BuG 224 Ė Bericht uit het Gewisse Ė 19 mei 2014
  
BuG 224 on-line                           Printversie (14p)

Bedrog % jongerenwerkloosheid loopt spuigaten uit
of het nu van koning Filip, N-VA, Van Brempt of Mertens komt

1 op 16 jongere werkloos in BelgiŽ, minder dan Nederland, in
Griekenland is 1 op 6 en in Spanje 1 op 5 jongeren werkloos,
wie wat anders zegt bedriegt doelbewust de bevolking

Europese jeugdwerkloosheid:
Rapport OCDE-Activitť-2013

  
Vooraf 1
. Migratie en migranten
Vooraf 2.
Over de doden niets dan goed
Vooraf 3. Rechts-Extreem Rechts gaan alsmaar achteruit, ook in de Provincie Antwerpen
Vooraf 4. Rechts-Extreem Rechts onderuit in West-Vlaanderen
Vooraf 5: Rechts/Extreem Rechts stort ineen in Vlaams-Brabant
Vooraf 6. Maddens over de (voorzienbare) mindere uitslag van N-VA

Vooraf 1. Migratie en migranten volledig afwezig in programmas, in debatten, kandidaten en verkozenen. Zie de Factsheet van het Minderhedenforum.
  
Vooraf 2.
Over de doden niets dan goed zeker de eerste dagen. De deelnemingen en huichelachtigheid nemen daarom ook grote proporties aan. Van De Haene mag ook herinnerd worden z'n uitstoot van de bejaardenhomes uit de ziekenhuisregeling met hoge kost voor de bejaarden en hun families, de verregaande verwaarlozing van de spoorinfrastructuur en het treinvervoer, het medeweten van de uitverkoop van het ACW aan de bankensector (Poupehan) en de historisch sterke politieke afhankelijkheid van ACW aan de CVP, alhoewel dat nog een voordeel kan blijken te zijn. Maar ook de hulde aan de 'acties' van Willy Decraen, een ALS-patiŽnt en vriend bij de inhuldiging van de zwaar bevochten nieuwe lift in het gemeentehuis van Vilvoorde mogenherinnerd worden, en Dehaene die samen met Martens nog aanwezig was op het zilveren huwelijksjubileum van Willy Decraen, toen al onvermogend tot praten, maar waarvoor wij de technische support konden geven in 1992 om met schrijfblok en stemcomputer in gesprek te gaan ondermeer met Wilfried Martens.
 
Vooraf 3. Rechts-Extreem Rechts gaan alsmaar achteruit, ook in de Provincie Antwerpen
: -4,95% in de peiling DM/HLN 2014 tov 2010 federaal. 1 op 10 van de rechtse kiezers in 2010 laten het nu afweten in de Provincie Antwerpen.

Zijn het de rechtsen of de Sp.a die PVDA+ aandikken met+4,48% in de provincie Antwerpen, of de bijkomende inwoners met migratieachtergrond, of de migranten en vooral de ouderen onder hen, die voor de PVDA+ het verschil kunnen maken, als zij aan de stembus geraken tenminste, zoals de ouderen thuis of in homes en gehandicapten voor de CD&V, waar blijft ziekenzorg? Groen wint ten koste van de Sp.a en de CD&V blijft ongeveer gelijk, daar kan nog wat bij, wat van de N-VA afvalt, en Open VLD haalt ook wat terug, dwz N-VA verliest meer dan dat ze van Vlaams Belang terughalen. En Vlaams Belang zal misschien nog wat dieper zakken zodat Rechts-Extreem Rechts in Antwerpen misschien op een historisch dieptepunt van 35% uitkomt.

Vergelijk. verkiezingsuitsl. Provincie Antwerpen 2010-2012-Peiling 2014
  Federaal Provincie Federaal Verschil  Verschil 
Provincie Antwerpen 2010 2012 2014 2014 2014
      DM/HLN tav 2012 tav 2010
Vlaams Belang 16,15% 10,86% 9,40% -1,46% -6,75%
N-VA 30,71% 35,89% 34,80% -1,09% 4,09%
LDD 2,29% 0,00% 0,00% 0,00% -2,29%
Rechts/Extreemrechts 49,15% 46,75% 44,20% -2,55% -4,95%
CD&V 15,53% 16,76% 14,60% -2,16% -0,93%
Open-Vld 11,03% 10,11% 12,30% 2,19% 1,27%
Sp.a 14,32% 12,83% 10,80% -2,03% -3,52%
Groen 7,69% 9,27% 10,90% 1,63% 3,21%
PVDA+ 2,02% 3,38% 6,50% 3,12% 4,48%
Andere 0,26% 0,90% 0,70% -0,20% 0,44%
Totaal 100,00% 100,00% 100,00% 0,00% 0,00%

Vooraf 4. Rechts-Extreem Rechts onderuit in West-Vlaanderen. - 5,20% in vergelijking met 2010, waarvan -1,50% bij de N-VA. 1 op 8 rechtse kiezers van 2010 laten het nu volgens de peiling afweten in de provincie West-Vlaanderen. CD&V bloedt maar herstelt tav 2012. Sp.a en Groen versterken alsmede de PVDA+ die in West-Vlaanderen een 'monsterscore' haalt, allicht een hommage aan hun oprichters uit Torhout, Ruddervoorde en andere West-Vlaamse gaten.

Vergelijk. Prov. West-Vlaand. 2010-2012-Peiling 2014
  Feder. Prov. Feder. Verschil  Verschil 
Provincie  2010 2012 2014 2014 2014
West-Vlaand.     DM/HLN tav 2012 tav 2010
Vlaams Belang 9,10% 7,71% 8,60% 0,89% -0,50%
N-VA 24,00% 25,30% 22,50% -2,80% -1,50%
LDD 7,70%   4,50% 4,50% -3,20%
Rechts/Extr. Rts 40,80% 33,01% 35,60% 2,59% -5,20%
CD&V 23,00% 27,58% 20,10% -7,48% -2,90%
Open-Vld 13,50% 13,37% 13,30% -0,07% -0,20%
Sp.a 15,10% 15,78% 18,50% 2,72% 3,40%
Groen 6,30% 7,47% 7,80% 0,33% 1,50%
PVDA+ 0,80% 1,30% 4,10% 2,80% 3,30%
Andere 0,50% 1,49% 0,60% -0,89% 0,10%
Totaal 100% 100% 100%    

Vooraf 5: Rechts/Extreem Rechts stort ineen in Vlaams-Brabant. N-VA staat in de peiling fors op verlies, dat reeds was ingezet in 2012, zonder dat dit gecompenseerd wordt door een stijging bij het Vlaams Belang. Dit is dubbel van belang omdat men door de scheiding BHV minder op Franstalige boegbeelden kan stemmen, oude Franstalige stemmen zullen niet zo vlug op N-VA stemmen als Nederlandstalige partij. Open-Vld zet een opmars verder die reeds in 2012 was begonnen, en ook Groen zet de lijn van 2012 door, evenals PVDA+ maar op een lagher niveau zonder de doorbraak zoals in West-Vlaanderen. De linkse en intellektuele provincie legt hen windeideren. De CD&V kan enkel de schade beperken, zonder winst te halen uit de ineenstorting van Rechts/Extreem-Rechts. Vooralsnog zijn het vijgen na Pasen.

Vergelijking Prov. Vl.-Brabant 2010-2012-Peiling 2014
  Feder. Prov. Feder. Verschil  Verschil 
Provincie  2010 2012 2014 2014 2014
Vlaams-Brabant     DM/HLN tav 2012 tav 2010
Vlaams Belang 9,50% 6,71% 5,70% -1,01% -3,80%
N-VA 26,20% 25,77% 22,30% -3,47% -3,90%
LDD 2,60%       -2,60%
Rechts/Extr. Rts 38,30% 32,48% 28,00% -4,48% -10,30%
CD&V 14,90% 19,46% 15,40% -4,06% 0,50%
Open-Vld 13,90% 16,77% 21,70% 4,93% 7,80%
Sp.a 12,50% 12,06% 13,60% 1,54% 1,10%
Groen 7,10% 9,60% 11,30% 1,70% 4,20%
PVDA+ 0,80% 1,22% 2,10% 0,88% 1,30%
Andere 12,50% 8,41% 7,90% -0,51% -4,60%
Totaal 100% 100% 100%    

  
Vooraf 6. Maddens die de mindere uitslag van N-VA of het buitengesloten worden al vergoeilijkt in een opinie op De Redactie van 16/05/2014 door het overlijden van Dehaene, een beetje het 'Sandy' effect dat Mitt Romneys campagne heeft gebroken.


1. Update werkloosheid in alle EU landen 2013 volgens OESO -
Rapport OCDE-Activitť-2013

We dachten ons van verdere discussie over werkloosheid te onthouden. Het OESO rapport over de werkloosheid in alle OESO en dus ook EU landen heeft ons toch verleid om een update te maken van de gegevens zoals verwerkt in BuG 194 en om er enkele grafieken aan toe te voegen, altijd mooi op tablet te bekijken.

Het betreft dus de vraagstelling naar werkloosheid zoals in de enquete naar de arbeidskrachten. Voor het verschil in methodologie met de RVA-cijfers zie BuG 215.

2. Van Brempt, Peter Mertens, Koning Filip, ťťn bedrog (wat jeugdwerkloosheid betreft).

Wat denkt Van Brempt als ze in Terzake zegt dat meer dan 60% van de Griekse jongeren werkloos is. Denkt zij dan ook aan de 70,8% Griekse jongeren die nog niet actief zijn, dwz die niet werken en ook niet werkloos zijn omdat ze studeren of andere zaken doen behalve werkloos zijn. In feite zijn 16,1% van de Griekse jongeren werkloos, en 13,1% werken, dwz er zijn er 29,2% actief. Als je nu die 16,1% werklozen in verhouding stelt met de 29,2% actieven dan bekom je de werkloosheidsgraad, en die bedraagt dan 55,3%. Als je nu doet alsof de werkloosheidsgraad het % werkloze jongeren is in de bevolking dan pleeg je bedrog, dan doe je aan desinformatie, dan belieg je de jongeren zelf en dan is het 'serieus' wel helemaal weg uit de discussie en de bekommernis die men voor de jongerenwerkloosheid aan de dag wenst te leggen.

Als Van Brempt iets over de jongerenwerkloosheid in Griekenland wenst te zeggen dan heeft ze het over 16,1% van de Griekse jongeren die werkloos is of 55,3% van de actieve jongeren, wetend dat 70,8% nog niet actief is.

Als Peter Mertens op Ter Zake zegt dat de werkloosheid bij jongeren in BelgiŽ 1 op 4 bedraagt (zoals trouwens ook Koning Filip in z'n nieuwsjaartoespraak stelde), in Vlaanderen 1 op 6, in WalloniŽ 1 op 3 en in Brussel 1 op 2, dan pleegt ook hij bedrog met de jongerenwerkloosheid, want hij bedoelt de werkloosheidsgraad, zonder dat er bij te vermelden. Hij vergeet of verzwijgt, of beseft niet eens dat het om 1 op 4 van de actieve jongeren in BelgiŽ gaat, en dat in BelgiŽ 68,5% van de jongeren nog niet actief zijn, en in Brussel 72%.

Dat niemand in staat is om over jeugdwerkloosheid in reŽle termen te praten, om een situatie te schetsen die met geen enkele werklelijkheid overeenkomt, dat is pas verraad aan de jeugdwerklozen, want daarmee maakt men het onmogelijk om op de ernst ervan te wijzen en juist die groepen aan te duiden waar het om gaat.

Bedrog is intentioneel de waarheid verbloemen of liegen. Met alle 'wetenschap' over werkloosheid blijft er niets anders over dan het gebruik van de 'werkloosheidsgraad' als % werkloosheid ("60% van de Griekse jongeren is werkloos", zie Van Brempt en Trends, ipv 16,1%) als bedrog te betitelen.

3. % werkloosheid jongeren in de EU-landen

BelgiŽ doet het beter dan Nederland en excelleert in de Europese context. Enkel Duitsland jaagt meer kinderen van -18 jaar naar  hamburger- en minijobs. Enkel in Spanje is 1 op 4 jongeren werkloos, in Griekenland 1 op 6, en in BelgiŽ 1 op 16, en dus geen 1 op 4. 1 op 4 is een bedrog in de grootte-orde  van 4, dwz 4x overdreven. Wie heeft daar nu belang bij, behalve de werkgevers die hun gezaag en geklaag over loonkosten alleen maar bevestigd zien.

Werkloosheids%15-24 jr: % werklozen 15-24 jr in Europese landen 2002-2012
  2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012
Duitsland 4,9% 5,0% 6,0% 7,6% 6,9% 6,1% 5,5% 5,8% 5,0% 4,5% 4,1%
Noorwegen 7,4% 7,3% 7,2% 7,2% 5,0% 4,3% 4,7% 5,4% 5,3% 4,8% 5,0%
Luxemburg 2,4% 3,3% 4,7% 3,9% 4,5% 4,0% 5,2% 5,6% 3,5% 4,2% 5,0%
Oostenrijk 3,4% 3,9% 5,6% 6,1% 5,4% 5,3% 4,9% 6,1% 5,2% 5,0% 5,2%
Zwitserland 3,9% 5,9% 5,2% 5,8% 5,3% 4,8% 4,7% 5,7% 5,3% 5,2% 5,7%
TsjechiŽ 6,4% 6,7% 7,3% 6,5% 5,9% 3,4% 3,1% 5,3% 5,7% 5,4% 6,1%
BelgiŽ 6,3% 7,6% 7,5% 7,5% 7,1% 6,4% 6,0% 7,1% 7,3% 6,0% 6,2%
Nederland 4,0% 5,2% 6,1% 6,4% 5,1% 4,9% 4,6% 5,5% 6,0% 5,3% 6,6%
SloveniŽ 6,0% 6,1% 6,5% 6,4% 5,6% 4,2% 4,5% 5,6% 5,9% 5,9% 7,1%
Hongarije 4,1% 4,1% 4,3% 5,3% 5,1% 4,6% 5,0% 6,5% 6,6% 6,4% 7,3%
Estland 6,0% 7,5% 7,4% 5,4% 4,3% 3,8% 4,9% 10,8% 12,4% 8,9% 8,5%
Polen 15,6% 14,8% 13,8% 12,7% 10,2% 7,2% 5,7% 7,0% 8,2% 8,7% 8,9%
Frankrijk 7,0% 7,0% 7,5% 7,8% 8,2% 7,3% 7,2% 9,2% 9,0% 8,5% 9,0%
Denemarken 5,1% 6,0% 5,6% 5,9% 5,4% 5,3% 5,8% 8,4% 9,5% 9,5% 9,0%
Finland 10,3% 10,6% 10,0% 9,8% 9,4% 8,6% 8,7% 10,6% 10,3% 9,9% 9,4%
Slovakije 16,3% 13,6% 12,9% 10,9% 9,3% 6,9% 6,1% 8,5% 10,4% 10,0% 10,4%
Ijsland 4,6% 6,1% 5,8% 5,6% 6,7% 5,8% 6,4% 11,7% 12,0% 10,8% 10,4%
ItaliŽ 9,5% 9,3% 8,4% 8,0% 7,0% 6,3% 6,6% 7,4% 7,9% 8,0% 11,2%
Zweden 6,9% 7,2% 8,7% 12,2% 12,0% 10,8% 11,0% 12,7% 13,0% 12,0% 12,4%
Veren. Kon. 7,5% 7,8% 7,3% 8,2% 9,2% 9,3% 9,2% 12,2% 12,1% 12,5% 13,3%
Ierland 4,7% 4,8% 4,7% 5,1% 5,4% 5,5% 6,6% 12,7% 12,4% 12,2% 13,7%
Portugal 5,5% 6,5% 6,7% 6,9% 6,9% 7,0% 6,8% 7,8% 8,2% 11,7% 14,3%
Griekenland 9,7% 9,3% 9,9% 8,8% 8,2% 7,1% 6,7% 8,0% 10,0% 13,0% 16,1%
Spanje 10,4% 10,8% 10,8% 10,3% 9,4% 9,5% 12,9% 18,8% 19,5% 20,9% 22,8%

  
Op de tijdslijn van 2002-2012 ziet de evolutie voor BelgiŽ, de buurlanden en Denemarken er als volgt uit:


 
Landen met +10% jongeren werkloze jongeren 15-24%


De jeugdwerkloosheid in BelgiŽ is merkwaardig stabiel, relatief laag, crisibestendig en in 2012 slechts licht stijgend en nog altijd lager dan in 2002. Omdat de OESO-cijfers toelaten om het onderscheid te maken tussen mannen en vrouwen is het interessant om zien dat de jeugdwerkloosheid bij vrouwen zelfs daalt. Vraag blijft natuurlijk of dit is omdat er meer jongeren aan het werk gaan, of er meer niet-actief worden. Dat zijn eigenlijk vragen waar de hooggeleerde politieke en studiebonzen eens hun aandacht op zouden moeten richten.

Merk ook dat Ierland en het Verenigd Konkinkrijk met Griekenland concureren voor hoogste werkloosheids% bij jongeren en dat ook Zweden tot de top 6 van werkloosheid% behoort.

4. % werkloosheids, werkenden en niet-actieven naar geslacht in BelgiŽ

% werkloosheid jongeren in BelgiŽ naar geslacht

Sinds 2009 blijft het % vrouwelijke jongerenwerkloosheid dalend, zelfs in 2012 zorgen de vrouwen dat de totale jeugdwerkloosheid maar licht stijgend is.

Deze evolutie en verschil kan evenwel ook te maken hebben met het verhogen van het aantal werkenden bij de vrouwen of het hoger aantal niet-actieven. En dat is goed om weten.

% werkenden bij jongeren in BelgiŽ naar geslacht

Zowel bij mannen als vrouwen daalt de werkzaamheidsgraad, dwz het % werkenden op de jongeren 15-24 jaar. In 2012 is de inhaalbeweging van vrouwen van 2011 geneurtraliseerd.


% niet-Actieven bij jongeren in BelgiŽ naar geslacht


De vermindering % werkenden en werklozen bij vrouwen is een gevolg van een grotere niet-activiteit, die ondermeer ook met een verhoogd aantal studenten kan te maken hebben.

Een analyse van werkloosheidscijfers, vooral bij jongeren, kan niet zonder het % werkenden ťn het % niet-actieven in beeld te brengen.

5. % werkloosheid, werkend, niet-actieven in alle EU-landen in 2012

Beelden en grafiek spreken meer dan cijfers.

5.1. Europese OESO-landen volgens % werkloos, werkend, niet-actief 2012


 

5.2. Europese OESO-landen volgens % werkend, werkloos, niet-actief 2012


5.3. Europese OESO-landen volgens % niet-actief, werkloos, werkend

 
6. Basisgegevens % Werkend en Niet-actief bij 15-24 jarigen

6.1. % werkenden 15-24 jaar in Europese landen

Werkenden 15-24 jr: % werkenden op de bevolking 15-24 jr in Europese landen 2002-2012
Landen 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012
Griekenland 26,5% 25,3% 26,8% 24,9% 24,2% 24,0% 23,5% 22,9% 20,3% 16,2% 13,1%
Hongarije 28,5% 26,7% 23,6% 21,8% 21,7% 21,0% 20,0% 18,1% 18,3% 18,3% 18,6%
Spanje 36,6% 36,8% 38,4% 41,8% 43,3% 42,9% 39,6% 30,7% 27,4% 24,1% 20,0%
Slovakije 27,2% 27,6% 26,5% 25,6% 25,8% 27,6% 26,2% 22,8% 20,6% 20,2% 20,1%
ItaliŽ 26,8% 26,0% 27,2% 25,5% 25,5% 24,6% 24,3% 21,7% 20,5% 19,4% 20,4%
Luxemburg 32,3% 27,1% 23,3% 24,9% 23,3% 22,5% 23,8% 26,7% 21,2% 20,7% 21,8%
Portugal 41,9% 38,6% 36,9% 36,1% 35,8% 34,9% 34,8% 31,4% 28,5% 27,1% 23,6%
Polen 20,0% 19,6% 20,1% 20,8% 24,0% 25,8% 27,4% 26,8% 26,3% 24,9% 24,7%
TsjechiŽ 33,7% 31,4% 28,5% 27,4% 27,6% 28,5% 28,0% 26,5% 25,2% 24,7% 25,2%
BelgiŽ 29,4% 27,4% 27,8% 27,5% 27,6% 27,5% 27,4% 25,3% 25,2% 26,0% 25,3%
SloveniŽ 30,6% 29,1% 33,8% 34,1% 35,0% 37,6% 38,4% 35,3% 34,0% 31,5% 27,3%
Ierland 45,8% 46,2% 46,3% 47,9% 49,3% 49,9% 46,5% 36,3% 30,7% 28,2% 27,9%
Frankrijk 29,9% 31,4% 30,8% 30,2% 29,9% 31,1% 31,3% 30,6% 30,3% 29,9% 28,8%
Estland 28,9% 30,0% 28,1% 29,8% 31,9% 34,9% 37,0% 29,6% 26,4% 32,3% 34,3%
Zweden 48,0% 46,1% 44,0% 43,3% 44,7% 46,8% 46,4% 38,4% 38,5% 40,4% 40,1%
Finland 42,4% 41,4% 41,3% 42,1% 44,2% 46,4% 46,4% 38,6% 40,5% 42,3% 43,3%
Duitsland 44,8% 42,4% 42,0% 42,6% 44,0% 45,9% 47,2% 46,5% 46,8% 48,2% 46,7%
Veren. Kon. 61,0% 59,6% 60,1% 58,7% 57,7% 56,5% 56,4% 51,8% 50,7% 50,2% 50,0%
Noorwegen 56,8% 55,3% 54,4% 53,0% 53,1% 55,1% 58,0% 53,1% 52,1% 51,4% 52,6%
Oostenrijk 51,8% 51,2% 51,8% 53,1% 54,0% 55,5% 55,9% 54,5% 53,6% 54,9% 54,7%
Denemarken 63,5% 59,6% 62,3% 62,2% 64,5% 65,3% 66,4% 62,5% 58,1% 57,6% 55,1%
Zwitserland 65,4% 63,4% 61,8% 59,8% 63,3% 62,6% 62,4% 61,6% 62,5% 62,9% 61,7%
Nederland 69,5% 64,6% 62,1% 61,7% 62,8% 65,5% 66,7% 65,3% 63,0% 63,6% 63,3%
Ijsland 59,4% 68,1% 66,3% 71,5% 72,8% 74,3% 72,2% 61,7% 62,0% 63,3% 65,9%

6.2. % Niet-actieven 15-24 jaar in Europese landen

Niet-actief%15-24 jr: % werklozen op de bevolking 15-24 jr in Europese landen 2002-2012
  2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012
Ijsland 36,0% 25,8% 27,9% 22,9% 20,5% 19,9% 21,4% 26,6% 26,0% 25,9% 23,7%
Nederland 26,5% 30,2% 31,8% 31,9% 32,1% 29,6% 28,7% 29,2% 31,0% 31,1% 30,1%
Zwitserland 30,7% 30,7% 33,0% 34,4% 31,4% 32,6% 32,9% 32,7% 32,2% 31,9% 32,6%
Denemarken 31,4% 34,4% 32,1% 31,9% 30,1% 29,4% 27,8% 29,1% 32,5% 32,9% 35,9%
Veren. Kon. 31,5% 32,6% 32,6% 33,1% 33,1% 34,2% 34,4% 36,0% 37,2% 37,3% 36,7%
Oostenrijk 44,8% 45,0% 42,6% 40,8% 40,6% 39,2% 39,2% 39,5% 41,2% 40,1% 40,1%
Noorwegen 35,8% 37,4% 38,4% 39,8% 41,9% 40,6% 37,3% 41,5% 42,6% 43,8% 42,4%
Finland 47,3% 48,0% 48,7% 48,1% 46,4% 45,0% 44,9% 50,8% 49,2% 47,8% 47,3%
Zweden 45,2% 46,7% 47,3% 44,5% 43,3% 42,4% 42,6% 48,9% 48,5% 47,6% 47,5%
Duitsland 50,3% 52,6% 52,0% 49,8% 49,1% 48,0% 47,3% 47,7% 48,2% 47,3% 49,2%
Estland 65,1% 62,5% 64,5% 64,8% 63,8% 61,3% 58,1% 59,6% 61,2% 58,8% 57,2%
Spanje 53,0% 52,4% 50,8% 47,9% 47,3% 47,6% 47,5% 50,5% 53,1% 55,0% 57,2%
Ierland 49,5% 49,0% 49,0% 47,0% 45,3% 44,6% 46,9% 51,0% 56,9% 59,6% 58,4%
Portugal 52,6% 54,9% 56,4% 57,0% 57,3% 58,1% 58,4% 60,8% 63,3% 61,2% 62,1%
Frankrijk 63,1% 61,6% 61,7% 62,0% 61,9% 61,6% 61,5% 60,2% 60,7% 61,6% 62,2%
SloveniŽ 63,4% 64,8% 59,7% 59,5% 59,4% 58,2% 57,1% 59,1% 60,1% 62,6% 65,6%
Polen 64,4% 65,6% 66,1% 66,5% 65,8% 67,0% 66,9% 66,2% 65,5% 66,4% 66,4%
ItaliŽ 63,7% 64,7% 64,4% 66,5% 67,5% 69,1% 69,1% 70,9% 71,6% 72,6% 68,4%
BelgiŽ 64,3% 65,0% 64,7% 65,0% 65,3% 66,1% 66,6% 67,6% 67,5% 68,0% 68,5%
TsjechiŽ 59,9% 61,9% 64,2% 66,1% 66,5% 68,1% 68,9% 68,2% 69,1% 69,9% 68,7%
Slovakije 56,5% 58,8% 60,6% 63,5% 64,9% 65,5% 67,7% 68,7% 69,0% 69,8% 69,5%
Griekenland 63,8% 65,4% 63,3% 66,3% 67,6% 68,9% 69,8% 69,1% 69,7% 70,8% 70,8%
Luxemburg 65,3% 69,6% 72,0% 71,2% 72,2% 73,5% 71,0% 67,7% 75,3% 75,1% 73,2%
Hongarije 67,4% 69,2% 72,1% 72,9% 73,2% 74,4% 75,0% 75,4% 75,1% 75,3% 74,1%

7. Werkloosheid als onderdeel van de actieve jongeren naast de werkenden

In onderstaande grafiek wordt werkloosheid en werkend in volume boven elkaar gezet, samen vormen zij de actieven. De bovenste lijn boven het donkerblauwe vlak geeft dus het % actieven, dwz het % werkenden en werklozen samen. Het verschil, dwz 100% min het % niet-actieven, is het % actieven.

BelgiŽ

Belangrijkste kenmerk voor BelgiŽ is het aflopend aantal actieven, vooral doordat het aantal werkenden vermindert.

 Nederland

Merk het hoge volume jongerenarbeid in Nederland terwijl de werkloosheid er in 2012 hoger ligt.

Duitsland

Duitsland combineert een laag werkloosheids% met een relatief hoge tewerkstelling. Voor wie in BelgiŽ de illusie koestert om de jongerenwerkloosheid  te doen dalen door mensen aan het werk te krijgen is er aan voor z'n moeite. Wil men het Duitse en vooral Nederlandse voorbeeld volgen dan moet mensen afgeraden te worden te studeren of bij moeder aan de haard te kruipen, maar dient er een werkaanbod te zijn dat de niet-actieven uit hun schulp haalt, bij de werklozen valt in aantal en volume, niet veel te halen.

Of moet in BelgiŽ studentenarbeid (ook) als echt werk gezien worden, evenals de stage van studenten in ondernemingen en voorzieningen, en dit vanaf 16 jaar (zoals in Nederland?).

Frankrijk


Denemarken


Hogere werkloosheid dan in BelgiŽ maar grotere tewerkstelling.

Griekenland


Vanaf 2008 stijgt het aantal werklozen tot 16% in 2012. Maar ook het aantal werkenden daalt fors, en daar ligt vooral het deficit.

Spanje


Zelfde patroon als in Griekenland maar ze bereiken het Griekse werkloosheidsniveau al in 2009, waarna het nog lanzaam stijgt naar 22% met een alsmaar afnemende tewerkstelling bij jongeren. Spanje lijkt er erger aan toe dan Griekenland wat jeugdwerkloosheid betreft.
 
8
. Werkloosheidsgraad: werkloosheid bij de actieve jongerenbevolking, actief=werkend+werkloos
 
De werkloosheidsgraad bij de jongerenbevolking is om een veelheid aan redenen misleidend, niet in het minst omdat men haar verwart met het % werklozen en men de indruk geeft dat het om een % op de totale jongerenbevolking gaat, terwijl in vele landen de niet-actieve jongeren meer dan 2/3 bedragen.


 

Werkloosheidsgraad 15-24 jr: % werklozen op de beroepsbevolking 15-24 jr  2002-2012
  2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012
Duitsland 9,8% 10,6% 12,6% 15,2% 13,6% 11,7% 10,4% 11,0% 9,7% 8,5% 8,1%
Zwitserland 5,6% 8,5% 7,7% 8,8% 7,7% 7,1% 7,0% 8,4% 7,8% 7,7% 8,4%
Noorwegen 11,5% 11,7% 11,7% 12,0% 8,6% 7,3% 7,5% 9,2% 9,3% 8,6% 8,6%
Oostenrijk 6,2% 7,0% 9,7% 10,3% 9,1% 8,7% 8,1% 10,0% 8,8% 8,3% 8,7%
Nederland 5,4% 7,4% 9,0% 9,4% 7,5% 7,0% 6,4% 7,7% 8,7% 7,7% 9,5%
Ijsland 7,2% 8,2% 8,1% 7,2% 8,4% 7,2% 8,2% 16,0% 16,2% 14,6% 13,6%
Denemarken 7,4% 9,2% 8,2% 8,6% 7,7% 7,5% 8,0% 11,8% 14,0% 14,2% 14,1%
Finland 19,5% 20,4% 19,5% 18,9% 17,6% 15,7% 15,7% 21,6% 20,3% 18,9% 17,8%
Luxemburg 7,0% 10,9% 16,9% 13,7% 16,2% 15,2% 17,9% 17,2% 14,2% 16,8% 18,8%
TsjechiŽ 16,0% 17,6% 20,4% 19,3% 17,5% 10,7% 9,9% 16,6% 18,3% 18,0% 19,5%
BelgiŽ 17,7% 21,8% 21,2% 21,5% 20,5% 18,8% 18,0% 21,9% 22,4% 18,7% 19,8%
Estland 17,1% 20,0% 20,9% 15,3% 11,8% 9,8% 11,7% 26,8% 32,0% 21,6% 19,9%
SloveniŽ 16,5% 17,3% 16,1% 15,9% 13,9% 10,1% 10,4% 13,6% 14,7% 15,7% 20,6%
Veren. Kon. 11,0% 11,5% 10,9% 12,2% 13,8% 14,2% 14,1% 19,0% 19,3% 20,0% 21,0%
Zweden 12,5% 13,5% 16,6% 22,0% 21,1% 18,8% 19,2% 24,8% 25,2% 22,9% 23,7%
Frankrijk 18,9% 18,2% 19,7% 20,6% 21,6% 19,1% 18,6% 23,2% 22,9% 22,1% 23,8%
Polen 43,9% 43,0% 40,8% 37,8% 29,8% 21,7% 17,3% 20,7% 23,7% 25,8% 26,5%
Hongarije 12,6% 13,4% 15,5% 19,4% 19,1% 18,0% 19,9% 26,5% 26,6% 26,1% 28,1%
Ierland 9,3% 9,4% 9,3% 9,7% 9,8% 10,0% 12,5% 25,9% 28,7% 30,3% 33,0%
Slovakije 37,4% 33,1% 32,7% 29,9% 26,6% 20,1% 18,8% 27,3% 33,6% 33,2% 34,0%
ItaliŽ 26,3% 26,3% 23,5% 24,0% 21,6% 20,3% 21,3% 25,4% 27,9% 29,1% 35,3%
Portugal 11,6% 14,5% 15,3% 16,1% 16,2% 16,6% 16,4% 20,0% 22,3% 30,1% 37,7%
Spanje 22,2% 22,7% 22,0% 19,7% 17,9% 18,2% 24,6% 37,9% 41,6% 46,4% 53,2%
Griekenland 26,8% 26,8% 26,9% 26,0% 25,2% 22,9% 22,1% 25,8% 32,9% 44,4% 55,3%

 
Niet dat BelgiŽ's werkloosheidsgraad dramatisch is in Europees perspectief, het minimale verschil met Duitsland en de betere positie dan Nederland wat % jonge werklozen betreft, wordt hier weggevaagd door een extreme en moeilijke begrijpbare jeugdtewerkstelling, waar in BelgiŽ de jongeren studeren zonder administratief meegeteld te worden als werkende. Dat breekt evenwel zuur op als de werkloosheidsgraad opgehoest wordt, die geen rekening houdt met de niet-activiteit en het studeren van de 15 tot 24 jarigen. Het meest hilarische is dat Spanje en Griekenland tot werkloosheidsgraden van meer dan 50% komen. Als men dan zegt dat meer dan de helft van de jongeren in Spanje en Griekenland werkloos zijn wordt het helemaal lachwekkend, ook al wordt het met het meest serieuze gezicht gezegd. Wanneer schiet eens een journalist in de lach?

9. Het zal niets uithalen

Soms zijn de hersenen van de zogezegd intellectuele klasse zo verwrongen dat de evidentie er niet meer ingeraakt of dat geen correctie meer mogelijk is. Dat is dus ook zo voor het % jongere werklozen waar altijd de werkloosheidsgraad voor zal gebruikt worden om de toestand te dramatiseren en in feite onwerkbaar te maken, tot meerdere eer, glorie en, geld voor de economisch machtigen en de politiek servielen.

Noot: al deze gegevens kunnen eenvoudig en snel berekend worden voor alle landen in Europa, voor alle leeftijdscategorieŽn, zelfs met detail voor 15-19 en 20-24 jarigen, zie rapport OCDE-Activitť-2013

BuG 224 on-line                           Printversie (13p)

Jan Hertogen,
www.npdata.be
0487 335 552

Wie geen berichten meer wenst te ontvangen, graag een RE met melding: uitschrijven aub