessante Europese database is te exploreren op de Europese site Arbeidsmarktbeleid, of rechtstreeks in de tabel Bestedingen en actie in % BNP; goed naar de knoppen en selectiemogelijkheden klijken om alle onderdelen op te roepen.  Alle onderstaande tabellen en grafieken zijn geput uit deze database. Al deze gegevens zijn daarbij geintegreerd in een openplooibare exceltabel waarbij in de blz 'tabel' de acties en landen in alfabetische orde worden weergegeven en onder 'grafiek' in volgorde van besteding, mťt grafisch beeld, zie de tabel Arbeidsmarktbeleid in EU-landen 2003-2011.
 
4. Totale bestedingen arbeidsmarktbeleid in % BNP

BelgiŽ is het land met meest constante inspanning voor arbeidsmarktbeleid van werklozen, vooral omdat een aantal tewerkstellingsprojecten erin zitten, zoals de dienstencheques (140.000 werknemers/oud werklozen zoals men aanneemt).
 

 
BelgiŽ komt uit op 3,68% van het BNP, evenals Spanje (3,69%) en Denemarken(3,73%). Denemarken kan verrassend lijken maar bij verdere analyse blijkt dat Denemarken heel wat 'Belgishe maatregelen is gevolgd. Nederland (2,71%) zitt tussen BelgiŽ en Duitsland (1,81%) in en Frankrijk tussen Duitsland en Nederland. Maar BelgiŽ is, op de eindeloopbaanregeling gefinancierd door de werkloosheid na, een voorbeeld voor ieder land. En de eindeloopbaan is in feite ook arbeidsherverdelend, want zo is er werk vrijgekomen, in feite is dit ook een maatregel van arbeidscreatie voor werklozen.

Bij wijze van voorbeeld geven we hier ťťn tabel, voor de andere zie het bestand: Arbeidsmarktbeleid in EU-landen 2003-2011.

 

Arbeidsmarktbeleid werkloosheid Europese landen 2003-2011 - % BNP - Grafieken
  2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011
Totaal Besteding % BNP                  
                Denmark 4,39 4,34 3,77 3,23 2,66 2,41 3,20 3,65 3,73
                Spain   2,13 2,14 2,16 2,18 2,60 3,79 4,01 3,69
                Belgium   3,42 3,41 3,30 3,18 3,27 3,77 3,73 3,68
                Ireland   1,59 1,51 1,52 1,61 2,10 3,42 3,84 3,49
                Netherlands 3,41 3,45 3,27 2,86 2,47 2,32 2,87 2,94 2,71
                Finland 2,93 2,96 2,77 2,57 2,26 2,13 2,75 2,79 2,46
                France 2,79 2,68 2,49 2,32 2,18 2,03 2,43 2,59 2,34
                Austria 2,00 2,03 2,14 2,10 1,91 1,83 2,33 2,26 2,04
                Portugal 1,76 1,83 1,92 1,75 1,54 1,52 2,06 2,08 1,91
                Germany  3,48 3,42 3,00 2,61 2,03 1,91 2,53 2,27 1,81
                Italy   1,29 1,29 1,21 1,10 1,23 1,78 1,80 1,70
                Sweden 2,36 2,44 2,40 2,25 1,71 1,39 1,79 1,86 1,69
                Slovenia     0,68 0,65 0,50 0,45 0,96 1,19 1,23
                Luxembourg 0,97 1,05 1,10 1,02 0,93 0,96 1,36 1,27 1,15
                Cyprus       0,74 0,59 0,56 0,88 0,98 1,03
                Hungary   0,69 0,72 0,70 0,71 0,72 1,17 1,37 1,02
                Slovakia   0,50 0,60 0,66 0,59 0,69 0,93 0,94 0,79
                Poland     1,28 1,16 1,01 0,91 0,96 1,04 0,72
                Estonia 0,26 0,23 0,19 0,15 0,15 0,28 1,60 1,10 0,72
                Latvia 0,49 0,51 0,54 0,55 0,46 0,48 1,34 1,24 0,69
                Bulgaria   0,78 0,68 0,60 0,48 0,45 0,65 0,58 0,59
                Lithuania 0,35 0,30 0,34 0,39 0,41 0,39 0,91 0,79 0,56
                Czech Republic 0,48 0,48 0,47 0,47 0,45 0,42 0,71 0,70 0,56
                Malta       0,54 0,49 0,49 0,50 0,50 0,48
                Romania 0,67 0,63 0,54 0,42 0,34 0,27 0,45 0,60 0,30
                Greece   0,56 0,48 0,54 0,51 0,63 0,93 0,96  
                United Kingdom   0,64 0,61 0,51 0,47 0,51 0,70    
                Norway 1,66 1,61 1,58 1,07 0,96        

  
5. Het arbeidsmarktbeleid werkloosheid valt uiteen in drie grote stukken:

5.1. Werkingskosten
  


BelgiŽ geeft de helft minder uit aan werkingskosten dan Nederland en 70% minder dan Duitsland, terwijl hun 'productie' een goed stuk hoger ligt. BelgiŽ besteedt dus maximaal aan arbeidsmarktondersteuning werklozen met een zeer lage administratieve kost.

5.2. Activering - Totale uitgaven aan activering in % BNP
  


De activering valt uiteen in vijf gebieden: Beroepsopleiding, Ondersteuning aanwervingen, Jobsteun en inschakeling, Directe jobcreatie en Starttoelagen ondernemingen opgezet door werklozen.

5.2.1. Beroepsopleiding
  


Vooral Denemarken en ook Frankrijk en Duitsland steken er bovenuit wat beroepsopleiding betreft. BelgiŽ gaat met 0,15% van het BNP nog juist Nederland voor. Vraag is of Europa ook rekening houdt met enkele belangrijke segmenten van beroepsopleiding die in Vlaanderen onder 'Onderwijs' zijn geklasseerd, zoals de Basiseducatie en ook Samenlevingsopbouw in de socio-culturele sector?

5.2.2. Ondersteuning aanwervingen

Het is niet altijd duidelijk welke maatregelen of acties er onder elke categorie ingebracht worden. Het betreft hier ondermeer de dienstenchequesjobs goed voor in totaal 0,72% van het BNP of 2,5 mia Ä
   .


Denemarken volgt vanaf 2009 de Belgische weg terwijl Frankrijk en Duitsland duidelijk niets moeten hebben van deze rechtstreekse tewerkstellingsondersteuning.

5.2.3. Jobsteun en inschakeling

Denemarken en Nederland maken hiervan een prioriteit terwijl BelgiŽ samen met Frankrijk en Duitsland andere keuzen maken.


5.2.4. Directe jobreatie

Hieronder ressorteren de DAC (Franse gemeenschap) en de Gescostatuten. In Vlaanderen is het DAC statuut in 2000 volledig geÔntegreerd in de reguliere tewerkstelling en budgetten. Die zouden hier nog bij kunnen geteld worden.


 
Ook deze jobcreatie is een innovatie van BelgiŽ die voor vele mensen een  uitzicht heeft gegeven. Moest De Wever in z'n besparingsijver de dienstenchequestewerkstellling, de DAC en GESCO-tewerkstelling willen annuleren, dan zouden pas drama's gecreŽerd worden. Maar dat is uiteindelijk de finaliteit van z'n beleidsvisie, en deze van nogal wat andere partijen: geen overheidsinvesteringen in tewerkstelling en afbouw van de publieke dienstverlening, tot meerdere eer, glorie en geld voor de markt, de private ondernemingen en het private op winst gerichte initiatief.

5.2.5. Steun door werklozen opgestarte ondernemingen ondernemingen
 
BelgiŽ investeert hier minimaal, Duitsland, na een piek in 2005 geeft een zekere ondersteuning maar op een laag budgettair niveau, 0,07%.
 

  
5.3. Uitkeringen
 
Tenslote geeft de Europese database arbeidsmarktbeleid ook een overzicht van de 'Uitkeringen' de door De Wever gewraakte post, die voor BelgiŽ wel uit de hand moťt lopen gezien BelgiŽ het enige land is waar werkloosheidsuitkeringen niet beperkt zijn in tijd. Zelfs dat statement is onzin.
  
5.3.1. Werkloosheidsuitkeringen zonder vervroegde uittreding
  


Buiten Spanje dat 2,84% van haar BNP in 2011 aan werkloosheidsuitkeringen spendeert zit BelgiŽ met 1,38% op een relatief laag bestedingsniveau, samen met Denemarken en boven dit van Duitsland met 0,97% van het BNP.
 
Voor Spanje is dat het gevolg van een hoge werkloosheid, want de besteding op zich zegt niets over het aantal werklozen. Als we deze twee met elkaar verbinden, dwz het % van het BNP en het % werklozen in een land dank krijgen we een indicatie van uitgaven werkloosheideenheid, zodat per land kan vergeleken worden wat de uitgave is voor de gewone werkloosheidskeringen zonder vervroegde uittreding.
 
% werklozen 15-64 jaar op de bevolking 15-64 jaar (zie
Rapport OCDE-Activitť-2013)
 

  
Globaal zijn de uitkeringen en het aantal werklozen redelijk gelijklopend, zeker voor Spanje maar ook voor de andere landen alhoewel Duitsland opvalt door haar relatief hoog werkloosheids% dat evenwel in 2011 gelijk komt met dat van BelgiŽ
 
De toets die we wensten te doen, nl de uitkeringen per eenheid werkloze, in een vergelijkbare opzet voor alle landen laat zien dat de uitkeringen in Nederland per werkloze er over de ganse historische lijn boven uit steken, maar dit voor een erg beperklte groep werklozen (de anderen zitten op de Bijstand, iets wat De Wever ook graag in BelgiŽ wil zien) en dat in Spanje de laagste uitkering per eenheid werkloze gebeurt.
 

  
In BelgiŽ zijn de uitkeringen constant en eerder op een hoog niveau, zonder rekening te houden met de uitkeringen eindeloopbaan die in andere landen minder zijn uitgebouwd of onder andere noemers of titels zijn vervat.
 
Vraag is ook of de 'uitkeringen' voor tijdelijke werkloosheid hier in begrepen zijn, een stelsel waarin BelgiŽ ook weer excelleert. Maar dat zijn in feite geen 'uitkeringen' maar de betaling van de wedde voor niet-arbeid aan de werkgevers bij technische werkloosheid, en dit aan werknemers die nog onder contract staan. In feite is dit ook steun aan de ondernemingen. Toch eens navragen bij Eurostat wat er allemaal voor BelgiŽ juist in de verschillende categroiÍn zit. Of doet de Vadder dat eens?
 
5.3.2. Vervroegde uittreding

 
BelgiŽ geeft in 2011 0,71% van het BNP uit aan vervroegde uittreding: brugpensioenen vroeger en SWT, Stelsel Werkloosheid met bedrijfsToeslag nu, alsmede de uitdovende regeling ouder werknemers 50+.
In de meeste andere landen bestaan gelijklopende regelingen die onder andere noemers vallen. De factcheckers van Ivan De Vadder hebben een poging gedaan om deze boven water te halen, zie Fact Check Werkloosheidsuitgaven zodat de globale uitgaven van BelgiŽ 1,4 ipv  van 1,8 van deze van de buurlanden werden.
  


Maar zelfs in deze opzet zijn deze uitgaven tewerkstellingscreŽrend omdat ze een vervroegd uitgetreden werknemer op de werkvloer vergangen op kosten van de werkgever of de subsidierende overheid. Hieraan zou men gans de eindeloopbaanregeling in de Non-Profitsectoren kunnen toevoegen (650.000 werknemers in totaal) die op 45 jaar 12 bijkomende verlofdagen krijgen, op 50 jaar 24 en op 55 jaar 36, verlofdagen die allemaal gefinancierd worden en op de werkvloer  vervangen.

Het getuigt van politieke achterlijkheid om de vervroegde uittrede als een probleem te zien, eerder dan als een arbeidsherverdelende maatregel die de gezondheid van de vervoegde uittreder ten goede komt en die een job vrijmaakt voor wie in zijn plaats komt werken. Beiden worden verder uitbetaald, met alle afdrachten aan de sociale zekerheid en belastingen vandien en vooral ook met het intact houden van de noodzakelijke koopkracht nodig voor de groei van de economie.

Besluit

Het is betreurenswaardig dat gestudeerde mensen, politici die eventueel verantwoordelijkheid zullen dragen in diverse beleidsniveau's, wetenschap en kennis van de complexe werkelijkheden onderschikken aan de agenda's van economische machtscentra om zich het weinige wat in de bevolking aan inkomen en vermogen is of wordt opgebouwd toe te eigen om hun eigen inkomen en vermogen nog te doen aangroeien.

Bestaat politiek er in zich op cijfers te beroepen om de eigen visie op de werkelijkheid mee in te kleuren, niet om er op in te haken en een beleid te voeren in dienst van de bevolking, maar om er op in te hakken tegen het belang van de bevolking in. Of zoals Nigel Williams het kernachtig verwoordt:
"Als alles enkel in functie van die 'economie' moet draaien zonder sociale invulling, welk nut heeft het dan?"

BuG 225 on-line                           Printversie (10p)

Tabel: Arbeidsmarktbeleid in EU-landen 2003-2011

  
Jan Hertogen, socioloog
www.npdata.be
0487 355 552

Wie geen berichten meer wenst te ontvangen, graag een RE met melding: uitschrijven aub