BuG 123 - Bericht uit het Gewisse 10-02-2010 Printversie (7 p)

Aantal misdrijven in Brussel daalt met 16,6% in 1ste helft 2009,
het laagste aantal van 't decennium en 6,3% lager dan in 2000.
Inwoners Vreemde Achtergrond stijgt van 54,1% in 2000 tot 68,4% in 2008,
Verbetering van de veiligheid in Brussel ondanks of dankzij de migratie?

Stijging aantal misdrijven in Arr. Antwerpen met 4,3% en Arr.Gent met 6,3%,
Vergeleken met 2000 is deze stijging voor Antwerpen +16,2% en Gent +26,5%
Voor wie het niet gelooft: zie on-line
criminaliteitsstatistiek federale politie.
De vraag is dus niet waarom zoveel misdrijven en onveiligheid in Brussel,
maar wel waarom stilte rond deze fikse daling op korte en lange termijn.

Inleiding : Als een interludium en ook wel premiŤre in de npdata reeks over migratie en asiel, een exploratie van de zeer recente 'criminaliteits'- of 'misdrijfstatistiek in Brussel en de arrondissementen Antwerpen en Gent.  "Onveiligheid in Brussel", de Naakte Cijfers het voortreffelijk artikel in De Standaard van 09/02/2010, leek ons even het gras voor de voeten weg te maaien tot we vaststelden dat Steven Samyn nagelaten had de misdrijfcijfers voor 2009 in beeld te brengen. Moeilijk te begrijpen want dan had hij kunnen verduidelijken waarom het 'onveiligheidsgevoel' in Brussel gedaald is, iets wat 'Vlamingen' en zeker politici en VRT-journalisten zich moeilijk kunnen voorstellen. Vandaar deze BuG over de Naakte Cijfer van groeiende veiligheid en de daling van het onveiligheidsgevoel in Brussel in 2009, en dit op basis van de meest recent beschikbare en hoogst actuele cijfers van de federale politie. Daarbij maken we de vergelijking met twee relevante Vlaamse (groot)steden Antwerpen en Gent. Voor deze vergelijking gaan we noodwendig voort op de Arrondissementen waarvan de steden evenwel zelf meer dan de helft van de inwoners uitmaken. Het zijn  dus in feite de stedelijke cijfers voor Antwerpen en Gent enigszins 'verdund' evenwel met de omliggende gemeenten. Wat arrondissementeel vastgesteld wordt zal versterkt in de steden terug te vinden zijn. En voortgaande op de vaststelling dat de criminaliteitscijfers in 2009 in Brussel fors dalend en in Antwerpen en Gent sterk stijgend zijn kan Vlaanderen misschien eens naar Brussel kijken hoe zij daar in slagen.

Meet- en vergelijkingspunt: de federale politiestatistiek

Sinds 12 december 2009 is voor alle journalisten, wetenschappers, politici en betweters de federale politiestatistiek ter beschikking waar zwart op wit de hiernavolgende gegevens te putten zijn. Het betreft de geregistreerde misdrijven tussen 1 januari 2009 en 30 juni 2009 in een overzicht van 2000 tot 2009. Voor 2009 is de afsluitingsdatum 23/10/2009 en de politie gaat er van uit dat na vier maanden geen essentiŽle wijzigingen in de aangifte en pv's meer gebeuren. Daarbij is het aantal misdrijven in het 2de semesters altijd enigszins lager dan in het 1ste, maar er kan natuurlijk altijd een omslag gebeuren zodat op 31/12 een heel ander beeld tot stand komt. De geheime dienst van het Vlaams Belang heeft bv in Antwerpen al beslag kunnen leggen op het overzicht van de eerste 11ste maanden, die niet echt rooskleurig zijn, maar ook zij leggen niet de link naar Brussel waar de hemel al voor gans 2009 veel rozer gekleurd is. Zowel in Antwerpen als in Gent is sprake van een globale stijging, zowel in het 1ste semester als voor het ganse jaar van 4, 3 tot 6,3% van de criminaliteit. In Brussel is er een daling met 16,6% in het eerste halfjaar 2009.

Ook bij De Lijn, of toch enkele politiekers mochten uitpakken met hun stijging van agressie-incidenten in het 1ste halfjaar 2009  (1.292 gevallen op 260 miljoen verplaatsingen van reizigers, tegenover 1.665 op 504 miljoen verplaatsingen in 2008 over het gans jaar gezien, zin voor relativiteit mag niet ontbreken, je hebt meer kans om de lotto te winnen (3 kansen op 1 miljoen) dan voorwerp te zijn van een agressie-incident op dDe Lijn. Zodus doen we deze oefening voor het 1ste halfjaar in Brussel ten gronde en gedetailleerd voor een aantal type misdrijven. Zo vlug als de cijfers bekend zijn voor volledig 2009 zal een update gebeuren van dit materiaal, of wie de cijfers al heeft kan ze doorsturen.

Afname misdrijven in het Brussels gewest is spectaculair: - 16,6% in vergelijking met 2008, -6,3% in vergelijking met 2000, het laagste aantal van het ganse decennium en dat terwijl de migratie in het decennium sterk gestegen is.

Is de politie verduldiger geweest in Brussel, minder allert, hebben de burgers minder misdrijven aangegeven of waren de weersomstandigheden in het 1ste semester gevoelig anders in Brussel dan de rest van het land, was het voor de Brusselsaars al vroeger dan vandaag 'genoeg' en komen er mechanismen op gang om de bewegingsruimte voor daders en misdrijven zelf in te perken. Zijn de huidige 'opstootjes' of feiten van zware criminaliteit eerder een reactie op de 'nul-tolerantie' die door de Brusselse leefgemeenschappen zelf georganiseerd of ondersteund wordt dan dat het een 'nieuwe groei' betreft. Voelen de kleine en grote crimineeltjes het misschien te warm worden en worden ze in feite opgejaagd en ingeperkt door de eigen Brusselse gemeenschap dan dat ze er de uitdrukking van zijn? Zijn het eerder stuiptrekkingen van wie verloren heeft dan aanzetten voor een nieuwe zorgwekkende ontwikkeling? Is het daarom dat de Brusselse Brugemeesters (die maar al te goed deze statistieken kennen) zich eerder gerust dan ongerust tonen? Is het daarom dat Moreau en Thielemans zich weliswaar ongeluk uitdrukten met 'divers feit' terwijl zij eerder 'uitzonderlijk feit' bedoelden, wat het uiteindelijk ook is. Is het 'veiligheidsgevoel' in Brussel daarom ook verbeterd zoals blijkt uit de resultaten van de tweejaarlijkse veiligheidsmonitor waarover Christophe Mincke in DS van 9/02/2010 verslag uitbrengt. Het gaat hier om een enquÍte die voortgaat op de 'mening'  en ervaring van individuele burgers, zonder dat hierin alle Brusselse gemeenten betrokken worden.

Er is maar ťťn constante in gans de criminaliteitsstatistiek door de jaren heen zoals verderop zal blijken, nl 'Diefstal gewapenderhand' alsof het tot de structuur zelf van de (georganiseerde) criminaliteit behoort, met de vraag door wie? En is de 'formele' of wettelijke nul-tolerantie waar iedereen nu op roept niet eerder contraproductief omdat ze vooral de burger en niet zozeer de door haar eigen gemeenschap opgejaagde boefjes of criminelen zal raken? Of is deze 'nul-tolerantie' niet zelf een onderdeel of het agenda zelf van de 'georganiseerde criminaliteit' die de politiek aan haar onderschikt? Maar laat ons eerst de Naakte Cijfers voor het 1ste halfjaar 2009 over de criminaliteit in Brussel bekijken vergeleken met 2008 en 2000, dus over de tijdspanne van een heel decennium.
     
Daling op korte en lange termijn in Brussel, stijging op korte en langere termijn in Antwerpen, en Gent
 
Zowel in vergelijking met 2008 als met 2009 is er een volledige trendbreuk in het Brussels gewest, de daling algemeen, sterk en voor alle belangrijke misdrijfcategorieŽn. De evolutie in Antwerpen en Gent is daaraan volledig tegengesteld zowel op korte als op de termijn van een decennium bekeken.
     

% evolutie misdrijven Brussel, Antwerpen, Gent
1ste halfjaar 2009

 

2008-2009

2000-2009

Brussels gewest

-16,6%

-6,3%

Arr. Antwerpen

4,3%

16,2%

Arr. Gent

6,3%

26,5%

     
In Gent is er in 2009 eerder sprake van een 'beperkte' stijging (zie grafiek) na een belangrijke terugval in de misdrijfaantallen in 2008, ook al ligt de misdrijvigheid er een kwart hoger dan in de aanvang van het decennium. In Antwerpen is de stijging van het aantal misdrijven atypischer, het is een herneming van een groeiend aantal na een lichte daling in 2008. Een belangrijke oorzaak hiervan ligt misschien in het feit dat in Antwerpen de niet-aanvaarding van de migratie het sterkst is en langs het Vlaams Belang nog altijd een belangrijke aderlating betekent voor de maatschappelijke energie en cohesie om migratie op te nemen en deel te laten uitmaken van het samenleven. Als men inwoners niet kan of wil sociale en maatschappelijke zekerheid verschaffen dan zijn er die zichzelf deze zekerheid wederrechtelijk toe-eigenen, ondermee langs criminaliteit. Het ontbreken van extreem-rechts in Brussel kan dan mede een aanduiding zijn dat een bevolking, zelfs in moeilijke omstandigheden, hoge werkloosheid en armoedecijfers, er toch in slagen om het roer mee in handen te nemen en het uitzicht op de toekomst te bewerkstelligen. Het kan tevens zijn dat de 'migratie' enigszins' moet rijpen en politiek valabel worden om mee het maatschappelijk en sociale weefsel te herstellen, een proces dat nu veel uitdrukkelijker aan de gang is dan een decennium geleden. In Brussel is een positieve ontwikkeling aan de gang die pas later te beurt zal vallen aan de Vlaamse steden waar de migratie met een zekere vertraging in het sociaal/maatschappelijk weefsl genesteld is. 2009 lijkt dan eerder een keerpunt te zijn in Brussel, eerder dan de definitieve mislukking van de integratie en van het veiligheidsbeleid waarvan politici, bepaalde journalisten, de VRT op kop, en deskundigen de (Vlaamse) publieke opinie met mediathiek geweld willen van overtuigen. De Brusselaars weten wel beter.

 

 
Evolutie misdrijvigheid en inwonersaantal met Vreemde Achtergrond naast elkaar gezet

Zaak is dat Brussel op het einde van het decennium waarin haar aantal inwoners met vreemde achtergrond (foreign background, dat is nu het 'coming word') gevoelig gestegen is een positief bilan in de evolutie van veiligheidscijfers kan voorleggen. Bij 68,2% inwoners met 'vreemde achtergrond' in Brussel op 01/01/2008 kan men niet meer spreken van een migranten als een 'vreemd' element maar wel als de structuur zelf van de bevolking, als een wezenlijk deel,  migratie als het 'kloppend hart van de stad'. Maar wie zit er allemaal in dit nieuwe begrip 'inwoners met vreemde achtergrond. en hoe is de berekening gemaakt, want laat dat duidelijk zijn, het is geen 'telling' van de koppen maar de best mogelijke berekening met aanwending van het maximum aan gekende gegevens. Daar komen we uitgebreid op terug in deel 3 van de reeks migratie en asiel, maar gezien hier het materiaal al aangewend wordt voegen we een korte methodologische toelichting toe in bijlage.

Brussel, beste leerling van de klas ondanks of dankzij de migratie?

We laten in het midden hoe deze positieve evolutie in Brussel te begrijpen, laat staan te verklaren valt. Maar het zijn cijfers met koppen. Is het nu dankzij of ondanks de migratie dat Brussel de beste leerling van de klas is geworden in BelgiŽ. Het is ook tegen deze achtergrond dat de huidige evoluties, straat- en zware criminaliteit perspectief, krijgen en waarin, daar kent men BelgiŽ nu toch wel genoeg van, la guerre des flics misschien uitgevochten wordt, waarbij het soms erg onduidelijk is wie nu wie vertegenwoordigt, wederstreeft of tegen z'n kar rijdt. En dat 'jonge allochtonen', zeker die al eerder 'met het gerecht in aanmerking kwamen' voor meerder partijen kunnen opgevoerd worden. Brice De Ruyver is daar de superspecialist in maar kan het niet laten 500 Brusselse jongeren voor eeuwig en altijd de verdoemenis in te wensen terwijl de eenvoudige oplossing erin ligt, zoals hij zelf in Terzake van 9 september 2009 argumenteerde dat de Federale politie en de politiezones doelgericht economische en sociale fraude en georganiseerde crimininaliteit mbt wapens, drugs en mensenhandel zouden aanpakken. Hij is evenwel politiek niet aan zet zodat ook hij z'n frustratie op de Brusselse jongeren terugwerpt. Maar de criminaliteit in Brussel is in 2009 fors gedaald en het het laagst sinds de telling op een eenvormige en vergelijkbare wijze is begonnen in 2009. Terwijl Antwerpen en Gent in 2009 toch enigszins in moeite komen en met alle nieuwe aanpak en methoden (voor even?) terug naar af zijn. Daar zijn (nog) geen bijkomende argumenten nodig om het 'veiligheidsbeleid' verder door te zetten.
 

% met Vreemde Achtergrond 2000, 2005, 2008

 

2.000

2005

2.008

Gewest Brussel

54,1%

63,3%

68,2%

Arr. Antwerpen

16,3%

19,9%

24,3%

Arr. Gent

8,3%

11,1%

13,5%

 
Uitgezet aan index 100 kan de evolutie van misdrijven en evolutie van inwoners met Vreemde Achtergrond voor het Brussels gewest en de Arrondissementen Antwerpen en Gent in profiel gezet worden. In Brussel gaat, op een decennium gezoen, de daling van het aantal misdrijven samen met een stijging van het reeds hoge aantal inwoners met vreemde achtergrond van 43%. In Antwerpen en Gent is de stijging van het aantal inwoners met vreemde achtergrond sterker omdat het uitgangsaantal lager was en een verhoogde migratie onmiddellijk een hoger stijgingspercentage geeft. Maar ook hier is de stijging van het aantal misdrijven, vergeleken met de de stijging van het aantal inwoners met vreemde achtergrond relatief beperkt, en als naar de steden zelf kan gekeken worden zal dat niet anders zijn.

Evolutie, index 100=2000, Misdrijf, inwoner Vreemde Achtergrond 2000, 2005, 2009 - indeks 100= 2009

 

2000

2005

2009(*)

Brussels gewest

 

 

 

   Misdrijven

100

104

94

   Vreemde Achtergrond

100

123

143

Arr. Antwerpen

 

 

 

   Misdrijven

100

109

116

   Vreemde Achtergrond

100

124

165

Arr. Gent

 

 

 

   Misdrijven

100

116

126

   Vreemde Achtergrond

100

136

181

(*)Extrapolatie Vreemde achtergrond 2008 naar 2009

 

 

 

   
Best is dat politici en journalisten minstens de intellectuele eerlijkheid zouden opbrengen dit gegeven tot zich te laten doordringen en op die wijze de Brusselse werkelijkheid van binnenuit proberen te begrijpen. Het zal misschien helpen om absoluut pijnlijke situaties te vermijden zoals bij Phara op 08/02/2010 met de voorzitter van de Rechtbanken in Brussel Luc Hennart die zich moet afgevraagd hebben tussen welk gezelschap hij met mensen als Tobback Jr en Dewever terechtgekomen was.

Terzijde: Phara op 08/02/2010 en Terzake op 07/02/2010, journalisten die zich als oude tantes en (aan)klagers gedragen en betweterig Brussel bekijven en zich verantwoordelijk en in de positie voelen om problemen op te lossen alsmede politici die met de hoogste graad van neerbuigendheid ambtenaren bejegenen zoals Tobback Jr die over de Voorzitter van de Rechters in Brussel, die langs hem zit, in de hij-vorm praat of De Wever die op een verhelderende uiteenzetting van dezelfde rechter die het had over de 600 vonnissen per maand over echte daders  en de korte termijn afhandeling, enkel misprijzend en honend kan lachen en verwijzen naar de Brusselsaars die niet meer durven buiten komen alsof het een dode stad is. Dood, voor  het Flamingantisme en het denigrerend arrogant uiten van zín onmacht, onwil, en onvermogen om ook maar iets om Brussel te geven laat staan er wat van te begrijpen. "Bedankt voor uw originele bijdrage" was de meest sprekende conclusie van Indra De Wit op de heldere en diepgravende analyse van Peter Adriaansen mbt Brussel in Terzake van 07/02/2010: "Dank u wel jongeren dat je eindelijk toelaat om de vinger te leggen op de wonde van de politieke onwil om mbt onderwijs het evidente te doen. Wat in Brussel tot uitdrukking komt is deel van een probleem dat zich op wereldvlak stelt, methet onbehagen van vooral de jongens, en het ontbreken van de noodzakelijk aandacht, dynamiek, warmte, die zowel door ouders maar vooral ook en meer dan nu het geval is door het onderwijs moet gecreŽerd worden en dat kan maar middels een halvering van de klassen, zoals ouders niet meer optimaal voor een gezin met 8 kinderen kunnen zorgen kunnen ook geen klassen van 28 kleuters, kinderen of leerlingen het kader zijn om hen te begeleiden naar volwassenheid". Dat dit beoordeeld wordt als een Ďoriginele visieí duidt op het ontbreken aan inzicht en professionalisme van vooral de VRT journalistiek, die toch bekwaam mag geacht worden om zelf onbevooroordeeld en 'ter zake' de belangrijke maatschappelijke thematieken te benaderen en hierin enig debat te ontwikkelen waarbij het essentieel is dat de integriteit van de deelnemers tegen onbeschoftheid en onfatsoen, zoals rechter Hennart heeft mogen ondervinden, beschermd wordt.

Evolutie aantal misdrijven voor enkele belangrijke categorieŽn

Vraag is of de daling van het aantal misdrijven ook vastgesteld wordt in enkele belangrijke 'populaire' misdrijfcategorieŽn.

Aantal diefstallen daalt in het eerste halfjaar 2009 met 19,6%.

Diefstal is veruit de belangrijkste misdaadcategorie met 56,8% van alle misdrijven. Na een sterke verhoging vanaf 2005 is er een fenomenale terugval van het aantal diefstallen in het eerste halfjaar 2009 tot op het niveau van 2005 en bijna tot het niveau van 2000. Bij de andere misdrijven is er een zwakker daling maar ze zakken hiermee wel verder tot een goed eind onder het niveau van van 2000.

 
Diefstal uit auto zakt in 2009 met 21,1%

Naar aard diefstallen is diefstal uit of aan een auto met 21,8% van alle misdrijven, veruit het meest aanwezige misdrijf in Brussel, dat in het 1ste halfjaar 2009 evenwel een serieuze tik krijgt met een daling met 21,1% Omdat mensen geen aangifte meer doen, dat laat zich betwijfelen, omdat de eigen, onderlinge en sociale controle verscherpt, omdat men minder gemakkelijk weg kan met gestolen goederen binnen z'n 'eigen' milieus, omdat de politie efficiŽnter toezicht houdt, want hoe dan ook is deze vermindering maar te begrijpen vanuit een zekere 'tegenactie' op het terrein zelf. Uiteraard moet men hier niet euforisch over doen maar men moet ook niet doen alsof dit statistische gegeven niet bestaat of nergens terug te vinden is, alsof het geen 'naakt cijfer' is.
   


 

Het stelen van wagens is echt ingestort in Brussel: daling met 11,8% in 2009 tav 2008 en daling met 63,4% tegenover 2000. Of geven mensen niet meer aan wanneer hun wagen in Brussel in lucht is opgegaan?

Saccochen: over handtasroof en sacjacking

Ter zijde: Een van de meest aangrijpende situaties die iemand kan overkomen is rustig zittend in de wagen voor een rood licht overdonderd worden door een harde knal en een golf van uitwaaierend brekend glas en pas tot enig besef komen wanneer de zak naast je verdwenen is. Op jezelf vloeken dat je het weet en ze toch daar gelegd is dan maar een bittere troost. Handtasroof is daarbij een van de meest schrijnende misdaden, moreel in uitvoering en besef van het meest verwerpelijke omdat zij vooral de zwakke medeburger viseert. Het is als misdrijf het meest te vergelijken met de bewakers in concentratiekampen onder het nationaal-socialisme, misdadigers van gemeen recht die zich permanent in een machtspositie bevonden waarmee zij medeburgers konden vernederen, beroven, kwetsen en uiteindelijk soms ook ombrengen. In een korte situatie van machtverwerving en misbruik stelt de (kleine) dief zich in de lijn van deze historische misdaad en enig historisch besef daarvan zou iemand al tot andere gedachten kunnen bewegen. De grote les in deze historische vergelijking is dat misdaad (extreem)rechts is en dat men hiermee onderdeel wordt van het verdrukkende systeem dat men door z'n misdrijf denkt te bestrijden of te beschadigen. Door zich op de zwaksten te richten brengt men evenwel oude demonen terug tot leven. Het onderwijs en historisch inzicht kan hierbij ook opgroeiende jongeren een spiegel voorhouden.

Juist omdat het zo gevoelig ligt komen Handtassenroof en sacjacking telkens (terecht) in de aandacht ook al gaat het om relatief kleine aantallen die ook in 2008 verminderen, geleidelijk maar continue voor handtasroof, met een kleine opstoot in 2008 en fors voor sacjackings die in 2008 een echte piek bereikten.

Inbraak in woning stijgt lichtjes in 2008

Van alle diefstallen stijgt enkel de inbraak in woningen lichtjes in 2008 zonder in de buurt te komen van de piek in 2006.
 


 

Inbraken in bedrijven, handelszaken dalen verder onder het niveau van 2000 en de winkeldiefstallen die neerkomen op 6 per dag zijn verder dalend.

Slagen en verwondingen en diefstal met geweld

Zonder volledig te zijn nog een laatste grafiek met de evolutie van het misdrijf 'Slagen en verwondingen' dat vanaf 2003 fors stijgend was tot 2008 maar in 2009 terugvalt op het niveau van 2000.


Diefstal met geweld zonder wapens was dalend sinds 2004 met een stijging in 2008 die in 2009 geneutraliseerd wordt tot het laagste niveau sinds 2000. Diefstallen met gebruik van wapens blijft het ganse decennium stabiel in Brussel, alsof het een 'structureel' gegeven is dat verbonden is met de 'georganiseerde misdaad' die met 6 gewapende overvallen per dag haar aanwezigheid in de stad moet bewijzen en waardoor zij een soort van 'contract' nakomen. In een Brussel dat in 2009 alsmaar veiliger werd valt deze 'continuÔteit' meer op, zeker als ze driester en uitdagender wordt en als jongeren daarbij nog doelgericht worden ingezet om manifester het publieke domein 'aan te vallen' zoals gebeurd is door drie "gekende jongeren" die een school wegpesten (jongeren tegen studenten) zonder dat het politioneel verweer echt georganiseerd wordt. Wiens agenda werd, wordt hier gevolgd? Wie wordt hier beter van?

Ook in het arrondissement Antwerpen is er na 2004 een zekere continuÔteit in de Diefstallen gewapenderhand.



Uitleiding

Deze evocatie van voor iedereen ter beschikking staand cijfermateriaal en statistiek is in feite een oefening in blijven denken en nadenken, maar ook een vraagstelling waarom dit voor de hand liggende materiaal niet opgepikt wordt om elkeen, zowel de 'professionelen', de beroepspolitici als de burger 'rationeel' te leren denken, dwz de ratio, de verhouding te leren zien tussen werkelijkheid, het beeld van de werkelijkheid en de onderliggende bedoelingen of verborgen agenda's. Hiermee is evenwel ook al een analysekader opgebouwd om de volledige cijfers voor 2009 wanneer ze ter beschikking komen, in beeld te brengen en te zien of wat zich in het eerste semester als een werkelijk doorbraak van het veiligheidsbeleid in Brussel heeft gemanifesteerd ook bevestigd wordt, en dit, in tegenstelling tot het veelgeprezen veiligheidsbeleid in de grote Vlaamse steden dat in 2009 toch met een negatief saldo is geŽindigd.

Jan Hertogen, socioloog.

_________________________________

Bijlage: Methodologische toelichting:
Van inwoners van 'vreemde afkomst' tot inwoners met 'vreemde achtergrond'

 
In 2005 werd door npdata  bij ontstentenis van enig andere relevant gegeven over 'vreemde afkomst' een methode ontwikkeld die toeliet een telling te maken van aantal inwoners van vreemde afkomst en hun natuurlijk- en migratiesaldo. Hierbij werd evenwel maar teruggegaan tot de Belgwordingen sinds 1980 met een ruwe opdeling per nationaliteit tussen 1980 en 1990 gezien geen andere gegevens beschikbaar. Dit leidde tot een onderschatting van de Belggewordenen van de oude migratie, maar was adequaat voor de nieuwe vooral niet-Europese nieuwe migratie. Juist na publicatie verschenen ook de eerste resultaten door het Centrum voor demografie van de UCL van een ruimere bevraging van het Rijksregister met aantallen vreemdelingen en Belgen die in het buitenland geboren waren per nationaliteit. Belangrijker evenwel was het het absolute nieuwe en innovatieve element, het aantal inwoners van BelgiŽ met "vreemde achtergrond" (foreign background) bestaande uit 1) de vreemdelingen woonachtig in BelgiŽ 2) het aantal Belggeworden vreemdelingen die nog in Belgie verblijven (dus rekening houdend met overlijdens en emigraties van nieuwe Belgen) en 3) het aantal kinderen met minstens ťťn ouder die als vreemdeling geboren was (ongeacht of deze ouder nog leefde of dat men nog bij die ouder woonde). Hierbij werd opgemerkt dat de meerderheid van de nieuwe Belgen die huwden dit ded in een gemengd huwelijk, zodat het aantal 'kinderen van Belggeworden vreemdelingen' in grotere mate steeg). Dit gegeven is dus de deus ex machina geweest/geworden voor alle discussies of nieuwe benaderingen terzake. Er is dus een groot computerbestand aangemaakt door het Rijksregister waaruit van 1991 tot 2006 voor elke nationaliteit het effectief aantal inwoners van vreemde achtergrond getelt kan worden en dit per nationaliteit en allicht ook voor de gewesten, arrondissementen en waarom, gemeenten en volgens diverse leeftijdscategoriŽn. Maar er is blijkbaar een 'verbod' om dit gegeven te publiceren, ook al heeft dit bestand, dat in beheer is van de UCL, goed wat geld gekost dat door de overheid is betaald. Dit bestand ligt mede aan de basis van de bevolkingsvooruitzichten en -projecties tot 2060 die hiermee ten zeerste aan accuraatheid gewonnen hebben (tot op arrondissementeel vlak) maar waarvan ook geoordeeld is, geen opdeling naar vreemdelingen, laat staan naar nationaliteit te publiceren "omdat deze materie bijzonder gevoelig is. De kleinste zinspeling naar cijfers kan verkeerd geÔnterpreteerd worden en door specifieke milieus gerecupereerd worden, wanneer die cijfers alleen maar (redelijke maar weliswaar) hypothesen zijn.", zo melde ons een van de redactrices van het het rapport. Ook al zijn de gegevens verstrekt vanuit een officiŽle instantie (het Rijksregister) toch kunnen ze niet door het AD SEI (oude NIS) ter beschikking gesteld worden, zo stelt een ambtenaar van het Ad SEI verder,  omdat ze in beheer zijn van een 'private organisatie', de UCL die ze aan geen enkele andere wetenschappelijke instantie wil bezorgen, dixit alweer een andere professor van de KUL.

Maar er is altijd een lichtje in de duisternis. In het rapport migratie (jaarverslag 2007 van het Centrum Gelijke kansen) en meer nog in het Liber Amicorum v an Ron Lesthaeghe (UCL) is een artikel verschenen waarin voor 01/01/2005 een detail gegeven wordt van het aantal nog in BelgiŽ wonende Belggewordenen enerzijds en het aantal kinderen waarvan een van de ouders een Belggeworden vreemdeling is en dit voor heel BelgiŽ ťn voor ťťn nationaliteit, de Marokkanen. Tevens wordt een grafiek gepubliceerd  met de totale gegevens voor elk jaar tussen 1991 en 2005. Het betreft in feite hetzelfde gegeven waarop Antwerpen is voortgegaan om hun felle en confronterende cijfers te geven met 56% allochtonen kinderen van minder dan 10 jaar en 36% allochtonen in het algemeen. Alleen is het voor hen niet mogelijk geweest de afkomst na te gaan voor kinderen van Belggeworden vreemdelingen die niet meer thuis wonen, zodat die 36% onvolledig en dus een minimaal aantal is.

Zodus was npdata in de gelegenheid haar methodologie te verfijnen en te ijken aan 1) het aantal van "vreemde achtergrond", meer specifiek de "Belggewordenen+nageslacht", op 01/01 van alle jaren tussen 1991 en 2006 en 2) op het aantal Marokkanen, meer specifiek het aantal Belggeworden Marokkanen en hun nageslacht. Door voor alle nationaliteiten apart deze methode toe te passen en het verband (de x-factor of vermenigvuldigingsfactor) te berekenen tussen aantal vreemdelingen en het totaal aantal Belgwordigen en hun nageslacht wordt een sleutel gecreŽerd om tot op gemeentelijk niveau het aantal inwoners met Vreemde Achtergrond per nationaliteit in te schatten. Hierbij wordt er van uitgegaan dat de mate van Belgwording binnen een nationaliteit in essentie niet gebonden is aan een gewest of lokaliteit. Uiteraard speelt een zeker foutmarge die op zich kan ingeschat worden op 5% van de berekende aantallen. Dit maar als summiere methodische beschrijving waarop in volgende BuG's uitvoeriger wordt teruggekomen. Dit ook als achtergrond van het artikel (mťt kaartje en % van vreemde afkomst in een 10-tal steden) zoals verschenen in Het Nieuwsblad van 09/02/2010 waarin door npdata voor de stad Antwerpen bv. 39,7% inwoners van vreemde achtergrond geteld worden.

Deze methode kan daarbij met terugwerkende kracht toegepast worden vanaf 1990 tot 2008 zodat in gans deze tijdsreeks vergelijkingen met andere maatschappelijke fenomenen kunnen gemaakt worden, hetgeen nu gebeurt voor aantal misdrijven en migratie vanaf 2000 en de evolutie van aantal inwoners met Vreemde Achtergrond in divers lokaliteiten voor dezelfde tijdsperiode.