BuG 44- Bericht uit het Gewisse 29/11/06  Printversie   Portaal AEK  

De (nog altijd) ondergebruikte arbeidsreserve van allochtonen in BelgiŽ per gewest
Werkloosheid bij Šlle vrouwelijke 'allochtonen'categorieŽn onder 10% van de bevolking

Bart Van den Cruyce, attachť van het Planbureau, publiceerde in het Kwartaalschrift Economie, nr. 2 2005 zijn indringende visie op de ondergebruikte arbeidsreserve bij vreemdelingen in BelgiŽ. Het was voor Annemie Turtelboom aanleiding om de vloer aan te vegen met de 'allochtonen'. Turtelboom veralgemeende zeer ten onrechte en ook zeer tegen de zin en opzet van Van den Cruyce zijn genuanceerde vaststelling tot alle vrouwen van vreemde afkomst. "In de plaats van die groep extra te stigmatiseren, moet juist gefocust worden op een algemene en positieve campagne om hun talenten aan te boren" zo stelde Van den Cruyce. In BuG 20 werden bij Turtelboom de puntjes op de i gezet. 

De EnquÍte naar de ArbeidsKrachten (EAK) van 2001/2002 vormde de basis van de analyse van Bart Van den Cruyce. Recent heeft het NIS aan npdata de speciaal opgevraagde listings bezorgd om zijn analyse voor wat betreft arbeidssituatie te actualiseren voor 2004 en 2005. Voor het algemene methodologische kader en de situering van de ArbeidskrachtenenquÍte verwijzen we naar zijn
artikel. Wij hernemen hier alleen kort de begripsomschrijvingen.
  
Werkenden, werklozen, studenten en andere niet-actieven in BelgiŽ per gewest bij de 15-64 jarigen...
  
De bevolking tussen 15 en 64 jaar (de beroepsactieve leeftijd volgens OESO-criteria) wordt opgedeeld in werkenden (werkend in de referentieweek), werklozen (IAB-definitie: naar werk gezocht de voorbije maand, in de referentieweek niet werkend, en binnen de 2 weken beschikbaar voor een werkgever), studenten en andere niet-actieven (niet werkend, werkloos of student).
 
...
voor Oude Belgen, Nieuwe Belgen, Europeanen, Marokkanen&Turken en andere niet-Europeanen 
 
De EAK laat het onderscheid toe tussen Belgen, in BelgiŽ geboren, voor het gemak Oude Belgen genoemd, de Belgen in het buitenland geboren, met hetzelfde gemak Nieuwe Belgen gedoopt, de Europese vreemdelingen komend uit de 15 kern-Europese landen, de Marokkaanse en Turkse vreemdelingen en de andere niet tot 'de 15' behorende Europese vreemdelingen. Het gaat hier dus niet om 'zuivere' categorieŽn maar om een opdeling die relevant is om de 'in hoofdzaak' tot de 'allochtonen' behorenden in enkele aparte categorieŽn te onderzoeken.

... en voor elk de berekening van activiteitsgraad, werkzaamheidsgraad en werkloosheidsgraad

De bekende 'graden' worden in beeld gebracht waarvan de werkzaamheidgraad de bekendste is: het aantal 'werkenden' op het totaal van de 15-64 jarigen voor het totaal of binnen een bepaalde categorie, de activiteitsgraad: het aantal werkenden+ werklozen, in feite wat men onder 'beroepsbevolking' verstaat en de werkloosheidsgraad: het aantal werklozen gedeeld door de beroepsactieven (werkenden+werklozen).

... in een evolutieperspectief van 2002 tot 2005

De analyse van Van den Cruyce en de geactualiseerde NIS-gegevens laten toe om een tijdsreeks op te bouwen tot 2005 en de tewerkstelling, werkloosheid, niet-activiteit in een ruimer tijdsperspectief te zien. Enige voorzichtigheid is evenwel geboden omdat de ArbeidskrachtenenquÍte een 'enquÍte' is die geŽxtrapoleerd wordt naar de totale bevolking. Bij de relatief kleinere categorieŽn en bij verder opsplitsing naar geslacht kan er sprake zijn van een zekere 'statistische' afwijking.
 
Maar eerst nagaan hoeveel 'allochtonen' tot elke categorie behoren
 
Langs het Portaal AEK op de npdata-site krijgt men toegang tot 59 grafieken die de punctuele informatie bevatten van alle hierboven aangegeven opdelingen en kruistabellen. Het is evenwel van belang om de mate van aanwezigheid van 'vreemdelingen' en 'Nieuwe Belgen' in de bevolking goed in te schatten. Voor elk gewest wordt een vergelijkbaar beeld opgehangen. Hieronder dit van Vlaanderen.



Gezien inwoners van BelgiŽ van Marokkaanse en  Turkse afkomst voor meer dan 3/4 Belg geworden zijn vinden wij hen maar in beperkte mate terug in de categorie vreemdelingen. Gezien de 'doorstroomdynamiek' naar Nieuwe Belg en de verder immigratie is er een relatief grote 'wisseling' in de vreemdelingen van niet-Europese afkomst. Zo verbleef de helft van de Marokkaanse en Turkse vreemdelingen in 2005 minder dan vijf jaar in BelgiŽ
 
Overzicht van de belangrijkste gegevens voor het Vlaams gewest (andere gewesten zijn ook verwerkt)

De kerntabel, waar ook Turtelboom op fixeerde, is het overzicht bij de vrouwelijke bevolking van 15 tot 64 jaar.   0,75% van de in het Vlaams gewest wonende vrouwen tussen 15 en 64 jaar zijn Marokkaanse en Turkse vrouwen vreemdeling. In Brussel is dat 5,6% en in WalloniŽ 0,85%. 3/4 van de vrouwen van Marokkaanse en Turkse afkomst zijn intussen terug te vinden in de groep Nieuwe Belgen.


58% van de vrouwen in Vlaanderen tussen 15 en 64 jaar is werkend, of werkzaam. Dit % druk dus ook de "werkzaamheidgraad" uit. De %-ges  werkloosheid en niet-activiteit geven tevens exact aan welke het potentieel is om de werkzaamheidgraad op te krikken en wat dus de arbeidsreserve is waar Bart Van den Cruyce het over heeft.

Werkloosheid bij alle vrouwelijke 'allochtonen'categorieŽn onder 10% van de bevolking.

De werkloosheidsmeter in % van de bevolking is anders dan de werkloosheidsgraad (werklozen/beroepsbevolking) maar minstens even belangrijk en leerrijk. Gemiddeld is 4% van de vrouwelijke bevolking tussen 15 en 64 jaar werkloos, bij Nieuwe Belgen en Marokkaanse/Turkse vreemdelingenvrouwen is dat 9%, bij andere niet-EU 10%. De werkloosheid bij allochtonen is dus globaal (maar) het dubbele van de gemiddelde werkloosheid maar ligt in elke categorie lager dan 10%

'Onder'tewerkstelling heeft een veel grotere impact bij de relatief 'kleine' groep Marokkaanse en Turkse vrouwen: zij zijn 6x minder tewerkgesteld dan het gemiddelde van de vrouwen in BelgiŽ. Eens deze vrouwen van vreemdeling Belg worden, komen ze in de groep nieuwe Belgen waar de tewerkstelling 40% bedraagt tegenover 58% gemiddeld. De vrouwelijke allochtonen staan dus globaal niet zo veraf van de 'gemiddelde' tewerkstellingscijfers van vrouwen in de samenleving. 



Als de werkloosheidgraad nu berekend wordt als % op de beroepsactieve bevolking worden de twee negatieve factoren (hogere werkloosheid, lagere tewerkstelling) gecumuleerd en in feite met elkaar vermenigvuldigd. Zo krijg je wel grote verschillen die evenwel maar betrekking hebben op 9% van de Turkse en Marokkaanse bevolking. Gezien er ook maar 9% werken is de werkloosheidsgraad 48%, hetgeen 9 keer hoger is dan gemiddeld. Als je dit dan nog eens uitvergroot naar alle allochtonen, zoals Turtelboom deed, dan wordt zij het probleem.
 
Belangrijkste arbeidsreserve bij allochtone vrouwen zijn de niet-actieven.
 
Gezien het % werklozen op de bevolking bij allochtonen onder de 10% ligt bestaat de arbeidsreserve bij hen vooral uit de 43% niet-actieve Nieuwe Belgen en andere NE-vreemdelingen, en de 34% niet-actieve EU vrouwen , alsmede de 79% niet-actieve Marokkaanse en Turkse vrouwelijke vreemdelingen, die voor meer dan de helft minder dan vijf jaar in BelgiŽ verblijven. Deze %-ges moeten afgemeten worden aan de 26% niet-activiteit bij de Oude Belgen om een idee te krijgen van de arbeidsreserve dat allochtone vrouwen vormen, die gemiddeld uit 15% bestaat van de allochtone vrouwen tussen 15 en 64 jaar.

In feite moet het beleid er op gericht worden om allochtone vrouwen in de beroepsbevolking te krijgen, hetzij werkend, hetzij langs de werkloosheid, waarbij de werkloosheid in feite de 'toegangspoort' wordt tot de tewerkstelling. In tegenstelling tot het hardnekkige 'vooroordeel' wordt de werkloosheid maar in zeer beperkte mate aangewend door allochtone vrouwen en zou de werkloosheid en alle actie die van daaruit door VDAB ontwikkeld wordt de arbeidsreserve mede kunnen ontsluiten. 

Evolutie 2002 - 2005: Stabiliteit in niet-activiteit

Door de constante dynamiek van Belgwording en nieuwe immigratie tussen 2000 en 2005 is het niet verwonderlijk dat de mate van 'inactiviteit' ook constant blijft omdat het in 2005 bijvoorbeeld voor de helft om Marokkaanse en Turkse vrouwelijke vreemdelingen gaat die pas de laatste vijf jaar in BelgiŽ zijn komen wonen. Deze grafiek slaat terug op de situatie in BelgiŽ omdat enkel vanaf 2005 de situatie per gewest kon verwerkt worden. De studenten worden samengenomen met de andere niet-actieven. De 'Belgische' evolutie geeft meteen aan dat de situatie in het Vlaamse gewest niet veel afwijkt van de Belgische (en dus vooral) Brusselse situatie. Andere gewesten en de gegevens per geslacht zijn verder te exploreren langs het
Portaal AEK op de npdata-site.


  
Allochtone vrouwen: de gouden reserve


Zoals goud maar aangesproken wordt als de monetaire toestand onder druk komt en dan bij mondjesmaat vrijgegeven wordt zo is de allochtone vrouw de gouden reserve voor de arbeidsmarkt de komende twintig jaar. Het is pas van 'recente' datum dat de 'autochtone' vrouwen de weg voluit naar de tewerkstelling gevonden heeft en het zal ook voor hen nog 15 jaar duren voor zij de volledige loopbaan tot 65 jaar hebben overbrugd. Wanneer de werkzaamheidgraad echt onder druk komt staan de allochtone vrouwen klaar om beetje bij beetje langs kwalificatie en tewerkstelling ontsloten te worden en de Belgische ouder wordende (gepensioneerde) bevolking en de bedrijven ten dienste te staan, met of zonder hoofddoekje. 
 
Jan Hertogen, socioloog