BuG 266 Ė Bericht uit het Gewisse Ė  22 april 2015
   
BuG 266 on-line                              Printversie (19p)

Gedachte:
Jan Peumans heeft dezelfde opleiding genoten als ik, kan hij     
met Zuhal Demir de cursus Sociale Zekerheid van Deleeck eens overdoen
?


3de deel triptiek over de (jeugd)werkloosheid:
Evolutie
(jeugd)werkloosheid en wisseling generaties per gemeente
Deze triptiek gaat voort op een vraag van www.foryouth.be
voor een artikel in Youthvoice, op 21/04/2015 verschenen.
    

Werk en "Power to the people" door generatiewisseling?

Tabel: UVW-werkloosheid 2001-2014 en Leefloon 2011-2014 per gemeente
Tabel: Wisseling generaties 2001-2014-2024 per gemeente                       

 
Gaan in Brussel de vermindering van 15-24 jarigen en van im-
migratie in deze groep en de wisseling van generaties samen,
hetgeen werkloosheid en leefloon doet verminderen met forse
stijging aantal studenten en lichte stijging van werkenden?
 

In donkerblauw het jaarlijks evolutiepercentage, in lichtblauw het
gecumuleerd percentage tot -42,2% in 2014 vergeleken met 2003,
voortgaande op de gemiddelde jaarcijfers UVW-werkloosheid.


Evolutie 15-24 jr Brussel in % per jaar (donkerblauw) en cumulatief
(lichtblauw). Opvallend is de vertraging van de bevolkingaangroei
na 2011, hetgeen misschien een belangrijke verklaring is voor de
daling van de UVW-werkloosheid, zeker in combinatie met de
stijging van het aantal studenten, ook in de groep 20-24 jarigen.
 
Wie of wat verklaart deze extreme daling in het Brusselse gewest?

   
Rechtstreeks naar BuG 266

Inleidingen:
1.
Herneming van de economie?
2.
Gaat demografie voorop aan economie en beleid?
3.
De gaten in de geschiedenis dienen eerst geheeld
4.
Het pessimisme van het IMF en de arbeidsreserve in BelgiŽ
    - de niet-actieven
    - de werklozen
    - de aankomende generaties
    - de voorzienbare interne migraties in BelgiŽ
    - de arbeidsreserve op wereldvlak

Inleiding 1: Of het stijgend aantal vacatures voortkomt uit een herneming van de economie
is maar de vraag. Dat zal meespelen, maar wat met de wisseling van generaties, als je ziet met welke ijver het spoor techniekers, de MIVB vrouwen en de VDAB werkvolk zoekt. Het zijn vooral de niches op de arbeidsmarkt met ouderen die het arbeidsveld verlaten waar nu al strijd om de kandidaten geleverd wordt. Het zijn nog maar enkele signalen van een jarendurende strijd om de best gekwalificeerden voor de betere ťn de gewone job. Waar vroeger sprake was van overkwalificatie, zal het nu just in job kwalificatie zijn, of on the job kwalificatie langs vorming en volwassenenonderwijs. En inschakeling van vrouwen met hoofddoek als chauffeur bij de MIVB misschien, en in de zorg, waar het terrein voor tewerkstelling van vrouwen en mannen van vreemde herkomst nog volledig openlicht. En juist nu komt er opnieuw een georchestreerde aanval op de HBO5/gegradueerd verpleegkundige, zien of De Block zich zal onderschikken aan de perverse denkbeelden van de corporatistische beroepsorganisaties. Op 12 jaar tijd kunnen 4 bachelorgeneraties en 3 mastergeneraties gevormd en afgeleverd worden. Voor alle kwalificaties zal er dan nog altijd tekort zijn, van welk geslacht of herkomst ook. Met een versterkende verhuis van oude migraties naar kleinere steden en platteland en een continue immigratie in de vrijkomende woongelegenheid in grote en middelgrote steden zal BelgiŽ, als ervaren migratieland mee aan de economische top staan in europa. En ja, ook de asielzoeker die langs Noord-Afrika Europa bereikt, zal hier, meer dan nu het geval is, een plaats vinden.

Inleiding 2. In Brussel zou deze demografische dynamiek wel al eens goed kunnen begonnen zijn. Want waar zijn de Uitkeringsgerechtigde Voltijdse Werklozen (UVW), zoals de RVA hen noemt, of de  WerkZoekenden met werkloosheidsUitkeringsAanvraag werklozen (WZUA) zoals de VDAB, Actiris en Forem hen noemt, of de werklozen in de beteknis van de enquete naar de ArbeidsKrachten?  Demografie gaat vaak voorop aan economie en politiek, zoals ook al bij bij de migratie kon vastgesteld worden. Men mag zich vooral niet laten misleiden door het ideologische en in wezen racistische bedje waar nog al wat partijen in ziek zijn. Ook niet door het liberalistische, op private winst en individuele verantwoordelijkheid gerichte mens- en wereldbeeld. Dat gaat allemaal op de schop nu de omgekeerde babyboom de komende 15 jaar de plak zal zwaaien en al op gang is gekomen. Dat men vooral niet denkt dat 'banengroei' en vermindering van werkloosheid de verdienste is van wie dan ook, behalve dan van de moeders die na WO2 de ravages hebben moeten opvullen die vooral door het nationaalsocialisme werden aangericht, en ook va de moedige en gedreven leidster van het verzet tegen de afbraak van de publieke dienstverlening, Chris Reniers, zie De Redactie van 21/04/2015.
 
Inleiding 3. Maar ook de extreem-rechtse en kolonialistische ideologie sijpelt nog door in heel wat stoer doende actoren en een anachronistisch terrorisme dat, met alle vuurkracht die de moderne maatschappij ontwikkeld heeft, blijkbaar z'n gang mocht en mag blijven gaan. De gaten in de geschiedenis dienen gedicht, of het nu gaat over
- de Armeense genocide, zie de CD van Emre GŁltekin en Vardan Hovanissian en het artikel in MO van 14/04/2015 en beluister het titellied Adana, en mis de laatste aflevering niet van Bloedbroeders op zondag 26/04/2015, de eerdere 5 afleveringen zijn te herbekijken op Bloedbroeders' op NP02, en het oprichten van een Armeens Kruis in Mechelen op 19/04/2015, de stad van het kerkasiel voor Assyrische Turken, ArmeniŽrs, SyriŽrs en andere minderheidsgroepen,
- het niet vervolgen van 95% van de SS-ers, beulen en uitvoerders van het nazisme,
- de ravages van het kolonialisme en de onderschikking van het Middenoosten aan de westerse belangen
- het onvermogen de collaboratie in eigen land te duiden,
- het afvoeren van het Westerse probleem van de Jodenuitroeiing door de wederrechtelijke inplanting van een Joodse staat in Palestina,
- het bewust laten onderkomen van de herinnering, herdenking en documentering van de weerstand en de 60.000 gevangen en gedeporteerden in BelgiŽ, waarvan er 26.000 het met hun leven moesten bekopen, in gevangenissen, executies, deportaties, dwangarbeid en krijgsgevangenschap.
Het is enkel als elkeen zijn gelijkwaardige plaats en herstel krijgt in het heden van wat hen in het verleden is aangedaan, dat ook de huidige generaties een toekomstperspectief zullen kennen.

Inleiding 4. Het pessimisme van het IMF en de arbeidsreserve van BelgiŽ. "Bijna alle landen zullen economische groei zien afnemen door vergrijzing", kopt de Morgen op 15/04/2015, alsof het een kwaad is dat men moet bezweren. Het is evenwel tegengesteld aan wat in deze triptiek van BuG's wordt vastgesteld. Voor het eerst na wo2 ligt de toekomst voor afgestudeerden en werklozen in BelgiŽ echt open. "Jonge werkenden kunnen de uitval van oudere werkenden niet meer compenseren" stelt het IMF pessimistisch, behalve in BelgiŽ dan, waar er 5 wezenlijke arbeidsreserves aanwezig zijn:

1. De niet-actieven,
met name vrouwen en meisjes uit de migratie die mťt hoofddoek een gouden reserve vormen voor alle jobs en functies
2. De werkloosheid die vooral voor 25+ een probleem is en waarbij vorming op korte, en scholing op lange termijn alle kwalificaties kan leveren
3. En vooral de nieuwe aankomende generaties scholieren en studenten, die nu in basis- en secundair onderwijs zitten. Ze leveren de komende 12 jaar 4 generaties bachelors en 3 generaties masters af. De vermindering en op termijn de uitsluiting van selectie en discriminatie op basis van herkomst zal deze generaties meer dan vroeger vrijgeven voor alle jobs en functies. Het onderwijs zal zich meer en meer hierop afstemmen en langs verbinding, eerder dan door kennisoverdracht, nieuw geŽmancipeerde generaties afleveren, zie het verhelderende artikel in Brandpunt (COC-uitgave). En de grootste arbeidskloof tussen autochtonen en niet-Europeanen in BelgiŽ is te vinden bij de hoger geschoolden, zo stelt de OESO en ook de Koning Boudewijnstichting vast in een recent rapport, zie DS 21/04/2015. Maar Alles komt in orde, zoals Jan Leyers zingt, "wat je geeft krijg je terug" en maar ook dat het hard tegen hard zal gaan.
4. Welke andere (demografische) dynamieken gaan meer dan vroeger de generatiewisseling en binnenlandse en buitenlandse migraties beÔnvloeden? In de steden genereert de generatiewissel maar beperkte aanzuigkracht voor de jongeren, er is meestal een overschot, in tegenstelling tot de kleinere en landelijke gemeenten of provincies, zoals Limburg en West-Vlaanderen. De oude migraties en haar nazaten zullen een beter leven zoeken en vinden in deze gebieden en provincies die dus de grootste aanzuigkracht zullen ontwikkelen. Zij hebben een negatief saldo in de generatiewissel, dwz veel meer uitstroom van 50+ dan instroom jongeren. In deze gemeenten gaat dit samen met meer overlijdens en minder geboorte zodat huizen zullen vrijkomen om de binnenlandse migraties/verhuis te huisvesten. Deze interne migratiebeweging die al op gang is gekomen zal binnen de grotere steden de woonruimte vrijmaken die in het verleden ook al de immigratie heeft aangetrokken en gehuisvest. In Antwerpen stad bv is de generatiewisseling in evenwicht en zullen jongeren 'opgestropt' blijven, terwijl in de provincie Antwerpen de generatiewissel een tekort toont van 16%. Brasschaat, Hoogstraten, Turnhout, De Kempen (met nu al een geŽlektrificeerde treinverbinding tot Mol), here we come, zodat zij beter vanuit Brussel bereikbaar zijn, de omgekeerde beweging van wat in de 19de eeuw gebeurd is.
5. Blijft nog de arbeidsreserve op wereldvlak die langs immigratie blijvend zal binnenkomen of extra aangesproken worden en waarin ook het overlopende Afrikaanse vasteland een aanbreng zal hebben.
Van alle landen in de wereld is BelgiŽ niet alleen het best voorzien of gewapend tegen welke crisis dan ook. Maar ook voor de vraag naar arbeid is de generatiewisseling op gang gekomen en komt meer en meer op toerental. Op Europees vlak zal Duitsland de topnatie zijn voor immigratie van miljoenen immigranten, en dit om demografische redenen, zoals dit ook voor BelgiŽ het geval was vanaf de jaren zeventig. Duitsland is voor enkele decennia geconfronteerd met een ontvolking die nu pas op gang komt. Na WO2 is er een continue instroom geweest van Oost-Duitsers in West-Duitsland, met een grote piek vanaf 1989, wanneer 1/3 van de Oost-Duitsers naar West-Duitsland is verhuisd, zonder dat dit een immigratie uitgelokt heeft in Noord-Duitsland zelf, mede door een strikt migratiebeleid in het verenigd Duitsland. De ontvolking van Duitse steden die ook vanaf de jaren 70 is op gang gekomen, werd vanaf  90 volledig ingevuld door Oost-Duitsers. Maar nu is het schone liedje uit. Demografisch staat/stond Duitsland voor een catastrofe, een vermindering van de bevolking van 82 mio in 2012 naar 67 mio binnen 40 jaar. De immigratiestroom naar Duitsland, en andere landen van Europa in bevolkingsnood, is op gang gekomen. En zoals in BelgiŽ zullen 3 decennia van immigratie nodig zijn om deze bevolkingsvermindering te stoppen. Dat zou wel eens de hoofdreden kunnen zijn voor de uittocht uit Afrika richting Europa, want (de huizen in) Europa en vooral Duitsland roepen om  bewoning, en leveren meteen de noodzakelijke arbeidskracht om de komende decennia het welvaartspeil in Europa te handhaven. Wanneer wordt hier eens ter zake over gesproken en gedebatteerd in plaats van de continue stroom aan emo-berichtgeving? Een debat zoals C dans l'air van Caroline Roux op TF5 op 21/04/2015 kan hier de weg wijzen.

BuG 266
 
1. Tabellen en grafieken voor alle gemeenten

Tabel: UVW-werkloosheid 2001-2014 en Leefloon 2011-2014 per gemeente
Tabel: Wisseling generaties 2001-2014-2024 per gemeente                       

  

De tabellen omvatten de cijfergegevens en de opmaak van een set grafieken door copy/paste, de rij met de gemeentegegevens copieren en plakken in het eerste grafiekblad. Door 2 muisklikken krijgt men dit voor mekaar en dit voor alle 589 Belgische gemeenten, de provincies, de gewesten en het rijk. Voor de werkloosheid zijn enkel gemeenten weerhouden met minstens 10 UVW's in elk jaar. De Werkloosheidsgegevens betreffen het gemiddelde voor een jaar zodat ook voor de bevolkingsgegevens het jaargemiddelde genomen wordt.

2. Het Brusselse werkloosheidsraadsel: waar zijn de jongere werklozen?

UVW-werkloosheid met meer dan 50% verminderd, zo titelden we in BuG 265. Het is nu mogelijk om deze evolutie%ges per gemeente in beeld te brengen, weliswaar als jaargemiddelde en niet op 31/12, die in 2014 een goed stuk lager liggen. Voor het Brusselse gewest is de vermindering van UVW-werkloosheid als gemiddelde -42,2%, en 10 gemeenten die hier in beeld komen liggen boven het gemiddelde.

 

 
In Sint-Joost wordt de grootste vermindering vastgesteld, nl. -56,9% tav het aantal UVW-werklozen in 2003, dwz een vermindering van 451 naar 195. Voor het gehele Brusselse gewest betreft het een vermindering van 9.644 UVW-werklozen in 2003 naar 5.574 gemiddeld in 2014. Het betreft hier de officiŽle werkloosheidsstatistiek van de RVA.

Is er een transfert gebeurd van UVW-werklozen naar het Volledig Leefloon? Zoals reeds vastgesteld in BuG 265 is dit niet het geval voor 2014, wel een stijging in 2013. Op het niveau van de gemeente beschikken we over het aantal volledige leefloners per leeftijd voor 2013 en 2014.Maar eerst het overzicht voor het Brusselse gewest. Zowel het % UVW als Leefloners daalt en geeft een cumulatieve daling van 8,3% van de 15-24 jarigen naar 7,5%. Ter vergelijking worden ook nog de grafieken voor de andere gewesten weergegeven, met telkens dezelfde schaal zodat een visuele vergelijking mogelijk is, ook in de andere gewesten daalt het volledig leefloon licht in 201 tav 2013, samen met de UVW-werklozen voor de leeftijdsgroep 15-24 jarigen. Voor grafieken met de gegevens voor de 15-64 jarigen, zie de tabellen.
 

Brussels Gewest 15-24 jaar

Vlaams Gewest 15-24 jaar

Waals Gewest 15-24 jaar

 
Voor Molenbeek is er wel een doorschuiving naar Leefloon bij de jongeren, in Anderlecht niet. Merk het zeer hoge % UVW en Leefloners in Molenbeek. De forse vermindering van UVW op 11 jaar doet niets af aan het feit dat meer dan elders een hoog niveau is van werkloosheid onder de jongeren, en meer nog, bij de 25+. Door UVW-werkloosheid en Leefloon samen te tellen staat Molenbeek met 13,5% van de 15-24 jarigen aan de top, dat is een reŽel cijfer en niet de werkloosheidsgraad die de 75% niet actieven buiten beschouwing laat.
   

Sint-Jans-Molenbeek

  Anderlecht

 
De evolutie in Anderlecht illustreert de algemene evolutie van dalende UVW-werkloosheid in Brussel. In onderstaande grafiek wordt de evolutie van het werkloosheidspercentage en van de bevolking in beeld gebracht voor de 15-24 jarigen tussen 2004 en 2014. Na 2011 is er een daling van de aangroei en daarna stabilisatie van de bevolking in deze groep. Dat op zich is een element dat het aantal UVW-werklozen beÔnvloedt. Hoe lager de bevolking, hoe lager de kans om werkloos te worden of te blijven. In de 2de grafiek worden de evolutiepercentages gecumuleerd en berekend tav de situatie in 2004. Het vertrekpunt voor het gecumuleerd overzicht is 0 in 2003.

Anderlecht

 


Hier wordt duidelijk dat een beperking van de bevolkingsgroei, respectievelijk stabilisatie en eventuele daling, ondermeer door een beperkte immigratie, onmiddellijk een groot cumulatief effect kunnen hebben, als er al geen andere redenen zijn voor de afname van UVW-werkloosheid in Brussel, want de vraag blijft, zijn ze verhuisd naar andere gewesten, zijn ze thuis gebleven zonder inkomen of zijn er minder jongeren naar Brussel geŽmigreerd. In onderstaande grafiek wordt het aantal 15-24 jarigen uitgezet tegenover de totale bevolking:

Anderlecht

Brussels Gewest

 

Vergeleken met 2004 is er een aanzienlijke vermindering van het aantal 15-24 jarigen. In tegenstelling tot wat men denkt is in het Brussels gewest de immigratie niet voldoende geweest om de huidige generatie 10-24 jarigen op pijl te houden. Zou hierdoor ook  wisseling van generaties voor Brussel perspectief bieden, of zal dit aanleiding zijn tot een groter vertrek uit Brussel naar steden en gemeenten die ťn woningen (door hoger overlijdenssaldo) ťn werk (door generatiewissel) in de aanbieding hebben, en dit voor de komende 3 decennia?

Voor alle andere gemeenten kunnen met 2 muisklikken volgende grafieken gegenereerd worden: tabel UVW-werkloosheid 2001-2014 en Leefloon 2011-2014 per gemeente

Ter afsluiting van dit deel nog eens de evolutie van de gemiddelde UVW-werkloosheid per gewest in cumulatieve percentages:



Het Vlaams gewest zat in 2008, juist voor de bankencrisis met een geweldige opruiming van haar werkloosheid, maar dat bleek, meer dan in de andere gewesten, een luchtbel. Na 2009 was er een gelijklopende vermindering met de andere gewesten maar in 2013 stagneerde deze evolutie samen met het Waalse gewest. Enkel in het Brusselse gewest zette de daling zich door en accelereerde nog in 2014 zodat de cumulatieve daling van de UVW-werkloosheid tav 2003 in Brussels het sterkste was van de drie gewesten.

Al deze gegevens en grafieken kunnen voor elke gemeente in BelgiŽ geŽxploreerd op tabel: UVW-werkloosheid 2001-2014 en Leefloon 2011-2014 per gemeente. Voor elke gemeente worden met 2 muiskliks 12 grafieken gegeneerd. In het bestand zijn ook 24 grafieken van de gewesten vast aanwezig om vlug de vergelijking te kunnen maken, te veel dus om hier te verwerken

3. En wat zegt de EnquÍte naar de Arbeidskrachten over Brusselse 15-24 jarigen?

Cijfers die juist komen binnenwaaien kunnen ons wijzer maken, nl. de enquÍte naar de Arbeidskrachten met haar eigen definities van werkenden en werkloosheid, dus niet vergelijkbaar of optelbaar met deze van de RVA, die op haar beurt verschillen van deze van Actiris, VDAB en Forem. Maar toch interessant natuurlijk, ook al omdat ze nog nooit in beeld gebracht zijn met het detail van studenten,zonder de studenten mee te tellen die al werken of werkloos zijn. En dit in een tijdsreeks van 1999 tot 2014 (gemiddelde per jaar).


73,8% van de 15-24 jarigen, de jongeren in elke internationale vergelijking, zijn Niet-Actief, dwz zijn niet werkend en ook niet werkloos. Het zijn studenten en een restgroep van niet-actieven. Maar best is toch even de kijken naar de evolutie bij de de 20-24 jarigen, de core-groep van jongeren waar het in de werkloosheid om te doen is.


 
Opvallend is de sterke stijging van het aantal studenten in 2013, stijging die zich ook in 2014 doorzet. Ten koste van het aantal werkenden, dat in 201 licht herneemt en vooral, tegen de verwachtingen in, de vermindering van de 'rest groep' Niet-Actieven waarin met de NEET's zou moeten zoeken (de Non Education -Employment, -Training). Het is vanuit deze groep dat er een transitie komt naar Studenten, in deze telling zonder werk of werkloosheid.

Nog meegeven dat in de 'werkloosheid' volgens de EAK-definitie elkeen begrepen is die
(a) tijdens de referentieweek geen werk hadden, d.w.z. niet in loondienst of als zelfstandige werkten;  
(b) voor werk beschikbaar waren, d.w.z. voor werk in loondienst of als zelfstandige beschikbaar waren  binnen twee weken na de referentieweek;  
c) actief  werk zochten, d.w.z. gedurende de laatste vier weken met inbegrip van de referentieweek gerichte stappen hadden ondernomen om werk in loondienst of als zelfstandige te zoeken, of die werk hadden gevonden en binnen ten hoogste drie maanden zouden beginnen te werken.
Bij definitie gaat het dus niet om erkenning door RVA, VDAB, Actiris of Forem. Inbegrepen zijn dan ook alle leefloners en niet-Actieven die ja antwoorden op bovenstaande drie vragen.

En kan Actiris een en ander verhelderen?

Voor een verder statistische verwerking wachten wij de gegevens af van de RSZ, RSZ-PPO en RSVZ tewerkstelling af op 31/12/2015 en de detailgegevens van Actiris voor de WZUA's, de Werklozen met WerkloosheidsUitkeringsAanvraag, waarvan het aantal het best vergelijkbaar is met de UVW's, de uitkeringsgerechte Volledig Werklozen.

Tot nader order behelpen we ons met de evolutie van de NWWZ, waarin ook de werklozen in wachttijd, beroepsopleiding, de als werkzoekende ingeschreven leefloners enz zijn meegenomen, zie schema van de RVA.

   


Ook bij de NWWZ is een lichte daling in 2013 en een fikse in 2014 merkbaar, zonder dat info beschikbaar is over de WZUA's in de groep van -25 jarigen.

4. De wisseling van generaties, het einde van de werkloosheidstunnel? zoals
Youthvoice titelt.
 
In BuG 264 werd de wisseling van generaties in beeld gebracht en besproken per gewest, de 10-24 jarigen die de komende 15 jaar inschuiven om de 50-64 jarigen te vervangen. Nu wordt deze wisseling voor elke gemeente gevisualiseerd.

De berekening van deze generatiewisseling is verder uitgewerkt.  Door het overschot of tekort van de jongengeneratie als een % te berekenen op het aantal 15-24 jarigen komt een maatstaf ter beschikking die ondubbelzinnig de richting en volume van de generatiewissel objectiveert. Is dit % positief dan zijn er meer jongeren die instromen, is het negatief, dat zijn er minder jonggeren die zich aandienen. Het IMF maakt daar een probleem van, terwijl in feite de druk op de werkloosheid vermindert en er een aanzuigkracht ontstaat, een vacuŁm dat jongeren en werklozen in de tewerkstelling zal trekken. Hoe hoger het tekort, het negatief % en hoe langer deze situatie duurt, hoe meer tewerkstellingskansen voor nieuwe generaties en hoe meer werklozen werk zullen vinden.

Zo was in 2001 in BelgiŽ een overschot van 7% 10-24 jarigen om de komende 15 jaar, dus tot 2014 de 50+ van toen te vervangen. Dat heeft voor een opstropping gezorgd die werkloosheid gecreŽerd heeft. Pas in 2007 gebeurde de wisseling van teveel naar tekort in deze vervanging, maar toen kwam de crisis en werd de generatiewisseling een hak gezet, maar dat zorgde enkel voor een vertraging. In 2007 hadden de magere oorlogs- en na-oorlogse generaties het slagveld verlaten en was het tijd voor de babyboomers om zich te melden voor pensioen en non-activiteit.



  


Door jaar na jaar deze generatiewissel als % in beeld te brengen krijgt men zich op de evolutie en komt de situatie in 2014 exact in beeld: de komende 15 jaar zal er een tekort zijn in de wisseling van 12% voor BelgiŽ. Er is dus op 15 jaar een evolutie geweest van 7% overschot naar 12% tekort. Voor de gewesten is dit% evenwel sterk verschillend. Het Vlaams gewest steekt er met 18% bovenuit: niet de banencreatie maar de vervanging van de alsmaar groter worden groep gepensioneerden zal de grootste aanzuigkracht zijn voor afgestudeerde jongeren en de werklozen om tewerkgesteld te worden, los van crisis en beleid dus. De bijkomende tewerkstelling, vooral in de zorgsectoren en andere publieke dienstverlening, zullen een extra druk leggen op de vraag naar arbeid. De druk op werkloosheid en bestaanszekerheid zal verminderen en de jongeren bereiden zich best voor om met maximale kwalificaties de jobs uit te kiezen die het meest overeenkomen met hun talenten.

Met dit perspectief voor ogen is het moreel verwerpelijk dat een beleid gevoerd wordt dat de armoede zal verhogen, de sociale- en bestaanszekerheid aantasten terwijl alles juist meer betaal zal worden. Het is of de neoliberale ideologie haar ultieme afrekening wil maken met het verleden uit revanchistisch oogpunt omdat ze al beseffen de verliezers te zijn. Dat hierbij open of verdoken racisme niet geschuwd wordt blijkt uit de aard van de maatregelen en de voorgestelde regeling kindergeld bv, zoals Bert Anciaux, zie DM 22/04/2015 terecht opmerkt. De 'Berber'-uitval van De Wever past ook in dat plaatje. Het handje is er niet om te helpen maar om mensen weg te houden, stop, het is genoeg geweest, je kan er niet meer bij. In plaats van solidariteit en de uitgestoken hand is het de hand van afweer, vooral ook tegenover de migrant of wie behoeftig is.
 
Tot nu hadden werkgevers, ook in de Non-profitsectoren en bij de overheid,  de keuze om selectief te zijn, en de arbeidskrachten van vreemde herkomst uit te sluiten en te discrimineren, en dat hebben ze niet nagelaten. Moest de exclusie en discriminatie zich in het perspectief van de generatiewissel doorzetten, dan zal, zoals in het verleden, de overheid, het beleid en de werkgevers de rechtstreekse en enige oorzaak zijn van de opstanden en verzet van  jongeren en de arbeidende bevolking. Meer dan vroeger zullen deze racisme en ongelijke behandeling verwerpen en hun plaats in de samenleving opeisen, evengoed zoals de arbeiders en de vrouwen in het verleden en ook nog in het heden.

Maar in deze analyse zal volgens ons de aanzuigkracht van deze unieke demografische situatie, voor het eerst na de 2de wereldoorlog, voldoende sterk zijn om alle objecties en malafide beleid weg te blazen. Het is mede langs de onontkoombare demografische ontwikkeling dat het volk haar macht zal tonen.

5. De wisseling van generaties in de gemeenten

Ter illustratie en zonder hierop ten gronde in te gaan worden enkele tabellen en grafieken getoond.

In Antwerpen is de generatiewisseling sinds 2001 constant geweest en zal het de komende 15 jaar ook blijven, dwz evenveel 10-24 jarigen zullen instromen als er 50-64 jarigen zijn die uitstromen. Ook hier wordt geen rekening gehouden met de verdere instroom langs immigratie, of wijziging in uitstroom langs verhuis.

Antwerpen

 


Als de bevolkingsverdeling per leeftijd op 31/12/2014 telkens met een jaar wordt doorgeschoven tot 2024 (door 1/5 van de leeftijdscategorie die bijkomen op te tellen en 1/5 van wie uitstroomt af te trekken) dan zal er in 2020 een aanzuigkracht zijn van 7% die evenwel in 2024 al zal verdwenen zijn.

Wanneer evenwel gekeken wordt naar de situatie in de provincie Antwerpen ontstaat een ander beeld, nl. een tekort aan instroom jongeren van 16,0%, dat, met doorschuiving tot 2024 zal groeien tot 22,3%.
   


 

           Antwerpen    
             
          2001: % verschil bevolking 15-24 jaar tav 15-64 jaar: 2,0%
          2003: % verschil bevolking 15-24 jaar tav 15-64 jaar: 1,6%
          2008: % verschil bevolking 15-24 jaar tav 15-64 jaar: -7,6%
          2014: % verschil bevolking 15-24 jaar tav 15-64 jaar: -16,0%
          2020: % verschil bevolking 15-24 jaar tav 15-64 jaar: -23,6%
          2024: % verschil bevolking 15-24 jaar tav 15-64 jaar: -22,3%

Provincie Antwerpen


Voor alle gemeenten, provincies, gewesten en het rijk kunnen deze grafieken en tabel aangemaakt worden. Limburg, nog altijd behept met de perceptie van 'jonge provincie'  bv geeft een erg verrassend beeld.
  

             Limburg      
                 
            2001: % verschil bevolking 15-24 jaar tav 15-64 jaar: 11,6%  
            2003: % verschil bevolking 15-24 jaar tav 15-64 jaar: 6,7%  
            2008: % verschil bevolking 15-24 jaar tav 15-64 jaar: -10,3%  
            2014: % verschil bevolking 15-24 jaar tav 15-64 jaar: -24,3%  
            2020: % verschil bevolking 15-24 jaar tav 15-64 jaar: -31,8%  
            2024: % verschil bevolking 15-24 jaar tav 15-64 jaar: -31,1%  
                 


In 2014 staat Limburg voor een tekort in de wisseling van oud naar jong van 24,3%, dwz dat 1/4 van de huidige 50-64 generatie niet kan vervangen worden door 10-24 jarigen de komende 15 jaar. Als we de reŽle leeftijdsgroepen verder doorschuiven zal dit tekort in 2020, die de komende 15 jaar van dan af gerekend tot 2035, 31,8% bedragen. Hierbij wordt geen rekening gehouden met buitenlandse migraties, verhuissaldo (erg negatief voor Limburg de laatste decennia) of de creatie van bijkomende werkgelegenheid,dus geen vervangingstewerkstelling.

Nu trekken vele Limburgers (van 50+) voor hun dagelijks brood naar Brussel. Zij zullen niet vervangen worden door andere Limburgers, het zullen Brusselaars zelf zijn die deze jobs gaan opnemen. Ook vanuit West-Vlaanderen zal men niet meer in staat zijn, de nodige man/vrouw kracht als pendelaars naar Brussel te sturen (elke dag komen 206.000 mensen vanuit andere gemeenten werken in Brussel stad bv).

De verbeterde spoorlijn Brussel-Limburg en mogelijk nog de ijzeren rijn zal vanuit Brussel en Antwerpen de nodige werkenden naar Limburg voeren om hun economische bedrijvigheid aan de gang te houden. De impact van recente sluitingen zal ook door de generatiewissel met een negatief saldo voor de jongeren, gedempt worden.

Saldo/Verschil in de wisseling van generaties in enkele gemeenten

In volgende grafieken kan men zelf aflezen tot waar het % tekort evolueert
 

Borgworm/Waremme - Vertrekplaats Waalse Pijl

Huy

Luik

Bastenaken

Mechelen

Hasselt


6. Welke gemeente hebben het grootste tekort, de grootste aanzuigkracht in de wisseling?

Vlaams gewest - Geordend volgens negatief saldo in 2014(tekort)

Woonplaats 2001 2003 2008 2014 2020 2024
Koksijde -27,9% -33,9% -48,9% -53,0% -52,2% -51,5%
Herstappe -13,3% -16,7% -40,0% -51,9% -67,5% -41,2%
Blankenberge -22,8% -26,5% -37,8% -47,6% -48,7% -44,2%
Nieuwpoort -10,9% -14,6% -35,5% -46,5% -48,9% -47,8%
Knokke-Heist -35,3% -37,8% -42,1% -46,0% -51,4% -54,7%
Middelkerke -28,7% -30,4% -39,9% -45,4% -45,1% -44,5%
De Haan -25,2% -27,9% -35,4% -44,7% -47,1% -48,3%
De Panne -24,9% -27,0% -32,8% -37,5% -38,5% -38,5%
Wellen -2,2% -4,8% -23,5% -35,8% -37,8% -36,1%
Meerhout 8,2% 1,6% -18,4% -35,4% -36,2% -33,2%
Scherpenheuvel-Zichem -23,1% -24,0% -30,1% -35,1% -38,1% -37,9%
Herselt 1,1% -4,2% -20,8% -35,0% -39,1% -36,0%
Oostende -23,2% -24,4% -31,2% -35,0% -39,3% -37,9%
Laakdal 2,1% -4,3% -23,6% -34,9% -36,2% -34,3%
Borgloon -12,7% -16,9% -28,6% -34,7% -40,9% -41,2%
Begijnendijk -2,9% -5,5% -19,8% -33,5% -37,6% -36,7%
Sint-Truiden -11,6% -14,5% -26,1% -33,4% -40,2% -39,0%
Kortessem 22,1% 10,7% -20,7% -33,3% -37,3% -33,0%
Zoutleeuw -17,1% -20,2% -25,9% -33,2% -36,2% -38,1%
Heers -16,4% -20,3% -31,6% -32,9% -35,1% -33,4%
Herenthout -1,7% -8,1% -20,5% -32,6% -38,4% -36,9%
Lummen 8,0% 2,3% -17,7% -32,4% -36,6% -35,4%
Tongeren -9,9% -13,3% -21,9% -32,4% -36,7% -36,4%
Zwijndrecht 3,2% 2,2% -16,4% -32,1% -33,4% -27,4%
Geetbets -14,1% -12,1% -23,0% -31,9% -38,0% -37,5%
Vorselaar 24,2% 13,5% -6,7% -31,9% -36,5% -34,6%
Hasselt 1,0% -5,3% -21,6% -31,8% -37,0% -33,5%
Landen -10,1% -13,4% -26,2% -31,2% -30,2% -26,5%
Zutendaal 13,4% 2,5% -17,8% -31,0% -37,6% -39,9%
Herentals 8,8% 6,8% -10,8% -30,8% -40,7% -37,9%
Zandhoven 16,3% 10,8% -12,3% -30,8% -38,9% -38,3%
Kortenaken -21,5% -23,5% -27,0% -30,4% -34,2% -34,2%
Tienen -19,5% -20,2% -29,6% -30,4% -30,5% -27,0%
Bredene 4,6% -1,6% -13,7% -30,2% -32,4% -31,7%
Haaltert 0,3% -1,6% -17,5% -30,2% -36,6% -36,7%
Westerlo 3,1% -5,4% -22,0% -30,0% -32,0% -31,4%
Diest 0,7% -4,9% -20,0% -30,0% -34,8% -34,3%

 
Vlaams gewest - Geordend volgens aflopend positief saldo in 2014 (overschot)
  

Woonplaats 2001 2003 2008 2014 2020 2024
Spiere-Helkijn 28,2% 29,1% 36,5% 12,6% -9,5% -13,3%
Vilvoorde 11,2% 17,4% 13,8% 11,1% 0,6% -3,3%
Machelen 15,3% 13,2% 10,2% 8,8% 1,2% -3,5%
Lo-Reninge 34,4% 37,6% 35,3% 5,5% -17,6% -22,2%
Alveringem 16,5% 18,9% 13,9% 5,4% -10,1% -11,1%
Leuven 19,3% 18,2% 3,8% 2,1% -22,4% -18,8%
Boom -9,4% -1,5% 0,2% 1,4% -10,6% -10,4%
Langemark-Poelkapelle 29,6% 32,5% 18,7% 0,5% -17,5% -19,2%
Linkebeek 7,5% 11,7% 8,6% -0,1% -18,0% -24,8%
Antwerpen -1,9% 1,1% -0,6% -0,6% -7,0% -1,5%
Zonnebeke 12,4% 12,0% 9,5% -0,9% -16,1% -20,4%
Sint-Genesius-Rode 13,7% 13,2% 1,6% -1,0% -10,2% -17,8%
Vleteren 21,6% 26,3% 13,6% -1,1% -15,4% -15,3%
Ronse 13,9% 11,9% 1,6% -1,7% -2,7% -0,3%
Wielsbeke 20,9% 17,4% 8,6% -2,8% -13,6% -17,3%
Kraainem 16,3% 17,9% 5,9% -3,3% -11,4% -14,0%
Houthulst 20,9% 18,5% 7,3% -3,7% -17,0% -17,2%
Gent 2,2% 3,6% -2,3% -3,8% -17,4% -14,6%
Staden 13,3% 12,7% 9,7% -3,8% -21,5% -28,2%
Wemmel -3,8% -4,2% -4,5% -4,2% -12,3% -14,8%
Drogenbos 10,1% 1,9% 8,7% -4,2% -9,4% -10,9%
Zaventem -1,4% 3,6% 0,3% -4,2% -13,3% -14,9%
Tervuren -1,6% -1,4% -0,3% -4,2% -11,8% -18,2%
Wezembeek-Oppem 27,1% 22,8% 7,1% -4,5% -11,5% -13,3%
Sint-Gillis-Waas 2,1% -1,3% -4,6% -4,8% -17,5% -25,2%
Beersel 0,8% 2,6% -1,6% -5,2% -13,2% -18,4%
Wingene 1,0% 2,0% 2,9% -5,6% -16,9% -20,7%
Gistel 15,6% 18,5% 9,3% -5,6% -24,7% -30,2%
Mechelen 10,2% 12,2% 2,4% -5,7% -12,1% -6,9%
Niel -6,1% -1,6% -5,2% -6,1% -13,0% -11,5%
Oostrozebeke 6,5% 6,2% 2,0% -6,2% -22,8% -26,5%
Dentergem 24,2% 22,3% 1,9% -6,6% -16,4% -18,9%
Sint-Pieters-Leeuw -3,2% -0,2% -3,8% -6,6% -15,9% -17,4%

 
Brussels gewest


In het Brusselse gewest zijn de meeste gemeenten aanwezig met een groot overschot aan jongere instroom tav de vooralsnog beperkte aanwezigheid van 50+. Enkel op termijn van 15 ŗ 30 jaar zal de generatiewissel enig soelaas brengen voor de jongere generaties. Intussen is de dynamiek in de gemeenten van die aard dat er (allicht) een lagere jongeren instroom zal zijn, zodat het saldo jaar op jaar minder hoog wordt. Door het negatieve saldo in de 'provincies' zal dit jongerenoverschot/beperkte aanwezigheid van oudere actieve generaties zich de komende decennia over de kleinere steden en het platteland verspreiden, zeker voor gezinnen op zoek naar de beste ontwikkelingsmogelijkheden voor hun kinderen. De verdubbeling van het Nederlandstalig onderwijsaanbod in Brussel kan hierop anticiperen en Brussel opnieuw tot de echte hoofdstad van Vlaanderen maken. En als Vlaanderen hier zelf niet voldoende  initiatief neemt zullen jaar op jaar meer en meer kinderen zich aanbieden aan het Nederlandstalig onderwijs en zo de expansie zelf bewerkstelligen, power to the people.
  

Woonplaats 2001 2003 2008 2014 2020 2024
Sint-Joost-ten-Node 92,1% 91,1% 70,0% 48,4% 14,4% 9,1%
Sint-Jans-Molenbeek 48,3% 49,7% 46,0% 41,6% 30,9% 32,0%
Schaarbeek 47,1% 43,9% 41,5% 33,6% 13,7% 13,2%
Anderlecht 19,8% 23,5% 21,6% 24,6% 9,8% 12,7%
Koekelberg 16,3% 19,5% 14,0% 24,5% 14,6% 17,6%
Brussel 23,4% 24,0% 19,3% 14,0% -0,6% -0,8%
Sint-Gillis 35,2% 32,2% 22,9% 11,5% -16,4% -18,4%
Vorst 9,7% 9,4% 7,6% 9,7% -3,0% -4,2%
Evere 5,6% 7,5% 8,7% 6,0% -1,5% 1,2%
Sint-Agatha-Berchem -2,4% 2,1% 3,9% 6,0% -1,4% 0,5%
Jette -0,3% 6,0% 6,7% 5,3% -0,7% 3,9%
Etterbeek 16,5% 15,2% 10,3% 2,3% -20,6% -19,4%
Elsene 8,1% 4,7% 2,6% 0,3% -32,0% -30,3%
Ganshoren -16,5% -12,0% -8,6% -3,5% -7,1% -2,5%
Oudergem -1,1% -1,5% -3,1% -3,5% -14,9% -14,7%
Ukkel 0,0% -1,6% -7,6% -4,4% -15,5% -20,4%
Sint-Lambrechts-Woluwe 1,6% -1,0% -8,0% -5,6% -18,9% -18,1%
Sint-Pieters-Woluwe -0,8% -3,6% -6,0% -9,3% -17,7% -19,2%
Watermaal-Bosvoorde -6,7% -8,6% -14,3% -12,0% -19,0% -22,1%

 
Waals gewest -
geordend volgens negatief saldo in 2014

Veel minder dan in het Vlaams gewest zijn er gemeenten met een hoog negatief saldo
   

Woonplaats 2001 2003 2008 2014 2020 2024
HastiŤre -20,3% -25,2% -38,3% -37,2% -36,7% -34,5%
Raeren -5,5% -4,8% -10,7% -29,6% -40,3% -40,0%
Montigny-le-Tilleul -9,6% -11,5% -21,8% -28,3% -29,0% -30,6%
Vresse-sur-Semois -23,0% -15,0% -21,1% -27,6% -36,1% -39,7%
Thuin 4,0% 0,0% -17,7% -26,6% -29,3% -28,4%
Bouillon 10,9% 8,7% -12,9% -26,5% -31,4% -29,9%
Fexhe-le-Haut-Clocher 26,4% 25,8% -0,6% -25,7% -30,0% -30,6%
Neuprť -14,2% -16,0% -23,5% -25,3% -29,2% -32,9%
Kelmis -9,2% -10,2% -12,6% -25,3% -36,4% -37,6%
Rumes 12,8% 4,4% -15,4% -23,8% -22,1% -18,6%
FerriŤres 16,9% 12,4% -7,1% -23,7% -23,6% -20,9%
Esneux 5,5% -0,1% -13,8% -23,5% -28,9% -29,4%
Ham-sur-Heure-Nalinnes -1,6% -4,5% -15,9% -23,2% -29,2% -29,1%
Gerpinnes -8,0% -15,6% -22,1% -22,3% -28,4% -34,5%
Borgworm 7,0% 4,8% -11,6% -22,1% -27,8% -28,0%
Lobbes 14,7% 8,7% -11,5% -21,4% -22,9% -24,2%
Olne 18,8% 7,4% -5,6% -21,1% -22,4% -26,3%
PlombiŤres 14,8% 13,5% -3,1% -21,0% -29,6% -28,5%
Nandrin 20,8% 17,3% -4,2% -20,7% -32,2% -35,0%
Stoumont 7,9% 5,6% -13,9% -20,5% -20,8% -22,5%
Florenville 12,4% 8,1% -8,7% -20,2% -13,7% -16,0%
Lierneux 14,2% 6,9% -10,8% -20,0% -23,5% -20,6%
Saint-Ghislain 8,0% 2,7% -14,6% -20,0% -21,2% -23,6%
Anthisnes 8,8% 4,3% -5,4% -19,2% -24,1% -23,6%
Durbuy 13,9% 6,7% -6,6% -18,7% -24,5% -25,8%
Elzele -0,1% -5,7% -11,2% -18,5% -20,9% -22,9%
Chaudfontaine -4,1% -4,1% -14,2% -18,4% -26,9% -28,1%
Froidchapelle 10,7% 6,5% -18,1% -18,3% -20,6% -18,5%

 
Waals gewest -
geordend volgens positief saldo in 2014

En veel meer dan in het Vlaams gewest zijn er gemeenten met een overschot aan jonge generaties, veel meer dan Vlaanderen is WalloniŽ het 'jonge' gewest. In de demografische sterren staat geschreven dat de komende decennia er zullen zijn van uitwijking van WalloniŽ naar Vlaanderen, de omgekeerde beweging van de 19de eeuw.
  

Woonplaats 2001 2003 2008 2014 2020 2024
Lťglise 43,4% 41,1% 40,7% 39,0% 28,4% 13,4%
Attert 53,4% 43,4% 46,3% 31,2% 7,3% -9,5%
Vaux-sur-SŻre 62,6% 65,5% 40,9% 28,4% 14,9% 9,7%
Habay 48,4% 54,5% 40,2% 22,3% 7,2% -4,5%
Ottignies-Louvain-LN 65,0% 59,9% 39,4% 22,3% -12,8% -19,5%
Etalle 60,0% 59,6% 45,1% 22,3% 0,8% -12,1%
Dison 37,5% 34,2% 29,5% 21,0% 8,3% 6,9%
Gouvy 28,3% 28,3% 23,6% 20,1% 6,1% -3,0%
Tintigny 31,8% 25,8% 21,5% 15,8% 18,0% 10,3%
Bertogne 54,0% 51,3% 40,4% 14,3% 2,2% -3,2%
Fauvillers 42,5% 42,5% 43,4% 14,1% -3,1% -8,5%
Bastenaken 68,9% 64,5% 40,7% 14,0% -3,3% -9,0%
Neufch‚teau 47,5% 42,2% 27,1% 10,4% 4,3% 7,0%
Pepinster 19,5% 16,0% 9,0% 10,3% -2,7% -13,2%
Limburg 17,1% 12,5% 3,9% 9,9% -7,0% -15,0%
Court-Saint-Etienne 22,7% 28,0% 10,6% 9,3% -8,0% -16,2%
Libramont-Chevigny 44,5% 40,7% 19,8% 9,1% -3,9% -5,4%
Hotton 49,3% 43,2% 16,0% 8,2% -3,4% -3,6%
Aubange 11,8% 12,3% 9,5% 8,0% -8,2% -13,9%
Amel 12,5% 20,6% 34,9% 6,4% -24,6% -32,8%
Musson 21,1% 25,8% 18,3% 6,3% 0,4% -4,4%
Verviers 27,6% 26,4% 16,3% 6,1% -1,5% 0,7%
Wasseiges 10,0% 12,5% 11,7% 5,4% 2,3% -2,1%
Havelange 26,3% 25,2% 9,2% 4,9% 2,7% -2,5%
Martelange 10,8% 5,6% 1,9% 4,8% -8,3% -3,6%
Hťron 24,4% 17,5% 7,1% 4,8% -3,1% -9,1%
Virton 35,4% 29,8% 17,2% 4,3% -4,2% -7,7%
Pecq -2,0% -2,2% -11,2% 4,2% -7,6% -16,6%


Zodus alle hier verwerkte gegevens en de informatie over alle gemeenten, provincies en gewesten in BelgiŽ zijn te exploreren langs:

Tabel: UVW-werkloosheid 2001-2014 en Leefloon 2011-2014 per gemeente
Tabel: Wisseling generaties 2001-2014-2024 per gemeente                       
 

Jan Hertogen, socioloog
www.npdata.be
0487 335 552
           
Wie geen berichten meer wenst te ontvangen kan dit langs een RE melden