Antwoord aan Jos Verhulst - % vreemdelingen en % misdrijven in een gemeente.  Misdrijfportaal  BuG 22  Antwoord 2

De vaststelling van Jos Verhulst (http://www.brusselsjournal.com/node/977) dat het Belga-bericht niet beantwoordt aan de stelling zoals door ons naar voorgebracht is correct. Uit de verdere tekst van het Belga-bercht kan wťl opgemaakt worden wat bedoeld wordt en de voorbeelden zijn illustratief, maar bij eenvoudige lezing van de beginalinea gaat men meteen de mist in.

In BuG 22 is wel alle info aanwezig om het 'verrassende maar logische verband' % vreemdelingen en % vreemdelingen  te begrijpen.

Het gestelde verband zegt NIETS over de mate waarin inwoners van vreemde of Marokkaanse afkomst meer voorkomen in misdrijfstatistieken, in voorhechtenis zitten of in een gevangenis. Wel wordt een aanduiding gegeven van de mate waarin er geen lineair verband bestaat tussen misdrijf en vreemdeling (en bij uitbreiding van vreemde afkomst).

Als in Brussel 17 misdrijven per 100 inwoners vastgesteld worden (5 per dag per 10.000 inwoners) en in Brussel wonen 57% Brusselaars van vreemde afkomst dan kan, naast het feit dat het om een grote stad gaat, ook het aspect 'van vreemde afkomst' meespelen. Om het eventueel samengaan van "vreemde afkomst" en "misdrijven" te onderzoeken kan de eenvoudige oefening beuren om op gelijke noemers het % inwoners van vreemde afkomst te berekenen in Brussel tav het totaal in BelgiŽ en het % misdrijven in Brussel op het totaal in BelgiŽ. Bij een volledig lineair verband zouden er dan door de 33% vreemdelingen 33% van de misdrijven gepleegd worden. In de mate een meer specifieke groep bekeken wordt als zijnde meer of minder aanwezig in de misdrijfstatistiek, kan deze berekening toegespitst woden op bv de 51% van alle Marokkanen in BelgiŽ die in Brussel wonen, telkens afgemeten aan de 17% van alle misdrijven die in Brussel plaatsvinden.

Met deze analyse wordt niet gezegd dat de 'allochtonen' minder of autochtonen 'meer' terug te vinden zijn in de misdrijfcijfers. Wel dat misdrijven een zaak zijn van de gehele bevolking waarin, zoals blijkt uit de cijfers van Van San van 2001 die ik uitdrukkellijk aanhaal - www.npdata.be/Data/Misdrijven/Analyse/, vreemdelingen meer voorkomen, maar niet op de absolute, stigmatiserende, veralgemenende en op een vooroordeel gebaseerde en 'lineaire' wijze. Elke maat zegt maar iets over wat gemeten wordt. Met de cijfers die ter beschikking gesteld worden kan de misdrijfgraad en het onderscheid allochtoon/autochtoon op geen enkel punt gemeten worden. De berekeningen van Jos Verhulst en de zoektocht van de kwantumfysicus naar de hertogenverhouding is dus noodwendig zonder voorwerp.

Het voorbeeld van Mechelen zegt hetzelfde op een andere wijze: 8 x meer Marokkaanse inwoners dan het gemiddelde in Vlaanderen en een misdrijfgraad van 10 i.p.v. 8 gemiddeld in Vlaanderen. Tav 8x hogere aanwezigheid van Marokkanen in Mechelen staat een verhoging van de misdrijfgraad met een kwart. Uit de tabel op de site en de grafiek over het aantal diefstallen in Mechelen (www.npdata.be/Data/Misdrijven...-2001-stad.htm) is af te leiden dat in Mechelen 8,7 % van alle Vlaamse Marokkanen  wonen terwijl er 2,5% van alle diefstallen plaatsgrijpen. Diefstal en Marokkaan zijn dus niet inwisselbaar. In deze grafiek isook vast te stellen dat 49% van alle Vlaamse Marokkanen in Antwerpen wonen en dat er 15% van alle diefstallen geregistreerd worden. In Mechelen zijn de inwoners van Marokkanse afkomst geen kleine minderheid, zij tellen voor 14,4% mee in de Mechelse bevolking.

Het enige wat hiermee duidelijk wordt is dat vreemdeling en misdrijf ongelijk verdeeld zijn in de bevolking en dat de vaststelling vanuit de misdrijfstatistiek er niet mag toe mag leiden om misdrijf en criminaliteit aan een ganse bevolkingsgroep te verbinden.

Een mooie illustratie van deze benadering wordt recent nog gegeven door het 'dalend' misdrijfcijfer in Antwerpen voor het derde opeenvolgend jaar terwijl het aantal inwoners van vreemde afkomst in Antwerpen gestegen is van 111.001 (24,9%) in 2001 tot 135.927 (29,7%) in 2005. Dat wil helemaal niet zeggen dat bij telling van aantal misdrijven door allochtonen en autochtonen er bv geen relatief groter aandeel en zelfs stijging zou kunnen zijn bij de allochtonen, maar wel dat er andere factoren spelen en zoals gezegd, de verstedelijkingsgraad en alle kenmerken van het stedelijke leven zijn vooralsnog de belangrijkste verklarende factor voor 'criminaliteit'. Intussen stellen we vast dat dus bij stijgend aantal vreemdelingen in Antwerpen ook de feitelijke en getelde misdrijvigheid daalt, en niet alleen haar % op het totaal (gesteld dat het totaal niet sneller gedaald is dan in Antwerpen, of het aantal vreemdeling in Vlaanderen niet sneller gestegen dan in Antwerpen.

Hiervoor is misschien enige hersengymnastiek nodig om tot een juist inzicht en begrip te komen. Misschien kan Jos als kwantumfysisus en wiskundige mee de geest helpen masseren zodat de openheid van denken meer kan samengaan met het ernstig nemen van de werkelijkheid.

Jan Hertogen