BuG 97 - Bericht uit het Gewisse 19-06-2008 Printversie (6 p)

Update: Belgen slaan in april massaal dienstencheques op aan de oude prijs van 6,7Ä. Vanaf 1 mei 2007 kost een dienstencheque 7Ä en krijgt de DC-ondernemer 20,50Ä per cheque (langs gebruiker en 13,5Ä van de Rijks Sociale Zekerheid. Het gebruik van dienstencheques blijft in april stabiel op het niveau van maart 2008. Technische fiche dienstencheques april 2008  Evolutietabel  Artikel Metro-20-06-08

50,5% dienstenchequers Vlaanderen had voordien betaald werk,
nog eens 16,1% had er werk in een Plaatselijk WergelegenheidsAgentschap.
Slechts 23,1% dienstencheques-werknemers was werkzoekend met uitkering.

Uitzendsector dienstencheques van kwaad naar erger:
880.732 contracten
 voor 28.005 dienstencheques-werknemers, gemiddeld 31,4 per werknemer.
Eťn miljoen arbeidscontracten voor 87.152 dienstenchequeswerknemers.
Eind 2007 waren nog 61.851 werknemers in dienst met dienstencheques.
Slechts 3,1% dienstencheques-werknemers voorheen in het zwart betaald.
54% dienstencheques-werknemers is hoger middelbaar of HO-geschoold.
In 12% DC- bedrijven: werknemers gem. 10 dagen 'economisch werkloos'
CommerciŽle firma's versterken hun marktpositie ten kost van Non-Profit.
    
Korte analyse evaluatierapport dienstencheques van Idea-Consult 2007.
Info over Seminarie Dienstencheques Steunpunt Armoede van 27/05/08.

Volledig evaluatierapport Idea-Consult 2007 (opgemaakt op 9 mei 2008, gepubliceerd 10 juni 2008)
Samenvatting rapport Idea-Consult Nederlands
Samenvatting rapport Idea-Consult Frans
In het Frans is geen volledig rapport beschikbaar (pour les wallons la mÍme chose)

Verslag analyse dienstencheques Steunpunt Armoede in hun jaarverslag 2007
Programma seminarie dienstencheques Steunpunt Armoede van 27/05/08

Inleiding Jan Hertogen in debat Seminarie van 27/05/2007 van Steunpunt Armoede

Update gebruik dienstencheques april en mei 2008 nog niet gebeurd. Is er weer een verbod door minister Milquet op het vrijgegeven van de statistiek dienstenchequesgebruik, na vorige, door de RVA genegeerde verboden, van Minister Vandenbosche en Vanvelthoven.

Opmerking vooraf: Geen echte aanbesteding van het evaluatieonderzoek 

Toen in de begindagen van de dienstencheques het 'evaluatieonderzoek' moest uitbesteed worden stond Vandenbroucke voor een groot probleem. Als hij een open aanbesteding deed met voldoende tijd was hij er zeker van de het HIVA (Het Hoger Instituut van de Arbeid, van katholieke huize en gespecialiseerd in sociaal-economisch beleidsonderzoek) grote kanshebber was. Zeker nadat Vandenbroucke zelf het oude RIAT/huidige IISA (1), dat nu in ontbinding is, alle mogelijke stokken in de wielen gestoken heeft omwille van een van z'n vele vete's, was ook het enige relevantie socialistische onderzoeksinstituut van de kaart verdwenen. In een land van noodwendige evenwichten was de 'socialistische 'kant niet meer operationeel en omdat onder Paars de 'kalotten' daar niet van mochten profiteren, werd (en wordt) de 'commerciŽle 'onderzoeks'sector ingeschakeld om de valabele katholieke instituten het gras voor de voeten te maaien. Op die manier worden en zijn de 'socialisten' soms de wegbereider van de markt en de commercie ondermeer in het beleidsonderzoek, dat wat dienstencheques betreft nu gebeurt door een commerciŽle firma. Of zijn de universiteiten aanwezig in de stuurgroep, en kan de samenstelling van de stuurgroep eens gepubliceerd worden?

Voor wanneer een nieuwe aanbesteding evaluatieonderzoek?

Een eenvoudig opvolgingsonderzoek dat voor het vierde jaar plaats vindt wordt alsmaar later gepubliceerd en komt pas 10 juni 2008 boven tafel, een maand na de verschijningsdatum. De methodologie rammelt bij Idea-Consult nog meer dan vorige jaren en enkel de verwerkte RVA-gegevens bieden betrouwbare en actuele statistieken die de alsmaar schrijnender worden werkelijkheid van de dienstencheques anno 2008 blootleggen. 

De schriftelijke steekproef bij 10.000 werknemers met 3.250 antwoorden is getrokken bij de werknemers uit 2006 en niet uit de werknemers 2007. Hierdoor worden alle 38.243 nieuwe werknemers van 2007 uitgesloten van een trekking in de steekproef! Verschillende interessante gegevens uit vorige evaluatierapporten zijn in het rapport 2007 weggevallen, ondermeer de verdeling van de uren en aantal werknemers einde jaar per soort onderneming.  in figuur 7 met het belangrijk gegeven van aard activiteit per soort onderneming vormende de opgegeven percentages geen 100% zodat de informatie verloren gaat, enz.

Voor de evaluatie 2008 in 2009 dient de steekproef getrokken uit de werknemers 2008, met een hernieuwde bevraging van diegenen die geantwoord hebben op de enquÍtes van 2005 en 2006, zodat een longitudinaal beeld tot stand komt warbij ook werknemers van 2004, 2005 enz verder opgevolgd worden.

Voor wanneer een nieuwe en correcte aanbesteding van het evaluatieonderzoek?
Wanneer is de publicatie voorzien van de financiŽle evaluatie? (Is deze nog besteld voor 2007?)
Wanneer integratie van sociaal-economische en financiŽle evaluatie?


In deze BuG worden enkele de hoofdpunten naar voor gehaald. Een volledige bespreking volgt later als ook het financieel verslag ter beschikking is.


43,4% dienstencheques-werknemers had betaald werk
16,1% dienstencheques-werknemers was voorheen PWA-werkloos

Zoals vorig jaar is het meest opvallende gegeven het hoge aantal werknemers dat een betaald werk heeft laten staan voor een dienstenchequesjob, in meer dan de helft van deze gevallen ging het om contracten van onbepaalde duur. Gevraagd naar de reden werd in meerderheid gemeld dat men zelf beslist heeft om de overgang te maken, op de vraag of men vervangen werd op de betaalde job die men verlaten had wist maar 1/3 te antwoorden dat dit allicht zo was, de anderen hadden begrijpelijkerwijze dar geen gedacht van. Meer dan in andere gewesten is deze toestand aanwezig in het Vlaamse gewest, 50,5% had betaald werk. 

De dienstencheques zijn dus in meerderheid geen instrument om werk te creŽren maar een betaalmiddel voor bestaande of nieuwe behoeften die op andere financieringsbronnen stonden of die met andere financieringen dienden betaald (zoals ouderenzorg) nu met dienstencheqeus en sociale zekerheidsgelden betaald worden.

Deze vaststelling gebeurt voor werknemers van 2006 en wordt door Idea-Consult lineair toegepast op 2007: "... dan komen 37.825  uit een betaalde job." IC-blz 115, of 43,4% van de 87.152 werknemers die in 2007 in het dienstenchequescirquit gewerkt hebben. De helft hiervan, of 25,3% van het totaal hadden een contract van onbepaalde duur. In feite moeten hier de 16,1% werklozen in PWA-statuut bijgeteld worden, die in feite 'werk' hadden/hebben maar nog op de werkloosheid bleven staan.
   

Gedetailleerd statuut voorafgaand aan dienstenchequeswerk - per gewest

 

 

 

2006

2007

Vlaams

Brussels

Waals

1. Werkend

 

 

 

   1. Contract van onbepaalde duur

 

25,3%

 

 

 

   2. Uitzendopdracht

 

5,1%

 

 

 

   3. Tijdelijk contract

 

6,5%

 

 

 

   4. Zelfstandige/helper

 

3,4%

 

 

 

   5. Niet legale circuit

2,4%

3,1%

 

 

 

   Totaal werkend

38,1%

43,4%

48,4%

37,1%

33,1%

2. Werkzoekend

 

 

 

   1. Werkzoekend met uitkering

 

23,1%

 

 

 

   2. Werkzoekend zonder uitkering

 

6,5%

 

 

 

   3. Werkloos in PWA

20,3%

16,1%

 

 

 

   Totaal

47,7%

45,8%

41,5%

39,5%

57,9%

3. Niet Beroepsactief

 

 

 

   1. Brugpensioen

 

0,5%

 

 

 

   2. Huishouden, kinder/ouderenopvang

 

6,8%

 

 

 

   3. Vrijwilligerswerk

 

0,2%

 

 

 

   4. Leefloon, sociale bijstand OCMW

 

1,6%

 

 

 

   5. Invaliditeitsuitkering

 

0,2%

 

 

 

   Totaal

10,4%

9,2%

8,5%

21,4%

7,8%

4. Studerend (onderwijs)

3,9%

1,5%

1,6%

2,0%

1,2%

Algemeen totaal

100%

100%

100%

100%

100%

Bron: Idea-Consult werknemersenquetes

Slechts 3,1% van de dienstencheques-werknemers komt uit het zwarte circuit, zelfs bij onderschatting blijft dit aandeel minimaal. In de rangorde van redenen naar belangrijkheid die meegespeeld hebben om over te stappen naar Dienstenchequeswerk komt uitstap uit zwartwerk pas op de 9de plaats van de 11 vernoemde redenen

In 2006 waren bij de studerenden ook de ingeschrevenen voor een beroepsopleiding geteld, in 2007 gaat het enkel om 'onderwijs'studenten.

In Brussel was 21,4% niet beroepsactief, hetgeen te verklaren is door het grote aantal vreemdelingen dat in Brussel langs de dienstencheques een inkomen verwerft. Voor vreemdelingen, en Belgen van vreemde komaf is de dienstenchequesjob blijkbaar wťl een belangrijke ingang voor betaalde tewerkstelling, zoals ook bleek op het semlinarie van het Steunpunt Armoede op 27/05/08. Ook in WalloniŽ is het aandeel werkzoekende een goed stuk hoger dan in Vlaanderen.

Afkomst dienstecheques-werknemers

 

 

 

Vlaams

Brussels

Waals

BelgiŽ

Europese Belgen

87%

24%

83%

79%

Niet-Europese Belgen

5%

22%

7%

7%

Vreemdelingen

9%

54%

11%

14%

Totaal

100%

100%

100%

100%

 
Idea-Consult slaat de bal volledig mis als zij 'jobcreatie' menen te bespeuren in de vervanging van de jobs die een dienstenchequeswerknemer voordien beoefende. Zij gaan er van uit dat maximaal de helft van deze jobs opnieuw bezet worden door andere werknemers. In geval van vervanging zien zij dit als jobcreatie terwijl het gewoon de tewerkstelling behoudt. Voor wat niet vervangen wordt gaat het om een VERLIES aan tewerkstelling dat zij optimistisch inschatten op de helft van deze 37.825 jobs. Dit volume dient in feite in aftrek te komen van de jobcreatie door de dienstencheques en zijn 'verlieseffecten'. De 'analyse' van 'terugverdieneffecten' door Idea Concult die over vele bladzijden uitgesmeerd wordt is in feite niet meer dan budgettaire opsmuk waaraan geen enkele boekhoudkundige werkelijkheid aan beantwoordt.

Dienstencheques werk in interimsector: gemiddeld 31,4 contracten per werknemer in 2007

Aan de 87.152 werknemers die in 2007 minstens ťťn dienstenchequescontract onderschreven, werden volgens de RVA -gegevens in het rapport Idea-Consult, 90.018 contracten van onbepaalde duur aangeboden en 896.681 contracten van bepaalde duur, in totaal dus 986.681 of bijna een miljoen arbeidscontracten . Omdat werknemers in de loop van een jaar of op hetzelfde ogenblik meerder werkgevers kunnen hebben en omdat een contract van onbepaalde duur meestal voorafgegaan wordt door een of meerdere contracten van onbepaalde duur kan een zekere 'vollume' aan contracten ontstaan. Maar bij de dienstencheques is dit aantal onlogisch wat onbepaalde duur betreft en exhuberant wat contracten van bepaalde duur betreft. In de opgave die werkgevers in dit verband deden op de RVA-formuleren werden allicht wensen voor werkelijkheid genomen, alhoewel er uiteraard verloop kan zijn bij werknemers voor onbepaalde duur. 

De knoop blijft evenwel bij de uitzendarbeid liggen. In 2006 was het al opvallend dat per werknemer die bij hen voor dienstencheques werd ingeschakeld, gemiddeld 28 contracten werden aangeboden, hetgeen leidde tot een 'uitbuitingsgraad' van 94% (reŽle arbeiduren op contracturen - zie PWC-rapport 2006). Welnu, in 2007 loopt dit aantal contracten op tot gemiddeld 31,4 per DC-werknemer in de interimsector, tegen alle verbod op opeenvolgende contracten van bepaalde duur, of de verplichting een vast contract aan te bieden. 858.549 contracten werden bij hen geteld voor 28.005 werknemers. Om dan nog te spreken van 22.183 contracten van onbepaalde duur in 2007 is wel erg veel verbeelding nodig. 
  

Werknemers in de loop van 2007 naar aard contract, aantal contracten/werknemer en %

Werknemers aard contract

Werknemers

Aard contract naar duur

% onbep

Gemiddeld

 

loop 2006

Onbepaald

Bepaald

Totaal

op totaal

contracten

1. CommerciŽle ondernemingen

 

 

 

 

 

 

 

1. Bedrijven (zonder interim)

22.598

31.044

21.962

53.006

59%

2,3

 

2. Natuurlijke personen

2.181

1.930

1.000

2.930

66%

1,3

 

Totaal Bedrijven en nat. pers.

24.779

32.974

22.962

55.936

59%

2,3

 

Interimbedrijven

28.005

22.183

858.549

880.732

3%

31,4

 

Totaal commercieŽl

52.784

55.157

881.511

936.668

6%

17,7

2. Niet commerciŽle ondern.

 

 

 

 

 

 

 

1. Private ondernemingen

 

 

 

 

 

 

 

 

1. VZW

14.325

15.667

7.432

23.099

68%

1,6

 

 

2. PWA

7.980

7.605

2.230

9.835

77%

1,2

 

 

3. Inschakelingsbedrijven

7.088

7.169

3.571

10.740

67%

1,5

 

 

Totaal private Non-Profit

29.393

30.441

13.233

43.674

70%

1,5

 

2. Publiek ondernemingen

 

 

 

 

 

 

 

 

1. Gemeenten

247

223

124

347

64%

1,4

 

 

2. OCMW

4.728

4.197

1.795

5.992

70%

1,3

 

 

Totaal Publiek

4.975

4.420

1.919

6.339

70%

1,3

 

Totaal niet-commercieel

34.368

34.861

15.152

50.013

70%

1,5

Totaal

87.152

90.018

896.663

986.681

9%

11,3

Bron: RVA-enquete in Idea-Consult-rapport
  

Dienstenchequeswerknemers naar aantal werkgevers

 

2007

%

 

1 Werkgever

77.578

89,0%

 

2 Werkgevers

8.228

9,4%

 

3 Werkgevers

1.078

1,2%

 

4 Meer den 3

268

0,3%

 

Totaal

87.152

100%

De onderzoekers van Idea-Consult bespreken dit element als een fait divers dat amper in de conclusies terug te vinden is en verdere analyse van dit contractenkluwen is er niet te vinden. 

Frappant: hoge scholingsgraad dienstencheques-werknemers

De helft van de dienstencheques-werknemers hebben een hoger secundair diploma, daar bovenop zijn er 5% van hoger onderwijs of universitair niveau. Voor een jobuitoefening zonder kwalificatievereiste met een barema van 9,42Ä bruto is dat dramatisch. Ofwel verrichten zij een hoger gewalificeerde job maar worden zij te laag betaald, ofwel verrichten zij werk onder hun niveau en dan zullen zij vertrekken als zij ander werk vinden. Hoe dan ook is er een verschuiving waarbij lagere kwalificaties of de kansengroepen dreigen uitgestoten worden, zeker als er stabilisering of afbouw tewerkstelling komt, of wanneer het aandeel economische werkloosheid, dat nu reeds in 12% van de ondernemingen optreedt, groter wordt.

Scholingsgraad dienstenchequeswerknemers

Lagergeschoold

Aantal

%

Vlaams

Brussels

Waals

 

Lager onderwijs

507

17%

 

 

 

 

Lager middelbaar onderwijs

666

22%

 

 

 

 

Andere

225

7%

 

 

 

 

Totaal laaggeschoold

1.398

46%

44%

60%

49%

Middengeschoold - Hoger middelbaar

 

 

 

 

 

 

Beroeps

243

8%

 

 

 

 

Technisch

853

28%

 

 

 

 

Algemeen

370

12%

 

 

 

 

Totaal middengeschoold

1.466

49%

53%

30%

44%

Hooggeschoold

 

 

 

 

 

 

HO korte type

116

4%

 

 

 

 

HO Lange type

32

1%

 

 

 

 

Totaal Hooggeschoold

148

5%

3%

10%

7%

Algemeen totaal

3.012

100%

100%

100%

100%

Idea-Consult 2007

 

 

 

 

 

"Andere" scholing werd hier onder Lagergeschoold geklasseerd; De vastgestelde midden en hogere scholing zijn dus minima.

Vooral in Vlaanderen is de scholingsgraad voor een ongeschoolde job met 56% extreem hoog. Enkel in Brussel is 60% laaggeschoold maar zijn er ook 10% van Hoger opleiding, hetgeen te verklaren is door het hoog aandeel 'vreemdelingen', die er meer dan de helft van de dienstencheques-werknemers uitmaken. 
 
CommerciŽle firma's versterken hun marktpositie ten kost van Non-Profit
 
In totaal waren 87.152 mensen in dienst in de loop van 2007 waarvan er op 31/12/2007 nog 61.851 onder contract stonden. Dit aantal komt overeen met wat npdata altijd als afgeleide berekening gemaakt heeft.

CommerciŽle bedrijven versterken hun positie en zijn sterke groeiers, van 22 tot 27% van de werknemers die in de loop van 2007 actief waren, en dit ten koste van de interimsector en vooral de private Non-Profit die hun aandeel zien verminderen van 42% tot 38% in de telling werknemers einde van het jaar.   

Werknemers in de loop van en eind 2006 en 2007

 

 

 

 

Werknemers

In de loop van

Op het einde van

 

 

 

 

loop 2007

eind 2007

2006

2007

2006

2007

1.

CommerciŽle ondernemingen

 

 

 

 

 

 

 

1.

Bedrijven (zonder interim)

22.598

16.790

21%

26%

22%

27%

 

2.

Natuurlijke personen

2.181

1.579

2%

3%

2%

3%

 

 

Totaal Bedrijven en nat. pers.

24.779

18.369

23%

28%

24%

30%

 

Interimbedrijven

28.005

15.466

36%

32%

26%

25%

 

Totaal commercieŽl

52.784

33.835

59%

61%

50%

55%

2.

Niet commerciŽle ondernemingen

 

 

 

 

 

 

 

1.

Private ondernemingen

 

 

 

 

 

 

 

 

1.

VZW

14.325

11.195

17%

16%

20%

18%

 

 

2.

PWA

7.980

6.828

10%

9%

13%

11%

 

 

3.

Inschakelingsbedrijven

7.088

5.750

8%

8%

9%

9%

 

 

Totaal private Non-Profit

29.393

23.773

35%

34%

42%

38%

 

2.

Publiek ondernemingen

 

 

 

 

 

 

 

 

1.

Gemeenten

247

217

0,4%

0,3%

0,5%

0,4%

 

 

2.

OCMW

4.728

4.026

6%

5%

8%

7%

 

 

Totaal Publiek

4.975

4.243

7%

6%

8%

7%

 

Totaal niet-commercieel

34.368

28.016

42%

39%

50%

45%

3.

Totaal

87.152

61.851

100%

100%

100%

100%

Idea-Consult op basis van RVA-gegevens

 

 

 

 

 

  
Dat betekent tevens dat de commerciŽle ondernemingen hun aandeel vergroten in het zorggebonden huishoudelijke werk dat meer en meer oudere gebruikers naar de dienstencheques oriŽnteert, ten koste van de solidariteit in de diensten gezinhulp en als besparing op het budget van de welzijnsministers. Dit heeft niets van doen met het 'langer thuishouden' van bejaarden of jobcreatie zoals Idea-Consult meent vast te stellen in hun terugverdieneffecten, maar alles met een inschakeling van dienstencheques als betaalmiddel voor zorggebonden huishoudelijk werk. 

 

16jaar                                                                                                                               100jaar

Instroom en uitstroomdynamiek: inconsistente (gebruik) (RVA)-gegevens?

De RVA-gegevens in het Idea-Consult rapport 2007 laten in principe toe een gedetailleerde vaststelling te doen van het verloop (instroom en uitstroom) van dienstencheques-werknemers naar aard onderneming. Maar er is een probleem.

Voortgaande op de 87.152 werknemers die de RVA geteld heeft  in 2007 waren er 38.243 'nieuwe werknemers' in 2007. Het verschil, nl. 48.909 geeft dus logisch het aantal werknemers op 01/01/2007 (=31/12/2006). Maar in het vorige rapport staan 41.598 werknemers vermeld eind 2006. Vanwaar dit verschil? De RVA geeft ook op dat 12.850 werknemers die eind 2006 in dienst waren uitgestroomd zijn in 2007.  Door een en ander samen te leggen kan men afleiden dat in 2007 van de 38.243 nieuwe werknemers er 12.451 reeds uitgestroomd zouden zijn, waarvan meer dan de helft in de interimsector. Maar door de inconsistentie van de vertrekgegevens op 01/01/2008 kan deze analyse niet verder gemaakt worden.

Graag enige uitklaring door Idea-Consult, RVA of de minister.

Seminarie Steunpunt Armoede van 27 mei 2008

Het Steunpunt Armoede is zowat de enige die op een degelijk basis de analyse maakt en de discussie aangaat over de dienstencheques, hun belang voor de armoedebestrijding en de maatschappelijke en beleidsvragen die over de Dienstencheques te stellen zijn. Ter gelegener tijd komt het verslag van dit seminarie ter beschikking. Samenvattend artikel zoals verschenen in de nieuwsbrief van het Steundpunt Werkgelegenheid  http://www.armoedebestrijding.be/publications/dienstenchequejobs_overwerk_2008.pdf  of beter nog de volledige analyse dienstencheques in hun Jaarverslag 2007 zijn een uitmuntend voorbeeld van analyse en met hun seminarie van het noodzakelijke debat dat noch in pers, beleid of politiek de weerklank gehad heeft die zij en het thema verdient. Zie ook, voor wie het nog niet beu is, de inleiding Jan Hertogen in het debat over de Jobcreatie en de kwaliteit van de jobs, in de lijn van alles wat in vorige BuG hierover al gezegd is. 

Jan Hertogen, socioloog

(1) Tot 1995 fungeerde het RIAT (Research Instituut voor Arbeid en Tewerkstelling) als een onderzoeksinstituut van de socialistische arbeidersbeweging, die er zich van ontdeed wegens verlieslatend. Analoog aan het HIVA, een samenwerkingsverband tussen universiteit en de christelijke arbeidersbeweging, moest het nieuwe IISA (Interuniversitair Instituut voor de Studie van de Arbeid) een equivalent proberen te worden voor de socialistische/vrijzinnige universiteiten, zonder evenwel van de de steun van de socialistische vakbeweging en arbeidersbeweging te kunnen genieten. Enkel de VUB met Els Witte zette er zich ten volle achter, Gent en Antwerpen, behalve Marc Rigaux lieten alles op z'n beloop. Zo kende het IISA, met zetel op de VUB en Prof. Maxime Stroobant als bezieler, een moeilijk start en werd vanaf het begin ook nog politieke tegengewerkt en opgedroogd door de Socialistische Partij, nadat de financiering van reeds uitgevoerd onderzoek door Vandenbroucke werd geblokkeerd. Tevens werd de publicatie van een relevant en gedegen onderzoek over de arbeidsduurvermindering, ondermeer in de Non-Profit sector, door hem verboden. Met dit alles was het hek van de dam en werd de doodsteek toegebracht aan wat een noodzakelijk equivalent was en verder kon worden in het al magere onderzoekswereldje dat de band universiteit samenleving, ook vanuit socialistische huize kon verzekeren. In een land waar beslissingen op evenwichten stoelen, ook ideologisch, werd meteen een poot doorgesneden en zo mede de weg vrijgemaakt voor het ''beleidsonderzoek met winstoogmerk". Ook voor diť krachten in de christelijke vakbeweging die niet onderzoeksgericht zijn en onderzoek en beleidsvoorbereiding maar niks vinden was het een ideale gelegenheid om, zoals in de Fondsen voor Bestaanszekerheid in zowat alle sectoren, samen met de socialische arbeidersbeweging, aan een zeel te trekken en sociaal onderzoek verregaand te bannen. Wat al schamel aanwezig was mocht een harde dood sterven. De letterlijke en figuurlijke ontbinding van het IISA die nu op trafel ligt is daar een schamper voorbeeld van. Voor wanneer een vakbeweging met onderzoekskloten in plaats van zichzelf te castreren?