BuG 124 - Bericht uit het Gewisse 11-03-2010  Printversie (13p)

Werkzaamheidgraad stijgend bij ouderen, dalend bij jongeren
na telling werkenden RSZ, RSZ-PPO en RSVZ-hoofdbezigheid 2002-2009
 
De werkzaamheidgraad bij 55-59 jarige mannen stijgt van 53% naar 64%,
bij vrouwen van 29% naar 44%; bij 60-64 jarige mannen van 21% naar 27%
en bij vrouwen van 8% naar 15%. Bij 50-54 jarigen (M+V) van 61% naar 72%
Bij jongeren daarentegen is er vooral bij mannen een dramatische daling:
bij 20-21 jarige mannen van 40% naar 34%, vrouwen van 32% naar 25%,
bij 22-24 jarige mannen van 90% naar 81%, vrouwen van 81% naar 74%,
Verschillende onafhankelijke of samenhangende factoren spelen mee:
Bij mannen is de laatste Ďoorlogsgeneratieí naar 65+ doorgeschoven,
doorgroei vrouwen levert sterk surplus voor werkzaamheid ouderen,
en de verschuiving pensioenleeftijd vrouwen tot 65 jaar op 01/01/2009.
Moeten de onheilsprofeten van de werkzaamheid oudere bevolking
zich niet omvormen tot heilsprofeten voor de werkzaamheid jongeren?


Maar eerst een nieuwe rubriek:  Niet Terzake

over Monica De Coninck, FOS en 'tekort' aan verpleegkundigen, rokersdoden, criminaliteit
in Brussel, Albanese gevangenen, zelfdoding Indymedia.be, werkloosheid centrumsteden,
0,3% zwartrijders bij De Lijn gepakt, halvering Witte Woede, VOK en dienstencheques,
Raad van State, VOK en hoofddoeken, Phara, Bourgeois en de aankomende babyboom.
 

Moeder Theresa van Antwerpen bekommerd om Spaanse en Nederlandse Marokkanen

In haar interview op Kanaal Z van enkele weken geleden sloeg Monica De Coninck Guy Polspoel met verstomming door te wijzen op de massa Hollandse Marokkanen die naar Antwerpen afzakken om daar aan voor hen betere voorwaarden in het huwelijk te treden, gezien zij in Nederland 1.400 Ä aan maandelijks inkomen moeten bewijzen en in Antwerpen maar 1.000 Ä. Ze komen hier enige tijd werken en vallen dan terug op de werkloosheid. De gedetailleerde werklooosheidsstatistieken naar origine en nationaliteit van de VDAB kunnen dit dus vlug duidelijk maken, zie Marokkaanse origine naar nationaliteit. Op 1 januari 2010 waren er van de 14.077 werklozen  van Marokkaanse afkomst in Vlaanderen welgeteld 149 Marokkanen met de Nederlands Marokkaanse nationaliteit. Die zullen dan wel allemaal in Antwerpen wonen, denk je dan. Welgeteld 27 werklozen van de 6.231 werklozen van Marokkaanse afkomst in Antwerpen zijn Nederlandse Marokkanen, een stijging met 8 eenheden vergeleken met een jaar voordien. Niet dat werkloosheid geen probleem is, bijna de helft van de werklozen van Marokkaanse afkomst wonen in Antwerpen (6.231 van de 14.077), de verhaaltjes die Monica De Coninck er telkens rond breit mogen wel eens de vraag doen stellen waarom iemand in haar functie van ambtenaar (want voorzitter van het OCMW) voortdurend politieke uitspraken doet. Ook de 'toevloed' van Spaanse Marokkanen van enkele maanden geleden ligt nog vers in het geheugen: er waren 35 Spaanse Marokkanen werkloos op 01/01/2010 in Antwerpen of 11 meer dan een jaar geleden, maar dat is niet ter zake, de moeder Theresa van Antwerpen mag haar ding overal kwijt.

Federatie Onafhankelijke Ouderenzorg (FOS) verklaart oorlog aan 'wetenschap'

"Ik heb me al tien jaar blauw geŽrgerd aan de studies van Jozef Pacolet en zijn onderzoeksteam" zo verklaart Kurt Stabel (van de mond op mond reclame, want personeelsadvertenties plaatsen dat is aan hem niet verkocht), voorzitter van de Federatie Onafhankelijke Ouderenzorg, een lobbyorganisatie van de commerciŽle ouderenzorg in Vlaanderen, in DS van 05-03-2010. Want uit een 'studie' in opdracht van Docendo zou blijken dat er een groot tekort is aan verpleegkundigen is in de bejaardenhomes. Wat moeten wij ons daar bij voorstellen: Docendo is een commercieel studie/vormingscentrum dat opdracht gegeven heeft voor een 'studie' aan Ablecare, -Rapport Ablecare 2010 (pdf) -een commercieel eenmansonderzoeksinstituut dat een open bevraging heeft georganiseerd bij vzw's, publieke en commerciŽle homes hetgeen een representatief beeld zou geven van het zorglandschap. Het rapport kwam pas op 11 maart 2010 vrij, een week nadat de pers ruim geÔnformeerd was, en een dag na opmaak van deze BuG. In feite gaat het onderzoek over personeelsbeleid dat er niet in slaagt, of niet de middelen krijgt om adequaat antwoord te bieden op de zorgvragen of de wensen van de personeelsleden. De minachting voor het verpleegkundig beroep is niet ver weg bij vragen als:"kan je verpleegkundigen die niet voldoen nog vervangen". En als het zo is dat er geen verpleegkundigen te vinden zijn zou de erkenning van al deze instellingen dan niet allang ingetrokken zijn, of ligt het probleem erin dat de 'slechte' verpleegkundigen niet kunnen ontslagen worden? Zoals nogal eens organiseren de directies daarbij zelf het tekort door een onaangepast personeelsbeleid zoals blijkt uit het standpunt van dezelfde Kurt Stabel in Weliswaar nr 78, van 11-12/2007: ďVerpleegkundigen worden steeds maar veeleisender, en dat maakt het er zeker niet makkelijker op. Natuurlijk snap ik dat ze naast het werk nog een gezinsleven willen. Daarom werven we alleen nog halftijdse krachten aan.Ē Dat is echt geen goed mond op mond reclame.

Aantrek verpleegstudenten in 2010 maximaal op alle fronten: Het absoluut record eerstejaars verpleegkundigen, zowel Bachelor als Gediplomeerde Verpleegkundigen is in het schooljaar 2009-2010 weer gebroken. In 2008-2009 zijn er geen 3.000 eerstejaars in Vlaanderen, zoals  directeur van het FOS, Luc Griep in Job@ van 06/03/2010, verklaart maar 5.073, zie overzicht verpleegstudenten Vlaanderen 1980-2009. Als men, zoals de FOS, het aantal eerstejaars met bijna de helft onderschat dat doemt natuurlijk het tekortspook levensgroot op, zeker voor kleinere commerciŽle instellingen als ze nog winsten willen uitkeren aan hun aandeelhouders of vennoten, winst die geŽnt is op het werk van de verpleegkundigen die ze misschien daarom alleen al niet vinden. En we zullen het tekort nooit meer kunnen inhalen zo oreert Kurt Stabel verder. Tegenover vorig schooljaar is het aantal 1stejaars gediplomeerde verpleegkundigen in 2009-2010 gestegen met 17,5% tot 2.024. Zie eerste cijfers schooljaar 2009-2010. En in 2009 studeerden in Vlaanderen alleen al het recordaantal van 3.360 verpleegkundigen af. En met de loononderhandelingen in de Non-Profit in zicht wordt het tekortdiscours altijd aangeheven om specifieke voordelen voor verpleegkundigen te bekomen, iets waarvoor Onkelinx (en de beroepsorganisaties verpleegkundigen) graag een lans breken nadat hun pogingen om de gediplomeerd verpleegkundige te degraderen en af te schaffen als toegangspoort tot het verpleegkundig beroep, voor de zoveelste maal gefaald heeft.  Niet ter zake, maar wie meer wil weten kan de PPT "Geen zorgen om zorgwerkers" er nog eens op naslaan. Maar die is allicht niet ter zake.

Update.
In Ook getest op mensen van 10/03/2010 werden terecht een aantal vragen gesteld m.b.t. depressie bij ouderen, antidepressiva en zorgomkadering: Is het een kwestie van:
1)
Onvoldoende kennis van het probleem bij het personeel
2)
Onvoldoende omkadering (betoelaagde norm) om de nodige zorg te geven (en tijd te hebben voor een praatje),
3)
Voldoende omkadering (betoelaagde norm) maar onvoldoende interesse bij verpleegkundigen en verzorgenden  om de job te doen,
4)
Voldoende omkadering (betoelaagde norm) maar geen aanbod van personeel, in casu verpleegkundigen, wegens 'tekort'.

FOS, Docendo, Ablecare en hun belanghebbende vennoten en aandeelhouders spreken enkel over het 4de element terwijl het wellicht eerder punt 2 is, onvoldoende betoelaagde omkadering/norm dat aan de orde is. Of eventueel geen optimale aanwending van de middelen voor de zorg wegens winstoogmerk, of nog de onevenwichtige mix van verpleegkundig, verzorgende en logistiek werk/personeel, dwz een overkwalificatie van taakuitoefening waarbij hoger gekwalificeerden taken van lager gekwalificeerde doen of overnemen of er toezicht op willen uitoefenen, iets waarmee de verpleegkundigen zichzelf opgezadeld hebben tav de 'zorgkundigen' die daarmee een goed stuk van hun 'professionele autonomie' hebben ingeleverd zonder dat het ook maar iemand iets opbrengt, zelfs financieel niet voor de zorgkundigen.
 
Het echte "Fait divers": Jaarlijks 10.000 rokersdoden in BelgiŽ

 
Over de echt grote rampen (op Belgisch niveau) wordt niet geschreven, ze zijn maar een paar regels waard. De stijging van aantal dagelijkse rokers tot 32% is vooral slecht nieuws voor de 68% andere Belgen, de ongeborenen en de kinderen die bij deze rokers leven, maar dus ook voor deze deze 32% dwz 3,8 miljoen Belgen waarvan 10.000 een te vroege dood tegemoet gaan om nog te zwijgen van het het leed en en de kosten dat dit meebrengt. De kortzichtigheid van de Horeca die honderdduizenden uit hun doorrookte ruimtes sluit, is hier zeker een factor, maar vooral de politieke lafheid om de evidente stap naar een volledig rookverbod vanaf 01/01/2010 mag bij de huidige en komende generaties kwaad bloed zetten. Intussen krijgen HaÔti, Chili, de Opel- en Carrefour werknemers de aandacht die ze verdienen, maar de rokende en niet-rokende medemens mag zich bij duizenden opmaken voor een te vroege dood, gesmoord in de rook, dat is pas een ďfait diversĒ voor politiek en media, maar niet terzake. Behalve voor de longspecialisten van Limburg die heel terecht spreken over het 'massavernietigingswapen' dat zonder probleem in de winkelrekken mag blijven liggen, zie hun Opinie in DM 04/03/2010

Enkel in Brussel daalt de criminaliteit de eerste 9 maanden van 2009 met 12%, zelfs 4,6% minder dan in 2000.

Uit de recent gepubliceerde Criminaliteitsstatistiek federale politie blijkt voor het 3de trimester 2009 dat ook voor de 9 eerste maanden van 2009 de criminaliteit in het Brussels gewest gedaald is met 11,7%. Dat is lager dan de daling met 16, 6% in het eerste halfjaar, omdat het aantal misdrijven in het 3de trimester (juli, augustus, september) in Brussel gelijk gebleven is in 2009, dit in tegenstelling tot het arrondissement Antwerpen en Gent waar in het 3de kwartaal een stijging met  7,0 % is genoteerd in Antwerpen en +8,5% in Gent, zodat deze goed beveiligde grote Vlaamse steden de eerste 9 maanden afsluiten met een stijging van  5,2% in Antwerpen en 7,1% in Gent in vergelijking met  2008. In vergelijking met 2000 daalt de criminaliteit in Brussel nog met 4,6% in tegenstelling tot Antwerpen en Gent waar er in 2009 een stijging is met meer dan een kwart in vergelijking met 2000. Maar deze vaststelling is, zoals geweten (of gewenst), niet terzake. En Ukkel dan waar de burgemeester wanhopig verwees naar de daling met 20% van de criminaliteit in z'n gemeente, maar niet op kon tegen de absurde, amateuristische en volledig atypische overval bij een juwelier door twee wel opgevoede, gestudeerde, aan het werk zijnde Marokkaanse Brusselaars. Hoe komt de gedachte en de uitvoering aan een overval in een buurtwinkel bij deze gasten op, daar wat of wie werden ze ge- of omkaderd, in welk agenda speelden zij mee. En dat gisteren een belangrijke bende is opgerold is Brussel is (weer) te danken aan 'inside' informatie, dwz aan informatie waarmee de Brusselaars zelf een komaf willen maken met de (zware) criminaliteit door hun bewoners. niet ter zake?

% Albanese gevangenen op Albanese vreemdelingen gehalveerd door verdubbeling Albanese vreemdelingen op 3 jaar

Van de 97 Albanese vreemdelingen in de Belgische gevangenis in 2009 zullen er 30 hun boeltje kunnen/moeten pakken als het nieuwe Albanees/Belgische akkoord wordt toegepast, de vrucht van de recente Balkanreis van Leterme. Het aantal Albanese vreemdelingen in de Belgische gevangenis is nochtans op drie jaar tijd gedaald van 107 in 2005 tot 97 in 2009. In 2005 verbleven er  2.010 Albanezen in BelgiŽ en op drie jaar tijd zijn er 1.945 Albanese vreemdelingen in BelgiŽ bijgekomen. Intussen zijn er in dezelfde periode 923 Belg geworden zodat er op 01/01/2008 2.941 officiŽle Albanese vreemdelingen waren. Van de Belgische Albanezen waren er 12 terug te vinden in Kalachnikov handel die gedurende 2 jaar in Brussel vrije handelsruimte heeft gekregen onder Ďobservatieí van de politiediensten. Op de lijst met gevangenen en  vreemdelingen van alle nationaliteiten in 2005, 2008 en eind 2009, trekken de Algerijnen eind 2009 de kop met 5,6% gevangen op het totaal aantal Algerijnse vreemdelingen, de GeorgiŽrs volgen met 3,6%, de Kroaten met 3,2%, de Albanezen met 2,7% (de helft in vergelijking met de 5,7% van 2005), vooral omdat er zoveel Albanese vreemdelingen zijn bijgekomen, en vervolgens (waar blijven ze) de Marokkanen met 1.182, of 1,5% van de 79.897 nog als vreemdeling in BelgiŽ ingeschreven Marokkanen. Dat komt ongeveer overeen met het % Amerikanen dat in de USA in de gevangenis zit, is dat nu een troost of erg voor de Amerikanen?. Tabel met aantal Vreemdelingen en gevangenen 2005, 2008, eind 2009, Belgwordingen en aangroei vreemdelingen 2005-2008 voor alle 193 nationaliteiten in BelgiŽ, uniek cijfermateriaal waar we later nog op terug komen, of niet terzake (behalve voor de 'rechtsen'?). Wel terzake is natuurlijk het uiterst uiterst interessant en altijd goed bijgehouden overzicht van gevangenen en gevangenissen in de ganse wereld door het Kings College Londen met een simpele maar prachtige interface.

http://www.kcl.ac.uk/depsta/law/research/icps/worldbrief/

Indymedia BelgiŽ begraaft zichzelf vanaf 1 maart 2010

Het enige vrije medium in BelgiŽ heeft zichzelf op 1 maart 2010 ten grave gedragen, weliswaar verrezen als nieuwsforum van, voor en mede onder controle van het middenveld, zie www.dewereldmorgen.be maar zonder traan te laten over het verdwijnen van de naam en functie Indymedia.be dat enkel nog als archief zal voortleven zoals men in onderaardse grotten een doorsnede van de Ďbeschavingí begraaft, of in de ruimte zend, voor als er echt iets gebeurt met deze aarde. Nostalgie is een slechte raadgever maar ook een gevoel dat je met het onvatbare doet leven, maar dat is evident niet terzake.

Werkloosheid jonge laaggeschoolde allochtonen in centrumsteden stijgt niet sneller dan bij autochtonen

En hoe zou het in de centrumsteden zijn met de jonge laaggeschoolde allochtonen die tussen 2005 en 2007 hun werkloosheid met 1/3 zagen afnemen en in sommige steden met de helft. Het Centrum voor Ethnische Minderheden en Kifkif waren in mei 2009 terecht pessimistisch wat de gehele groep allochtonen betrof, zonder specifiek de jongere laaggeschoolde allochtonen in het algemeen of uit de centrumsteden onder de loupe te nemen. Dat allochtonen meer dan autochtonen werkloos zijn of worden staat buiten kijf, maar zou dat ook het geval zijn in steden die gedurende twee jaar tussen 2005 en 2007 forse inspanningen voor hun tewerkstelling geleverd hebben, behalve in Oostende dan, waar een sms-je voldoende was om hen uit de werkloosheidtelling te tillen? Worden de jonge, laaggeschoolde allochtonen in de centrumsteden (en erbuiten) vlugger werkloos dan de autochtonen? Welnu, de groei van de werkloosheid bij jongere laaggeschoolde allochtonen uit de centrumsteden gaat gelijk op met deze van de autochtonen. Als vergeleken wordt met de situatie voor de crisis (eind 2007) dan  speelt er zelfs nog een voordeel voor de allochtonen en komt zelfs Limburg er minder bekaaid van af. En Antwerpen doet het zondermeer goed in deze vergelijking autochtonen allochtonen. De vergelijking kan gebeuren op 4 tijdstippen: tussen 31/12/2005 en 31/12/2007 (impact van het jongerenbanenplan, oude telmethode origine VDAB), en 01/01/2007 en 01/01/2008 het 2de jaar van het jongerenbanenplan voor de crisis, (nieuwe telmethode origine VDAB), tussen 01/01/2008 en 01/01/2010 (de periode van crisis) en tussen 01/01/2007 en 01/01/2010 (halfweg banenplan en de crisis), hetgeen het interessantste en meest realistische beeld geeft. Ook al treft de crisis iedereen en ook de jongeren, hoe jonger en laaggeschoolder hoe gelijker de groei van werkloosheid van autochtonen en allochtonen. En het moet iedereen opvallen dat vooral de vrouwen crisisbestendiger zijn dan de mannen, over alle leeftijden en voor alle groepen. Wie het allemaal zelf wil berekenen en exploreren kan dit zelf gaan vaststellen op Arvastat, de gegevensbank van de VDAB, maar gezien het uiterst beperkt gebruik dat (politiek en  journalistiek) van dit zeer toegankelijk en uiterst interessante medium gemaakt wordt allicht niet terzake?

Slechts 0,3% van alle zwartrijden gedetecteerd door De Lijn in 2009

Wel terzake waren de nauwkeurige berichten over aantal daden van agressie op de Lijn, de NMBS en de MIVB, het Brussels openbaar vervoer waar de agressie tegenover 2008 gedaald was, dit iin tegenstelling tot de Vlaamse Lijn en de NMBS. Op De Lijn was het zwartrijden daarentegen wťl dalend, ondermeer een effect van het verplicht vooraan instappen. Op 1,3 miljoen controles werden 40.000 zwartrijders aangetroffen door 300  controleurs, die allicht twee per twee functioneren. Op 250 werkdagen isdat 40.000/(250x150) = 1,07 gedetecteerde zwartrijder per dag per controleploeg van 2. De kans om voorwerp van een controle te zijn is dus 1,3 miljoen op 504 miljoen ritten = 1 op 300. De kans om bij controle gedetecteerd te worden als zwartrijder is 40.000/1,3miljoen =  3% of 1 op 30 wat uitzonderlijk hoog is. Op elke 30 reizigers is er 1 zwartrijder, voor een gans jaar zijn dat 15 miljoen zwarte ritten waarvan er 40.000 gedetecteerd werden. Met de controles van 300 inspecteurs wordt slechts 0,3% van het zwartrijden gedetecteerd en bestraft, dwz 99,7% van alle zwartrijden blijft gewoon bestaan. Zulk een situatie heeft ook te maken met ethiek, solidariteit, burgerzin en allicht ook een verdere prijspolitiek, dus toch maar verder investeren in initiatieven aan de basis zoals Respect op de Lijn, maar is dat wel ter zake?

Witte Woede halveert ten onrechte het aantal werknemers in de Non-Profitsectoren van 626.969 tot 300.000.

De macht van de vakbonden en van een sector is recht evenredig met haar aantal. In het eisenprogramma van de Witte Woede en nu ook in Marianne (bijlage van Solidair), waar Tine Van Rompay spreekt over 300.000 werknemers in de Non-Profit "zowel die van de openbare sector als de publieke sector" daar kan dus geen misverstand over bestaan. Waarom worden niet alle 626.969 werknemers in gezondheidszorg, welzijnszorg en cultuur vernoemen, want zoveel zijn het er wel echt. Tabel Tewerkstelling 1997-2008 Welzijn en Gezondheid (tabellen kunnen open geplooid worden voor meer detail en historiek) laat exact 533.694 zien in Welzijn en gezondheiszorg in 2008 (volledig detail in tabel) en in de Tabel alle Sectoren vindt men 46.931 werknemers terug in de Culturele sector, en in Tabel Andere diensten  het Verenigingsleven met 49.389 werknemers (en daar kan men er eventueel nog wat van laten wegvallen, bv het religieus personeel of medewerkers van 'politiek' vormingscentra). In totaal omvat de Non-Profit dus, 533.694 + 46.931+ 49.389 = 629.969 werknemers. En wie zou twijfelen, wat begrijpelijk is bij zulk een auto-reductie van het eigen potentieel, kan eens gaan kijken naar de tabel
evolutie arbeidsplaatsen volgens Paritair comitť op de RSZ-site on linestatistiek, in het linkermenu, waarin de 'Social Pofit' is samengebracht met 443.827  werknemers, alleen al in de private sector. Hoe kan men geloofwaardig budgettaire inschattingen maken als men niet van de gekende en voor iedereen toegankelijke personele aantallen vertrekt? Of is dat niet ter zake?
 
Vrouwen Overleg Komitee is fel over de Dienstencheques

Het Vlaamse dipje in de aankoop dienstencheques van december 2009 is maar een kleine uitschuiver geweest, er waren toen voor het eerst minder nieuwe gebruikers dan gebruikers die de laatste 12 maand geen cheques meer gekocht hebben. In januari zijn er weer 7.932 nieuwe gebruikers, 2.183 die de laatste maand geen cheques gekocht hebben zodat er 5.754 bijkomende gebruikkers zijn. Uitgebreid detail van alle cijfers over dienstencheques met berekening budgettaire impact voor 2010, voortgaande op dze eerste maand van 2010 is terug te vinden in de Technische fiche dienstencheques januari 2010, die voor de rest niet ter zake doet. Wel het standpunt van het V.O.K., het Vrouwenoverlegkomitee, dat naar aanleiding van de vrouwendag hier eventjes in het licht mag gesteld, of is dit ook niet ter zake?
Standpunt Els Flour van het VOK waarvan een kort uittreksel: "Allereerst moeten ondernemingen in het systeem strengere erkenningsvoorwaarden opgelegd krijgen. Desnoods blijven alleen de non-profit en de sociale economie in het stelsel actief...Het VOK vindt het overigens ongehoord dat kostbare overheidsmiddelen uit de sociale zekerheid wegvloeien naar winst voor privťbedrijven. Ten tweede kant het VOK zich tegen elke uitbreiding van het stelsel en meer bepaald tegen de experimenten met dienstencheques in de kinderopvang. Zorg is in de eerste plaats een maatschappelijke opdracht die best niet wordt toevertrouwd aan de markt. Ten derde dient de prijs van de dienstencheques afhankelijk te zijn van het inkomen van de gebruiker (met een plafond om te verhinderen dat er terug wordt overgeschakeld op zwartwerk), en dat houdt een verhoging in voor tweeverdieners. Het VOK hamert er ook op dat de toegang tot het stelsel gewaarborgd moet zijn voor wie het financieel minder breed heeft. Een systeem waarvoor iedereen betaalt, dient ook iedereen ten goede te komen. Want wie poetst het huis van de poetsvrouw?". Of is ook het VOK niet ter zake?
 
Maakt de Raad van State zich op voor een herstel grondwettelijke vrijheden?
 
De auditeur van de Raad van state vind een prejudicieel advies nodig of een beslissing over het dragen van een hoofddoek niet door het parlement dient genomen en of daarbij de godsdienstvrijheid niet in het gedrang is; Hiermee knoopt de Raad van State aan bij haar vorig vonnis over het recht om een hoofddoek te dragen op alle plaatsen in de school voor de lerares die dit enkel binnen de klas mocht. Het dragen van een hoofddoek maakt deel uit van en is juist uitdrukking van het neutraliteitsbeginsel in het officiŽle onderwijs, zo vonniste de rechter. Nu is er dus het antwoord van de auditeur op de klacht van BOEH!, los van de klacht van drie leerlingen die door Vrije Keuze werd ingeleid en die nog verder behandeling moet krijgen. Maar ook in verband met de hoofddoek was het standpunt van het Nederlandstalige Vrouwen Overlegkomitee exemplarisch. In de Franstalige afdeling werd de hoofddoek uit de scholen gebannen (80% tegen 20% waaronder de Franstalige Kristelijke Arbeidersvrouwen) en dat was volgens hen een stap te ver. Langs Nederlandstalige zijde werd door het VOK een geargumenteerd antwoord gegeven op hun Franstalige collega's, zie VOK en de hoofddoek: "
Het VOK heeft zich van meet af aan verzet tegen elke vorm van dwang, zowel om de hoofddoek te dragen als om hem niet te dragen. Wij houden geen pleidooi voor het dragen van een hoofddoek, maar wel voor het recht van elke vrouw om zelf te beslissen al dan niet een hoofddoek (of ander religieus kenteken) te dragen. De neutraliteit waarmee geschermd wordt, moet gaan over de inrichting van de publieke ruimte of het functioneren, en niet over het uiterlijk van mensen...Dat 20% van de leden van de Franstalige Vrouwenraad zich tegen het verbod kant sterkt het VOK in zijn project om verder te werken aan een verbreding van het draagvlak binnen de traditionele vrouwenbeweging via blijvende dialoog en discussie. Het is ook ťťn van de uitdagingen voor de volgende Nationale Vrouwendag op 11 november, die opgevat wordt als een denkdag over en door de vrouwen- en feministische bewegingen anno 2010." Toch nog ter zake misschien.

En heeft dat niemand dat nu zien aankomen, vroeg Phara aan Minister Bourgeois op 8 maart 2010?

De kindjes worden toch twee jaar en half vroeger geboren voor ze naar de kleuterklas moeten, zo verduidelijkte ze nog. Jazeker zegt minister Bourgeois, maar het is geen capaciteitsprobleem riposteert Bourgeois, denkend aan het alsmaar dalend aantal 'echte' Vlamingen in Brussel. Maar dat is het nu juist wel wederspreekt Phara. Dat is waar ook, herpakt Bourgeois zich, denkend aan de boetegang die Pascal smet nu loopt om toch maar een antwoordt te vinden op het 'capaciteits'probleem waarin ook de 'allochtonen' of de 'onechte' Vlamingen een plaats moeten krijgen, en dat ook de CD&V met Bianca Debaets, voorzitster van de onderwijscommissie in de VGC (Vlaamse Gemeenschapscommissie in Brussel) hierin meegaat zal Chabert de haren ten berge doen rijzen. Op 20 maart 2007 hield de Vlaamse GemeenschapsCommisie (VGC) in Brussel haar jaarlijkse studiedag, en daar konden wij 4x mee een seminarie inleiden over de Demografische toestand en evolutie in Brussel, zie BuG 54  "De leeftijdsverdeling van de bevolking in Brussel  laat sinds 10 jaar een verhoging zien van de geboorten en/of migraties op zeer jonge leeftijd. Deze jonge generatie begint zich nu aan te bieden aan de schoolpoorten. De nieuwe kansen worden dus nu geboden en men dient er nu op in te gaan" Met die 'nieuwe kansen' bedoelden we de 'hervlaamsing' van Brussel door een verdubbeling op 10 jaar van de onderwijsinfrastructuur. en volgende grafiek kon toen al (en nu nog misschien) de geesten prikkelen:

Maar toen niet ter zake.

________________________________________________________________________________________________________________

Werkzaamheidgraad stijgend bij ouderen, dalend bij jongeren

  
Vooraf:
Voor het item werkzaamheid, eindeloopbaan, generatiepact 1 is zoveel materiaal beschikbaar dat het onmogelijk is om het in  kort bestek aan de orde te stellen. Onderstaande bijdrage is dan ook meer een exploratie dan een behandeling ten gronde, maar er wordt op terug gekomen.

Het magere dossier werkzaamheid


Waarom overheden, politici, beleidsmakers en het middenveld enkel voortgaan op de werkzaamheidsgraad zoals berekend op basis van de EnquÍte naar de Arbeidskrachten, is ons een raadsel. Deze uiterst waardevolle kwartaalenquÍte bij een 100.000 tal Belgen geeft op diverse terreinen onvervangbare informatie. Ze is daarbij een belangrijk element in de internationale vergelijking want het OESO en Eurostat organiseren deze enquete op gelijke wijze in 27 landen. Veel detail-informatie gaat evenwel verloren en er kan geen koppeling gemaakt worden met de rijke Belgische administratieve statistiek van RSZ, RSZPPO, RSVZ en de RVA, die toelaten veel meer in detail te treden om vooral ook na te gaan waar en bij wie en in welke sectoren en wanneer het 'verlies op de werkzaamheidgraad' gebeurt en waar er werkzaamheidwinst geweest is. Voor de overheidsinformatie en de resultaten van EAK-enqute, zie
Overzichten werkzaamheid- en andere graden werk.be waarvan we hier de algemene overzichtgrafiek overnemen:


Grafiek op basis van AEK, overgenomen van werk.be

Vooral de fluctuatie van de werkzaamheidgraad in Brussel geeft al aan dat deze gegevens gebaseerd zijn op een 'enquÍte' die bij opsplitsing naar kleinere omschrijvingen of categorieŽn inboet op nauwkeurigheid of zelfs niet kan gebruikt worden. Ook bij de relatief sterke terugval in de eerste 9 maanden van 2009 kan men zich vragen stellen, met ook hier een merkwaardige herneming van werkzaamheid in Brussel en WalloniŽ in het 3de trimester 2009.
 
Wie werkt en wie is werkloos volgens de EnquÍte naar de Arbeidskrachten?

De werkzaamheidgraad van een bevolking wordt door de EAK gemeten op basis van de vraag "hebt u minstens 1 uur gewerkt in de week van dan tot dan (de referentieweek)".Wie ja antwoord werkt en is dus 'werkzaam'. Om te bepalen of iemand werkloos is wordt voortgegaan op de vraag:  "Hebt u naar werk gezocht de voorbije maand, was je in de referentieweek niet werkend, en ben je binnen de 2 weken beschikbaar voor een werkgever" Wie op alle drie vragen ja antwoordt is werkloos en beschikbaar voor de arbeidsmarkt. De antwoorden van de respondenten worden dan uitvergroot naar de totale bevolking in BelgiŽ per leeftijdscategorie zodat ook met absolute aantallen kan gewerkt worden. En zo gebeurt het in elk land van de EU en de OESO. Voor de internationale vergelijking wordt de groep 15-64jarigen apart genomen.

BelgiŽ aan de staart omdat arbeidscontracten minimaal 12h per week, dienen te omvatten?

BelgiŽ komt er dus, volgens de topeconomen, de denktanken, de politici en wie het beter weet, niet zo best uit. Wat methodologie betreft en de plaats van BelgiŽ op de werkzaamheidschaal dient toch opgemerkt dat de bevraging voortgaat op 1uur werk per week of 4 uur per maand. Dat is ver af van de 12u 40' per week (1/3 van een voltijdse betrekking) die een arbeidscontract minimaal moet omvatten in BelgiŽ, voorwaarde die in andere landen niet altijd van toepassing is. In BelgiŽ zal men dus structureel minder mensen tegenkomen in de enquÍte die ja antwoorden op de vraag of zij minstens 1 uur gewerkt hebben per week omdat dit arbeidscontractueel niet kan. Als de vergelijking met Nederland gemaakt wordt met de werkzaamheidgraad in Nederland berekend voor arbeidscontracten vanaf 12 uur per week, dan scoort Nederland bv ook maar 66,7% werkzaamheidgraad, en dat maar enkele % verwijderd van de Belgische 61,5%, want in Nederland komt welgeteld 9% van de werkzaamheidgraad van arbeidscontracten van minder dan 12 uur per week, de zogenaamde 'hamburger'jobs, en dit speelt zich vooral in de jongere leeftijdscategorieŽn af, zodat Nederland kan pronken met een werkzaamheidgraad van 75,7%. Wie het zelf eens wil exploreren kan naar de Statline van de CBS, want ook voor deze berekening zijn we voortgegaan op de 'echte' gegevens en niet deze van het EAK-Nederland of de OESO. Maar goed, zaak is dat alle instellingen, studiediensten, onderzoekscentra, denktanken, professionals en BW's niet de moeite doen om de rijke Belgische gegevens over het detail van de werkzaamheidgraad en haar evolutie in de tijd grondig te onderzoeken en in beeld te brengen, na te gaan waar de 'fuiten' zitten, waar ze groeit en hoe dit komt. Er is telkens weer het reeds jaren afgezaagde liedje dat weerklinkt, boven de 55 jaar is de werkzaamheid maar 33%, dus moet het brugpensioen afgeschaft, de effectieve uitstapleeftijd verhoogd en voor wie het niet genoeg is de pensioenleeftijd verhoogd, en meteen ook maar de werkloosheid in duur beperkt, want uiteindelijk is het om dat laatste te doen, als de werkloosheidsrecht kan gefnuikt dan is het gedaan met Brugpensioen, oudere werkloosheid en als het even kan ook met LBO en Tijdskrediet. Zovele slagen in het water echter voor wie beter kan en moet weten, en zonder dossier geen beleid, ook al kan Yves De Smet zich over de afwezigheid van beleid nog ten zeerste over beklagen zoals in z'n editoriaal van 9/03/2010 in DM.
 
De onthutsende vaststelling van de enquÍte naar de Arbeidskrachten
 
De continue dalende werkzaamheid van de jongeren en de voortdurend stijgende werkzaamheid van de ouderen, zelfs in de de laatste twee crisisjaren dat is een toch wel een onthutsende vaststelling op basis van de door de overheid gepubliceerde en elk kwartaal geupdate cijfers, in dit geval voor het Vlaamse gewest, zie
Overzichten werkzaamheid waarvan we onderstaande grafiek betrekken. Het is dus niet zozeer de impact van de crisis die in het oog springt, maar wel de continue dalende werkzaamheidgraad van de jongeren - 25 jaar, daling van 33,2% in 2001 tot 29,1% in 2009, die daarbij nog eens de grootste klap van de crisis te verwerken krijgen. De werkzaamheidgraad van ouderen (+55 jarigen) daarentegen stijgt van 24,5% naar 35,0% in 2009, dus ook een stijging in 2009. De vraag die zich spontaan opdringt is of de groei van de werkzaamheidgraad bij ouderen, ten koste gaat van de werkzaamheid bij jongeren. Daar is niet eenvoudig op te antwoorden. Er spelen meerdere elementen mee: welk is de impact van de voortschrijdende vrouwelijke werkzaamheid, de verhoging van de pensioenleeftijd van de vrouwen die op 01/01/2009 op 65 gekomen is, de impact van de oorlogsgeneraties die in 2009 voor het eerst volledig uit het statistische beeld verdwijnen( geboorten 1946 zijn 65 geworden in 2009) en van de stijgende migratie die vooral jongere leeftijdsgroepen naar BelgiŽ brengt.

Werkzaamheidsgraad naar leeftijdsgroepen in het het Vlaams Gewest
Bron: FOD Economie Ė Algemene Directie Statistiek Ė EAK, Eurostat, LFS (bewerking Steunpunt WSE/Departement WSE)
Grafiek op basis van AEK, overgenomen van Ministerie van werk

Om een antwoord op deze vragen te geven moeten de leeftijdscategorieŽn kleiner worden en liefst per leeftijdsjaar bekeken. Maar voor de RSZ zijn de tewerkstellingsgegevens per leeftijdsjaar in tegenstelling tot RSZPPO, RSVZ en RVA  niet standaard beschikbaar, wie vraagt ze eens op, kostprijs 800Ä want gezien de privatisering van de dataverwerking die de overheid te betalen voor haar eigen dataverwerking. Tevens moet op alle niveaus het onderscheid mannen en vrouwen kunnen gemaakt worden voor elke leeftijdscategorie omdat de impact van het geslacht op de werkzaamheidgraad fundamentele verschillen laat zien.
 

De 'echte' werkzaamheidgraad op basis van de voor iedereen beschikbare statistieken van RSZ, RSZ-PPO en RSVZ

Het aantal werknemers op bepaalde datum, in dit geval 31/12 van elk jaar, is met het detail voor de leeftijdscategorieŽn en sectoren beschikbaar voor de RSZ - Loontrekkenden van 2005 tot 2009, de andere, gratis op te vragen jaren, vanaf 2002. Ook de RSZ-PPO (locale en provinciale overheidsbesturen) en RSVZ (voor zelfstandigen, waarvan enkele deze met hoofdbezigheid meegeteld worden) hebben de tewerkstellingsgegevens ter beschikking gesteld met detail voor leeftijd en geslacht. Het bevolkingsaantal tussen 15 en 64 jaar volgens leeftijdscategorie is ook beschikbaar zodat aantal werkenden binnen RSZ, RSZPPO en RSVZ kan samengeteld worden en als % uitgezet tegenover de overeenstemmende bevolking per leeftijdscategorie. Volledige bruggepensioneerden, loopbaanonderbrekers en werknemers in tijdskrediet zijn niet meer in de RSZ-statistiek opgenomen, de Tijdelijk werklozen wel. De voltijdse TBS55/57/58 (Ter Beschikking Gestelden in het onderwijs) staan nog op de payrol van het onderwijs. Voortgaande op de %ges van 2006-2008 werden ze van de werkenden afgetrokken. De Tijdelijk Werklozen worden wel meegeteld gezien hun arbeidscontract verder loopt en hun werkloosheid slechts tijdelijk is en gemiddeld 7 dagen per werknemer per maand, zij komen dus aan hun ťťn uur per week, willen we vergelijkbaar zijn met de EAK. Op 31/12 is het aantal tijdelijk werklozen overigens het laagst van het gehele jaar. Voor 2009 werden de RSZ-cijfers van het 1ste trimester geŽxtrapoleerd naar het gehele jaar, voor RSZPPO en de RSVZ werd de evolutie 2008 naar 2009 geŽxtrapoleerd. De cijfers voor 2009 zijn dus op jaarbasis na extrapolatie, maar van belang om de vergelijking met het equivalent in de werkloosheid te maken.

Werkzaamheidsgraad per leeftijdscategorie, totaal voor mannen en vrouwen

De gegevens uit de werkzaamheidenquÍte en onze telling van effectief werkenden geef een zelfde resultaat: (61,7% bij de EAK en 61,5% in onze berekening voor 2009). In onderstaande tabel worden de aantallen werkenden en de bevolking en de werkzaamheidsgraad in een tijdsreeks van 2002-2009 weergegeven voor de drie algemene leeftijdscategorieŽn, zodat voor wie wil, ze gemakkelijk kunnen vergeleken worden met de
EAK-gegevens zoals epubliceerd door het Steunpunt WES. Hier gaan we daar verder niet op in.
 

BelgiŽ: Werkenden, Bevolking en werkzaamheidgraad 15-64 jaar per categorie (RSZ, RSZPPO, RSVZ)

 

2002

2003

2004

2005

2006

2007

2008

2009

Werkenden

 

 

 

 

 

 

 

 

15-24

386.048

378.034

376.545

362.112

362.070

367.399

359.338

326.323

25-54

3.203.668

3.278.322

3.312.687

3.339.636

3.384.368

3.442.221

3.467.111

3.472.229

55-64

321.475

369.201

392.471

410.709

430.556

460.155

485.541

506.641

Totaal

3.911.191

4.025.556

4.081.703

4.112.457

4.176.994

4.269.774

4.311.990

4.305.193

Bevolking 15-64

 

 

 

 

 

 

 

 

15-24

1.120.787

1.124.492

1.125.893

1.135.875

1.148.579

1.162.486

1.172.923

1.180.258

25-54

4.437.640

4.436.246

4.436.535

4.453.082

4.470.519

4.487.762

4.486.262

4.491.714

55-64

1.102.675

1.126.593

1.139.846

1.183.409

1.225.692

1.266.092

1.295.849

1.323.335

Totaal

6.661.102

6.687.331

6.702.274

6.772.366

6.844.790

6.916.340

6.955.034

6.995.307

Werkzaamh.%

 

 

 

 

 

 

 

 

15-24

34,4%

33,6%

33,4%

31,9%

31,5%

31,6%

30,6%

27,6%

25-54

72,2%

73,9%

74,7%

75,0%

75,7%

76,7%

77,3%

77,3%

55-64

29,2%

32,8%

34,4%

34,7%

35,1%

36,3%

37,5%

38,3%

Totaal

58,7%

60,2%

60,9%

60,7%

61,0%

61,7%

62,0%

61,5%

   
 
Ook in de gepubliceerde Europese statistiek Leeftijd en werk kan men de gegevens van de EAK-enquete internationaal vergelijken. Duidelijk is dat Vlaanderen van alle gewesten het meeste achterop loop in de werkzaamheidsgraad voor 55+, zij scoren onder het Belgische gemiddelde, omdat de Vlaamse Ondernemers
en  werkgevers, meer dan hun Waalse en vooral Brusselse collega's, in grotere mate teruggegrepen hebben naar het Brugpensioen en Oudere Niet-Werkzoekendheid om hun werknemers vroegtijdig te dumpen. Maar op gewestelijk verschil gaan we ook hier niet verder in.

En waar gaat men nu best op voort? Internationaal op de EAK-gegevens, nationaal op de getelde gegevens, of men zou bv bij het verdelen van de mandaten en zetels na de verkiezingen zich gaan baseren op de 'exit-polls', of erger nog de peilingen en de uitslag met de getelde stemmen links laten liggen, daar zou toch iedereen tegen protesteren? En voor wie deze benadering niet ter zake vindt kan het hierbij houden en zich beperken tot de OESO en EAK gegevens. Maar het is misschien de moeite nog even verder mee te gaan.
 
Met de mannelijke werkzaamheidgraad van de ouderen gaat het goed
 
In onderstaande tabel wordt het overzicht gegeven van de mannelijke werkzaamheidgraad per leeftijdscategorie. Voor de onheilsprofeten van een zwakke werkzaamheidgraad bij de ouderen: niemand kan de ogen sluiten voor de drastische groei in alle oudere leeftijdscategorieŽn bij de mannen. Daartegenover staat het serieuze verlies in de leeftijdscategorie -25 jaar, juist bij deze jongeren die niet meer studeren, 20-21 jarige jongens zien hun werkzaamheidgraad dalen van 40% naar 34%, 22-24 jarigen van 90% naar 81%.

BelgiŽ - Mannen - Werkzaamheidsgraad 2002-2009 per leeftijdscategorie

Leeftijd

2002

2003

2004

2005

2006

2007

2008

2009

15-17

7%

7%

6%

5%

5%

5%

5%

3%

18-19

21%

21%

20%

18%

18%

19%

17%

14%

20-21

40%

39%

39%

38%

38%

39%

37%

34%

22-24

90%

89%

90%

90%

91%

92%

88%

81%

25-29

79%

78%

79%

79%

79%

80%

80%

79%

30-34

83%

83%

83%

83%

83%

83%

83%

83%

35-39

84%

84%

85%

84%

85%

85%

85%

84%

40-44

84%

84%

85%

85%

85%

85%

85%

84%

45-49

82%

83%

84%

83%

84%

84%

84%

84%

50-54

75%

77%

79%

79%

80%

80%

81%

80%

55-59

53%

56%

57%

58%

59%

61%

63%

64%

60-64

21%

24%

25%

26%

26%

27%

27%

27%

Totaal

67,3%

67,6%

68,1%

67,9%

68,0%

68,2%

68,0%

67,0%

50+

53,3%

55,6%

57,1%

58,4%

57,6%

58,4%

58,9%

58,9%

55+

39,3%

42,1%

43,8%

45,7%

44,5%

45,4%

46,2%

46,4%

15-19

12,8%

12,1%

11,5%

10,4%

10,4%

10,4%

9,8%

7,5%

20-24

65,2%

64,2%

64,8%

64,4%

64,7%

64,9%

62,4%

57,3%

-25

36,8%

35,8%

35,4%

31,6%

34,1%

34,1%

32,9%

29,6%

 
Het kan natuurlijk zijn dat er meer jongeren studies aangevat hebben, maar dat is niet het geval zoals blijkt uit deze samenvattende tabel waarin zowel werkenden, werklozen, studenten en andere niet(meer)actieve mannen worden samengebracht. De percentages worden berekend op de bevolking van 15-64 jaar, hetgeen dus zowel voor werkenden de werkzaamheidgraad, maar voor volledig werklozen en de anderen, het verlies aan werkzaamheidgraad in beeld brengt, of zo je wil, het potentieel dat er nog in verscholen ligt. om binnen de niet(meer)actieven de studenten af te bakenen is het % genomen zoals vastgesteld in de EAK.
 

Bevolking BelgiŽ Mannen naar statuut 2002-2009 (Bron RSZ, RSZPPO, RSVZ, RVA,EAK)

 

2002

2003

2004

2005

2006

2007

2008

2009

Niet (meer)actief

10,0%

9,2%

8,7%

9,1%

9,3%

9,7%

10,1%

10,4%

Student

11,3%

11,3%

11,3%

11,3%

11,4%

11,3%

11,6%

11,8%

Volledig werkloos

11,4%

11,9%

11,8%

11,7%

11,3%

10,7%

10,4%

10,8%

Werkend

67,3%

67,6%

68,1%

67,9%

68,0%

68,2%

68,0%

67,0%

Bevolking 15-64

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

 
Dat de mannelijke werkzaamheidgraad tussen 2002 en 2009 gelijk gebleven is komt dus uitsluitend voort uit de dalende werkzaamheidgraad van de jongeren, die even uitsluitend, gecompenseerd is geweest door een stijgende werkzaamheidgraad van de ouderen. Gezien de nieuwe baby- en jongerenboom, waar iedereen ineens zo fel over doet is de vraag aan de orde of de onheilsprofeten voor de ouderen geen heilsprofeten voor de jongere generaties moeten worden?

In onderstaande grafiek wordt de leeftijdsdynamiek van de werkzaamheidgraad tussen 2002 en 2009 van de mannen per leeftijdscategorie goed duidelijk: daling werkzaamheidgraad tot 25 jaar, alsmaar stijgende vanaf 40 jaar met een toppunt op 55-59 jaar.


Met de vrouwelijke werkzaamheidgraad gaat het best

De vrouwen zijn het laatste decennium de absolutie verliezers geweest, langs de verhoging van de noemer in hun pensioenberekening van 40 naar 45, het nog al eens verplicht deeltijds werk, de progressieve verhoging van hun pensioenleeftijd die op 1/01/2009 de 65 jaar bereikte en het opschuiven van de leeftijd voor het brugpensioen, juist nu de eerste grote vrouwengeneraties de brugpensioenleeftijd bereikten. Het Brugpensioen is altijd een mannenzaak geweest en zal het nog een tijdje blijven omdat de vrouwen het jaar na jaar voor zich uit zien schuiven. en de misogyne denktanken, Alexander Decroos en Marc De Vossen willen het nog verder wegduwen en in hoofdzaak voor de vrouwen uit de dienstensectoren bareren.
 

BelgiŽ - Vrouwen - Werkzaamheidsgraad 2002-2009 per leeftijdscategorie

 

2002

2003

2004

2005

2006

2007

2008

2009

15-17

6%

6%

6%

4%

4%

4%

4%

3%

18-19

17%

17%

17%

14%

14%

13%

13%

10%

20-21

32%

31%

31%

30%

29%

30%

29%

25%

22-24

81%

80%

81%

81%

81%

82%

81%

74%

25-29

70%

71%

72%

71%

71%

73%

73%

73%

30-34

68%

70%

70%

72%

72%

74%

74%

74%

35-39

67%

69%

69%

71%

72%

73%

74%

75%

40-44

65%

68%

70%

70%

71%

73%

74%

75%

45-49

59%

64%

66%

66%

67%

69%

71%

72%

50-54

47%

52%

55%

56%

57%

60%

62%

63%

55-59

29%

34%

36%

36%

37%

40%

42%

44%

60-64

8%

11%

12%

12%

13%

14%

14%

15%

Totaal

50,5%

53,2%

54,1%

54,1%

54,6%

55,8%

56,5%

56,6%

50+

29,7%

34,5%

36,2%

37,8%

37,5%

39,3%

40,9%

42,3%

55+

19,3%

23,7%

25,1%

27,2%

26,0%

27,5%

28,9%

30,3%

15-19

10,6%

10,4%

10,0%

8,2%

7,8%

7,5%

7,2%

5,9%

20-24

56,8%

56,1%

56,7%

56,0%

55,4%

56,0%

54,7%

49,5%

-25

32,0%

31,4%

31,5%

27,3%

28,9%

29,0%

28,4%

25,6%

 
In tegenstelling tot de mannen is de werkzaamheidgraad van de vrouwen fors gestegen. De winst van de globale werkzaamheidgraad is dan ook uitsluitend aan de vrouwen te danken. Maar ook hier is enige nuance op z'n plaats. De daling van de werkzaamheidgraad van de jongere vrouwen moest ook gecompenseerd worden door de oudere werkneemsters, die jaar na jaar naar hogere leeftijdscategorieŽn zijn doorgestroomd. De winst op de werkzaamheidgraad is aanzienlijk geweest, zonder dat dit afhankelijk was van een of andere beleidsmaatregel. De vrouwen, die het laatste decennium het meeste ingeleverd hebben op hun carriŤre, worden nu in de nieuwe aanspraak op 'maatregelen'  het sterkst geviseerd; Ook de relatief jonge sectoren van vrouwelijke tewerkstellingen moeten in de eerste plaats de rekeningen betalen voor het brugpensioen dat vooral voor de werkgevers van de industrie, de bouw en de diensten, zoals verder zal blijken, vuilbakken geweest zijn om hun ouder personeel te dumpen.
 

Bevolking BelgiŽ Vrouwen naar statuut 2002-2009 (Bron RSZ, RSZPPO, RSVZ, RVA,EAK)
Niet (meer)actief 27,8% 24,4% 23,5% 23,7% 23,2% 22,8% 22,6% 22,1%
Student 11,2% 11,4% 11,6% 11,8% 11,9% 11,9% 12,1% 12,3%
Volledig werkloos 10,5% 10,9% 10,8% 10,5% 10,3% 9,5% 8,8% 9,0%
Effectief Werkend 50,5% 53,2% 54,1% 54,1% 54,6% 55,8% 56,5% 56,6%
Bevolking 15-64 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0%

 
En voor wie onbevooroordeeld dit elementaire cijfermateriaal wil bekijken zal vaststellen dat het vooral de overgang van niet-actief naar actief bij de vrouwen is die gezorgd heeft voor het verhogen van de werkzaamheidgraad in BelgiŽ tussen 2002 en 2009. Daarbij hebben zowel bij mannen als bij de vrouwen de oudere werknemers en werknemers gezorgd dat de de uitval van jongeren uit het arbeidscirquit is gecompenseerd kunnen worden. De omgekeerde wereld als je deze feitelijkheid afmeet aan het zich alsmaar herhalend discours.

Ook hier spreekt het grafisch beeld boekdelen en meer dan cijfers het kunnen doen. In mindere mate maar toch goed zichtbaar is ook hier sprake van een uitval van jongeren in de werkzaamheidgraad. De carriŤreboog naar oudere leeftijdscategorieŽn spant zich voor de vrouwen alsmaar feller op, en er zich nog een goed stuk reserve op, de onheilsprofeten ten spijt. De vrouwen moeten voor hen wel bloeden.
 


 

Het primaat van de demografie
 
Maar niets is zo eenvoudig als het lijkt. Wie de demografie negeert komt bedrogen uit. Het is een machine die langzaam maalt en dat strookt niet altijd met de snelheid en beheersbaarheid waarin politiek en media meesters willen of denken te zijn. Want de werkzaamheid kan bv dalen als de bevolking in een bepaalde levenscategorie daalt, of kan juist stijgen wanneer deze daalt, zoals bij de vrouwen het geval is. Enkele tabellen en grafieken om dit in beeld te brengen.

Evolutie bevolking/werkend 2002-2009
naar geslacht en per leeftijdscategorie

 

Mannen

Vrouwen

Totaal

 

Bevolking

Werkend

Bevolking

Werkend

Bevolking

Werkend

15-19

22.948

-14.809

23.220

-12.679

46.168

-27.487

20-24

4.572

-17.911

8.731

-14.327

13.303

-32.238

25-29

11.621

7.604

19.433

23.756

31.054

31.360

30-34

-27.148

-23.193

-21.477

6.522

-48.625

-16.671

35-39

-31.098

-26.805

-26.625

13.567

-57.723

-13.238

40-44

-6.252

-4.155

-8.842

32.124

-15.094

27.970

45-49

36.044

36.983

34.294

73.893

70.338

110.875

50-54

35.174

46.284

38.950

81.981

74.124

128.265

55-59

38.615

55.145

38.617

64.500

77.232

119.645

60-64

74.088

35.385

69.340

30.136

143.428

65.521

Totaal

158.564

95.475

175.641

301.735

334.205

397.209

 
Het meest opvallende is de aangroei van de bevolking van 60-64 jaar met 143.428 eenheden omdat er in de tijdspanne 2002-2009 de volledige oorlogsgeneraties (geboorten in de oorlog) langs gepasseerd zijn. Dat effect is nu volledig uitgewerkt en staat borg voor een automatische verhoging van de werkzaamheidgraad de komende jaren. Samen met het effect van de alsmaar groeiende instroom van vrouwen in de hogere leeftijdscategorieŽn ziet het er echt wel goed uit voor de werkzaamheidgraad bij de ouderen. Elke beperking of verplichte verlenging van loopbaan is in deze optiek een aanslag op het inkomen en kan juist het omgekeerde effect ressorteren. Het zullen daarbij de werkgevers zijn die hun dumpingmogelijkheid tekort zien gedaan, en dat weten de Alexander De Croos ook wel, vandaar dat ze zich richten naar de werkloosheid om langs daar rechtsreeks het inkomen van de oudere werklozen en de staatsuitgaven onder vuur te kunnen nemen. En zoals gezegd het in wezen anti-vrouwelijk karakter van hun eindeloopbaandenken.

En bij een licht stijgende bevolking tussen 2002 en 2009  is er een gevoelig verlies aan werkenden beneden de 25 jaar. De mannelijke dertigers die in aantal verminderd zijn, zien hun werkgelegenheid in gelijke mate afnemen, er is geen extra input in de tewerkstelling, dit in tegenstelling tot de vrouwen waar de demografische dip volledig gecompenseerd wordt en nog verhoogt doordat meer er zich meer vrouwen op de arbeidsmarkt begeven. De bevolkingsaangroei bij jongeren die zich de laatste jaren doorzet en het grote potentieel van niet-actieve vrouwen vanaf 20 jaar doet eerder de vraag rijzen naar voldoende tewerkstellingmogelijkheden, bovenop de vervangingsnoodzaak omwille van de pensionering van de vorige babyboomgeneratie na de oorlog. Het omgekeerde dus van wat men aan iedereen, om besparings- en saneringsreden voor waarheid wil opdringen.
 


 

Het grafisch beeld maakt duidelijk dat de aangroei van de bevolking bij de 55-59 jarigen in grotere mate overstegen wordt door een grotere activiteit en werkzaamheid bij de mannelijke bevolking, zodat de werkzaamheidgraad gegroeid is van 53% in 2002 tot 64% in 2009, en men moet daar toch best niet te minnetjes over doen. Meestal worden de 55-59  jarigen meegesleurd in de globale categorie 55 plussers waar voor het gemak mannen en vrouwen in dezelfde doos gestopt worden van de '33%'. De werkelijkheid is anders: voor BelgiŽ is de werkzaamheidgraad van 55 tot 59 jarigen met 64% bijna even hoog als de gemiddelde werkzaamheidgraad van 65,7% in Vlaanderen.
 

 
Ook bij de vrouwen ligt de aangroei van het aantal werkenden gevoelig hoger dan de groei in de bevolking, hetgeen er op wijst dat een groter aandeel 'niet-actieven' naar tewerkstelling is overgegaan. De werkzaamheidgraad is in deze periode bij de 55-59 jarigen met 64.500 bijkomende werkenden gestegen van 29% tot 44%, hetgeen bijna een verdubbeling is in deze leeftijdscategorie. Ook deze vrouwen worden weggestopt in de globale categorie van de 55 plussers met '33%' werkzaamheid dat al vijf jaar meegaat en waarin dus een enorme positieve evolutie gebeurd is. In onze telling is de werkzaamheid 55+ nu 38,3%. Uiteraard trekt de groeiende maar toch beperkte tewerkstelling in de categorie 60-64 jaar dit gemiddelde voor de 55+ sterk naar omlaag met een werkzaamheid van 27% bij de mannen en 15% bij de vrouwen. Maar tussen 2002-2009 is de vrouwelijke tewerkstellingsgraad wel gegroeid van 7% naar 15% en bij de mannen van 22% naar 27%. En dat is nog maar een begin want ook hier zal automatisch de instroom van vrouwen en het hoger aantal in de bevolking en nog meer in de tewerkstelling de werkzaamheid progressief verhogen. En is er iets slechter voor het geloof in de politiek wanneer positieve resultaten genegeerd worden. Is het niet de eerste regel in de opvoeding om het goede te waarderen en te belonen, eerder dan overal het slechte of erger nog spoken te zien.

De evolutie zoals vastgesteld bij de 55-59 zal zich de komende vijf jaar ook automatisch doorzetten in de categorie 60-64 jarigen met een hogere werkzaamheid als gevolg, zonder dat speciaal of specifiek beleid nodig is, behoudens voor wie vooral de vrouwen wil ontzeggen waarvan de mannen al jarenlang profiteren.
 
Waar ligt de ongebruikte reserve van de werkzaamheidgraad?
 
De verkenning van de werkzaamheidgraad was tot nu toe bi-dimensioneel, nl als % en als de evolutie in de tijd. Een multi-dimensionele analyse brengt voor een gegeven jaar de achterliggende factoren in beeld per leeftijdscategorie. We beginnen met een overzicht van de Werkenden, de volledig werklozen en de niet(meer)actieven (studenten, volledig gepensioneerden, invaliden en vervroegd gepensioneerden in de overheid en nooit actieven) voor 2009 op 31/12/2010 voor de 15-64 jarigen, voor mannen en voor vrouwen.


 

 

De werkloosheidsband spreidt zich als een deken over de ganse loopbaan van de werkenden, met, hoe contradictorisch ook, een hoog volume werkloosheid bij de 20-29 jarigen in vergelijking met de 55-29 jarigen. Bij de vrouwen is het vooral de afkalvende niet-activiteit die opvalt, alhoewel daar nog een uiterst grote werkreserve in schuilgaat die iedereen, ook de denktanken of wat er voor doorgaat schijnen te vergeten.

De overheidsbetoelaging voor het dumpen van oudere werkkrachten door de ondernemingen

Als we werkloosheidsband op een dissectietafel leggen kunnen we nagaan welk de aard is van de volledige werkloosheidssystemen waarin werknemers zijn afgevoerd:
- De uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid, met sinds enkele jaren ook de Oudere Werkzoekende Werklozen
- De Oudere Niet-Werkzoekende Werklozen (50+ regeling die enkele jaren geleden afgeschaft is maar waarin nog heel wat werklozen figureren),
- De Voltijdse Loopbaanonderbreking samengenomen met het Voltijds Tijdskrediet
- Het Volledig Brugpensioen.

Niet opgenomen zijn de 'Andere Niet-Werkzoekende Volledig Werklozen' gezien het hier in hoofdzaak gaat om werklozen in beroepsopleidingen allerhande, die gelijk kunnen geschakeld worden met 'studenten'. Alle werknemers die op een of andere manier hun werk combineren met werkloosheidsuitkeringen zijn meegeteld in de categorie werkenden en komen hier niet in voor.

We zetten deze gedetailleerde 'werklozenband' uit voor elke leeftijdscategorie bij mannen en bij vrouwen. Dan wordt duidelijk wat de oorzaak is van de grote fobie en allergie die er het gevolg van is: de dumping in de werkloosheid van redelijk grote aantallen werkkracht door de ondernemingen en de werkgevers. Zij kunnen hun productie met relatief jonge werkkrachten optimaliseren door de laatste decennia systematisch hun werknemers af te voeren naar de volledige werkloosheid. In deze situatie hebben de werknemers (en hun vakbonden) het 'wegwerpstatuut' terecht verbeterd en verzekerd. Maar in feite is het een ingrijpende vorm van overheidssubsidiering aan het bedrijfsleven die gerust naast de notionele interesten en de tijdelijke werkloosheid mag gezet worden. .
 


 

In het grafische beeld wordt dezelfde schaal gehanteerd zodat de volumes onderling vergelijkbaar zijn. Volledige loopbaanonderbreking en tijdskrediet hebben enkel bij de vrouwelijke werknemers enig volume. Ook hier worden zij opgejaagd door de werkgevers en het misogyne politieke denken.
 
Industrie, bouw en diensten zijn  de grote gegadigden in de afvoer naar de werkloosheid

De gedetailleerde gegevens van de RVA laten toe voor elk jaar sinds 2001 na te gaan uit welke sectoren welke werknemers van welk leeftijdsjaar in welk statuut in de werkloosheid zijn verzeild geraakt. 1,5 miljoen in januari 2010 zo wordt met grote afschuw vastgesteld door de gereorganiseerde en verzamelde denktanken zonder zich maar de moeite te getroosten verder te kijken en een multidimensionele analyse te maken. Zij zouden dan voor januari 2010 al vaststellen dat de grote groei tav het hier verwerkte december 2009 bestaat in de quasi verdubbeling van de tijdelijke werklozen van 163.453 tot 284.851 die na hun laatste congťdagen, die uiteraard niet door de RVAa betaald werden, terug op de werkloosheid zijn ingeschreven. Hun arbeidscontract wordt door de overheid gehonoreerd, een overheidssubsidie zonder voorgaande. Ook de verhoging van het aantal volledig uitkeringsgerechtigde werklozen na een volledige dienstbetrekking verhoogt met liefst 47.804 personen op ťťn maand tijd, wat miserie gaat daar niet achter schuil? Maar Libera!, de nieuwe Liberale denktank voor Vlaanderen ziet vooral sociale zekerheids- en belastinggeld in de vlammen opgaan:
 


Overgenomen van www.workforall.org/drupal/en/node/349
 

Het is niet voor niets dat zij Frits Bolkenstein de Prijs van de Vrijheid 2010 hebben toegekend.

Maar terug naar de echte gegadigden van de werklozendumping: welke ondernemingen uit welke sectoren maken vooral gebruik van de volledige werkloosheid? Hier worden dus UVW, Brugpensioen, Oudere Niet-werkzoekenden en volledige LBO en Volledig tijdskrediet samengenomen.

 

 


De schaal is gelijklopend zodat de volumes vergelijkbaar zijn. De RVA heeft de schoolverlaters en de 'niet' nader omschreven activiteiten" in dezelfde categorie ondergebracht, maar ze omvat toch in hoofdzaak, gezien de leeftijdsverdeling, schoolverlaters en werkzoekenden in wachttijd. Industrie en Bouw zijn bij de mannen goed voor de helft van de volledige werkloosheid en de commerciŽle diensten (tertiaire sector) voor een kwart, bij de vrouwen zijn Industrie, Bouw en diensten goed voor de helft van de volledige werkloosheid. Hier zijn Openbare dienst, Onderwijs en Welzijn/Gezondheid voor een kwart aanwezig. Hiermee is het plaatje van de de gegadigden uit Industrie en Tertiaire diensten van deze systemen klaar en duidelijk geschetst.

Ter afronding

Deze analyse mag enkel als een 'terrein'verkenning opgevat worden, waarvoor maar enkele tabellen ter ilustratie werden opgenomen. Er is evenwel voldoende stof in huis om gedocumenteerd een dossier eindeloopbaan mee op punt te zetten. Want dat er geen dossier, geen kennis van het elementaire, geen meting van de effecten, geen analyse is van bv de zichtbare resultaten van de bijkomende verlofdagen in de non-Profitsectoren in de verlenging van de loopbaan, is zonder meer wraakroepend, zeker als je het lawaai hoort dat erover gemaakt wordt, en dat erg vals klinkt voor wie even de poging doet een dossier op te maken en wat dieper te kijken.

Een thermometer voor de poep van het generatiepact

We hebben evenwel nog niet gesproken over het onderdeel dat wij begonnen zijn uit te werken en dat ons het meeste tijd gevraagd heeft. Maar deze BuG nog verder uitwerken willen wij niemand, en ook onszelf niet meer aandoen. Maar toch nog een teaser, een tabel met de evolutie van de tewerkstelling in de diverse sectoren tussen 2006 en 2009, afgezet tegen de beroepsbevolking, dwz het totaal van werkenden en volledig werklozen. Het geeft een haarfijne meter , een thermometer voor het generatiepact, van het aantal en % dat langs de werkloosheid uit het arbeidscirquit is geraakt of gezet, zonder rekening te houden met het aantal niet(meer)actieven. We geven een voorbeeld van het toaal voor de  55-59 jarige (Mannen en Vrouwen samengenomen). De indeling van sector is gebaseerd op de NACE 2008 en de RVA-catagoriŽn werden zo getrouw mogelijk in deze nieuwe NACE-indeling ondergebracht.
 

% werkenden 55-59 jaar op totaal werkenden+volledig werklozen per sector 2006-2009
Sectoren volgens NACE 2008 2006 2007 2008 2009 Ev. 06-09
A - Landbouw, bosbouw en visserij 45% 45% 44% 55% 11%
B - Winning van delfstoffen 71% 71% 74% 77% 6%
C - Industrie 36% 39% 40% 40% 3%
D - E- Elektriciteit, gas, stoom, water Ö 67% 73% 78% 83% 16%
F - Bouwnijverheid 46% 47% 50% 50% 4%
G - Groot- en detailhandel, auto's Ö 75% 76% 77% 79% 4%
H - Vervoer en opslag 76% 78% 81% 83% 7%
I - Verschaffen van accommodatie/maaltijden 57% 57% 60% 63% 6%
K - FinanciŽle activiteiten en verzekeringen 81% 83% 87% 89% 9%
J L M N Diensten aan ondernemingen 72% 73% 73% 73% 1%
O - Openb. bestuur en defensie; verplichte SV 82% 82% 84% 84% 2%
P - Onderwijs 58% 58% 64% 64% 6%
Q - Menselijke gezondh. en Maatsch. Dienst. 76% 77% 81% 85% 9%
R S T Z Overige diensten 31% 31% 31% 31% 0%
Totaal 58% 60% 63% 64% 6%


In deze tabel wordt op een algemeen wijze duidelijk waar de werkzaamheidgraad lekt, nl in de industrie, ook al is er een lichte verbetering van 36% naar 40% tewerkstelling op de beroepsbevolking in deze categorie (werkenden en volledig werklozen met industrie als laatste beroepssector samengeteld). Gemiddeld is de 'tewerkstellingsgraad' 64% met aanzienlijke werklozenuitstoot van 50% in de bouwsector en 45% in de landbouw. Ook het onderwijs valt op met 'slechts' 64% tewerkstelling omdat hier rekening gehouden is met de Ter Beschikking Stelling en voor enkelen het Brugpensioen. Elektriciteit enz scoort goed omdat zij in het verleden massaal gebruik gemaakt hebben van LBO en tijdskrediet, allicht in combinatie met Canada Dry en daar de laatste jaren van teruggekomen zijn. Het betreft een hooggekwalificeerde maar zeer kleine sector. De dienstensectoren zijn relatief jonge sectoren met vooralsnog weinig oudere werknemers in vooral kaderfuncties die aan het werk blijven. Blijft de overheid en vooral de Non-Profit sectoren Welzijn en Gezondheid. De overheid handhaaft een hoog constant tewerkstellingspercentage. Het tewerkstellingspercentage Welzijn en Gezondheid stijgt van 76% in 2006 naar 85% in 2009, dwz slechts 15% van alle 55-59 jarigen die alle het recht kunnen uitoefenen op een uitstapregeling (Brugpensioen, Volledige Werkloosheid, LBO of Tijdskrediet) hebben dit ook effectief gedaan in 2009. En dat is een cijfer of resultaat waarvan men zich onderhand toch eens mag afvragen hoe dit komt. Of is dit Niet Terzake?

Jan Hertogen, socioloog