BuG 309 Ė Bericht uit het Gewisse Ė  19 februari 2016
   
BuG 309 on-line                                   Printversie (13p)

Vluchtelingen: komt de berg naar Mozes
of gaat Mozes naar de berg?
(1).

Dit artikel werd in verkorte vorm gepubliceerd in de Gids op
Maatschappelijk Gebied, 02/2016, uitgave van
beweging.net.

  
1. Wie niet wijs is wordt (wat) wijs gemaakt

Niets is wat het lijkt, niet de vluchtelingen Ďoverspoelení Europa maar Europa behoeft vanaf nu en de komende decennia miljoenen mensen om er te wonen, te werken, er hun geluk te zoeken. Zij zullen zo, samen met de miljoenen migranten die Europa nog nodig heeft,  het Westerse welvaartspeil verzekeren en uitbouwen en de wereld vreedzamer en leefbaarder maken. Alleen heeft de fixatie op het hier en nu, de mening die onmiddellijk kan gedeeld worden, de devaluatie van wetenschappelijke centra en media en de steekvlampolitiek de burger de innerlijke vrede en vooral de kennis ontnomen die moet toelaten in de geschiedenis terug te kijken, het Ďwerkelijkeí tot zich te laten doordringen en vooruit te kijken naar wat noodwendig is in de toekomst.
 
Dus ja, dankjewel vluchtelingen, als voorbode van een zich versterkende reguliere migratie die wat BelgiŽ betreft nooit is weggeweest. Duitsland heeft veel minder ervaring met migratie, behalve dan de 12 miljoen Duitsers die na WO2 naar Duitsland werden teruggestuurd en de enkele duizenden die na De Wende van Oost naar West gingen en het miljoen joden dat na de implosie van de Sovjet-Unie naar Duitsland emigreerden.

Zelfs in deze N-VA tijden en zonder de vluchtelingen al mee te rekenen, is de immigratie in 2014 terug stijgend, na 2 jaren lichte daling. En dat zal in 2015 en 2016 allicht niet anders zijn. De erkenning van vluchtelingen zal het migratiesaldo verder de hoogte in jagen. Mede dankzij Theo Francken is het erkenningsaantal het zesvoud van dit van De Block en het tienvoud van 5 jaar geleden onder ĎPS-dictatuurí. Niets is wat het lijkt dus.

En de vermaledijde Belgwording wordt opnieuw wat het altijd geweest is, het politieke middel voor een wezenlijke integratie. De Belgwordingen zijn door de regeringsmaatregelen hoogstens wat vertraagd, maar sterker dan ooit  zullen ze zorgen voor een gelijke toegang tot de politieke democratie en alle rechten en plichten. Want wat zou BelgiŽ zijn zonder democratie met participatie van alle burgers?

Of om het nog anders te zeggen in een wat aangepaste versie van de Verelendungstheorie van Marx: ofwel wordt het voor iedereen goed, ofwel wordt het voor iedereen slecht. Enkel door de eigen welvaart te behouden en juist door anderen langs immigratie en asiel toe te laten deze welvaart te conserveren en te produceren, enkel door in de wereld tot een grotere inkomensspreiding te komen, zal de eigen welvaart en de vrede duurzaam verzekerd worden. Het voor iedereen beter maken zal ons er voor behoeden dat het voor iedereen, ook voor ons, slechter wordt.

2. Waarover het in dit artikel niet gaat

In het artikel wordt niet ingegaan op het beperkte aantal vluchtelingen dat Europa en BelgiŽ opvangen in vergelijking met de omringende landen in de oorlogs- of hongergebieden zelf. Ook niet over de onnoemelijke dwaasheid om met bombardementen en oorlog onwillige maar gelaÔciseerde landen zoals Irak, LibiŽ en SyriŽ naar het stenen tijdperk te bombarderen en de aanwezige staatsstructuur volledig te ontwrichten. Ook niet over de NAVO-bombardementen op Belgrado in 1999 om te testen of Europa al rijp was om zelf bombardementen te ondergaan, mede uitgevoerd door Duitse coalitiegenoten onder leiding van de Groenen.

De vluchtelingenstromen die het uiteenvallen van JoegoslaviŽ meebracht tussen 1991 en 2002 zijn opgedroogd. Deze vluchtelingen, in hoofdzaak uit BosniŽ-Herzegovina zijn in grote mate naar hun thuis teruggekeerd. Dat zal ook het geval zijn voor Syrische en Irakese vluchtelingen als de diplomatieke oplossing zal gerealiseerd en aan de heropbouw begonnen. Het gaat ook niet over de culturalisering van fenomen afgeleid van of gekoppeld aan de vluchtelingenkomst zoals de ďseksuele obsessiesĒ en ďcriminele voorbestemdheidĒ bij Arabieren, Noord-Afrikanen, Marokkanen, ĎBerbersí enz.

Ook niet over de criminele organisaties die een disaster zoals in Keulen hebben gepland, het hebben toegelaten of zonder gevolg op het terrein hun ding hebben laten doen. Onder de ogen van een beperkte politiemacht, voor een goed deel onder dekking van buitgemaakte of om criminele reden verkregen BAMF-attesten, door zogezegde asielvragers of illegalen die zich ingeschreven als vluchtelingÖ Als zogezegde vluchteling konden zij ongemoeid hun gang gaan. Het afstoffen van de racistische aanduiding ďNoord-AfrikanenĒ, intussen vergelijkbaar met Ďnegerí (2) illustreert de moeite die Duitsland heeft om met diverse werkelijkheden om te gaan.

3. De Vlaamse verhuis naar WalloniŽ voor een beter leven

Tussen 1830 en 1910 zijn er een half miljoen Vlamingen verhuisd van Vlaanderen naar WalloniŽ en Brussel. Als de bevolkingsevoluties in elk van de gewesten bekeken wordt dan zien we dat vooral Brussel in die periode gegroeid is van 140.322 naar 761.898 inwoners, en dit vooral door binnenlandse immigratie. Maar ook al door buitenlandse migratie, zo ondermeer Karl Marx (1845) die er zín Manifest schreef en Paul Verlaine, die er in 1873 op Rimbaud schoot. Vlaamse vrouwen gingen ĎBrussel in Brussel Ďdienení. Walen verhuisden naar Brussel om mee de industriŽle ontwikkeling in WalloniŽ te verzilveren. Mede door een overschot op de woningmarkt, leegstaande huizen in onderkomen wijken in WalloniŽ verhuisden een half miljoen Vlamingen naar WalloniŽ voor een beter leven, om economische redenen zouden we nu zeggen. Ze werden beschouwd als profiteurs, dieven, messentrekkers en levend in op zichzelf gesloten gemeenschappen.

Mede doordat zij ĎBelgení waren en in aanzet dezelfde rechten hadden als de ontvangende gemeenschap stond de toegang tot onderwijs, tewerkstellingen, openbaar ambt voor hen evenwaardig open. Dat laat zich nu aflezen in de Vlaamse namen in alle domeinen van het maatschappelijke leven in WalloniŽ en Brussel. Het was een volwaardige integratie, tegen alle vooroordelen in die op dat ogenblik in WalloniŽ bestonden. Integratie is de maatschappelijke dynamiek waarbij de nieuwkomers in dezelfde rechtspositie komen als de andere inwoners, dus ook gelijke toegang tot wonen, arbeidsmarkt, onderwijs en politiek krijgen. Als men zegt dat de integratie mislukt is dan wil dit maar ťťn zaak zeggen: niet dat de nieuwkomers zich niet aangepast hebben, maar dat de ontvangende samenleving een systematische ongelijkheid van rechten heeft ingesteld en gehandhaafd.

4. Integratie is wat de ontvangende samenleving doet voor nieuwkomers


In het maatschappelijke nadenken over vluchtelingen klinken nu alleszins betere voornemens door dan in het verleden. We moeten de vluchtelingen zo vlug mogelijk Nederlands leren, het onderwijs dient voorbereid te zijn op hun komst, de tewerkstelling dient adequaat aangeboden en leertrajecten dienen ontwikkeld, de equivalentie van diplomaís en de ervaringsdeskundigheid dient gevaloriseerd. Een verdere stap is dat bij definitief verblijfsrecht de politieke rechten langs de Belgwording dienen toegekend, dat de gezinshereniging een prioriteit is en dient aangemoedigd. In welke mate is het vertragen of uitsluiten van gezinshereniging niet mede oorzaak van het maatschappelijk onevenwicht in de primaire menselijke behoeften bij specifieke groepen?

Gezinshereniging is een gevoelig en door de huidige politieke beleidsvoerders onder de mat geduwd item. Welk een tegenstelling met de beleidsvoerders in 1950 en 1960 die contracten afsloten met Marokko en Turkije voor een versterkte immigratie. Deze beleidsvoerders voorzagen toen al een ontvolking van de steden, die enkel door immigratie in de dan komende decennia kon vertragen maar niet opgelost worden. Enkel door een intensieve campagne voor gezinshereniging en verdere gezinsvorming met kinderen kon na 4 decennia een oplossing geboden worden voor de bevolkingsdalingen en kon de bevolking terug aangroeien.

Door deze beleidsbeslissingen van de 60-tiger jaren, aangevuld met de campagnes voor Belgwording in 1985 en 1992 en vooral 2000 konden de voorbije migraties en vooral hun kinderen gelijke rechtsposities verwerven. Het bewijst de vooruitziendheid van de toenmalige beleidsvoerders, ook al heten ze toen al Verhofstadt en Reynders, en met CD&V niet in de regering. In 1960 was al duidelijk dat Spanje, Portugal en Griekenland en later ook ItaliŽ geen leveranciers meer zouden zijn van immigranten door hun integratie in de EU. Marokko en Turkije waren dan de eerst aangewezenen, mede omdat deze landen historisch al ervaring hadden met verblijf op ĎWesterse bodemí langs El Andalus en het Ottomaanse rijk. Voor wanneer een EU met inbegrip van Turkije, alle Baltische staten en de Noord-Afrikaanse landen. Een verre toekomst? Misschien dichterbij dan men denkt.

5. De voorbije ontwikkelingen van asiel en migratie

In enkele grafieken en tabellen die voor zichzelf spreken wordt een beeld geschetst dat de ogen opent en greep doet krijgen op de evoluties. Komt de berg naar Mozes of gaat Mozes naar de berg.

  5.1. Evolutie asielaanvraag en erkenning door het CGVS

In een grafiek wordt de evolutie van de asielvraag duidelijk over een tijdspanne van bijna dertig jaar. Ze omvat de zelfontbinding van het Oost-Europese communisme (1990-1992), de burgeroorlogen in ex-JoegoslaviŽ in 2000 en de Tsjetsjeense crisis in Rusland en enkele Oost-Europese landen, en ook ArmeniŽ in 2008-2010. De oorlogen in Afghanistan en Irak en recent in SyriŽ hebben een continue en stijgende vluchtelingenstroom op gang gebracht, de Arabische revoluties nihil, en ook Libanezen zijn met een vergrootglas te zoeken.


Het meest opvallende is het extreem lage erkenningscijfer door het Commissariaat Generaal van de vluchtelingen en Staatlozen, een kleine oprisping in 2005 niet te na gesproken. Vanaf 2010 komt hier een structurele wijziging en met De Block in 2013 en vooral Theo Francken zijn de aantallen vertienvoudigd. Het Vlaamse kiespubliek is hen zeer dankbaar voor dit gul en humanitair asielbeleid.

5.2. Welke landen zitten in de top 21 van asielaanvragen tussen 2000 en 2015?

Om een zicht te krijgen op de evolutie op 15 jaar werden de asielaanvragen per jaar bijeengevoegd. Voor 2015 gaat het uiteraard maar om ťťn jaar maar de vergelijking is toch interessant. De Tsjetsjeense crisis weegt, op 15 jaar gezien nog altijd het zwaarste door. Als er gebombardeerd wordt dan wordt de vluchtelingenstroom op gang getrokken. Dat is een wetmatigheid waar vooral de wapen- en bommenfabrikanten zich mee in de handen wrijven. Zelfs ServiŽ, dat in 1999 met zogezegde Ďprecisieíbombardementen haar ladingen kreeg zit nog in de top 5.
   

Top 21 Asielaanvragen naar land van herkomst 2000-2015

 

2000-

2005-

2010-

2015 

Totaal 

 Land herkomst

2004

2009

2014

 

 

Rusland

10.225

7.681

6.754

777

25.437

Afghanistan

2.307

3.852

10.065

7.099

23.323

Irak

2.068

4.879

6.438

7.722

21.107

ServiŽ

10.950

4.286

3.514

201

18.951

Congo DR

7.830

4.080

5.048

650

17.608

SyriŽ

1.113

1.222

4.467

7.554

14.356

Guinea

2.416

3.295

7.682

752

14.145

Iran

6.755

2.885

1.970

537

12.147

ArmeniŽ

3.035

2.986

2.651

187

8.859

AlbaniŽ

4.571

913

2.648

538

8.670

Kosovo

0

2.017

5.537

495

8.049

Turkije

3.887

1.626

1.526

229

7.268

Kameroen

2.307

1.813

2.274

318

6.712

Rwanda

2.847

1.837

1.739

230

6.653

Algerije

4.209

1.082

1.102

114

6.507

Slowakije

4.045

1.763

131

1

5.940

Pakistan

1.718

915

2.706

487

5.826

GeorgiŽ

2.534

1.193

1.720

248

5.695

MacedoniŽ

1.648

564

2.847

209

5.268

SomaliŽ

823

784

1.667

1.932

5.206

Bulgarije

2.975

846

229

7

4.057

Andere

40.076

17.577

27.241

5.187

90.081

Totaal

118.339

68.096

99.956

35.474

321.865



Men kan zich bij dit overzicht afvragen waarom er een voortdurende ondervertegenwoordiging is van asielaanvragen uit ZaÔre, Congo DR? Voor de oud-kolonie staat er toch nog een enorme schuld open bij BelgiŽ die door asieltoekenning maar erg minimaal wordt afgelost. Ook niet door reguliere migratie trouwens. Na Congo DR is Guinea een land met een groot aantal asielvragen, met Kameroen, Rwanda en SomaliŽ als verre volgers.

Na het (recent doorbroken) akkoord tussen de PKK en Turkije was er een sterke vermindering van de asielvraag. Dat kan nu wel even anders worden. Na de piek van Kosovo en de ontrading in enkele Oost-Europese landen is hun aandeel sterk verminderd. Inwoners van deze landen zijn nu met de vluchtelingeninstroom vanuit SyriŽ mee ingeschoven en vormen 30% van de geregistreerde instroom van 1,1 miljoen in Duitsland. Hen wacht de uitwijzing of de illegaliteit.
 
De Ďnormaliseringí van Iran kondigde zich al een decennium aan. SyriŽ zal in de statistieken blijven stijgen, tot de door het westen met wapens gesteunde opstand tegen een souverein land, met de hulp van Rusland en Iran diplomatiek zal genormaliseerd worden. Intussen kan men zich afvragen met welk doel en met welke Westerse mogendheden en politieke krachten men doelbewust de totstandkoming van een gewelddadig en fascistisch kalifaat heeft aangemoedigd en tot stand gebracht.
 
5.3. Een Ďasielgolfí van Marokkanen en Algerijnen zoals in Duitsland?

Interessant om na te gaan is het aantal Ďasielvragersí uit Marokko en Algerije. In december 2015 steeg hun aantal in Duitsland tot 5.300, samen meer dan 20.000 in 2015. Het zou kunnen gaan om een gemakkelijke toegangsweg in de illegaliteit en de daaraan verbonden criminaliteit. Vraag is of dit fenomeen ook in BelgiŽ herkenbaar is. Amper 114 vragen van  Algerijnen in 2015 waarvan 9 in december, dat is 40% lager dan in 2014. Voor de Marokkanen waren dat 217 asielaanvragen, in december 21, en dat was 30% meer dan het jaar voordien, maar globaal erg laag. Heel anders dus dan in Duitsland, dat wel een erg atypische instroom van inwoners van ĎNoord-Afrikaí kent. Zien of dit Ďfenomeení zich ook in BelgiŽ zal voordoen. Allicht niet omdat de registratie en de asielaanvraag in BelgiŽ samenvalt. In Duitsland worden de asielvragers eerst Ďgeregistreerdí en dan volgens de ĎKŲnigsteiner sleutelí verdeeld over de 16 ĎLšnderí. Dat zou men kunnen verglijken met de vooropvang in BelgiŽ, die kort gehouden wordt. Maar in Duitsland duurt het maanden voor een Ďgeregistreerdeí asielzoeker zín officiŽle asielaanvraag kan doen, vergelijkbaar met deze bij vreemdelingenzaken in Brussel. Op 31/12/2015 hadden er van de 1.091.894 geregistreerden in Duitsland maar 476.649 hun aanvraag gedaan, meer dan 615.245 waren wachtend om hun aanvraag in te dienen. Nogal wat van deze Ďgeregistreerden,í verdwijnen, gaan terug naar hun Oost-Europees land, zoeken onderdak bij familie of kennissen, of gaan over tot criminele activiteit, wat voor een aantal het expliciete doel was van hun doortocht of doorgaan als Ďvluchtelingí met een registratiepapier.

5.4 Uit welke landen worden asielzoekers erkend?

Van 2008 tot 2014 kan het overzicht worden gegeven van het aantal erkenningen en weigeringen van asielaanvragers (dus personen, geen dossiers). Het geeft meteen een beeld van het % erkenning op het aantal asielaanvragen per land.
   

Top 21 Erkenning en Weigering - 2008-2014, Personen

In volgorde van aantal erkend

In volgorde van aantal weigering

Land

Erkend

% Erk.

Land

Geweigerd

% Erk.

Afghanistan

6.281

59%

Rusland

10.202

21%

Irak

4.521

62%

Kosovo

7.746

10%

SyriŽ

4.172

86%

Guinee

7.118

36%

Guinee

4.010

36%

Congo (DR)

6.220

17%

Rusland

2.711

21%

ServiŽ

5.652

11%

China

1.358

70%

ArmeniŽ

4.937

2%

Congo (DR)

1.230

17%

Afghanistan

4.412

59%

Iran

980

39%

MacedoniŽ

3.739

2%

Rwanda

940

31%

AlbaniŽ

3.174

14%

Kosovo

879

10%

Irak

2.753

62%

SomaliŽ

821

48%

Pakistan

2.126

8%

ServiŽ

675

11%

Rwanda

2.091

31%

Kameroen

565

22%

Kameroen

2.061

22%

AlbaniŽ

518

14%

Turkije

1.729

21%

Turkije

473

21%

Iran

1.541

39%

Sri Lanka

440

48%

GeorgiŽ

1.535

3%

Senegal

400

23%

Senegal

1.354

23%

Eritrea

378

78%

Togo

1.319

14%

Burundi

332

28%

Bangladesh

1.183

2%

MauritaniŽ

280

22%

BosniŽ-Herzeg.

1.065

4%

Djibouti

239

45%

Angola

1.061

6%

 
Het aantal en % erkenning is door de jaren heen erg beperkt geweest. Voor de 21 hoogste aantallen erkenningen en weigeringen geven we het % erkenning. Opvallend is het erg lage erkennings% van de oud kolonie Congo DR en protectoraat Rwanda. Van Afrikaanse landen springt Eritrea er uit met een hoog erkennings%, alsmede SyriŽ, Afghanistan en Irak, de oorlogslanden. Oost-Europese landen hebben veel weigeringen. ArmeniŽ en GeorgiŽ (oud-Sovjetstaten), alsmede BosniŽ-Herzegovina en MacedoniŽ hebben een marginaal erkenningspercentage. Voor ArmeniŽ was dat na 2000 eventjes anders, vooral door erkenning om medische redenen. Dat kraantje is dichtgedraaid.

Voor de meeste landen zal het erkenningspercentage niet verhogen behoudens voor de Ďechteí oorlogsvluchtelingen, alhoewel er ook een grotere selectiviteit zal komen afhankelijk van de regio in Afghanistan, Irak en SyriŽ van waar men komt. Zeker in dit laatste land zal de toestand opklaren voor bepaalde gebieden als het diplomatiek proces zín resultaten zal krijgen. En ook de terugkeer naar SyriŽ en ook Irak is de komende jaren een realistische optie.

5.5. Wat gebeurde met de 487.912 asielaanvragen sinds 1996.

Op 20 jaar, dus sinds 1996 zijn er 487.912 asielaanvragen gebeurd in BelgiŽ. Daarvan werden er door het Commissariaat-Generaal van de Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS) en langs regularisatie in totaal 165.963 erkend. Dwz er zijn 165.963 overgangen genoteerd door het Rijksregister van het Wachtregister asiel (het 5de register) naar het vreemdelingenregister. Het gaat hier dus om Ďpersonení en niet over Ďdossiersí, kinderen worden dus meegeteld.
   

Loop van de asielvragers na 1996 en opvolging

 

Aantal

%

Totaal Asielaanvragers na 1996

487.912

100%

Erkend uit Wachtregister (1)

165.963

34%

Vrijwillig teruggekeerd

57.338

12%

Gedwongen teruggekeerd

131.277

27%

Nog in Wachtregister

46.315

9%

Niet erkend + uit  Wachtregister (2)

87.019

18%

(1) Erkenning als vluchteling + regularisaties

 

(2) Dit is het theoretische maximum, in feite zijn er meer mensen spontaan teruggekeerd, realistisch nu 50.000

 
Voortgaande op de gepubliceerde cijfers van terugkeer van illegalen, in belangrijke mate gelijkgesteld met niet-erkende vluchtelingen, zijn er sinds 1996 189.615 teruggekeerd waarvan 131.277 gedwongen. 46.315 zitten op 01/01/2015 nog in het wachtregister. Er blijven 87.018 asielvragers waarover niets meer is vernomen en die ook niet gemeld hebben dat ze teruggekeerd zijn. Zij kunnen nog in BelgiŽ verblijven of spontaan teruggekeerd zijn. 50.000 is dan misschien nog een hoge schatting voor deze restgroep van Ďillegalení.

De wijze waarop Theo Francken kritiekloos en zonder relativering zín resultaten van terugkeer voor 2015 mag vrijgeven wordt enigszins getemperd wanneer de evolutie van terugkeer over 5 jaar wordt uitgezet, zoals ook Nahima Lanjri heeft gedaan.
    

Vrijwillige en gedwongen terugkeer: 2011-2015

31/12

Vrijwillige Terugkeer

Gedwongen terugkeer

Terugkeer

2011

3.870

6.443

10.313

2012

5.656

5.741

10.075

2013

4.585

5.769

9.522

2014

3.586

5.141

8.727

2015

4.187

5.894

10.081

  
Vrijwillige terugkeer is onder de huidige regering ingestort en kent een lichte herneming. De gedwongen terugkeer komt op het niveau van 2 jaar gelden. Samen zit het huidig terugkeerbeleid nu op het niveau van dit van 2012, en wie was er toen weer aan de macht?

5.6. Erkenning en regularisatie van asielvragers: overgang uit het Wachtregister asiel

In 2000 en 2010 zijn er twee regularisatiemogelijkheden geweest die vooral gericht waren op asielvragers die reeds jaren in wacht waren. Men kan er, volgens informele info vanuit de bevoegde administratie, van uitgaan dat ĺ van de geregulariseerden uit het wachtregister asiel komen. Door de overgangen vanuit het wachtregister asiel en het migratiesaldo van buitenlandse vreemdelingen naast elkaar te zetten komt een exact beeld tot stand van het aandeel van de erkenning van asielzoekers (CGVS en regularisatie samen genomen) en de migratie vanuit het buitenland van Vreemdelingen.
 
De groei van het migratiesaldo van buitenlandse nieuwkomers is behoudens een dip in 2009 (crisis) en een daling tussen 2011 en 2013 voortdurend stijgend, ook in 2014. Het laat zich voorzien dat ook in 2015 en 2016 deze stijging zich zal verderzetten, en dit zonder de impact van de vluchtelingenerkenning al mee te tellen. De genomen regeringsmaatregelen hebben enkel een verschuiving in de tijd meegebracht.


Wat is het aandeel van de erkenning vluchtelingen in het geheel van het migratiesaldo van vreemdelingen (zonder de ambtelijke schrappingen/herinschrijvingen). Het betreft dus het % op het toaal nieuwkomers uit het buitenland + de erkenning van reeds in het binnenland verblijvende vreemdelingen in het Wachtregister asiel. Op de momenten van regularisatie en hun uitloop piekt dit aandeel op 20%, in een gewone erkenningscyclus is dit gemiddeld 13%.
   

 
Als de erkende asielvragers uit het Wachtregister Asiel jaar per jaar opgeteld worden, en hetzelfde bij de buitenlandse nieuwkomers in BelgiŽ, krijgt men een mooi samenvattend beeld over het totaal aantal erkende asielzoekers en de migratie van buitenlandse nieuwkomers op 16 jaar gezien:

  

Het migratiesaldo van buitenlandse nieuwkomers bedraagt bijna 1 miljoen vreemdelingen die bij saldo naar BelgiŽ gekomen zijn. Intussen kregen daarbij nog een kleine 200.000 asielvragers op een of andere wijze hun verblijfrecht in BelgiŽ. Hiermee is duidelijk dat asielzoekers maar een margineel deel uitmaken van de migratiedynamiek in BelgiŽ. Met de instroom van SyriŽrs zal dat aandeel tijdelijk wat stijgen maar globaal blijft het marginaal.

6. Migratie en asiel, een wissel op de toekomst voor Duitsland en alle Europese landen

De input van een forse immigratie de laatste 15 jaar  heeft BelgiŽ niet ontwricht, er zijn geen opstanden geweest, de staatskassen werden niet geroofd, het samenleven is gestabiliseerd. Ook al is 50% van Antwerpen intussen van vreemde herkomst, van 0 tot 6 jaar is dat 75%. 75% van Brussel is van vreemde herkomst, een transformatie die vertrok van 7% in 1960. Zonder migratie waren Antwerpen en Brussel steden in verval die voor 1/3 onbewoond zouden zijn.

Alleen is er nu een kleine paniek ontstaan bij de ondernemers en hun akolieten in de politieke partijen. De vraag naar solidariteit, naar een grotere gelijkheid, naar een uitbouw van de koopkracht, naar een consolidering en investering in de publieke dienstverlening kregen en krijgen mede door de noodwendige immigratie een groter draagvlak. Ook al geeft het niet die indruk, bij de ondernemers en hun politieke protagonisten is het nu al sauve qui peut, en wat we nog kunnen halen laten we niet liggen. De vakbeweging, het middenveld, de werknemers en de migranten doen er goed aan hierop een sterker zelfbewustzijn te enten. De toekomst ligt voor hen open.

Duitsland is, eigenaardig genoeg, de voorbeeldstaat. Want meer dan elk ander land in Europa staat Duitsland voor een catastrofe, de bijna onmogelijke opdracht om haar welvaartsniveau te handhaven en zich als economische grootmacht te handhaven. Hun deficiet in de generatiewisseling is nu al 35% en zal binnen vijf jaar 43% bedragen. Generatiewsisseling?

De generatiewsisseling berekent het % 10-24 jarigen dat de komende 15 jaar de 50-64 jarigen zal vervangen. Geboorten kunnen deze verhouding niet meer wijzigen. De impact van bestaande migraties worden in deze berekening al meegerekend; enkel nieuwe immigraties kunnen de balans in de actieve bevolking terug in evenwicht brengen. Berekend voor 2015 heeft Duitsland de komende 15 jaar een tekort van 35% om haar 50-64 die zullen uitstromen te vervangen. Binnen vijf jaar is het vooruitzicht nog slechter, dan is het tekort in de generatiewisseling gegroeid tot 43%, In Oost Duitsland zelfs 52%. Oost-duitsland wordt het immigratieland van de komende decennia, en niemand zal de vluchtelingen of migranten kunnen tegenhouden. Want waar plaats is om te wonen en de actieve bevolking wordt gedecimeerd, daar komen de migranten naartoe, dat is een eeuwige wet. Best is dat Mozes naar de Berg gaat voor de Berg naar Mozes komt. Best is wijs te worden voor men wat wijs gemaakt wordt.

7. En BelgiŽ?

BelgiŽ kent een tekort in de generatiewisseling van 15%, dwz de komende 15 jaar zal er een tekort zijn in de vervanging van de 50-64 jarigen door de 10-24 jarigen. Dit tekort zal zich langzaam opbouwen de komende 15 jaar. De verhoging van de arbeidsleeftijd zal hierop maar een marginale invloed hebben. De babyboomgeneratie gaat met pensioen, de aankomende generaties weerspiegelen een dalende bevolking in die leeftijdscategorie. In 2020 zal het tekort voor de generatiewisseling in BelgiŽ 20% bedragen, tot 2035 zal het tekort in de actieve bevolking toenemen.

Enkel migratie zal de actieve bevolking op peil kunnen houden, maar dat zal niet genoeg zijn, omdat de groei van het BNP ook groei van het aantal tewerkgestelden meebrengt, een welvaartstaat wordt maar behouden door een groei van het BNP. Meer vrouwen aan het werk, vrouwen, mťt hoofddoek, om economische redenen. In de komende decennia zijn alle factoren aanwezig om gelijke kansen te realiseren voor iedereen, ook voor de voorbije en nieuwe migraties en asiel en dit zowel in onderwijs, werk en wonen.

Waar migratie tussen 1970 en 2000 de steden van ontvolking gered heeft, zullen het nu vooral de kleinere steden en landelijke gemeenten zijn, die de immigratie zullen aantrekken. De asielcentra zijn uit die optiek al ideaal gespreid, vooral rond landelijke en kleinere steden. De vooruitziendheid van beleidsvoerders kent soms geen grenzen ook al beseffen zij dat zelf niet altijd.

Jan Hertogen, socioloog

________________________________
(1) Als de berg niet naar Mozes komt moet Mozes naar de berg gaan, in vroegere tijden luidde het:   maar ook als de berg niet naar Mohammed komt moet Mohammed naar de berg gaan, of nog (uit het Duits) Als de berg niet naar de profeet gaat, moet de profeet naar de berg gaan. De betekenis is dan ďTegenover iemand die het niet begrijpt of wil begrijpen, men maar de verstandigste moet zijn en er naar toegaanĒ.
(2)
'Noord-Afrikaan' is in wezen een reeds eeuwenlang gebruikte door het Franse kolonialisme geÔntroduceerde term, in de lijn van 'Barbaren' zoals door de Grieken bedacht, van de toen in hoofdzaak Amazigh (later als Berbers aangeduide) bewoners. Na de kolonisatie door Frankrijk werd het vernederend bedoelde 'Barbaren' vervangen door 'Noord-Afrikanen', omdat de Fransen zichzelf als de beschavingsbrengers zagen en hiermee de referentie naar de Berber-cultuur wilden uitwissen. 'Noord-Afrikanen' is dus een koloniaal begrip dat vanaf 1960 stigmatiserend werd aangewend voor de nieuwe migratie vanaf de 60-tiger jaren en staat voor onbeschaafd, crimineel, vuil, lui, onbetrouwbaar, analfabeet en zo meer. Met 'Noord-Afrikanen' heb je altijd succes in het oude op racisme en koloniale denkbeelden gebaseerde populistische discours.