BuG 265 Ė Bericht uit het Gewisse Ė  11 april 2015
   
BuG 265 on-line                              Printversie (10p)

 Gedachte 1:
10 jaar gaan vlug,
op 05/01/2005 verscheen de 1ste BuG,    
als 1 van de 3 projecten die ik na m'n (brug)pensionering wenste.     
te ontwikkelen: www.npdata.be, www.npdoc.be en www.getuigen.be.
Gedachte 2: Bram Vervliet legt in DM van 10/04/2015 de vinger op de    
wonde van de Angst, met deze BuG wordt ze al een beetje geheeld.
     

Jeugdwerkloosheid Brussel gehalveerd op 11 jaar tijd
 
Tussen 2003 en 2014 daalde het % UVWerkloosheid met -57%
in het Brussels gewest: van 7,8% in 2003 tot 3,3% % in 2014,
lager dan het % UVW-werkloosheid voor BelgiŽ; 3,5% en
in de richting gaand van het niveau Vlaams gewest: 2,2%
 

 
Ook aantal volledige leefloners daalt in Brussel van 3,6% naar 3,5%,
UVW + Volledig Leefloon samen zakt van 8,2% naar 6,8% in 2014

 
Aanleiding: We richten onze aandacht (nog maar eens) op de jeugdwerkloosheid naar aanleiding van de vraag van Foryouth om een artikeltje te schrijven als voorbereiding op hun Jobbeurs van 30 mei 2015 in Brussel. Ook de analyse en documentering van de generatiewissel jongeren ouderen zoals geanalyseerd in BuG 264 is een antwoord op hun vraag.

Werkloosheid alle leeftijden daalde in BelgiŽ met 17,5% tussen 2004 en 2014 zo kopten we in BuG 256 wanneer we de algemene situatie in BelgiŽ onder ogen namen. Als we de aandacht richten op de jongeren (15-24 jaar) dan is deze daling -43,3% voor BelgiŽ, -39,3% voor WalloniŽ, -41,3% voor het Vlaams gewest en -57,4% voor het Brussels gewest.

Met de ogen knipperen. Men mag, zoals ik, even met de ogen knipperen als men deze evolutie onder ogen neemt. Welke werkloosheid wordt in aanmerking genomen, is deze evolutie niet het gevolg van een doorschuiving van leefloners, of zijn er meer studenten gekomen, die evenwel ook leefloon kunnen krijgen. En is die evolutie ook zichtbaar in de aantallen, dus niet het % op de bevolking, en zijn er meer jongeren uit Brussel verhuist, of minder bijgekomen. En waar zijn de anderen dan, aan het werk als loontrekkende of zelfstandige? Op al deze vragen gaan we hier verder in, met speciale aandacht voor Brussel.

1. De Uitkeringsgerechtigde Volledige Werkloosheid (UVW) als maatstaf

1.1. De UVW in het geheel van de werkloosheidsuitkeringen

Hierbij gaan we voort op de RVA-cijfers, dwz over werklozen. VDAB, Actiris en Forem gaan in hun opdracht en statistiek voort op de Werkzoekenden, en dat zijn geen gelijke begrippen (meer). Zie het schema van de RVA dat dit uit de doeken doet. Daar gaan we niet verder op in. Om een beeld te geven van de RVA-werkloosheid, eerst een tabel met de algemene aantallen, dan apart voor de 15-24 jarigen.
   

Door RVA betaalde werkloosheid naar aard en aantal  - 31/12/2014
31/12/2014 Vlaams Brussels Waals BelgiŽ
Bevolking 6.418.163 1.172.337 3.589.590 11.180.090
1. Werkloosheid 573.986 113.153 375.741 1.062.880
   1. Volledig werkloos  286.969 87.800 250.981 625.750
       1.  Werkzoekende UVW 151.342 71.011 178.461 400.814
       2. Oudere Niet Werkzoekenden 27.552 6.143 19.862 53.557
       3. Andere Niet Werkzoekenden 20.848 5.115 20.960 46.923
       4. Volledig met bedrijfstoeslag 73.506 3.210 27.561 104.277
       5. Voltijds loopbaanonderbreking 9.936 1.549 2.841 14.326
       6. Voltijds tijdskrediet 3.785 772 1.296 5.853
   2. Werkloos en gedeeltel. werkend 222.845 20.847 89.105 332.797
       1. Deeltijds werkenden 32.962 9.894 25.825 68.681
       2. Halftijds met bedrijfstoeslag 217 6 37 260
       3. Deeltijdse loopbaanonderbr. 88.269 4.998 31.413 124.680
       4. Halftijds tijdskrediet 23.543 1.303 9.183 34.029
       5. 1/5 tijdskrediet 77.854 4.646 22.647 105.147
   3. Subsidie aan werkgevers 64.172 4.506 35.655 104.333
       Tijdelijk werkloos 64.172 4.506 35.655 104.333

  

15-24 jr - Door RVA betaalde werkloosheid naar aard en aantal  - 31/12/2014
31/12/2014 Vlaams Brussels Waals BelgiŽ
Bevolking 737.970 138.518 444.441 1.320.929
1. Werkloosheid 27.538 5.753 33.359 66.650
   1. Volledig werkloos  20.178 5.188 28.760 54.126
       1.  Werkzoekende UVW 16.440 4.634 24.643 45.717
       2. Oudere Niet Werkzoekenden 0 0 0 0
       3. Andere Niet Werkzoekenden 3.337 511 4.069 7.917
       4. Volledig met bedrijfstoeslag 0 0 0 0
       5. Voltijds loopbaanonderbreking 325 37 38 400
       6. Voltijds tijdskrediet 76 6 10 92
   2. Werkloos en gedeeltel. werkend 2.070 425 1.461 3.956
       1. Deeltijds werkenden 1.474 396 1.354 3.224
       2. Halftijds met bedrijfstoeslag 0 0 0 0
       3. Deeltijdse loopbaanonderbr. 509 23 87 619
       4. Halftijds tijdskrediet 31 1 13 45
       5. 1/5 tijdskrediet 56 5 7 68
   3. Subsidie aan werkgevers 5.290 140 3.138 8.568
       Tijdelijk werkloos 5.290 140 3.138 8.568


De analyse gaat voort op de UVW, de Uitkeringsgerechtigde, Volledig Werkzoekende (lichtblauw gearceerd), die 84% van de vergoede volledig werklozen omvat. In dit kader vallen de niet volledig werklozen of de werklozen met arbeidscontract (tijdelijk werklozen) weg omdat hun werkloosheid gecombineerd is met een arbeidscontract.

1.2. Vergelijking UVW (RV) en de WZUA (VDAB, Forem, Actiris)

De federale overheid is verantwoordelijk voor de werklozen (de uitkeringsgerechtigden) en de gewesten voor de werkzoekenden en de actie om hen werk te verschaffen. Dat brengt een verschil mee tussen categorieŽn en maakt de vergelijking niet altijd evident of mogelijk. Door de aflijning op UVW-werklozen is het nochtans interessant ze te vergelijken met de categorie WZUA, de WerkZoekenden met een UitkeringsAanvraag van de VDAB, waarmee al aangeduid wordt dat het om werkzoekenden gaat die ook in de Werkloosheidsstatistiek aanwezig zijn. Zij hebben evenwel nog enkele deelcategorieŽn meer, bv de geschorste werkzoekenden of de werkzoekenden zonder voldoende referentiearbeid.

De afgestudeerden in wachttijd, de zogenaamde BIT's (de jongeren in BeroepsInschakelingsTijd) zijn hier niet in begrepen, zij vormen een aparte categorie. Zij komen in het hieronder geschetste tijdsoverzicht van de UVW, na 12 maanden in de statistieken, voorzover ze dan nog geen werk hebben. Door ze niet op te nemen wordt geen afbreuk gedaan aan de vergelijkbaarheid in de tijd en de vastgestelde evoluties.

  

 
Tot 2008 liepen de UVW en de WZUA's gelijk, in 2009 is de definitie allicht voor een jaar gewijzigd maar in 2010 en 2011 waren ze opnieuw gelijklopend om, allicht weer door een aflijningsverandering, in 2013 en 2014 uiteen te lopen. Van belang is de vaststelling dat de evolutie nl een vermindering van hun aantal in 2014 gelijklopend is, dus geen gevolg is van een definitiewijziging. Voor de Foremgegevens stellen we dezelfde evolutie vast. Van Actiris hebben we de equivalente gegevens voor 15-24 jaar niet ontvangen, als iemand ze ons kan bezorgen, graag.
 
2. Evolutie UVW 2001-2014 (gemeten op 31/12) in aantallen
 

De bevolkingsaantallen bij de jongeren zijn in alle gewesten stijgend, het sterkst in Brussel. De aantallen UVW-werkloosheid zijn in alle gewesten zijn dalend, het sterkst in Brussel. Dat is het tegengestelde dan men zou verwachten. Langs het % kan het best de vergelijking tussen de gewesten gemaakt worden.

Update tabel bevolking 15-24 jaar per gewest  op 31/12 - in de oorspronkelijke tabel werd de bevolking tot 2010 op 01/01/ genomen. Voor de berekende %ges maakt dit evenwel geen enkel verschil.
    

Bevolking 15-24 jaar per gewest 31/12/2001-2014
  Vlaams Brussels Waals BelgiŽ
2001 715.542 119.451 411.083 1.246.076
2002 714.973 121.183 414.284 1.250.440
2003 713.981 122.143 419.899 1.256.023
2004 712.811 123.272 424.865 1.260.948
2005 715.617 124.668 429.487 1.269.772
2006 719.280 125.859 435.393 1.280.532
2007 724.501 127.670 440.478 1.292.649
2008 729.896 130.678 444.212 1.304.786
2009 732.770 132.214 446.366 1.311.350
2010 737.971 136.142 448.583 1.322.696
2011 740.485 137.701 449.053 1.327.239
2012 741.608 138.740 448.825 1.329.173
2013 739.789 138.629 446.633 1.325.051
2014 737.970 138.518 444.441 1.320.929

      

Jongerenwerkloosheid in aantal per gewest 2001-2014
  Vlaams Brussels Waals BelgiŽ
2001 22.098 7.871 32.732 62.701
2002 26.300 9.101 35.233 70.634
2003 29.159 9.669 38.186 77.014
2004 26.022 9.114 36.643 71.779
2005 23.821 8.734 35.168 67.723
2006 20.575 8.327 34.543 63.445
2007 16.927 7.626 32.803 57.356
2008 16.528 7.344 31.164 55.036
2009 19.866 7.495 32.587 59.948
2010 18.028 7.417 29.877 55.322
2011 17.406 6.960 29.766 54.132
2012 18.247 6.799 31.184 56.230
2013 19.478 6.351 27.950 53.779
2014 16.440 4.634 24.643 45.717


 
Ook in absolutie aantallen is het aantal UVW-werklozen in Brussel meer dan gehalveerd tussen 2003 en 2014, van 9.669 in 2003 naar 4.634 op 31/12/2014, nog geen 4 maand geleden.

De evolutie van de bevolking en aantal UVW als % laat toe te zien dat bij stijgende bevolking toch een daling van het aantal UVW-werklozen wordt waargenomen in het Brusselse gewest.

Update grafiek: de basis voor berekening van de % is aangepast, de tendensen zijn volledig gelijklopend:
   

    
Op 15 jaar tijd stijgt de jongeren bevolking met meer dan 15 % terwijl het % UVW-werklozen daalt met bijna 50%. Alsof de instroom en uitbreiding van inwoners met migratieachtergrond een relatief hogere daling van de Uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid heeft meegebracht. Of zijn daardoor meer jongeren in de NEET toestand gekomen, dwz degenen die niet studeren, die geen recht hebben opgebouwd op UVW-werkloosheidsuitkering, geen recht op leefloon hebben (omwillen bv van het samenwonen met ouders of partners met voldoende inkomsten), men spreekt dan over de NEET's: de Not (niet betrokken in) Education (Onderwijs), Employment (Werk) and Training (Vorming/Beroepsopleiding), in het Nederlands de NOTV's.

Overweging:
hoe zit het dan met die migranten die hier komen 'profiteren' van de sociale- en bestaanszekerheid?
 
2. Hoeveel studenten zijn er in de gewesten aanwezig per leeftijd

De EnquÍte naar de ArbeidsKrachten (EAK) geeft een aanduiding van het aantal studenten in vergelijkbare leeftijdsgroepen. We brengen de evolutie voor de laatste 4 jaar in beeld in aantal en % op de bevolking.
   

Aantal en % studenten 15-24 jaar per gewest 2011-2014
  Vlaams Brussels Waals BelgiŽ
Aantal        
2011 484.911 88.945 290.097 863.953
2012 492.284 90.256 289.112 871.652
2013 483.181 96.948 302.470 882.599
2014 491.354 98.015 303.645 893.014
% bevolk.        
2011 65,5% 64,6% 64,6% 65,1%
2012 66,4% 65,1% 64,4% 65,6%
2013 65,3% 69,9% 67,7% 66,6%
2014 66,6% 70,8% 68,3% 67,6%


Voor Brussel zien de aantallen per leeftijd er als volgt uit:
  

Aantal en % Studenten Brussels gewest 2011-2014
  2011 2012 2013 2014
Aantal        
15-17 33.225 34.268 36.712 36.130
18-19 20.346 20.766 19.924 21.129
20-24 35.374 35.222 40.312 40.756
25-29 6.634 9.915 7.689 7.429
Tot. 15-64 95.579 100.171 104.637 105.444
15-24 88.945 90.256 96.948 98.015
25-49 6.634 9.915 7.689 7.429
% bevolk.        
15-17 93,9% 95,6% 101,4% 98,8%
18-19 80,2% 81,8% 79,0% 84,3%
20-24 46,0% 45,4% 52,2% 53,0%
25-29 6,8% 10,0% 7,7% 7,4%
Tot. 15-64 12,5% 12,9% 13,4% 13,4%
15-24 64,6% 65,1% 69,9% 70,8%
25-29 1,5% 2,2% 1,7% 1,6%


De verhoging van het aantal studenten is het meest uitgesproken in Brussel, naast WalloniŽ en een beperktere stijging in het Vlaams gewest die in feite op een lager niveau van 2012 komt. Hiermee wordt de vaststelling in vorige BuG 264 bevestigd van de gedifferentieerde generatiewissel in de verschillende gewesten.

Komen er meer studenten in Brussel omdat meer jongeren studies aanvatten op de leeftijd van 18+, of zijn er meer studenten uit de andere gewesten die zich in Brussel laten domiciliŽren? Doordat zij in principe ook gerechtigd zijn op leefloon kan dit eventueel ook in de leeflooncijfers tot uiting komen. Niet alleen langs pendelarbeid maar ook langs hogere studies wordt Brussel op die manneer wat meer de melkkoe voor de andere gewesten. Maar dit alleen kan de extreme daling van de UVW-werkloosheid, in aantal en % op de bevolking niet verklaren. Zeker niet, omdat ook de leeflooncijfers in 2014 tav 2013 gedaald zijn, zoals we verder zullen zien.

Weg met de werkloosheidsgraad

Toch nog opmerken dat in Brussel 70,8% van de jongeren niet actief is om redenen van studie. Ook anderen die niet in de werkloosheid of werkend aanwezig zijn, worden als niet-actief beschouwd. Daarmee wordt meteen de smalle marge aangegeven waarbinnen bv de 'werkloosheidsgraad' berekend wordt, nl het aantal werklozen op de actieven bij de 15-28 jarigen, hetgeen een volledig vertekend beeld geeft van de jongerenwerkloosheid. De werkloosheidsgraad voor jongeren is bedrog. In het verdere verloop gaan we daarom niet verder in op de 'werkloosheidsgraad'.
 
3. Evolutie werkloosheids% 15-24 jarigen per gewest

Veel meer uitgesproken dan bij de UVW werkloosheid voor de totale bevolking, zie BuG 256 zien we in alle gewesten een sterke daling in 2014 van het werkloosheids%. In het Waals gewest trekt dit de lijn van 2013 door, en zien we in Brussel een versterking van de tendens die ook al in 2013 tot uiting kwam. in het Vlaams gewest is de afname beperkt, maar daar was de jongerenwerkloosheid al op een erg laag niveau.

 

 
3. Komt dezelfde evolutie ook tot uiting bij de 18-19 en 20-24 jarigen?

Bij de jongeren worden ook altijd de 15-17 jarigen meegeteld die alle uit 'scholieren' bestaan waarop de leerplicht van toepassing is.
Daarom is het interessant de werkloosheidsevoluties per gewest uit te tekenen voor de 18-19 jarige en 20-24 jarige UVW werklozen apart. Bij de 18-19-jarigen kent Brussel het laagste werkloosheids% van alle gewesten. Het % in deze leeftijdsgroep is voor alle gewesten met meer dan 2/3 verminderd.

 

   


Bij de 20-24 jarigen, die veruit de talkrijkste groep vormen bij de werklozen komt het algemene beeld tot uiting. Na een vermindering van werkloosheid bij de 18-19 jarigen heeft het doorschuiven naar de 20+ een zeker cumulatief effect dat blijkens deze cijfers volledig wordt geneutraliseerd zodat ook hier de fikse daling, vooral in 2014 kan vastgesteld worden. Op een erg laag niveau gaat die daling in 2014 grotendeels aan het Vlaamse gewest voorbij.
 
4. Is er een verschil bij mannen en vrouwen te merken?
 
De 20-24 jarigen zijn de belangrijkste referentiegroep om de UVW-werkloosheid bij jongeren te meten. Is er een verschil tussen mannen en vrouwen te merken in de evolutie in de gewesten?

 

 

 
Bij vrouwen is de neergaande trend meer uitgesproken dan bij mannen, vooral in WalloniŽ en ook Brussel. De dienstenchequestewerkstelling kan hier voor alle gewesten in meespelen, alhoewel de vrouwelijke jongerenwerkloosheid in het Vlaamse gewest stabiliseert sinds 2009 en in 2013 zelfs licht stijgend is. Maar ook voor de mannen is er in alle gewesten vanaf 2013 een neerwaartse trend, maar in Brussel meer dan in de andere gewesten. Na te gaan is ook of niet meer vrouwen dan mannen gingen studeren, of als niet-actieve niet gingen werken en ook niet beschikbaar waren voor de arbeidsmarkt. Hoe dan ook is de voortdurende daling in het Waalse gewest opvallend, in Brussel is ze zelfs in 2014 versterkt, in WalloniŽ gestabiliseerd na een sterke daling in 2013.
 
5. Maar is er geen doorschuiving gebeurd van UVW naar het leefloon?
 

Ook al zijn er tot 2015 (nog) geen specifieke maatregelen van toepassing die een eventuele doorschuiving van werkloosheid bij jongeren naar leefloon zou kunnen verklaren - vanaf 2015 kan dit wel het geval zijn voor wie langer dan 3 jaar in 'wachtuitkering' is - toch dringt een telling per leeftijdscategorie voor UVW-werklozen en leefloon zich op. Hierbij mogen enkel de volledig leefloongerechtigden meegeteld worden omdat er anders dubbeltellingen (kunnen) gebeuren: een volledige UVW Werkloze zal nooit een recht op volledig leefloon krijgen, eventueel wel een  gedeeltelijk leefloon, maar deze tellen we hier niet mee. Niet alleen de telling van leefloners in 2014 maar de evolutie de laatste jaren is hierbij van belang.
 
Zodus is de vraag, hoeveel leefloontrekkers waren er in de onderscheiden leeftijdscategorieŽn tussen 2011 en 2013 en hoeveel was het totaal UVW werklozen en volledige leefloontrekkers samengeteld de laatste vier jaar, en is een vermindering bij de ene, de UVW-werklozen niet te verklaren door een stijging in de andere categorie leefloners? En wat is het beeld als we ze samentellen?

5.1. Aantal en % leefloners bij de jongeren 2011-2014

De analyse van het leefloon is al gemaakt tot op het niveau van de gemeenten in BuG 261, zonder onderscheid naar leeftijd. Ook bij de jongeren is het verschil tussen de gewesten erg groot: 2x zo veel volledige leefloners in Brussel als in het Waals gewest dat op zijn beurt 3,5 x zoveel jongere leefloners telt als het Vlaams gewest. Het verschil tussen het Vlaams en het Brussels gewest is 7x. We hebben het leefloon in BuG 261 een teken van beschaving genoemd. Op vraag van een weekblad om dat 'teken van beschaving' te expliciteren in een opinie hebben we een bijdrage ingestuurd,  In BelgiŽ is niemand veroordeeld tot de bedelstaf die, behoudens onze onoplettendheid, niet is weerhouden.
      

Aantal en % Voll. Leefloon 15-24 jaar/gewest 2011-2014
  Vlaams Brussels Waals BelgiŽ
Aantal        
2011 3.330 4.228 7.331 14.889
2012 3.392 4.605 7.529 15.526
2013 3.571 4.949 7.726 16.246
2014 3.046 4.820 6.539 14.405
% bevolk.        
2011 0,4% 3,1% 1,6% 1,1%
2012 0,5% 3,3% 1,7% 1,2%
2013 0,5% 3,6% 1,7% 1,2%
2014 0,4% 3,5% 1,5% 1,1%

  
Deze specifieke situatie van Brussel heeft vele oorzaken waar we hier niet verder op ingaan. Wel of er een doorschuifoperatie geweest is of kan verondersteld worden van UVW-werkloosheid naar volledig leefloon. Dat antwoord is negatief, gezien het % leefloners licht gestegen is in 2013 maar in 2014 in het Brusselse gewest licht gedaald, zoals ook in de andere gewesten het geval geweest is.

De daling van het aantal volledige leefloners in de categorie 15-24 jaar is vooral het gevolg van de vermindering van het aantal leefloners in de categorie 18-19 jarigen van 2013 naar 2014. Hieronder het overzicht voor BelgiŽ met alle leeftijdscategorieŽn tussen 2011 en 2014. Deze tabel is een wezenlijk instrument om de evolutie naar 2015 en eventuele doorstroom van Werklozen naar Leefloon te meten. Al deze gegevens voor werklozen en leefloners zijn trouwens voor elk leeftijdsjaar tot op het niveau van de gemeente beschikbaar. We zullen niet nalaten deze evolutie in het oog te houden.

    

BelgiŽ:  Volledig leefloon 2011-2014 bij 15-64 jarigen
  2011 2012 2013 2014
15-17 160 134 122 51
18-19 4.487 4.599 4.779 3.489
20-24 10.242 10.793 11.345 10.865
25-29 8.747 8.877 9.419 10.101
30-34 7.464 7.823 8.231 8.908
35-39 6.775 6.824 7.196 7.572
40-44 6.604 6.765 6.955 7.182
45-49 5.923 6.048 6.154 6.319
50-54 5.151 5.181 5.254 5.462
55-59 4.579 4.371 4.396 4.479
60-64 4.567 4.414 4.313 4.103
Tot. 15-64 64.699 65.829 68.164 68.531
15-24 14.889 15.526 16.246 14.405
25-49 35.513 36.337 37.955 40.082
50-64 14.297 13.966 13.963 14.044

 
5.2. Aantal en % UVW-werklozen bij de jongeren 2011-2015

Opvallend is toch in alle gewesten de terugval van de werkloosheid die vooral in de 2de jaarhelft is gebeurd, als we ze vergelijken met de gemiddelde cijfers per jaar, en Brussel dus onder het gemiddelde niveau in BelgiŽ gebracht heeft.
 

Aantal en % UVW 15-24 jaar/gewest 2011-2014
  Vlaams Brussels Waals BelgiŽ
Aantal        
2011 17.406 6.960 29.766 54.132
2012 18.247 6.799 31.184 56.230
2013 19.478 6.351 27.950 53.779
2014 16.440 4.634 24.643 45.717
% bevolk.        
2011 2,4% 5,1% 6,6% 4,1%
2012 2,5% 4,9% 6,9% 4,2%
2013 2,6% 4,6% 6,3% 4,3%
2014 2,2% 3,3% 5,5% 3,5%

 
5.3. Samentelling UVW-werkloosheid en Volledige leefloners

De samentelling kan voor het Brusselse gewest alleen maar duidelijk maken dat mťt het leefloon erbij de dalende tendens zich nog versterkt.
 

Aantal en % UVW +VLL 15-24 jaar/gewest 2011-2014
  Vlaams Brussels Waals BelgiŽ
Aantal        
2011 20.736 11.188 37.097 69.021
2012 21.639 11.404 38.713 71.756
2013 23.049 11.300 35.676 70.025
2014 20.768 9.454 31.182 61.404
% bevolk.        
2011 2,8% 8,1% 8,3% 5,2%
2012 2,9% 8,2% 8,6% 5,4%
2013 3,1% 8,2% 8,0% 5,5%
2014 2,8% 6,8% 7,0% 4,6%


De jongerenwerkloosheid en volledige leefloners in het Brusselse en het Waalse gewest zijn gelijklopend. Dat kan eigenaardig ogen maar de jongerenwerkloosheid is in WalloniŽ een veel groter probleem dan in Brussel, waar het vooral de werkloosheid op volwassen leeftijd is die de grootste zorgen baart. Doordat in Brussel het leefloon meer aangesproken wordt komen WalloniŽ en Brussel in de gezamenlijke telling gelijk.

Doordat Vlaanderen zowel voor UVwerkloosheid als voor Leefloon bij de jongeren laag scoort is het gecumuleerd aantal zeer laag, een kleine 1/3 van het niveau in Brussel en WalloniŽ. Hier kunnen de detectives van de transferten paaseieren rapen, en de toekomst klaart, zeker voor WalloniŽ niet echt op zoals we in
BuG 264 hebben vastgesteld. Maar als er ergens solidariteit voor gecreŽerd is dan is het voor een toestand van verschil, want waartoe dient sociale- en bestaansverzekering, of ook een gewone verzekering anders dan voor het compenseren wanneer het risico ongelijk is, ook in de tijd...
 
6. Meer studenten in wachttijd?
 
De studenten in wachttijd op uitkeringen worden niet meegeteld in deze analyse. Ze schuiven evenwel, met een jaar vertraging mee in de werkloosheid en ook de UVW-werkloosheid als ze nog geen werk gevonden hebben. De vergelijking in de tijd is dan ook perfect te maken. Het is pas na 01/01/2015 dat de wijziging in reglementering voelbaar zal worden wanneer de afgestudeerden in wachttijd na drie jaar hun recht op werkloosheidsvergoeding verliezen. Of zijn er meer studenten in wachttijd toegestroomd? Dat zou dan evenwel geen impact hebben in de cijfers van werkloosheid op 31/12/2014, maar wel in 2015.

7. Zijn de jongeren niet uit Brussel verhuisd?

Elk jaar verhuizen er ongeveer 13.000 meer mensen uit Brussel dan er inkomen. als dat saldo meer jongeren dan anderen omvat zou dat een stukje van de verklaring kunnen zijn. Maar zoals in vorige BuG 264 is vastgesteld is het negatief saldo van in en uit Brussel, migratie en verhuis samengenomen, vooral een zaak van +45 jarigen. Het omgekeerde zal eerdfer waar zijn, de leeftijdsgroep 15-25 jarigen zullen bij saldo misschien meer naar Brussel verhuizen dan er uit weggaan. Dat blijkt ook al uit de groei van het aantal studenten, die het sterkst is in het Brusselse gewest.
 
8. Meer jongeren aan het werk als loontrekkende of zelfstandige?

Als de Brusselse jongeren minder in de UVW-werkloosheid terug te vinden zijn, ook niet in volledig leefloon, enkelen meer in de studentenaantallen, waar zijn ze dan gebleven? Pas eind juni 2015 komen  gegevens beschikbaar naar leeftijd voor RSZ, in april voor RSZ-PPO en RSVZ. In de statistiek op de RSZ-website zijn gegevens tot het 3de kwartaal 2014 beschikbaar. De gegevens voor 15-24 jarigen in Brussel laten evenwel tot het 3de kwartaal een daling en geen verhoging zien van tewerkstelling onder RSZ-regime. Of zijn Brusselse jongeren zelfstandigen geworden?
 
Dus nog even geduld voor de telling van tewerkstelling per gewest van de jongeren. Maar de vraag kan al gesteld, waar zijn de Brusselse jongere werklozen dan naartoe, zijn ze van de aardbol verdwenen, of zitten er veel meer in SyriŽ dan gedacht?

Of zien we iets over het hoofd, geachte collega's en bekommerden?

Jan Hertogen, socioloog
www.npdata.be
0487 335 552
           
Wie geen berichten meer wenst te ontvangen kan dit langs een RE melden