BuG 244 Ė Bericht uit het Gewisse Ė 27 oktober 2014
  
BuG 244 on-line                                   Printversie (11p)
   
66,6% verwerven inkomen in BelgiŽ van of langs overheid:
voor 21,7% langs tewerkstelling, voor 44,9% langs vervangingsinkomen,
33,3% verwerft een inkomen langs private niet-publieke tewerkstelling

 

  Niet-Publiek Publiek BelgiŽ
1. Bevolking      
2. Bevolking met inkomensverwerving 33,4% 66,6% 100,0%
    1. Tewerkstelling 33,4% 21,7% 55,1%
         1. Loontrekkenden  24,2% 21,2% 45,4%
         2. Zelfstandigen  9,1% 0,5% 9,6%
            - Zelfstandigen zonder pensioen 8,1% 0,5% 8,6%
            - Zelfstandigen na pensioen 1,0% 0,1% 1,1%
    2. Vervangingsinkomen   44,9% 44,9%
        1. Sociale zekerheid   41,7% 41,7%
            1. Volledig werkloos   9,2% 9,2%
                 - NWVWZ   5,5% 5,5%
                 - Ander NWNWZ   0,7% 0,7%
                 - Oud stelsel +50   1,1% 1,1%
                 - Brugpensioen   1,5% 1,5%
                 - TBS-Onderwijs   0,2% 0,2%
                 - Tijdskrediet/LBO   0,3% 0,3%
            2. Tijdelijk op werkloosheid   2,2% 2,2%
            3. Volledig op ziekteverzekering   3,5% 3,5%
                 - Ziek op invaliditeit (+ 1 jaar)   3,0% 3,0%
                 - Vervr. pensioen om med. redenen   0,5% 0,5%
            4. Tijdelijk op ziekte   2,3% 2,3%
            5. Pensioen   24,6% 24,6%
        2. Bestaanszekerheid - Volledig leefloon   1,0% 1,0%
        3. Inkomensvervangende tegemoetkom.   2,2% 2,2%

 
Regering vertegenwoordigt slechts 38% van de 18-plussers,
53% in het Vlaams gewest, 14% in 't Brussels en 18% in 't Waals gewest

Tabel: 18-plus en regeringsrepresentatie per gemeente 2014

 
Vooraf 1: % jeugdwerkloosheid, een politiek statement. Door altijd maar de werkloosheidsgraad voor te stellen als een % tav de bevolking neemt men de jeugdwerkloosheid niet au serieus. Het % jeugdwerklozen in the picture stellen is juist een politiek statement doordat het de ware dimensie van de jeugdwerkloosheid in beeld brengt. Dan pas kan men er ook echt wat aan doen, zeker in regio's en gemeenten waarin dit % hoog is.

Vooraf 2: Hard tegen hart

Wie voert een ijzeren beleid
Wie is er aan de macht
Wie vormt de tegenkracht
Voor wie er onder lijdt?

Het is nu hard tegen hart
Wie wordt er door geraakt
Wat dient er afgekraakt
Met Hart tegen Hard?

Zal het van religie komen
Zijn het communistendromen
Of is Movement X van tel

Wie trekt er aan de bel?
Samen met de volkeren der aarde
Worden mensen weer van waarde.

Vooraf 3. Representatiegraad regering in Rijk, gewest en provincies

38% van de 18-plussers in BelgiŽ zijn langs de regeringspartijen vertegenwoordigd in de regering. Bij deze 18-plussers zijn ook de vreemdelingen, de niet- en de blancostemmers geteld. In Vlaanderen komt de regering met 53% representatie juist met de hakken over de sloot. In WalloniŽ is dat 18% en in Brussel 14%. Het aantal parlementaire mandaten wordt berekend op alle 18+ en het overheidsbeleid heeft gevolgen voor alle inwoners, ook voor de vreemdelingen, de blanco- en niet stemmers en de niet-regeringspartijen of de stemmers voor partijen die de kiesdrempel niet gehaald hebben. Het is dus niet voldoende na te gaan hoeveel van de stemmen politiek gerepresenteerd worden, bv 25% door de MR langs Waalse kant, maar het % MR stemmen gedeeld door het aantal 18-plussers en dat is 18%. In Brussel is maar 14% of 1 op 7 18-plussers politiek vertegenwoordigd in het federale parlement.
   

Aantal 18+, Stemplicht, Stemmen, Regerings% - 2014
  18+ Stemplicht Stemmen Regering % Repr.
  Rijk 9.035.154 8.018.857 6.695.291 3.438.231 38%
  Vlaams Gewest 5.188.797 4.789.656 4.163.045 2.770.873 53%
  Brussels Gewest 948.622 624.379 462.061 133.268 14%
  Waals Gewest 2.886.319 2.593.822 2.059.795 532.402 18%
     Antwerpen 1.460.596 1.307.378 1.139.597 748.841 51%
     Vlaams-Brabant 896.854 816.623 674.742 474.361 53%
     West-Vlaanderen 949.823 914.282 807.001 516.764 54%
     Oost-Vlaanderen 1.187.431 1.126.097 987.666 662.462 56%
     Limburg 694.092 625.277 554.039 368.445 53%
     Brussels Gewest 948.622 624.379 462.061 133.268 14%
     Waals-Brabant 316.973 286.422 239.040 97.398 31%
     Henegouwen 1.080.245 949.377 737.393 153.049 14%
     Luik 873.222 776.961 614.974 156.067 18%
     Luxemburg 224.030 208.293 169.385 41.246 18%
     Namen 391.849 372.769 299.003 84.642 22%

 Merk dat in Brussel maar 49% van de18+ een effectieve stem heeft uitgebracht.
Het democratisch deficit in BelgiŽ is, alle partijen samen, 26%. Slechts 3/4 van
 de bevolking heeft stemplicht en heeft er ook effectief gebruik van gemaakt.

  18+ = 100% Stemplicht Stemmen Regering
  Rijk 100% 89% 74% 38%
  Vlaams Gewest 100% 92% 80% 53%
  Brussels Gewest 100% 66% 49% 14%
  Waals Gewest 100% 90% 71% 18%
     Antwerpen 100% 90% 78% 51%
     Vlaams-Brabant 100% 91% 75% 53%
     West-Vlaanderen 100% 96% 85% 54%
     Oost-Vlaanderen 100% 95% 83% 56%
     Limburg 100% 90% 80% 53%
     Brussels Gewest 100% 66% 49% 14%
     Waals-Brabant 100% 90% 75% 31%
     Henegouwen 100% 88% 68% 14%
     Luik 100% 89% 70% 18%
     Luxemburg 100% 93% 76% 18%
     Namen 100% 95% 76% 22%

   Als de representatiegraad van de politieke samenstelling van de regering
wordt opgelijst voor enkele gemeenten dan is te begrijpen bv dat men
zich in Charleroi met 8% en in enkele Brusselse gemeenten met 9% zich
amper vertegenwoordigd voelt, evenzo in Antwerpen met 34%, Vilvoorde met
35%, Gent met 40% en ook Mechelen met minder dan de helft van de 18+.

  18+ = 100% Stemplicht Stemmen Regering
ANTWERPEN 100% 80% 65% 34%
VILVOORDE 100% 86% 65% 35%
GENT 100% 87% 78% 40%
MECHELEN 100% 90% 78% 47%
ST-JOOST-T-NODE 100% 58% 40% 5%
SINT-GILLIS 100% 51% 38% 7%
SCHAARBEEK 100% 64% 46% 9%
MOLENBEEK 100% 71% 46% 11%
BRUSSEL 100% 64% 45% 11%
ANDERLECHT 100% 68% 47% 12%
LIEGE 100% 80% 63% 13%
CHARLEROI 100% 84% 60% 8%
MONS 100% 85% 74% 13%

 
Het wordt een uit de hand gelopen vooraf, maar hierbij toch de tabel met de regeringsrepresentativiteit voor alle gemeenten in BelgiŽ: 18-plus en regeringsrepresentatie per gemeente 2014

Het is te mooi om er geen gemeentekaart per gewest voor op te maken, van groen met lage representatie tot rood, hoge representatie 18+. 
  


 

 


______________________

Update:
voortgaande op een vraag in DWM van 28/10/2014 om de representatiegraad van de regering ook eens te berekenen voor 2010 hebben we volgend antwoord gegeven:
 
"
In de vergelijking met vorige regeringssamenstelling op basis van dezelfde parameters is er een daling van de representatiegraad van de regering van 43% in 2010 naar 38% in 2014. Deze daling is het sterkst voelbaar in Brussel, van 39% representatie naar 14% (reductie tot 1/3) en WalloniŽ van 54% naar 18%, ook een reductie naar 1/3. Het verschil met het grootste volume ligt in Vlaanderen, waar de minderheidsrepresentatie van 38% in 2010 stijgt naar 53% in 2014.
 
Daartegenover staat de reductie van deze representatie in WalloniŽ die extreem kan genoemd worden gezien maar 18% van de bevolking in de regering weerspiegeld wordt in 2014.
 
Het is vooral het ontbreken van stemplicht voor vreemdeling op federaal niveau dat in het algemeen de Belgische democratie uitholt en voor een groot deficit zorgt, ook in Vlaanderen."

  

 

% Repr. 2010

% Repr. 2014

  Rijk 43% 38%
  Vlaams Gewest 38% 53%
  Brussels Gewest 39% 14%
  Waals Gewest 54% 18%

In 2010 was er dus een groter evenwicht in de representatie ook al was een ondervertegenwoordiging in Vlaanderen en Brussel. Het onevenwicht in 2014 komt, meer dan in 2010, tot uiting doordat WalloniŽ en meer nog  Brussel extreem niet aanwezig zijn in de federale regering.
___________________

 
In de onderstaande BuG wordt ingegaan op de inkomenstrekkers en dus diegenen die rechtstreeks de impact van het regeringsbeleid zullen voelen. 2/3 van de Belgische bevolking heeft een inkomen, 1/3 leeft van het inkomen van anderen (ondermeer de -18 jarigen en thuisblijvenden zonder inkomen). Het is deze tegenstelling, wie maakt beleid, wie is het die eronder lijdt, dat aanleiding was voor bovenstaand sonnet.
 
Vooraf 4: Is de DDR, zoals sommigen zich voorhouden, een "onrechtststaat" of is het BelgiŽ? Het verhaal van Yassine Channouf legt de vinger op een open wonde, zie DM 27/10/2014. Voor een uitgebreider verslag, zie DWM 27/10/2014. Maar Yassine doet er misschien goed aan te bedenken dat hij zo aangepakt is ondermeer omdat hij 'gestudeerde' is en  mede initiatiefnemer van Movement X, dat ook door Philippe van Parys en Bert Anciaux ondersteund wordt en dat nu zondag 2 november 2014 z'n startbijeenkomst heeft in Brussel.
 
Vooraf 5: En dan is er nog "Bureau Marokko",
elke woensdag op NPO3, een must voor wie z'n gedachten wil luchten of voor de Antwerpse politie en de onderzoeksrechter in Turnhout, of voor de VRT die op zoek is naar meer aandacht en programmatie van en voor diversiteit: Bureau Marokko 1 - Bureau Marokko 2 - Bureau Marokko 3 Bureau Marokko 4.

Vooraf 6:
En ook Ludo Struyven, de Hiva-medewerker die de bijkomende en verdwijnende jobs in BelgiŽ in beeld brengt, zie DS 27/10/2014. Netto kwamener  tussen half 2013 en 2014 19.000 jobs bij, dat zijn er een 45.000 meer dan in 2012 waar dit saldo nog 26.000 in negatief stond. Maar toch treuren de pleitbezorgers voor lastenverminderingen. Het saldo van 19.000 werknemers is allicht volledig het gevolg van de groei van de publieke dienstverlening, die in 2013 al goed was voor 49,8% van de loontrekkende tewerkstelling, en dat zint hen niet.

Update: Een exploratie op de Dynamsite laat volgend beeld zien van 2012/2013 vergeleken met 2012/2013:

Jobevolutie volgens Dynam In Uit Saldo
Industrie/Bouw 33.978 52.520 -18.542
CommerciŽle dienstverlening 95.890 109.703 -13.813
Niet-commerciŽle dienstverlening 35.081 28.732 6.349
Totaal 2012-2013 164.949 190.955 -26.006
Totaal 2013-2014 166.000 147.000 19.000
Verschil 1.051 -43.955 45.006

In 2012/2013 is de schade enigszins beperkt door de niet-commerciŽle dienstverlening, benieuwd dus wat hun aandeel in 2013/2014, waarom heeft men trouwens deze info niet gegeven? Het grootste verschil in 2013/2014 situeert zich bij de drastische vermindering van de 'destructie' van jobs, het wegvallen dus, zo maar eventjes 43.955 minder dan vorig jaar. Waar gaan de ondernemers en politici dat schrijven, op hun buik? Jan Denys wordt er zowaar lyrisch van, heb ik dat allemaal niet zo serieus bedoelt met die verlenging van arbeidsleeftijd of problemen met pensioen, maar goed dat er gepensioneerden zijn klinkt het nu in DS van 27/10/2014, Hoera voor de vergrijzing!
 

1. Een uniek overzicht  inkomensverwerving in BelgiŽ en gewesten

Voor het eerst wordt tot in het kleinste detail het % gegeven van al wie inkomen verwerft in BelgiŽ. Inkomsten uit roerend en onroerend vermogen worden hier niet mee verrekend. Wel wordt het onderscheid gemaakt tussen publieke en niet-publieke tewerkstelling en tussen loontrekkenden en zelfstandigen. Voor het eerst wordt ook rekening gehouden met de tijdelijke werkloosheid bij de private ondernemingen, die mee bij de publieke financiering worden geteld. Ook de primaire ongeschiktheid wegens ziekte of zwangerschap wordt van de tewerkstelling, publiek en niet-publiek, afgetrokken en bij het (tijdelijk) vervangingsinkomen geteld. Voor het vervangingsinkomen wordt verder onderscheid gemaakt tussen

- Sociale zekerheid (Werkloosheid, Invaliditeit, Pensioen en tijdelijke werkloosheid/ziekte)
  De werkloosheid wordt daarbij nog opgesplitst in Niet-Werkende werkzoeken, andere NWNWZ (in
  beroepsopleiding bv), oud stelsel 50+, Brugpensioen, TBS onderwijs en volledige
  Loopbaanonderbreking/tijdskrediet)
- Bestaanszekerheid (volledig leefloon)
- Inkomensvervangend inkomen (gehandicapten)

Ook voor de gewesten wordt het detail gegeven. Hieronder de kerncijfers:

66,6% van de inkomenstrekkers halen hun inkomen uit betalingen door de overheid, 21,7% publieke tewerkstelling/dienstverlening, 44,9% betaling langs instellingen die door de overheid beheerd worden, nl de vervangingsinkomsten.
     

Publieke en niet-Publieke Inkomenverwerving per gewest - 2012
  Vlaams Brussels Waals BelgiŽ
1. Publieke inkomensverwerving 63,7% 66,8% 72,2% 66,6%
    1. Tewerkstelling 21,3% 19,1% 23,3% 21,7%
    2. Vervangingsinkomen 42,4% 47,8% 48,9% 44,9%
2. Niet-Publieke tewerkstelling 36,3% 33,2% 27,8% 33,4%

 
72,2% van de Waalse inkomenstrekkers halen hun inkomen uit publieke dienstverlening, 23,3% uit publieke tewerkstelling en 48,9% uit vervangingsinkomsten. Het deficit in WalloniŽ bevindt zich in de uiterst zwakke positie wat niet-publieke private tewerkstelling betreft, nl. 27,8%, tegenover 36,3% in het Vlaams gewest. Zij zitten in het straatje waar ook Limburg dreigt in terecht te komen.
 
2. WalloniŽ, immigratie van Vlamingen nog niet verwerkt?

Best is nog te beseffen dat in deze ondertewerkstelling in WalloniŽ vele klein- en achterkleinkinderen aanwezig zijn van het miljoen Vlamingen dat in de 19de eeuw naar WalloniŽ is verhuisd maar waar de industrieŽn zijn verdwenen die hen heeft doen migreren. Ook dat de verdwijning van industrieŽn decennia vraagt om zich te herstellen en dat de demografische impact een eeuw kan beslaan, om opgebouwd te worden en om later opnieuw in evenwicht te komen. Tenslotte ook het belang van de immigratie om de blutsen en builen op te vangen, zeker in de bevolkingsevoluties. Immigratie heeft in Brussel en Antwerpen bv heeft deze steden voor verregaande ineenstorting behoedt. Politiek dient niet alleen op korte termijn te denken maar ook ver(der) in het verleden terug te zien om te beseffen wat het toekomstperspectief op lange(re) termijn is.
 
3. Vlaams gewest aan het infuus van Brussel, en niet omgekeerd zoals Jan Denys stelt

Voor Brussel is het ondertewerkstelling in de publieke dienstverlening, 19,1% tegenover 21,3% in het Vlaams gewest, die pijn doet. Dat wordt extra in de verf gezet door het BrutoBinnenlandsProduct per inwoner, dat in Brussel  54.909 Ä bedraagt, tegenover 30.238 Ä in het Vlaams gewest en 22.174 Ä in het Waals gewest in 2013. Zonder de arbeidspendel is dat voor Brussel 31.094 Ä. Vlaanderen ligt dus aan het infuus van Brussel om er inkomens uit weg te zuigen. Voor de tabel BBP per inwoner, tussen 1995 en 2013, met vergelijking met Duitsland, Nederland en Frankrijk, zie de tabel BBP- ESR95-1995-2013.

4. Vervangingsinkomens, een cylinder in de motor van de economie

En de politici doen er goed aan te beseffen dat de inkomensverwerving langs het vervangingsinkomen een essentiŽle schakel is de economische activiteit van BelgiŽ, zeker omdat ze in Brussel mede instaan voor de 40,5% inwoners zonder inkomen, waar dit aantal in WalloniŽ 34,3% is en in het Vlaams gewest 30,6%. Deze laatste worden dus ondersteund door het inkomen van 69,4%, tegenover 59,5% in Brussel die voor 40,5% moeten zorgen.
  

Inkomenverwerving langs werk en vervangingsinkomen per gewest 2012
  Vlaams Brussels Waals BelgiŽ
Inkomensverwerving 100% 100,0% 100,0% 100,0%
    1. Tewerkstelling 57,6% 52,2% 51,1% 55,1%
    2. Vervangingsinkomen 42,4% 47,8% 48,9% 44,9%

   
In % op de bevolking worden de verschillen tussen de gewesten voor een goed stuk uitgevlakt, zie BuG 210 voor BelgiŽ en BuG 216 voor de gewesten voor % op de bevolking. Maar ook in het Vlaams gewest zijn er naast de 57,6% werkenden 42,4% die van een vervangingsinkomen leven, samen dus 63,7% die hun inkomen betrekken van of langs de overheid. Wie het economische belang, vooral van deze cilinder in de motor van de economie negeert en enkel inzet op de 1/3 private niet-publieke industrie zou wel eens erg bedrogen kunnen uitkomen, zoals in Frankrijk, en nu ook in Duitsland zichtbaar wordt.


5. Ijkpunt voor besparingen en verzet

Door het in beeld brengen van de inkomstenverwerving voor BelgiŽ en per gewest wordt een essentieel ijkpunt gegeven om het effect van beleid te meten en de mate waarin de weerstand ertegen zal lukken. Het is tevens noodzakelijk om te weten met hoeveel men is om er wat tegen te doen en de verschuivingen te zien van werkloosheid naar leefloon, invaliditeit of handicap, of, zoals zeker zal gebeuren, naar publieke tewerkstelling. Dat lijkt een contradictie maar zoals de laatste 15 jaar heeft de publieke tewerkstelling de neergang van de industrie volledig opgevangen en gezorgd voor expansie met 10% van het tewerkstellingsvolume, zoals trouwens Jozef Pacolet al jaren duidelijk maakt aan de vakbonden in deze sectoren. Meer is niet nodig om ook de vakbonden in de Non-Profit te doen beseffen dat zij de echte speerpunt zijn in de vakbondsmacht, en dat zij, juist om die reden "gespaard" worden in de besparingswoede, behoudens misschien de aanval op de anciŽnniteitsverhogingen die niet zozeer de private profit maar de 1,7 miljoen werknemers van de publieke dienstverlening zou kunnen treffen. Best is misschien de offensieve eis te stellen dat de tweejaarlijkse anciŽnniteitsverhoging dient toegekend zolang men werkt.

De CD&V stond er bij, keek ernaar en heeft er z'n plezier in.

Voor wie de retoriek en soms ook de arrogantie onder ogen neemt van de politiek als pleitbezorger voor de private industrie- en de voor-winst dienstensector, staat voor een (soms aandoenlijk) schouwspel van uitslovers en slippendragers van een economisch segment dat in feite al afgedaan heeft. De industriŽle tewerkstelling zal verder afnemen, de voor-winst dienstensector zal stabiliseren en op termijn ook afkalven en beiden zullen gecompenseerd worden door publieke tewerkstelling die juist de koopkracht van de mensen en de financiering van de overheid op peil zullen houden en die de economische motor verder zal doen draaien.
 
Het is daarbij voorzienbaar dat het de laatste maal is dat een regering in deze opzet, en met zulk een kleine steun in de bevolking, ook in het Vlaams gewest, het politieke roer van dit land en van de economie in handen zal hebben. En wie goed kijkt zal zien dat men het (al) weet, en de CD&V stond erbij, keek ernaar, en heeft er z'n plezier in, omdat zij de continuŽ kracht zijn vanuit het verleden naar de toekomst, mede door de impact van de christelijke arbeidersbeweging langs beweging.net.
  
6. Een Voka-medewerker vraagt 'wie zal dat betalen'?

 
6.1. "2/3 van alle inkomenstrekkers in BelgiŽ krijgen hun inkomen vanuit de overheid
" schreven we in vorige BuG 243. Een Voka-medewerker reageerde en wou weten "waar volgens u deze publieke middelen aan de bron gegenereerd worden? Kan het zijn door bedrijven en werknemers in private sectoren?" Het leek ons nuttig om het detail van deze inkomensverwerving nog eens in beeld te brengen, en nu als % van de inkomensverwervers. Hiermee verdwijnen degenen uit beeld die mede van dit inkomen leven, nl. 1/3 of 32,9% van alle Belgische inwoners leven van het inkomen van de 67,1% die uit werk of uit de vervangingsinkomens hun inkomen verwerven. Zeker als men de opdeling naar gewest maakt heeft dat grote impact omdat de 'noemer' voor het % verkleint. In Brussel leven 40,5% van haar inwoners van het inkomen van 59,5% inkomensverwervers, in WalloniŽ 34,4% zonder inkomen en  65,6% inkomensverwervers en in het Vlaams gewest leven 30,6% van het inkomen verworven door 69,4% van de inkomensverwervers. Dit dient in het achterhoofd gehouden wanneer men de aandacht toespits op de inkomensverwervers zelf, en deze gelijkstelt aan 100%.

6.2. De werknemers zorgen voor de draagkracht van de economie

Wie leeft nu van wie, zijn het de 33,3% privaat-tewerkgestelde in private ondernemingen die voor de rijkdom zorgen of is het juist de draagkracht van de 66,6% die de dieselmotor vormen waar de economie op draait. Vast staat dat, zoals Moureaux in DM terecht stelt, men geen besef heeft van het aantal mensen dat door de geplande besparingsmaatregelen geraakt worden. Niet alleen de 21,7% wiens tewerkstelling van publieke financiering afhangt maar ook de 44,9% die hun inkomen verwerven langs de overheid door de verschillende zekerheidsystemen. Zij vormen samen 2/3 van de inkomenstrekkers.
 
Ook er aan herinneren dat de financiering van deze zekerheidssystemen vooral gebeurt door de afhoudingen op het inkomen van de werknemers en door belastingen die in hoofdzaak betaald worden door diezelfde werknemers. Het is ook van het inkomen van werkenden ťn vervangingsinkomentrekkers dat bv de studiekosten dienen betaald en de democratisering van het onderwijs gerealiseerd moet worden (of deels mislukt is). Wie dit inkomen langs publieke dienstverlening destabiliseert (ondermeer in cultuur, wetenschappelijke instellingen, musea en alle ander diensten die nu van zich laten horen) en de vervangingsinkomens onder druk zet, fragiliseert de samenleving en zal de armoede doen stijgen. Het zal nog verder wennen zijn aan de 'onverantwoordelijkheid' van de pseudomacht die in feite de politiek zal blijken.

6.3. Ten behoeve van de Voka medewerker hebben we nog volgende toelichting gegeven:


In het antwoord aan de Voka medewerker probeerden we alles zo eens op een rijtje te zetten: "De 2/3 inkomensverwervers, betaald door of langs de overheid, vormen de kern van het economische huishouden van BelgiŽ omdat hun geldbesteding rechtstreeks op consumptie gericht is en binnen de Belgische lokaliteit blijft. Het zijn zij die de economie in essentie doen draaien, dwz
 
- de meerwaarde die ze als werknemer realiseren, en die in het BNP terug te vinden is
- de betalingen langs de sociale zekerheidsinstelling (in hoofdzaak door diezelfde werknemers langs de bijdragen op hun loon bijeengebracht) die ook deel zijn van de door hen geproduceerde meerwaarde in het verleden en het heden en dus ook in het BNP terug te vinden zijn.
- de uitbetaling langs andere zekerheidssystemen zoals leefloon, gehandicapteninkomens enz.
- ook langs de belastingen worden deze overheidsbestedingen door de loontrekkende bevolking in hoofdzaak gefinancierd.

Het betreft dus een in hoge mate selfsupporting, zichzelf voedend systeem dat enkel/vooral door externe factoren of een liberale politiek uit evenwicht gebracht wordt of dreigt te geraken.

Daarnaast staat de private economie die 29% van de inkomens verstrekt aan hun werknemers en de 4% die deze productiemiddelen in eigendom hebben of als vennoot beheren. Deze productie geeft maar in zeer geringe mate aanleiding tot betaling van belastingen na afhouding van winst, winsten waarvan de besteding het vermogen van de aandeelhouders doen stijgen en ook in beperkte mate worden geherinvesteerd, of langs het speculatieve kapitaal geprivatiseerde opbrengsten genereert. Het economische circuit waarin deze 1/3 inkomensverstrekkers functioneren is veel minder zeker en is in feite Ďmarginaalí tav van de inkomensverwerving en bestedingen van de 2/3 die wel binnen BelgiŽ de economie doen draaien.

Doordat deze middelen, na afhoudingen en belastingen door de overheid, binnen het economische bestedingscircuit blijven, en doordat ze alle meetellen in het BNP worden deze middelen aan de basis door de eigen economische productie van de staat zelf gegenereerd, en dus niet rechtsreeks door de bedrijven en private sector. De arbeid van de, in de industrie en de private voor-winst diensten tewerkgestelde werknemers, financiert langs de afhoudingen mede de overheid en kan deze werknemers ook doen terugvallen op elementen van de sociale zekerheid die de economische molen doen draaien.

Zoals gezegd gaan de belastingen op winsten of speculatieve bestedingen alsmaar in dalende lijn, zodat het exclusief valoriseren van het belang van de 4% ondernemers door de huidige politieke macht wel eens een grote destabilisering kan teweegbrengen, en eerder jobafbraak dan de veel geprezen 'jobcreatie' waarmee men nu iedereen de mond probeert te snoeren. Maar volgens ons zal het zo 'n vaart niet lopen, juist omdat dit 'ondernemers- en op maximale winst gericht belang in BelgiŽ wordt gebufferd worden door de 2/3 inkomensverwervers die niet afhangen van deze private bedrijven. En ook de werknemers van deze private bedrijven zijn georganiseerd in vakbonden en zijn zelf belanghebbenden in de handhaving van de structuur die momenteel aan 44,9% van de inkomstentrekkers een vervangingsinkomen verzekert.

Dat lijkt een contradictie maar men moet de volumes waar het over gaat eens tot zich laten doordringen
."

En zou het niet kunnen dat het aantal vervangingsinkomens alsmede het aandeel van de publieke tewerkstelling bij de loontrekkenden in stijgende lijn zullen gaan, en dat daarom juist BelgiŽ niet alleen meer crisisbestendig zal worden maar ook haar welvaartspeil, in vergelijking met andere landen nog zal uitbouwen? Is dat niet het 'Belgisch' paradigma?

7. Inkomenstrekkers per gewest

Voor de tabellen met het volledig detail per gewest van publiek en niet-publieke financiering zie hieronder. De onderstaande  tabel geeft de vergelijking publiek naar gewest. Niet vergeten dat de noemer kleiner is voor WalloniŽ en vooral Brussel omdat er meer niet-inkomenstrekkers zijn dan in Vlaanderen en ze dus buiten beeld gelaten worden.
   

% Publieke inkomensverwerving in BelgiŽ per gewest - 2012
  Vlaams Brussels Waals BelgiŽ
  63,7% 66,8% 72,2% 66,6%
    1. Tewerkstelling 21,3% 19,1% 23,3% 21,7%
         1. Loontrekkenden  20,9% 18,4% 22,6% 21,2%
         2. Zelfstandigen  0,5% 0,6% 0,6% 0,5%
            - Zelfstandigen zonder pensioen 0,4% 0,5% 0,5% 0,5%
            - Zelfstandigen na pensioen 0,0% 0,1% 0,1% 0,1%
    2. Vervangingsinkomen 42,4% 47,8% 48,9% 44,9%
        1. Sociale zekerheid 40,2% 41,4% 44,7% 41,7%
            1. Volledig werkloos 7,1% 13,8% 11,8% 9,2%
                 - NWVWZ 3,3% 10,9% 8,0% 5,5%
                 - Ander NWNWZ 0,5% 0,7% 0,9% 0,7%
                 - Oud stelsel +50 1,0% 1,2% 1,2% 1,1%
                 - Brugpensioen 1,8% 0,6% 1,3% 1,5%
                 - TBS-Onderwijs 0,2% 0,1% 0,2% 0,2%
                 - Tijdskrediet/LBO 0,3% 0,3% 0,2% 0,3%
            2. Tijdelijk op werkloosheid 2,2% 1,0% 2,5% 2,2%
            3. Volledig op ziekteverzekering 3,3% 3,3% 3,9% 3,5%
                 - Ziek op invaliditeit (+ 1 jaar) 2,8% 2,8% 3,4% 3,0%
                 - Vervr. pensioen med. redenen 0,5% 0,5% 0,5% 0,5%
            4. Tijdelijk op ziekte/Zwangerschap 2,4% 2,1% 2,2% 2,3%
            5. Pensioen 25,2% 21,3% 24,3% 24,6%
        2. Volledig leefloon 0,4% 4,0% 1,4% 1,0%
        3. Gehandicapten - Ink.  tegemoetk. 1,8% 2,3% 2,9% 2,2%


Als de aandacht gericht wordt op de mate dat de overheid voor tewerkstelling zorgt of het beheer van de vervangingsinkomsten zien we dat voor WalloniŽ 72,2% onder publieke inkomenstrekkers vallen tegenover 66,8% in Brussel en 63,7% in het Vlaamse gewest.

Wat tewerkstelling betreft heeft WalloniŽ  23,3% publieke inkomenstrekkers langs tewerkstelling, in Brussel, zoals reeds aangegeven 19,1% en het Vlaams gewest 21,3% met een Belgisch gemiddelde van 21,7%. Het aandeel zelfstandig in de publieke dienstverlening is beperkt en betreft vooral de zelfstandigen in de gezondheidszorg.

Het grootste verschil tussen de gewesten bestaat in het aandeel vervangingsinkomentrekkers in het geheel van wie een inkomen verwerft in WalloniŽ, nl 48,9%, tegenover 47,8% voor Brussel en 42,4% in het Vlaams gewest. Het Vlaams gewest springt er evenwel uit met 1,8% Brugpensioen, tegenover 1,3% in het  Waals en 0,6% in het Brussels gewest, en het pensioen met 25,2% tegenover 24,3% in het Waals gewest.
 
Maar dat weegt niet op tegenover de hogere werkloosheid met 8,0% in WalloniŽ en vooral Brussel met 10,9%. Ook de  langdurige ziekte en invaliditeit is met 3,4% in WalloniŽ hoger tegenover 2,8% in Vlaanderen en Brussel. Ook het volledig leefloon, 1,4% in WalloniŽ tegenover 0,4% in het Vlaams gewest. Maar Brussel met 4,0% van de inkomenstrekkers langs volledig leefloon is het meest opvallende cijfer in deze tabel, zeker ook omdat er 40,5% Brusselaars zijn zonder inkomen terwijl dat in het Vlaams gewest maar 30,6% is. Verschuivingen van werkloosheid naar leefloon vanaf 01/01/2015 staat iedereen maar vooral ook Brusselaars te wachten, zie DM 27/10/2014.
 
De helft van de leefloontrekkers wisselt op een jaar.

Toch in herinnering brengen, dat volgens de overheidsdienst met de beste en meest accurate statistiek, de helft van de leefloontrekkers in de loop van een jaar wisselt, dwz er is doorstroming naar andere inkomensverwerving. Het gaat dan in totaal om 74.911 volledige leefloontrekkers, afgerond 1,0% van al degenen die een inkomen verwerven. Dat neemt niet weg dat de hoge graad van bestaansonzekerheid en een hoge afhankelijkheidsgraad vanwege niet-inkomenstrekkers, een dubbele klem zetten op de armoede in Brussel.

Brussel en de migratie, het cement van BelgiŽ

Enkel een herverdeling van in Brussel gesitueerde arbeid en publieke tewerkstelling naar Brussel, en het verhogen van dit volume, zal Brussel ook laten deelnemen aan het Nationaal Binnenlands Product dat nu in grote mate wordt weggehaald  van de inwoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest door de arbeidspendel. Brussel is het gewest dat het meeste voordeel zou halen bij een opsplitsing van het land, de N-VA zou het mogen weten, of weet het, daarom laten ze Brussel voor wat het is. Maar Brussel is nu juist het gewest dat het minst ziet in de opsplitsing van BelgiŽ, juist omdat de inwoners die langs de migratie naar BelgiŽ gekomen zijn, het cement zijn van BelgiŽ. En laat het nu zijn dat 3/4 van de Brusselaars een migratieachtergrond hebben. Juist om deze reden heeft de N-VA haar nationalistische vlag al in de koffer geborgen en proberen ze nog langs een ultra-liberalisme hun anti-Belgische oprispingen in een al verloren strijd met de PS door te slikken. En de illusie wekken, migratie en -asiel te (kunnen) bemeesteren.
 
Kruitvat of kruidvat?

Dat maar 14% van de Brusselse 18-plussers politiek vertegenwoordigd is in de regeringspartijŽn mag de regering zorgen baren. Ook de 82% van de Waalse 18-plussers die zich niet terugvinden in de regeringspartijen zullen allicht meer van zich laten horen dan nu al het geval is. Charleroi met slechts 8% politieke aanwezigheid in de regering zal allicht nog van zich laten horen. Enkel de Vlaamse regeringspartijen zijn met 53% vertegenwoordiging legitiem maar dat is op de valreep de helft. Antwerpen is maar voor 33% politiek aanwezig in de regering, een voorbode voor wat Vlaanderen in de toekomst van deze regeringssamenstellingen te verwachten heeft.

Het voornemen om het 'overheidsbeslag' en de vervangingsinkomens in het vizier te nemen plaatst de regering, ook in het Vlaamse gewest, tegenover 2/3 van haar bevolking. Zien of dit een kruitvat wordt, of dat de bevolking haar kruidvat, dwz de zorgzame overheid weet te koesteren en te beschermen.
   
7.1. Vlaams gewest
   

  Niet-Publiek Publiek Vlaams
1. Bevolking      
2. Bevolking met inkomensverwerving 36,3% 63,7% 100,0%
    1. Tewerkstelling 36,3% 21,3% 57,6%
         1. Loontrekkenden  26,7% 20,9% 47,6%
         2. Zelfstandigen  9,6% 0,5% 10,0%
            - Zelfstandigen zonder pensioen 8,5% 0,4% 9,0%
            - Zelfstandigen na pensioen 1,0% 0,0% 1,1%
    2. Vervangingsinkomen   42,4% 42,4%
        1. Sociale zekerheid   40,2% 40,2%
            1. Volledig werkloos   7,1% 7,1%
                 - NWVWZ   3,3% 3,3%
                 - Ander NWNWZ   0,5% 0,5%
                 - Oud stelsel +50   1,0% 1,0%
                 - Brugpensioen   1,8% 1,8%
                 - TBS-Onderwijs   0,2% 0,2%
                 - Tijdskrediet/LBO   0,3% 0,3%
            2. Tijdelijk op werkloosheid   2,2% 2,2%
            3. Volledig op ziekteverzekering   3,3% 3,3%
                 - Ziek op invaliditeit (+ 1 jaar)   2,8% 2,8%
                 - Vervr. pensioen om med. redenen   0,5% 0,5%
            4. Tijdelijk op ziekte   2,4% 2,4%
            5. Pensioen   25,2% 25,2%
        2. Bestaanszekerheid - Volledig leefloon   0,4% 0,4%
        3. Inkomensvervangende tegemoetkom.   1,8% 1,8%

 
7.2. Brussels gewest
  

  Niet-Publiek Publiek Brussels
1. Bevolking      
2. Bevolking met inkomensverwerving 33,2% 66,8% 100,0%
    1. Tewerkstelling 33,2% 19,1% 52,2%
         1. Loontrekkenden  22,6% 18,4% 41,0%
         2. Zelfstandigen  10,6% 0,6% 11,2%
            - Zelfstandigen zonder pensioen 9,8% 0,5% 10,3%
            - Zelfstandigen na pensioen 0,8% 0,1% 0,9%
    2. Vervangingsinkomen   47,8% 47,8%
        1. Sociale zekerheid   41,4% 41,4%
            1. Volledig werkloos   13,8% 13,8%
                 - NWVWZ   10,9% 10,9%
                 - Ander NWNWZ   0,7% 0,7%
                 - Oud stelsel +50   1,2% 1,2%
                 - Brugpensioen   0,6% 0,6%
                 - TBS-Onderwijs   0,1% 0,1%
                 - Tijdskrediet/LBO   0,3% 0,3%
            2. Tijdelijk op werkloosheid   1,0% 1,0%
            3. Volledig op ziekteverzekering   3,3% 3,3%
                 - Ziek op invaliditeit (+ 1 jaar)   2,8% 2,8%
                 - Vervr. pensioen om med. redenen   0,5% 0,5%
            4. Tijdelijk op ziekte   2,1% 2,1%
            5. Pensioen   21,3% 21,3%
        2. Bestaanszekerheid - Volledig leefloon   4,0% 4,0%
        3. Inkomensvervangende tegemoetkom.   2,3% 2,3%


7.3. Waals gewest
 

  Niet-Publiek Publiek Waals
1. Bevolking      
2. Bevolking met inkomensverwerving 27,8% 72,2% 100,0%
    1. Tewerkstelling 27,8% 23,3% 51,1%
         1. Loontrekkenden  20,0% 22,6% 42,6%
         2. Zelfstandigen  7,8% 0,6% 8,4%
            - Zelfstandigen zonder pensioen 6,8% 0,5% 7,4%
            - Zelfstandigen na pensioen 1,0% 0,1% 1,0%
    2. Vervangingsinkomen   48,9% 48,9%
        1. Sociale zekerheid   44,7% 44,7%
            1. Volledig werkloos   11,8% 11,8%
                 - NWVWZ   8,0% 8,0%
                 - Ander NWNWZ   0,9% 0,9%
                 - Oud stelsel +50   1,2% 1,2%
                 - Brugpensioen   1,3% 1,3%
                 - TBS-Onderwijs   0,2% 0,2%
                 - Tijdskrediet/LBO   0,2% 0,2%
            2. Tijdelijk op werkloosheid   2,5% 2,5%
            3. Volledig op ziekteverzekering   3,9% 3,9%
                 - Ziek op invaliditeit (+ 1 jaar)   3,4% 3,4%
                 - Vervr. pensioen om med. redenen   0,5% 0,5%
            4. Tijdelijk op ziekte   2,2% 2,2%
            5. Pensioen   24,3% 24,3%
        2. Bestaanszekerheid - Volledig leefloon   1,4% 1,4%
        3. Inkomensvervangende tegemoetkom.   2,9% 2,9%

  
8. Karel Verhoeven in de Standaard: geen budgettaire maar ideologische keuze

"Is werkloosheidsuitkering een verworven recht of een tijdelijke gunst? De maatregel zal bovendien veel mensen raken. Eťn op de vier werkloze Vlamingen is langer dan twee jaar werkloos. Toch ontluisterend hoe nieuw beleid wordt gemaakt. We vroegen aan Open VLD en N-VA cijfers over effecten en beperkingen waarmee ze de nieuwe maatregel hebben uitgewerkt. Naar analyses van buitenlandse cases. Die hebben ze niet. Wat doet vermoeden dat ideologie hier belangrijker is." Karel Vehoeven in De Standaard 25/10/2014, betalend deel.

We stellen de bovenstaande tabellen graag ter beschikking van de nieuwe regering, zodat zij zelf wijs geraken uit de impact van wat ze aan het doen zijn en de tegenstand die ze mogen verwachten. Een verwittigde mannen(regering) is misschien een halve waard.
 
Jan Hertogen
, socioloog
www.npdata.be
0487 335 552
     
Wie geen berichten meer wenst te ontvangen kan dit langs een RE melden