BuG 264 Ė Bericht uit het Gewisse Ė  08 april 2015
   
BuG 264 on-line                              Printversie (18p)

Gedachte:
"Ik maak BuG's zoals Wolinski humor"


Wisseling babyboom en jongeren op gang gekomen
 
BelgiŽ: 266.256 minder jongeren in-, dan ouderen uitstroom
Perspectiefvol voor Vlaams, dramatisch voor Waals gewest,
Vlaams: lagere jongeren instroom, hogere ouderen uitstroom
Brussel, hogere jongeren instroom, hogere ouderen uitstroom
Waals: hogere jongeren instroom, dalende ouderen uitstroom
     

Generatiewissel 10-24 jaar, 50-64 jaar per gewest
Jaar Vlaams Brussels Waals BelgiŽ
2000 28.685 25.567 82.162 136.414
2001 22.325 25.718 72.364 120.407
2002 15.637 26.368 66.089 108.094
2003 5.739 26.312 58.753 90.804
2004 -6.349 25.768 50.829 70.248
2005 -26.830 25.457 39.092 37.719
2006 -53.624 25.196 24.501 -3.927
2007 -87.546 23.060 7.187 -57.299
2008 -115.956 22.514 -8.869 -102.311
2009 -137.578 23.017 -21.710 -136.271
2010 -159.086 22.180 -33.600 -170.506
2011 -177.306 22.797 -43.357 -197.866
2012 -192.511 23.235 -46.133 -215.409
2013 -211.857 22.802 -49.056 -238.111
2014 -232.887 21.935 -55.306 -266.258

 
Zullen de komende decennia Waalse gezinnen de leegkomende
Vlaamse huizen in de landelijke gemeenten komen bewonen,
komt er een periode van omgekeerde migratie, nu van WalloniŽ
naar Vlaanderen, zoals Vlamingen naar WalloniŽ in de 19de eeuw?

Wie denkt dat WalloniŽ en de PS zich meer en meer confederaal
zullen opstellen is eraan voor de moeite. Zonder BelgiŽ stuikt WalloniŽ
in elkaar de komende decennia, demografie prevaleert op economie
en politiek, zowel wat migratie en evolutie bevolkingen betreft.

Meer dan vroeger zal de sociale- en bestaanszekerheid het cement
zijn van BelgiŽ, de eeuw van solidariteit is nu pas goed begonnen.


 
Tabel: Leeftijdsverdeling per gewest - 2000-2014 reŽel/2015-2024 simulatie

 
Vier Voorafjes - Ga rechtstreeks naar inhoud BuG 264
 
Vooraf 1
. Marginale impact van vreemdelingentaks van een staatssecretaris die zich meer en meer marginaliseert, zie DM 07/04/2015. De opbrengst van deze vreemdelingentaks bedraagt  9,3 mio Ä op jaarbasis. Voortgaande op 122.079 inkomende vreemdelingen in 2013, zonder rekening te houden met asielvragers of vreemdelingen die naar een andere gemeente verhuizen, aan gemiddeld 180 Ä per vreemdeling, gaat het maximaal om 22,3 mio Ä. De belasting treft dus 42% van de inkomende vreemdelingen, en dit om bijkomend 1.000 niet-verblijfsgerechtigde vreemdelingen over de grens te zetten, naast de 75.973 verblijfsgerechtigde vreemdelingen in 2013 bv die zelf beslisten BelgiŽ te verlaten. En wat voor Francken interessant is, hoe meer vreemdelingen BelgiŽ legaal binnenkomen hoe hoger de taksinkomsten en hoe meer illegalen hij kan uitwijzen.
 
Vooraf 2. De Wever ridiculiseert het verslag van de Onderwijsinspectie 2015, een lezing van het correcte verslag op De Redactie 01/04/2015 had z'n uithaal naar de Brusselse 'allochtonen' en naar het denigrerende 'ambtenarees' kunnen voorkomen, maar in het wereldbeeld van de Wever is er waarheid en schuld, zonder enige sociale of sociologische kadering van wat hij als problematisch wil doen zien. Z'n anti-'Berber' statement drijft hem evenwel meer en meer in de hoek van de anti-Joodse, anti-Tustsi en anti-Armeense stigmatisering, zie wat dit laatste betreft de diepgravende tocht van de 'Bloedbroeders' op NP02 - de drie eerste afleveringen zijn  te herbekijken, de volgende op zondag 12/04/2015. Zie ook de update van BuG 263. A
l ligt deze stigmatisering niet in zín bedoeling, zaak is dat zín verklaringen in tegenspraak (kunnen) zijn met de racismewetgeving terzake, zie Klacht tegen de Wever bij het Antwerps Parket en de Klacht bij de Human Rights Verenigde Naties.

Vooraf 3. Maar 2 SyriŽvertrekkers per week uit BelgiÍ, 380 in totaal nu, iedereen inbegrepen. Het zijn er nog altijd te veel, maar daar staan dan 719.620 andere moslims tegenover, als we voortgaan op de berekening van het Pewforum met prognoses voor alle landen tot 2050, en verder tot 2070 en 2100 op wereldvlak. In 2070 zullen er volgens PEW evenveel moslims als christenen zijn op aarde, nl. 32,3% van de wereldbevolking. Zie ook DS 03/04/2015  voor een interessante samenvatting van de PEW-gegevens. Nog aanstippen dat PEWforum een wel een erg hoge multiplicator hanteert voor BelgiŽ in vergelijking met Duitsland of Nederland, maar daar komen we in een van de volgende BuG's op terug. Opvallend is dat uit Vilvoorde geen SyriŽstrijders meer vertrokken zijn nadat Somers met de equipe van jeugdhuis R0JM Bonte tot 2x toe gebrieft heeft over de Mechelse aanpak die dus ook in Vilvoorde onmiddellijk succes opleverde. Het op til staande jeugdontmoetingscentrum in Vilvoorde zal ook, zoals dat in Willebroek, door ROJM bestuurd worden, zie Project jeugdcentrum Vilvoorde. Ook het Verslag van de Commissie gewelddadige radicalisering van 01/04/2015 en het artikel in Mo-magazine Mechelse bondgenoten tegen radicalisering zijn interessant.

Vooraf 4. "Hebben we hier te maken met het einde van de demografische explosie" zo vraagt Jean-Pierre Hermia zich af in z'n goed gedocumenteerde analyse van de loop van de bevolking in 2013 in Brussel, in Focus, over de demografie in Brussel, een uitgave van het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse (BISA). Dat staat niet zo ver af van de vraag Bevolkingsimplosie i.p.v. Bevolkingsexplosie in BuG 259  waar de bevolkingsevolutie in Brussel in 2014 onder ogen werd genomen.   
 
  
BuG 264 - De wisseling van generaties in het verleden, heden en de toekomst

1. Voorafgaand aan een analyse van de jeugdwerkloosheid, de wisseling van generaties

 
Best weer tot de orde van de dag overgaan. En voor we het mes zetten in de dissectie van jeugdwerkloosheid moet eerst de wisseling van de generaties uitgeklaard worden. Hoe zit het nu, hoeveel mensen zullen de komende jaren met pensioen gaan, en hoeveel jongeren staan er gereed om hen te vervangen. Hoe is dat in 2014, maar hoe was deze 15 jaar geleden in 2000. En kan het verleden ons iets leren over het heden, zoals bij de migratiegeschiedenis van de gemeenten het geval is, en hoe kan vooruit gezien op de toekomst, tot 2024 bv.
 
1.1. De instroom van jongerengeneraties versus de uitstroom van de oudere
 
Het onderzoeksprincipe is duidelijk: als de huidige  jongerengeneraties kleiner zijn dan de generaties die uit de arbeidsmarkt zullen verdwijnen de komende 15 jaar dan ontstaat er een 'opzuigeffect", dan wordt het aanbod kleiner dan de vraag, dan zullen de instromende jongeren, dwz de huidige 20-24 jarigen gemakkelijker aan de slag kunnen en, zal de werkloosheid over alle generaties heen aangesproken worden. Ook zal binnenlandse verhuis, en buitenlandse immigratie voor evenwichten kunnen zorgen. Maar omgekeerd, wanneer de instroom van jongeren hoger zal zijn dan de uitstroom van ouderen dan komt er (weer) een opstropping van jongeren omdat er geen doorstroming is van de generaties. Een gelijke verhoging van de instroom ťn van de uitstroom zal de huidige situatie stabiliseren.
 
1.2. Hoe zat het met de generatiewisseling in het verleden?
 
De vraag blijft belangrijk: hoe komt het dat er een verhoging geweest is van de jongerenwerkloosheid het laatste decennium, is alleen de crisis daar voor verantwoordelijk? Is het geen kwestie geweest van een  gebrek aan doorstroom van de generaties omdat de 50-64 jarigen, te laat in aantal waren, ondermeer door het lagere geboortecijfer voor, tijdens en na de oolrog. Dwz dat er in 2000, 15 jaar geleden dus, minder mensen aanwezig waren bij de 50-64 jaren en mťťr bij de 10-24 jarigen, dus dat het aanbod (de 10-24 jarigen in 2000) in de generatiewissel groter was dan de vraag (de 50-6 jarigen die de arbeidsmarkt zouden verlaten) en dat er daardoor gedurende 15 jaar meer mensen noodgedwongen in de werkloosheid zijn gestroomd.

1.3. Hoe zal de generatiewisseling evolueren de komende jaren?

Wanneer nu wel de wisseling van de generaties op gang is gekomen met een kleiner aanbod van jongeren dan de uitstroom van ouderen, en er dus een opzuigeffect komt van jongeren en werklozen, wat is dan het beeld voor de komende 15 jaar, hoe zal deze situatie evolueren. Hiervoor maken we een simulatie door jaar op jaar de leeftijdsgroepen per leeftijd een jaar op te schuiven, zonder rekening te houden met de toekomstige migratie voor BelgiŽ, aangevuld met binnenlandse verhuis bij het beeld van de gewesten.
 
2. Een beeld van de generatiewissel in 5 grafieken en een tabel.
 
In onderstaande grafieken wordt nagegaan hoeveel inwoners er waren van 10-24 jaar en hoeveel van 50-64 jaar in elk jaar tussen 2000 en 2014. Daarmee werd het perspectief gesteld over een periode van 15 jaar hoe de wisseling van generaties er in elk jaar uitzag. In 2000 kon niet voorzien worden hoeveel bijkomende inwoners in elk van deze leeftijdscategorieŽn langs immigratie zou bijkomen. Door evenwel het perspectief in beeld te brengen voor 2000, 2001, 2002 enz tot 2014, wordt de bijkomende input langs de immigratie mee verrekend.

De lijn van 10-24 jarigen (donkerblauw) van 2000 tot 2014 geeft dus de beschikbaarheid in elk jaar aan van de jongerengeneratie die de komende 15 jaar, te beginnen van het jaar van telling, de ouderengeneratie van 50-64 jarigen zal vervangen. De lijn van 50-64 jarigen (licht blauw) geeft aan wat de impact geweest is van de babyboom op latere leeftijd, elk jaar vanaf 2000 geteld. Door het verschil te maken (gele lijn) voor elk jaar wordt zichtbaar of er een overschot of tekort is bij de jongerengeneratie 10-24 jarigen om de oudere generatie 50-64 jarigen te vervangen.

Na de grafiek met beeld van de drie lijnen, wordt de tabel gegeven met de cijfergegevens en wordt de grafiek met het saldo, het verschil tussen de generaties en de mate van wisseling in een donkerblauwe lijn weergegeven. Het resultaat van dit beeld is verhelderend om het verleden en bv groei van de werkloosheid te begrijpen, los van de crisis van 2008.

Tenslotte wordt het beeld naar de toekomst gegeven tot 2024 door elk leeftijdsjaar in 2014 met een jaar door te schuiven of de leeftijd+1jr. Hier wordt dus geen rekening gehouden met toekomstige immigratie of verhuis wanneer de gewesten behandeld worden.

Een algemeen beeld van de migratie over alle leeftijden heen geeft wel een aanduiding van de impact van de  migratie op elk leeftijdsjaar. De leeftijdsverdeling van de 00-49 jarigen in 2000 wordt 15 jaar doorgeschoven en gelegd op de leeftijdsverdeling in 2014. Het verschil tussen de 2 lijnen geeft de impact en het volume weer van de immigratie in elk leeftijdsjaar.

We vertrekken van de situatie in BelgiŽ. Verder wordt het beeld gegeven per gewest.

De basisgegevens voor alle grafieken en tabellen worden weergegeven en zijn verder te exploreren in tabel Leeftijdsverdeling per gewest - 2000-2014 reŽel/2015-2024 simulatie

3. BelgiŽ

3
.1 Aantal 10-24 jarigen, 50-64 jarigen en het verschil voor elk jaar tussen 2000 en 2014

Pas in 2006 is de jongerengeneratie 10-24 jarigen gelijkgekomen met de oudere actieve generatie 50-64 jarigen. Daarvoor was het aandeel dat uit de actieve bevolking stroomde lager dan de jongeren die zich opmaakten in vervanging te komen.. Pas vanaf 2008 is er een langzame opbouw geweest van een grotere uitstroom, die zeker geholpen heeft resistent te zijn tegen de crisis, ook zette deze generatiewisseling zich, omwille va de crisis, niet altijd om in tewerkstelling.
 


  

BelgiŽ: Generatie 10-24, 50-64 en verschil
Jaar 10-24 jr 50-64 jr Verschil
2000 1.850.379 1.713.965 136.414
2001 1.859.873 1.739.466 120.407
2002 1.873.290 1.765.196 108.094
2003 1.885.625 1.794.821 90.804
2004 1.892.016 1.821.768 70.248
2005 1.891.833 1.854.114 37.719
2006 1.893.503 1.897.430 -3.927
2007 1.896.245 1.953.544 -57.299
2008 1.902.233 2.004.544 -102.311
2009 1.911.124 2.047.395 -136.271
2010 1.918.344 2.088.850 -170.506
2011 1.934.206 2.132.072 -197.866
2012 1.939.471 2.154.880 -215.409
2013 1.938.758 2.176.869 -238.111
2014 1.934.584 2.200.842 -266.258

  
Door het 'verschil' apart in beeld te brengen krijgen we meer zicht op de aantallen en de grootheid van het verschil en haar evolutie. Het verschil tussen generaties bestond in 2000 in een overschot van 136.414 en in 2014 in een aanbodtekort van -266.25. Dwz dat op 15 jaar tijd de demografische situatie geŽvolueerd is van een over- tot een onderaanbod van in totaal 402.672. Hierin is gans de immigratie meegenomen binnen deze leeftijdsgroepen tussen 2000 en 2014, die vooral bij de jongerengeneratie en minder bij de oudere is gebeurd. Toch opvallend is dat in feite het jongerenaanbod tussen 2000 en 2014 quasi gelijk is gebleven, nl een stijging van 1.850.379 tot 1.934.584. Het is vooral het aantal dat uit de actieve levensjaren is verdwenen, dus bij de 60-64-jarigen dat geŽvolueerd is van 1.713.965 tot 2.200.842, of een vermindering van -486.477.

  

 
In 2014 staat BelgiŽ dus voor een situatie dat de komende 15 jaar er 266.258 jongeren minder beschikbaar zijn om de generatie 50-64 te vervangen, hetgeen een onontkoombare, en niet van het beleid afhankelijke aanzuigkracht zal ontwikkelen voor zowel de jongeren die jaar na jaar van 10-24 naar 25-39 jarigen zullen evolueren, als voor degenen die in die periode werkloos zullen zijn en evolueren van 25-64 jaren naar 40-64 jarigen.

Suggestie: De jongeren, vakbonden en al degenen die met het belang van tewerkstelling van jongeren en de werkloosheid in het algemeen begaan zijn, meer speciaal met de inwoners en werklozen van vreemde herkomst moeten hier best op anticiperen en voluit mee de kwalificaties verschaffen die op de arbeidsmarkt zullen nodig zijn.

3.2. Vooruitkijken tot 2024

Vooruitkijkend naar 2024 kunnen elk jaar de leeftijdsgroepen met 1 jaar vooruit geschoven worden en nagegaan hoeveel 0-9 jarigen er dan doorschuiven en zo na 10 jaar de leeftijdsgroep 10-24 jaar vormen. Evenzeer hoe de 30-39 doorschuiven op 10 jaar tijd naar de 50-64 jarigen. Hier wordt dan geen rekening gehouden met de impact van de immigratie binnen deze leeftijdsgroepen. Maar de tendens is onmiskenbaar en geeft op een betrouwbare wijze aan hoe sterk de generatiewissel in de kuiten zal bijten van de jongere generaties. We geven hier de evolutie van de lijnen voor 10-24 jarigen en de 50-64 jarigen en het verschil  dat tot 2020 alsmaar groter wordt. We stellen dus voor BelgiŽ een alsmaar beperkter wordend aanbod vast van jongere generaties tav het alsmaar groter wordend aantal dat de beroepsactieve leeftijd verlaat tot 2020 en dan gelijk blijf tot 2024.
 


Tot 2020 vergroot het tekort aan instroom door jongeren, dat oploopt tot 500.000 personen in BelgiŽ, dwz in 2020 zullen er een half miljoen jongeren tekort zijn om de uitstroom de komende 15 jaar, gerekend in 2020, dus tot 2035 op te vangen. De immigratie zal enige zalf op deze wonde kunnen leggen maar in beperkte mate. Zoals hierboven al zichtbaar is heeft de bijkomende immigratie over een periode van 2000 tot 2014 bij de 10-24 jarigen geen stijgend effect en dat zal niet wijzigingen de komende 10 jaar. Deze situatie is dus enkel maar te 'reguleren' met immigratie bijkomend aan het peil dat tot nu was bereikt.

En na 2020 tot 2035 zal de toestand stabiliseren, dwz het aanbod zal dan in evenwicht komen met de vraag, maar dan zitten we al een paar decennia verder.
 
3.3. Impact van immigratie over de actieve levensloop 15-64 jaar, evolutie 2000-2014
 

Niets zo moeilijk als 'verbeelde werkelijkheid', dwz abstracties waarbij de voorstelling van een werkelijkheid afgemeten wordt aan de feitelijkheid maar dan met verschuiving van 15 jaar in de geest. Als zulk een 'abstractie' in beeld gebracht wordt kan ze evenwel heel wat leren over de werkelijkheid en de evolutie ervan. Dus toch maar eens proberen.
 
Neem de groep van 10-49 jarigen in 2000, tel met hoeveel ze dan zijn. Laat deze groep in gedachten evolueren jaar na jaar tot in 2014, dan is deze leeftijdsgroep 15-64 jaar geworden. Als deze twee lijnen in een grafiek boven elkaar gelegd worden geeft het verschil  tussen beide aan hoeveel mensen langs het migratiesaldo zijn bijgekomen (meer immigraties dan emigraties) of weggegaan (meer emigraties dan immigraties) en dit voor elk leeftijdsjaar. Als er er op die vijftien jaar niemand zou bijgekomen of weggegaan of gestorven zijn dan zouden deze lijnen perfect op mekaar liggen. Bij verschil wordt het volume weergegeven van het verschil tussen aangroei of vermindering.

Voor BelgiŽ gaat het om de migratiebewegingen met het buitenland, voor de gewesten is dit met inbegrip van de binnenlandse migraties tussen gewesten, de verhuizen. Maar eerst BelgiŽ dus.
 

 
Het wordt supermoeilijk voor de geest om nog een stap verder te gaan en de aandacht te richten op de evolutie bij 0-14 jarigen in 2000 (zie lichtblauwe lijn vanaf 15 jaar) en hun aantal bij de 15-29 jarigen in 2014 (donkerblauwe lijn): zie het met de leeftijd groeiende verschil dat het volume immigratiesaldo weergeeft. Hetzelfde bij de 50-64 jarigen in 2014, waar vanaf de 50 jarigen er een bevolkingsafname geweest is de laatste 15 kaaris omwille van emigratie, dwz meer die BelgiŽ verlaten hebben dan er binnengekomen zijn,  Belgen als vreemdelingen samengenomen.

Belangrijke conclusie is dat zelfs bij een stijgende immigratie die tot de huidige groep 10-24 jarigen geleid heeft, en bij een stijgend emigratiesaldo die het aantal 50-64 jarigen verminderd heeft, het negatieve saldo van de wisseling, dwz het verschil tussen de generatie 10-24 en 50-6 zich alsmaar sterker heeft doorgezet.

In 2014 bedraagt het verschil -266.258, en in 2021 een half miljoen bedragen (zonder voor deze 10 jaar al de migratiesaldo's in elk van de leeftijdsgroepen mee te tellen). Men zou er kunnen van uitgaan dat de immigratie bij de jongeren zal verminderen evenals de emigratie bij de ouderen die minder naar hun land van herkomst terug zullen gaan, zodat deze twee tendensen elkaar meer dan vroeger in evenwicht kunnen houden. Hoe dan ook zal tot 2020 het negatief saldo in de wisseling van generaties fors stijgen met alle aanzuigkracht voor de tewerkstelling van jongeren en werklozen over de gehele carriŤre. En deze situatie zou nog tot 2035 aanhouden.

Een grafiek kan een andere verbergen, een gemiddelde is nooit een maatstaf om de samenstellende onderdelen te beoordelen, de gewesten kunnen extreem verschillende toestanden of evoluties laten zien die in het gemiddelde beeld voor BelgiŽ verdwijnen.
 
4. Wat is de toestand en evolutie per gewest?
 
4.1. Vlaams gewest
 
In het Vlaams gewest is de wisseling vroeger dan het gemiddelde voor BelgiŽ op gang gekomen. Daardoor heeft Vlaanderen, meer dan de andere gewesten, de crisis van 2008 beter doorstaan. Vanaf 2014 zal het verschil tussen vraag en aanbod vergroten, dwz er zullen dan tot 2020 minder jongeren beschikbaar komen als vervangers van de generatie 50-64 jaar. Deze evolutie is onontkoombaar en onafwendbaar. Er zal dus minder ruimte zijn voor discriminatie en exclusie op basis van herkomst. Integendeel men zal nieuwe segmenten van de arbeidsreserve moeten aanboren, en bv geen kledijcodes meer opleggen, behoudens de veiligheid, waarmee bevolkingsgroepen nu uitgesloten worden. 
  


  

Vlaams: Generatie 10-24, 50-64 en verschil
Jaar 10-24 jr 50-64 jr Verschil
2000 1.056.391 1.027.706 28.685
2001 1.061.457 1.039.132 22.325
2002 1.067.486 1.051.849 15.637
2003 1.072.263 1.066.524 5.739
2004 1.073.576 1.079.925 -6.349
2005 1.070.814 1.097.644 -26.830
2006 1.069.661 1.123.285 -53.624
2007 1.068.397 1.155.943 -87.546
2008 1.069.575 1.185.531 -115.956
2009 1.071.582 1.209.160 -137.578
2010 1.073.019 1.232.105 -159.086
2011 1.078.060 1.255.366 -177.306
2012 1.078.608 1.271.119 -192.511
2013 1.076.347 1.288.204 -211.857
2014 1.073.278 1.306.165 -232.887

Van een beperkt jongerenoverschot van 28.685 in 2000 ging het in Vlaanderen al pijlsnel naar een generatieoverschot van de jongeren van 232.887 in 2014, dat is 4x zo hoog als dit van het Waals gewest, in Brussel is er in 204 nog een jongerenoverschot. van het totale overschot in BelgiŽ. Niet voor niets dat het werkloosheids% van de jongeren in het Vlaams gewest maar een fractie bedraagt van dit van Brussel en WalloniŽ.
  

 


Vooruitkijken naar 2014, zonder evenwel de impact van immigratie mee te verrekenen geeft aan dat in het Vlaams gewest de instroom van jongeren na een stabilisering tot 2014, vanaf dan tot 2022 zal dalen terwijl de uitstroom van 50-64 plus alsmaar zal toenemen. De Gap, het verschil groeit in 2022 aan tot -370.423, om daarna voor enkele jaren te stabiliseren. Voor het eerst na WO2 zal Vlaanderen in een toestand komen van ernstige krapte op de arbeidsmarkt, ongeacht de economische groei of crisis.



 

 
De impact van immigratie en verhuissaldo in het Vlaams gewest kan afgelezen worden uit het doorschuiven met 15 jaar van de generatie 00-49 jarigen op de leeftijdscurve 15-64 jarigen in 2014. Voor de wisseling van de generaties is vooral het deel in de grafiek van 10-24 jaar en 50-64 jaar van belang:



De impact van immigratie en verhuis is tot 45 jarigen gelijk aanwezig en gespreid. Voor de generatie 35+ jarigen in 2000, die in 2014 dus 50+ zijn, begint er een afkalving door de emigratie naar het buitenland, en eventueel in beperkte mate verhuis naar andere gewesten. Deze emigratie kan zowel bij 'vreemdelingen' als Belgen het geval zijn. Ex-pats bv die het land verlaten, Belg-geworden vreemdelingen en andere Belgen die aan het einde van de carriŤre naar het buitenland of andere gewesten verhuizen. Maar ondanks deze 'aderlating ' van actieven stijgt dus het aantal 50-64 (enkel de in BelgiŽ aanwezigen worden geteld) in het Vlaams gewest voortdurend tot 2022 en is er een continue daling van de jongerencohorte van 10-24 jaar.

Om deze evolutie in de Belgische context en tav de andere gewesten te situeren berekenen we de evolutie van het aantal 10-24 jarigen en de 50-64 jarigen in % op de bevolking in BelgiŽ.

 

 
Wanneer de lichtblauwe lijn zich bevindt boven de donkerblauwe en wanneer deze lijnen uiteengaan duidt dit op een groeiend verschil in het vervangingstekort, dwz minder jongeren tav een grotere groep uitstromende ouderen in de actieve leeftijd 50-64 jaar. Voor het Vlaams gewest is er een constante uiteengroei, dus minder jongerenaanbod tot 2014, met na 2014 de forse stijging van het aantal uitstromers, dwz de Babyboom, die in vergelijking met WalloniŽ en Brussel veel sterker was in Vlaanderen, zal tussen 2014 en 2020 op haar hoogtepunt komen. Na een constante daling van het aantal jongeren is er een stabilisatie (als % op het Belgische totaal) tussen 2014 en2017 maar vanaf 2018 verminderen deze jongerencohorten tot na 2014, hetgeen de ombuiging van de uitstroom van ouderen amper zal compenseren. Het Vlaamse gewest staat vanaf 2014 voor 2 decennia waarin de jongereninstroom alsmaar verder zal duiken onder het niveau van de generaties die uit de arbeidsmarkt zullen treden.
 
In de studiediensten, de denktanks, de consultancy-bureaus, de Vergrijzingscommissies, de Ronde Rafels van de Tewerkstelling, heeft men dit natuurlijk al veel langer dan vandaag onder ogen genomen.  Welke politieke consequenties zij er uit trekken is niet altijd duidelijk of consistent, juist omdat deze evolutie de 'marktmechanismen' onder druk (zal) zetten, zeker omdat deze ontwikkeling erg ongelijk is tussen de gewesten.
 
Voor het Vlaams gewest is het ook voor de progressieven, linksen en communisten van belang te weten dat de tewerkstellingstoestand zal evolueren naar betere instroom van jongeren in de tewerkstelling, en van een opdroging van de werkloosheid over alle leeftijdscategorieŽn en een vermindering van het aantal leefloners het komende decennium. Dit alles zal geen gevolg zijn van overheidsbeleid,  van economische conjunctuur maar van demografie. Maar iedereen zal het wel op z'n politieke rekening willen schrijven in 2019.

Wetende ook dat in Brussel en WalloniŽ de geboortebeperking al meer gemeengoed was na de 2de wereldoorlog en dat het in Vlaanderen van de 'pil' heeft afgehangen om een halt toe te roepen aan de babyboom in de zestiger jaren, met dank aan de Turnhoutse arts Ferdinand Peeters die veel hartzeer gehad heeft voor wat hij het oneigenlijk gebruik noemde, nl de pil om zonder zwangerschapsrisico plezier te hebben in de liefde, waar het hem vooral te doen was vrouwen te helpen minder af te zien van de vrouwelijke staat.
 
4.2. Brussels Gewest

Brussel heeft in deze gegevensbak zoals meestal een atypische evolutie: zowel een hoger wordend uitstroom van 50-64+ als een hoger wordende instroom van 10-24 jarigen de laatste 15 jaar. Het zijn 2 quasi evenwijdige lijnen met slechts een lichte daling van het verschil, dwz een lagere vervanging door jongeren dan de uitstroom van ouderen. Dat is verwonderlijk omdat de impact van immigratie zeker in de jongerenbevolking zeer aanzienlijk is. De immigratie vervangt hier de lagere geboortecijfers van 2 decennia geleden in Brussel, en zorgt maar voor een beperkt surplus van de jongerencohortes 10-24 jaar en dit over de gehele periode 2000-2014.

 

   

Brussel: Generatie 10-24, 50-64 en verschil
Jaar 10-24 jr 50-64 jr Verschil
2000 170.622 145.055 25.567
2001 172.252 146.534 25.718
2002 174.487 148.119 26.368
2003 177.125 150.813 26.312
2004 178.350 152.582 25.768
2005 179.528 154.071 25.457
2006 181.204 156.008 25.196
2007 182.566 159.506 23.060
2008 184.682 162.168 22.514
2009 188.340 165.323 23.017
2010 190.870 168.690 22.180
2011 196.658 173.861 22.797
2012 199.796 176.561 23.235
2013 201.666 178.864 22.802
2014 202.853 180.918 21.935


Tav de aantallen ouderen die de actieve leeftijd verlaten daalt het jongerenaanbod van 25.567 tot 21.935 op 15 jaar. Enkel wanneer dit aanbod van jongeren lager ligt dan dit van de uitstroom is er een aanzuiging van jongeren en werklozen naar de arbeidsmarkt. In Brussel is dat in 2014 niet het geval. Dat komt vooral door de hoge immigratie in deze leeftijdscategorie.



Wat de toekomst brengen zal is, zonder immigratie mee te verrekenen moeilijk te voorzien; zonder immigratie, en met doorschuiving van de huidige leeftijdgeneraties telkens met 1 jaar gedurende 15 jaar geeft het volgend beeld:
  


Belangrijkste vaststelling is dat na 2014 er een forse stijging zal zijn van 50-64+ die de actieve bevolking zullen verlaten. Zonder verrekening van immigratie zou er een stabilisering zijn van de jongereninstroom die vanaf 2018 zal hernemen om demografische redenen en samen zal lopen met de stijging van de uitstroom. Hoe dan ook staat Brussel de komende 10 jaar voor een beperkter instroom van jongeren op de arbeidsmarkt samengaand met sterk groeiende uistroom van 50-64 jarigen.

Als tegen 2018 de vervanging van pendeljobs kan beginnen, vooral in overheidsbetrekkingen en publieke dienstverlening door Brusselaars, komt er een zeker positief perspectief vrij voor de tewerkstelling in Brussel. Dwz dat in de vervanging van de oudere actieve generatie voor de Vlaamse pendelaar door een Brusselse jongere dient vervangen. door de krapte op de Vlaamse arbeidsmarkt zal dit met een zeker automatisme gebeuren, maar een actief beleid ter zake is zeker aan te bevelen.

Deze transformatie van oud naar jong is in Brussel, ook langs de werkloosheidscijfers al zichtbaar aan het worden. Daar komen we in een volgende BuG op terug.
 


Zonder met immigratie rekening te (kunnen) houden vanaf 2014 vergroot het wisselingssaldo met de jongeren in negatief sterk. Maar ook met immigratie zal er een aanzuigkracht zijn van jongeren en werklozen, juist door het verhogen van de uitstroom uit de actieve leeftijdsgroepen in Brussel. Dan zijn het de immigranten van 40 jaar geleden in Brussel die van hun pensioen zullen genieten, en die de uitstervende generatie van oude Belgen hebben vervangen, die vele huizen leeg lieten staan zodat immigratie er een onderkomen in vond. Met enige vertraging tav het Vlaams gewest zal de wisseling in generaties ook in het Brusselse gewest de weg vrij maken voor een betere doorstroming van jongeren en werklozen naar de arbeidsmarkt.

Voor wie er op aan het wachten was, hier het (unieke) overzicht van het migratie en verhuissaldo in Brussel, dwz de generatie 0-49 jarigen in 2000 wordt 15 jaar doorgeschoven en gelegd op de feitelijke situatie van de 15-64 jarigen in 2014. Als het migratie- en verhuissaldo 0 zou geweest zijn in de periode zouden de 2 lijnen op mekaar liggen. Indien de donkere lijn (15-64 jarigen) hoger ligt dan de lichtblauwe lijn (00-49 jarigen +15 jaar) dan is er een vermeerdering van de bevolking, in het andere geval een vermindering. Het verschil tussen de 2 lijnen geeft het volume aan van deze evolutie.

 

 
De aandacht gaat hier vooral uit naar de 15-24 jarigen en de 50+. De immigratie de laatste 25 jaar heeft vooral impact gehad op de 10-20 jarigen 15 jaar geleden, dus de huidige 25-35 jarigen tav een toenmalige dip in de bevolkingsverdeling 00-25 jarigen. Dank zij de immigratie is de bevolking 10-24 jaar op peil gebleven en is maar licht stijgend geweest, zoals hierboven al duidelijk geworden is. Ook hier zien we een uitstroom langs emigratie en verhuis uit Brussel die vanaf 45 jaar alsmaar toeneemt. Maar deze verhoogde uitstroom is niet van aard om het stijgend aantal Brusselaars dat ook in Brussel de actieve leeftijdsgroep verlaat, sterk te beÔnvloeden.

In de vergelijking per gewest, als % op het aantal in BelgiŽ wordt deze situatie nog eens samengevat
   .

 
Brussel komt de laatste 15 jaar uit een situatie waar er alsmaar meer jongeren ingestroomd zijn in de actieve leeftijd terwijl het aandeel 50-64 jarigen alsmaar daalde, een 'generationeel' ticket voor de werkloosheid. In 2002 is daar een ommekeer begonnen die in 2014 al een maximum bereikte, dwz in 2014 was er een vermindering aantal instromende jongeren en verhoging van de uitstroom, tendensen die zich zullen doorzetten, al is het maar met mondjesmaat, tot 2018 om van dan af gelijklopend te stijgen. Het ontbreken van immigratie vanaf 2014 weegt hier minder door omdat het een % op de Belgische bevolking betreft waar de impact van immigratie in de andere gewesten ook niet mee verrekend wordt.

Zie ook als achtergrond Focus, BISA, maart 2015 over de evolutie arbeidsmarkt in Brussel tot 2019.
  
4.3. Waals Gewest
 

En dan is er nog WalloniŽ. Het wisselknooppunt ligt in WalloniŽ in2008. Het komt uitsluitend voort uit de uitstroom van 50-64 jarigen uit de actieve leeftijd, terwijl het aandeel jongeren dat inschuift op de arbeidsmarkt lichtjes verhoogd. Dat geeft maar een beperkt saldo van -55.306 in 2014, hetgeen wijst op een grotere uitstroom uit de arbeidsmarkt van ouderen dan instroom van jongeren. In 2000 was dit nog 82.162 in surplus voor de jongeren, die hiermee hun tewerkstellingskansen negatief zagen geconditioneerd.



  

Waals: Generatie 10-24, 50-64 en verschil
Jaar 10-24 jr 50-64 jr Verschil
2000 623.366 541.204 82.162
2001 626.164 553.800 72.364
2002 631.317 565.228 66.089
2003 636.237 577.484 58.753
2004 640.090 589.261 50.829
2005 641.491 602.399 39.092
2006 642.638 618.137 24.501
2007 645.282 638.095 7.187
2008 647.976 656.845 -8.869
2009 651.202 672.912 -21.710
2010 654.455 688.055 -33.600
2011 659.488 702.845 -43.357
2012 661.067 707.200 -46.133
2013 660.745 709.801 -49.056
2014 658.453 713.759 -55.306



Tussen 2011 en 2014 is het relatieve overschot gestabiliseerd, zeg maar stilgevallen op 55.306 jongeren minder dan het aantal personen dat uit de actieve leeftijd zal verdwijnen de komende 15 jaar. Deze wisseling van generaties heeft evenwel de laatste 15 jaar nog niet voor een echte doorbraak kunnen zorgen wat jeugdwerkloosheid betreft, die in WalloniŽ nog hoger ligt dan in het Brussels gewest.

Als vooruitgekeken wordt naar de komende 10 jaar is er wel een verhogende tweespalt tussen minder jongeren instroom en verzwakkende uitstroom uit de arbeidsmarkt. In WalloniŽ gebeurt het tegendeel van het Vlaamse gewest waar forse daling van jongeren samengaat met sterk stijgende uitstroom van ouderen.
  


 


Na 2014 is er een verhogend negatief saldo in de wisseling, dus minder jongeren ter vervanging tot 2018 waarna er een stabilisatie van het verschil dat ongedaan zal gemaakt met een minimale immigratie. Het vooruitzicht voor WalloniŽ oogt dus erg negatief uit het oogpunt van opruim van de jeugdwerkloosheid en de nog altijd hoge algemene werkloosheid.
 

De impact van de immigratie en het verhuissaldo is op 15 jaar gezien, relatief beperkt in WalloniŽ en toont hier ook de uitstroom na 50 jaar. Deze uitstroom naar het buitenlandof andere gewesten  begin op latere leeftijd in WalloniŽ dan in het Vlaams en Brussels en bestaat uit oudere migraties en ex-pats die nog in de actieve leeftijd naar hun thuislanden terugkeren, of Belgen die zich hervestigen in het buitenland.



 

Is er dan reden tot pessimisme in WalloniŽ. Jawel, zeker als we de lijnen van de leeftijdscohortes 10-24 jaar en 50-64 jaar omzetten in een % op de bevolking in ®BelgiŽ. De impact van het ontbreken van de immigratie vanaf 2014 wordt dan enigszins geneutraliseerd. Het is vooral de groei van de 50-64+ in Vlaanderen en Brussel die het % van de 50-64+ in WalloniŽ drukt. Zoals gezegd houdt een daling van de 50-64 jarigen in dat er minder ruimte komt voor de jongeren die in vervanging komen. In WalloniŽ blijft het aandeel van de 50-64 jarigen tussen 2018 en 2024 gelijk zodat enkel langs de daling van het aantal jongeren op het einde van het decenium ruimte vrij komt voor een doorstroming naar de actieve bevolking.

Het is evenwel vooral de stijging van het aandeel 10-24 jarigen in Brussel die het aandeel van de jongeren in WalloniŽ doet dalen; De uitstroom van 50-64 jarigen in WalloniŽ tussen 2012 tot 2020 wordt evenwel tpt 2018 geblokkerd door een continue hoog % van de 10-25 jarigen. Pas vanaf 2020 opent zich demografisch een beter perspectief voor WalloniŽ wanneer de jongereninstroom fors zal dalen evenwel met een erg beperkte stijging van de oudere generaties zodat er van echte wisseling, ook op langere termijn niet echt sprake is.

 


5. Slotoverwegingen

5.1. Wat kan onderzoek naar generatiewisseling leren over huidig beleid?


Vanuit de onderzoeksvragen en vaststellingen kunnen volgende vragen gesteld of overwegingen gemaakt bij het huidige overheidsbeleid:

- De beperking van werkloosheidsduur en de afvoering ervan naar leefloon, is irrelevant in een situatie waar vooral nood is aan aangepast onderwijs, vorming en beroepsopleiding om aan de toekomstige arbeidsnoden tegemoet te komen. Gans het beleid terzake is, op Belgisch niveau gezien, passť en zal meer en meer zonder voorwerp zijn. De komende regeringen zullen misschien alles wat nu beslist is moeten  herstellen met een grote inkomensgarantie tav wie in sociale en bestaansonzekerheid leeft.

 - Een eventuele nieuwe crisis zal veel minder effect ressorteren in een situatie van beperkter aanbod en grotere vraag naar arbeid. In 2008 kwam de crisis op een moment dat er een veel groter aanbod was dan vraag naar arbeid, met bijkomend een forse input langs de immigratie. Maar dan nog was deze amper voldoende om de arbeidsinput van de jongerengeneratie op peil te houden zoals gebleken is, ook naar de toekomst toe. Doordat evenwel in vergelijking met vroeger veel meer mensen de arbeidsgeneratie zullen verlaten zal er grote druk komen op het aanbod, en zal de jongereninstroom in de arbeidsgeneraties de komende 15 jaar niet voldoende blijken, zelfs bij constante immigratie, en dit op het Belgische niveau. De intergewestelijke dynamieken en correcties zullen de sleutel zijn op de toekomst van BelgiŽ.

- Het immigratiebeleid zal drastisch dienen gewijzigd, de Theo Franckens en Vancauters kunnen nog enkele jaren hun ideeŽn voor werkelijkheid houden maar dan is het (weer) voor een paar decennia gedaan.

- Ook het zwartwerk zal meer dan vroeger in de tewerkstelling opgezogen worden. En mensen zullen gemakkelijker de overgang maken van werkloosheid, ook structurele en generatiewerkloosheid naar tewerkstelling. De armoede zal verminderen en de inkomsten uit belastingen en sociale zekerheid zullen stijgen, zodat de besparingen niet alleen kunnen teruggeschroefd maar de dienstverlening en betaalbaarheid verbetert.
 
5.2. Prevalentie van demografie op het economisch beleid
 
Al deze 'veranderingen' komen er niet niet omwille van beleid maar om demografische redenen. Tegen de volgende verkiezingen zal er hopelijk voldoende intelligentie aanwezig zijn om de politiek niet om de verkeerde redenen te belonen. Maar wel wie het belang van de bevolking en het herstelbeleid tav de liberalistische afbraak als politieke aantrekkingspunten naar voren kan schuiven.

Vandaar ook dat het goed is nu te zien waar men voor staat, en voldoende in te schatten en vooral te zien welke veranderingen in demografie en arbeidsmarkt zullen plaatsvinden en wat daarvan het profijt is dat ook de bevolking daar uit zal trekken. Enkel wie de werkelijkheid kan lezen in wat ze voortdrijft en bepaalt, kan er de vruchten van plukken en het  overeenstemmende beleid afdwingen. Zoals altijd moet men het verleden begrijpen om het heden te kennen om de toekomst te bepalen.

Wie er op rekent dat de huidige regeringspolitiek het confederalisme bij de Waalse partijen zal uitlokken is er allicht aan voor de moeite. WalloniŽ heeft minstens de komende twee decennia nood aan de Belgische cement van de sociale- en bestaanszekerheid.

Maar omgekeerd is het misschien niet onzinnig rekening te houden met een omgekeerde immigratie van Waalse huisgezinnen naar de landelijke gemeenten in Vlaanderen waar de komende decennia huizen vrij zullen komen omwille van de demografische evolutie en de ouder wordende bevolking. Na de verhuis van West- en Oost-Vlamingen naar WalloniŽ in de 19de eeuw zouden het wel eens Walen met Vlaamse namen kunnen zijn, die, terugdenkend aan hun over-, overgrootouders naar hun 'heimat' komen afgezakt. Samen met de ouder wordende migranten uit de steden zullen ze de Vlaamse landelijke en kleinere steden kunnen herbevolken, terwijl er ook nog ruimte zal bestaan voor nieuwe buitenlandse immigratie.
 
5.3. Vooruitziende politici hielden BelgiŽ in koers

Met de uitdijende vermenging en vereniging van culturen en bevolkingen is BelgiŽ, met een coherente sociale- en bestaanszekerheid het beste gewapend op Europees vlak om de economische uitdagingen aan te gaan, juist omwille van haar demografische dynamiek. Het mag eens gezegd, de beleidsvoerders in dit land hebben na WO2 met het instellen van de sociale zekerheid op drie cruciale momenten politiek geanticipeerd op de demografische ontwikkelingen in BelgiŽ:

- in 1950/1960, de migratieovereenkomsten die vooruitzagen, niet zozeer omwille van de economische behoeften maar omwille van de noodzaak aan herbevolking van de steden die zich vooral vanaf 1970 heeft doen voelen, ontvolking die pas in 2000 is ingehaald na 3 decennia van migratie.
- in 1985, 1992 en vooral 2000 door volop de kaart te spelen van de nationaliteitsverwerving aan in BelgiŽ verblijvende migranten, wat denigrerend de 'snel-belg' wet genoemd door wie nooit iets van migratie of demografie zullen begrijpen. De Belgwording blijkt een sleutel tot een hecht(er) toebehoren van langdurig verblijvend migranten in BelgiŽ. Vooral de 'Berbers', de Amazigh, verstoten uit de Rif door een onwillig en hen discriminerende Marokkaanse overheid die pas in 2002 hun taal erkende, hebben zich meer dan elke andere nationaliteit in BelgiŽ, ook de Turkse migranten, langs de nationaliteitswetgeving geÔntegreerd in de samenleving. Als De Wever z'n politieke rekening opmaakt in 2018 kan de stigmatisering van de 'Berbers' wel eens zwaar doorwegen, als de rechter al niet vroeger een eind gemaakt heeft aan het niet-eeuwigdurend politieke rijk van De Wever.
- in 2000 en 2010 de regularisatiecampagnes die tegemoet kwamen aan de legitieme vraag tot verblijfsrecht van tienduizenden en de maatschappelijke verantwoordelijkheid ervoor. Het is deze vraag om erkenning die nu door Els Keytsman in DM van 07/04/2015 herhaald wordt en die hopelijk vanuit het middenveld en de achterliggende politieke zieners, die BelgiŽ altijd al hebben weten te oriŽnteren, gesteund wordt.

Jan Hertogen, socioloog
www.npdata.be
0487 335 552
           
Wie geen berichten meer wenst te ontvangen kan dit langs een RE melden