Bericht uit het Gewisse - BuG nr. 17 - 22/03/2006 

Permanente vorming  Analyse - Vorming in de Social Balans - Uitzendarbeid - Portaal Vreemdelingen

1. Non-Profit ondermaats bediend in volwassenenonderwijs en beroepsopleiding

In totaal 3% van alle leerlingen in het Volwassenenonderwijs (Onderwijs Sociale Promotie) en VDAB-Beroepsopleiding volgen opleidingen gericht naar Non-Profitberoepen. De Fondsen voor bestaanszekerheid werken met het minimale 0,1% op de loonmassa en het VIVO biedt uitsluitend ‘interne vormingen’ aan in de onderneming zodat hier geen bijkomend aanbod gebeurt. Vanuit Europa komst het signaal dat in Vlaanderen extreem weinig in (beroeps)opleidings geļnvesteerd wordt. Binnen dit volgens Europa beperkte vormingsbudget worden door de VDAB 4,5% van haar deelnemers op Non-Profitberoepen gericht: 7,5% bij de werkzoekenden en 0,1% bij de werknemers. In het volwassenenonderwijs in Vlaanderen met 299.877 deelnemers zijn er juist geteld 7.215 deelnemers gericht op Non-Profitberoepen in 2004 of 2,4%. Op secundair niveau (291.237 leerlingen in totaal) zijn er dat maar 1,6%. Het Deeltijds werken/deeltijds leerling is nog maar een jong segment en geeft aan 6,5% van haar leerlingen een opleiding in non-Profitberoepen. Samen dus 3% van de 465.759 leerlingen in alle segmenten van de permanente vorming. Het valt af te wachten of de correctie die nu door iedereen beklemtoond wordt fors naar Non-Profitopleiding zal gericht worden. Een uitgebreide analyse is  in bijlage of on-line samen met het uitgebreide statistische materiaal  (volledig overzicht van VDAB alle sectoren 1996-2004 en Volwassenenonderwijs 2001-2004) te exploreren.

De discrepantie (tabel)  tussen de 3% deelname aan Non-Profitberoepen en de 15% loontrekkende tewerkstelling in de De Non-Profit is dus 5x ondermaats. Afgemeten aan het aandeel van de Non-Profit in de jobcreatie is de vaststelling nog schrijnender: 25% van de nieuwe jobs tussen 1996 en 2004 ging naar de Non-Profitberoepen volgens cijfers van het Instituut van de Nationale Rekeningen, en de sector zelf is tussen 1998 en 2004 met 31% gegroeid
2. Non-Profit met minder middelen performanter in vorming dan profit
Dat de Non-Profit in de Sociale Balans in Vlaanderen beter scoort naar aantal deelnemers dan de profit mag een wonder heten, behoudens dan dat het illustreert dat de profitsectoren er met meer volwassenenonderwijs en beroepsopleiding er nog minder van bakken: 0,9% van de loonmassa in Profit en Non-Profitsectoren wordt geļnvesteerd, dat is voor beiden minder dan de helft van de Europese eis van 1,9% tegen 2004 en nog ver af van de 2,4% in 2007. De vorming in ondernemingen is daarbij in Vlaanderen blijkbaar geen goede sleutel om de impact van het volwassenenonderwijs en permanente vorming te meten. Het optrekken van het beroepsopleidingsbudget van het volwassenenonderwijs voor de Non-Profit is dan ook een goede kans om een grotere synergie te bereiken tussen de 7 grote peilers van de permanent vorming: Deeltijds werken/leren, Onderwijs Sociale Promotie,VDAB, Fondsen voor bestaanszekerheid, het VIVO en het Sociaal Cultureel Werk (met oa Levensvorming), en de Basiseducatie.
3. Uitzendarbeid: 100 uirzendkrachten in ziekenhuizen in Vlaanderen
 De uitzendarbeid in Belgiė en het Vlaams gewest in de Sociale Balans, Profit en Non-Profit. In alle ziekenhuizen in Vlaanderen (privaat en publiek) werden in 2004 gemiddeld 100 uitzendkrachten ingeschakeld op 73.112 werknemers dit is 0,14% van hun personeelsbestand. Alle ziekenhuizen zijn balansplichtig en zijn dus in het overzicht van de Nationale Bank aanwezig! Voor alle andere Non-Profitsectoren samen komen daar nog 28 uitzendkrachten bij, zodat in totaal 0,11% van de 113.254 werknemers in de Non-Profitondernemingen (Beschutte werkplaatsen niet inbegrepen) in Vlaanderen door uitzendkantoren toegeleverd werden. Niet voor niets dat de interimsector streeft om langs de kinderopvang met dienstencheques deze markt open te breken, zoals nu al gedeeltelijk al t.a.v. de gezins- en bejaardenhulp gelukt is.
4. Portaal vreemdelingen
Het portaal vreemdelingen is vernieuwd en naast de percentages worden de aantallen van vreemde afkomst per gemeente en per nationaliteit in tabel gebracht.

Met vriendelijke groeten,

Jan Hertogen , socioloog