Aantal
misdrijven in Brussel daalt met 16,6% in 1ste helft 2009,
het laagste aantal van 't decennium en 6,3% lager dan in 2000.
Inwoners Vreemde Achtergrond stijgt van 54,1% in 2000 tot 68,4% in 2008,
Verbetering van de veiligheid in Brussel ondanks of dankzij de migratie?
Stijging aantal misdrijven in Arr. Antwerpen met 4,3% en Arr.Gent met 6,3%,
Vergeleken met 2000 is deze stijging voor Antwerpen +16,2% en Gent +26,5%
Voor wie het niet gelooft: zie on-line
criminaliteitsstatistiek federale politie.
De vraag is dus niet waarom zoveel misdrijven en onveiligheid in Brussel,
maar wel waarom stilte rond deze fikse daling op korte en lange termijn.
Inleiding : Als een interludium en ook
wel première in de npdata reeks over migratie en asiel, een exploratie van de
zeer recente 'criminaliteits'- of 'misdrijfstatistiek in Brussel en de
arrondissementen Antwerpen en Gent.
"Onveiligheid in Brussel", de Naakte Cijfers het voortreffelijk artikel in
De Standaard van 09/02/2010, leek ons even het gras voor de voeten weg te
maaien tot we vaststelden dat Steven Samyn nagelaten had de misdrijfcijfers voor
2009 in beeld te brengen. Moeilijk te begrijpen want dan had hij kunnen
verduidelijken waarom het 'onveiligheidsgevoel' in Brussel gedaald is,
iets wat 'Vlamingen' en zeker politici en VRT-journalisten zich moeilijk
kunnen voorstellen. Vandaar deze BuG over de Naakte Cijfer van groeiende
veiligheid en de daling van het onveiligheidsgevoel in Brussel in 2009, en
dit op basis van de meest recent beschikbare en hoogst actuele cijfers van de
federale politie. Daarbij maken we de vergelijking met twee relevante Vlaamse
(groot)steden Antwerpen en Gent. Voor deze vergelijking gaan we noodwendig
voort op de Arrondissementen waarvan de steden evenwel zelf meer dan de helft
van de inwoners uitmaken. Het zijn dus in feite de stedelijke cijfers
voor Antwerpen en Gent enigszins 'verdund' evenwel met de omliggende
gemeenten. Wat arrondissementeel vastgesteld wordt zal versterkt in de steden
terug te vinden zijn. En voortgaande op de vaststelling dat de
criminaliteitscijfers in 2009 in Brussel fors dalend en in Antwerpen en Gent
sterk stijgend zijn kan Vlaanderen misschien eens naar Brussel kijken hoe zij
daar in slagen.
Meet- en vergelijkingspunt: de federale politiestatistiek
Sinds 12 december 2009 is voor alle journalisten, wetenschappers, politici
en betweters de federale politiestatistiek ter beschikking waar zwart op wit
de hiernavolgende gegevens te putten zijn. Het betreft de geregistreerde
misdrijven tussen 1 januari 2009 en 30 juni 2009 in een overzicht van 2000 tot
2009. Voor 2009 is de afsluitingsdatum 23/10/2009 en de politie gaat er van
uit dat na vier maanden geen essentiële wijzigingen in de aangifte en pv's
meer gebeuren. Daarbij is het aantal misdrijven in het 2de semesters altijd
enigszins lager dan in het 1ste, maar er kan natuurlijk altijd een omslag
gebeuren zodat op 31/12 een heel ander beeld tot stand komt. De geheime dienst
van het Vlaams Belang heeft bv in Antwerpen al beslag kunnen leggen op het
overzicht van de eerste 11ste maanden, die niet echt rooskleurig zijn, maar
ook zij leggen niet de link naar Brussel waar de hemel al voor gans 2009 veel
rozer gekleurd is. Zowel in Antwerpen als in Gent is sprake van een globale
stijging, zowel in het 1ste semester als voor het ganse jaar van 4, 3
tot 6,3% van de criminaliteit. In Brussel is er een daling met 16,6%
in het eerste halfjaar 2009.
Ook bij De Lijn, of toch enkele politiekers mochten uitpakken met hun stijging
van agressie-incidenten in het 1ste halfjaar 2009 (1.292 gevallen
op 260 miljoen verplaatsingen van reizigers, tegenover 1.665 op
504 miljoen verplaatsingen in 2008 over het gans jaar gezien, zin voor
relativiteit mag niet ontbreken, je hebt meer kans om de lotto te winnen (3
kansen op 1 miljoen) dan voorwerp te zijn van een agressie-incident op dDe
Lijn. Zodus doen we deze oefening voor het 1ste halfjaar in Brussel ten gronde
en gedetailleerd voor een aantal type misdrijven. Zo vlug als de cijfers
bekend zijn voor volledig 2009 zal een update gebeuren van dit materiaal, of
wie de cijfers al heeft kan ze doorsturen.
Afname misdrijven in het Brussels gewest is spectaculair: - 16,6% in
vergelijking met 2008, -6,3% in vergelijking met 2000, het laagste aantal van
het ganse decennium en dat terwijl de migratie in het decennium sterk gestegen
is.
Is de politie verduldiger geweest in Brussel, minder allert, hebben de
burgers minder misdrijven aangegeven of waren de weersomstandigheden in het
1ste semester gevoelig anders in Brussel dan de rest van het land, was het
voor de Brusselsaars al vroeger dan vandaag 'genoeg' en komen er mechanismen
op gang om de bewegingsruimte voor daders en misdrijven zelf in te perken.
Zijn de huidige 'opstootjes' of feiten van zware criminaliteit eerder een
reactie op de 'nul-tolerantie' die door de Brusselse leefgemeenschappen zelf
georganiseerd of ondersteund wordt dan dat het een 'nieuwe groei' betreft.
Voelen de kleine en grote crimineeltjes het misschien te warm worden en worden
ze in feite opgejaagd en ingeperkt door de eigen Brusselse gemeenschap dan dat
ze er de uitdrukking van zijn? Zijn het eerder stuiptrekkingen van wie
verloren heeft dan aanzetten voor een nieuwe zorgwekkende ontwikkeling? Is
het daarom dat de Brusselse Brugemeesters (die maar al te goed deze
statistieken kennen) zich eerder gerust dan ongerust tonen? Is het daarom dat
Moreau en Thielemans zich weliswaar ongeluk uitdrukten met 'divers feit'
terwijl zij eerder 'uitzonderlijk feit' bedoelden, wat het uiteindelijk ook
is. Is het
'veiligheidsgevoel' in Brussel daarom ook verbeterd zoals blijkt uit de resultaten
van de tweejaarlijkse veiligheidsmonitor waarover Christophe Mincke in
DS van 9/02/2010 verslag uitbrengt. Het
gaat hier om een enquête die voortgaat op de 'mening' en ervaring van
individuele burgers, zonder dat hierin alle Brusselse gemeenten betrokken
worden.
Er is maar één constante in gans de criminaliteitsstatistiek door de jaren
heen zoals verderop zal blijken, nl 'Diefstal gewapenderhand' alsof het tot de
structuur zelf van de (georganiseerde) criminaliteit behoort, met de vraag
door wie? En is de 'formele' of wettelijke nul-tolerantie waar iedereen nu op
roept niet eerder contraproductief omdat ze vooral de burger en niet zozeer de
door haar eigen gemeenschap opgejaagde boefjes of criminelen zal raken? Of is
deze 'nul-tolerantie' niet zelf een onderdeel of het agenda zelf van de 'georganiseerde
criminaliteit' die de politiek aan haar onderschikt? Maar laat ons eerst de
Naakte Cijfers voor het 1ste halfjaar 2009 over de criminaliteit in Brussel
bekijken vergeleken met 2008 en 2000, dus over de tijdspanne van een heel
decennium.
Daling op korte en lange termijn in Brussel, stijging op korte en langere
termijn in Antwerpen, en Gent
Zowel in vergelijking met 2008 als met 2009 is er een volledige trendbreuk
in het Brussels gewest, de daling algemeen, sterk en voor alle belangrijke
misdrijfcategorieën. De evolutie in Antwerpen en Gent is daaraan volledig
tegengesteld zowel op korte als op de termijn van een decennium bekeken.
% evolutie misdrijven
Brussel, Antwerpen, Gent
1ste halfjaar 2009 |
|
2008-2009 |
2000-2009 |
Brussels gewest |
-16,6% |
-6,3% |
Arr. Antwerpen |
4,3% |
16,2% |
Arr. Gent |
6,3% |
26,5% |
In Gent is er in 2009 eerder sprake van een 'beperkte' stijging (zie grafiek)
na een belangrijke terugval in de misdrijfaantallen in 2008, ook al ligt de
misdrijvigheid er een kwart hoger dan in de aanvang van het decennium. In
Antwerpen is de stijging van het aantal misdrijven atypischer, het is een
herneming van een groeiend aantal na een lichte daling in 2008. Een
belangrijke oorzaak hiervan ligt misschien in het feit dat in Antwerpen de
niet-aanvaarding van de migratie het sterkst is en langs het Vlaams Belang nog
altijd een belangrijke aderlating betekent voor de maatschappelijke energie en
cohesie om migratie op te nemen en deel te laten uitmaken van het samenleven.
Als men inwoners niet kan of wil sociale en maatschappelijke zekerheid
verschaffen dan zijn er die zichzelf deze zekerheid wederrechtelijk
toe-eigenen, ondermee langs criminaliteit. Het ontbreken van extreem-rechts in
Brussel kan dan mede een aanduiding zijn dat een bevolking, zelfs in moeilijke
omstandigheden, hoge werkloosheid en armoedecijfers, er toch in slagen om het
roer mee in handen te nemen en het uitzicht op de toekomst te bewerkstelligen.
Het kan tevens zijn dat de 'migratie' enigszins' moet rijpen en politiek
valabel worden om mee het maatschappelijk en sociale weefsel te herstellen,
een proces dat nu veel uitdrukkelijker aan de gang is dan een decennium
geleden. In Brussel is een positieve ontwikkeling aan de gang die pas later te
beurt zal vallen aan de Vlaamse steden waar de migratie met een zekere
vertraging in het sociaal/maatschappelijk weefsl genesteld is. 2009 lijkt dan
eerder een keerpunt te zijn in Brussel, eerder dan de definitieve mislukking
van de integratie en van het veiligheidsbeleid waarvan politici, bepaalde
journalisten, de VRT op kop, en deskundigen de (Vlaamse) publieke opinie met
mediathiek geweld willen van overtuigen. De Brusselaars weten wel beter.
Evolutie misdrijvigheid en inwonersaantal met
Vreemde Achtergrond naast elkaar gezet
Zaak is dat Brussel op het einde van het decennium waarin haar aantal inwoners
met vreemde achtergrond (foreign background, dat is nu het 'coming word')
gevoelig gestegen is een positief bilan in de evolutie van veiligheidscijfers
kan voorleggen. Bij 68,2% inwoners met 'vreemde achtergrond' in Brussel
op 01/01/2008 kan men niet meer spreken van een migranten als een 'vreemd'
element maar wel als de structuur zelf van de bevolking, als een wezenlijk
deel, migratie als het 'kloppend hart van de stad'. Maar wie zit
er allemaal in dit nieuwe begrip 'inwoners met vreemde achtergrond. en
hoe is de berekening gemaakt, want laat dat duidelijk zijn, het is geen
'telling' van de koppen maar de best mogelijke berekening met aanwending
van het maximum aan gekende gegevens. Daar komen we uitgebreid op terug in
deel 3 van de reeks migratie en asiel, maar gezien hier het materiaal al
aangewend wordt voegen we een korte methodologische toelichting toe in
bijlage.
Brussel, beste leerling van de klas ondanks
of dankzij
de migratie?
We laten in het midden hoe deze positieve evolutie in Brussel te
begrijpen, laat staan te verklaren valt. Maar het zijn cijfers met koppen. Is
het nu dankzij of ondanks de migratie dat Brussel de beste leerling van de
klas is geworden in België. Het is ook tegen deze achtergrond dat de huidige
evoluties, straat- en zware criminaliteit perspectief, krijgen en waarin, daar
kent men België nu toch wel genoeg van, la guerre des flics misschien
uitgevochten wordt, waarbij het soms erg onduidelijk is wie nu wie
vertegenwoordigt, wederstreeft of tegen z'n kar rijdt. En dat 'jonge
allochtonen', zeker die al eerder 'met het gerecht in aanmerking kwamen' voor
meerder partijen kunnen opgevoerd worden. Brice De Ruyver is daar de
superspecialist in maar kan het niet laten 500 Brusselse jongeren voor eeuwig
en altijd de verdoemenis in te wensen terwijl de eenvoudige oplossing erin
ligt, zoals hij zelf in Terzake van 9 september 2009 argumenteerde dat de
Federale politie en de politiezones doelgericht economische en sociale fraude
en georganiseerde crimininaliteit mbt wapens, drugs en mensenhandel zouden
aanpakken. Hij is evenwel politiek niet aan zet zodat ook hij z'n frustratie
op de Brusselse jongeren terugwerpt. Maar de criminaliteit in Brussel is in
2009 fors gedaald en het het laagst sinds de telling op een eenvormige en vergelijkbare wijze is begonnen in 2009. Terwijl Antwerpen en
Gent in 2009 toch enigszins in moeite komen en met alle nieuwe aanpak en
methoden (voor even?) terug naar af zijn. Daar zijn (nog) geen bijkomende
argumenten nodig om het 'veiligheidsbeleid' verder door te zetten.
% met Vreemde
Achtergrond 2000, 2005, 2008 |
|
2.000 |
2005 |
2.008 |
Gewest Brussel |
54,1% |
63,3% |
68,2% |
Arr. Antwerpen |
16,3% |
19,9% |
24,3% |
Arr. Gent |
8,3% |
11,1% |
13,5% |
Uitgezet aan index 100 kan de
evolutie van misdrijven en evolutie van inwoners met Vreemde Achtergrond voor
het Brussels gewest en de Arrondissementen Antwerpen en Gent in profiel gezet
worden. In Brussel gaat, op een decennium gezoen, de daling van het aantal
misdrijven samen met een stijging van het reeds hoge aantal inwoners met
vreemde achtergrond van 43%. In Antwerpen en Gent is de stijging van het
aantal inwoners met vreemde achtergrond sterker omdat het uitgangsaantal lager
was en een verhoogde migratie onmiddellijk een hoger stijgingspercentage
geeft. Maar ook hier is de stijging van het aantal misdrijven, vergeleken met
de de stijging van het aantal inwoners met vreemde achtergrond relatief
beperkt, en als naar de steden zelf kan gekeken worden zal dat niet anders
zijn.
Evolutie, index
100=2000, Misdrijf, inwoner Vreemde Achtergrond 2000, 2005, 2009 -
indeks 100= 2009 |
|
2000 |
2005 |
2009(*) |
Brussels gewest |
|
|
|
Misdrijven |
100 |
104 |
94 |
Vreemde Achtergrond |
100 |
123 |
143 |
Arr. Antwerpen |
|
|
|
Misdrijven |
100 |
109 |
116 |
Vreemde Achtergrond |
100 |
124 |
165 |
Arr. Gent |
|
|
|
Misdrijven |
100 |
116 |
126 |
Vreemde Achtergrond |
100 |
136 |
181 |
(*)Extrapolatie Vreemde achtergrond 2008 naar 2009 |
|
|
|
Best is dat politici en journalisten
minstens de intellectuele eerlijkheid zouden opbrengen dit gegeven tot zich te
laten doordringen en op die wijze de Brusselse werkelijkheid van binnenuit
proberen te begrijpen. Het zal misschien helpen om absoluut pijnlijke
situaties te vermijden zoals bij Phara op 08/02/2010 met de voorzitter van de
Rechtbanken in Brussel Luc Hennart die zich moet afgevraagd hebben tussen welk
gezelschap hij met mensen als Tobback Jr en Dewever terechtgekomen was.
Terzijde:
Phara op 08/02/2010 en Terzake op 07/02/2010, journalisten die zich als
oude tantes en (aan)klagers gedragen en betweterig Brussel bekijven en zich
verantwoordelijk en in de positie voelen om problemen op te lossen alsmede
politici die met de hoogste graad van neerbuigendheid ambtenaren bejegenen
zoals Tobback Jr die over de Voorzitter van de Rechters in Brussel, die
langs hem zit, in de hij-vorm praat of De Wever die op een verhelderende
uiteenzetting van dezelfde rechter die het had over de 600 vonnissen per
maand over echte daders en de korte termijn afhandeling, enkel misprijzend
en honend kan lachen en verwijzen naar de Brusselsaars die niet meer durven
buiten komen alsof het een dode stad is. Dood, voor het Flamingantisme en
het denigrerend arrogant uiten van z’n onmacht, onwil, en onvermogen om ook
maar iets om Brussel te geven laat staan er wat van te begrijpen. "Bedankt
voor uw originele bijdrage" was de meest sprekende conclusie van Indra
De Wit op de heldere en diepgravende analyse van Peter Adriaansen mbt
Brussel in Terzake van 07/02/2010: "Dank u wel jongeren dat je eindelijk
toelaat om de vinger te leggen op de wonde van de politieke onwil om mbt
onderwijs het evidente te doen. Wat in Brussel tot uitdrukking komt is deel
van een probleem dat zich op wereldvlak stelt, methet onbehagen van vooral
de jongens, en het ontbreken van de noodzakelijk aandacht, dynamiek, warmte,
die zowel door ouders maar vooral ook en meer dan nu het geval is door het
onderwijs moet gecreëerd worden en dat kan maar middels een halvering van de
klassen, zoals ouders niet meer optimaal voor een gezin met 8 kinderen
kunnen zorgen kunnen ook geen klassen van 28 kleuters, kinderen of
leerlingen het kader zijn om hen te begeleiden naar volwassenheid". Dat
dit beoordeeld wordt als een ‘originele visie’ duidt op het ontbreken
aan inzicht en professionalisme van vooral de VRT journalistiek, die toch
bekwaam mag geacht worden om zelf onbevooroordeeld en 'ter zake' de
belangrijke maatschappelijke thematieken te benaderen en hierin enig debat
te ontwikkelen waarbij het essentieel is dat de integriteit van de
deelnemers tegen onbeschoftheid en onfatsoen, zoals rechter Hennart heeft
mogen ondervinden, beschermd wordt.
Evolutie aantal misdrijven
voor enkele belangrijke categorieën
Vraag is of de daling van het
aantal misdrijven ook vastgesteld wordt in enkele belangrijke 'populaire'
misdrijfcategorieën.
Aantal diefstallen daalt in het eerste halfjaar 2009 met 19,6%.
Diefstal is veruit de belangrijkste misdaadcategorie met 56,8% van alle
misdrijven. Na een sterke verhoging vanaf 2005 is er een fenomenale terugval
van het aantal diefstallen in het eerste halfjaar 2009 tot op het niveau van
2005 en bijna tot het niveau van 2000. Bij de andere misdrijven is er een
zwakker daling maar ze zakken hiermee wel verder tot een goed eind onder het
niveau van van 2000.
Diefstal uit auto zakt in 2009 met 21,1%
Naar aard diefstallen is diefstal uit of aan een auto met 21,8% van
alle misdrijven, veruit het meest aanwezige misdrijf in Brussel, dat in het
1ste halfjaar 2009 evenwel een serieuze tik krijgt met een daling met 21,1%
Omdat mensen geen aangifte meer doen, dat laat zich betwijfelen, omdat de
eigen, onderlinge en sociale controle verscherpt, omdat men minder gemakkelijk
weg kan met gestolen goederen binnen z'n 'eigen' milieus, omdat de politie
efficiënter toezicht houdt, want hoe dan ook is deze vermindering maar te
begrijpen vanuit een zekere 'tegenactie' op het terrein zelf. Uiteraard moet
men hier niet euforisch over doen maar men moet ook niet doen alsof dit
statistische gegeven niet bestaat of nergens terug te vinden is, alsof het
geen 'naakt cijfer' is.
Het stelen van
wagens is echt ingestort in Brussel: daling met 11,8% in 2009 tav 2008
en daling met 63,4% tegenover 2000. Of geven mensen niet meer aan
wanneer hun wagen in Brussel in lucht is opgegaan?
Saccochen: over handtasroof en sacjacking
Ter zijde: Een van de meest
aangrijpende situaties die iemand kan overkomen is rustig zittend in de
wagen voor een rood licht overdonderd worden door een harde knal en een golf
van uitwaaierend brekend glas en pas tot enig besef komen wanneer de zak
naast je verdwenen is. Op jezelf vloeken dat je het weet en ze toch daar
gelegd is dan maar een bittere troost. Handtasroof is daarbij een van de
meest schrijnende misdaden, moreel in uitvoering en besef van het meest
verwerpelijke omdat zij vooral de zwakke medeburger viseert. Het is als
misdrijf het meest te vergelijken met de bewakers in concentratiekampen
onder het nationaal-socialisme, misdadigers van gemeen recht die zich
permanent in een machtspositie bevonden waarmee zij medeburgers konden
vernederen, beroven, kwetsen en uiteindelijk soms ook ombrengen. In een
korte situatie van machtverwerving en misbruik stelt de (kleine) dief zich
in de lijn van deze historische misdaad en enig historisch besef daarvan zou
iemand al tot andere gedachten kunnen bewegen. De grote les in deze
historische vergelijking is dat misdaad (extreem)rechts is en dat men
hiermee onderdeel wordt van het verdrukkende systeem dat men door z'n
misdrijf denkt te bestrijden of te beschadigen. Door zich op de zwaksten te
richten brengt men evenwel oude demonen terug tot leven. Het onderwijs en
historisch inzicht kan hierbij ook opgroeiende jongeren een spiegel
voorhouden.
Juist omdat het zo gevoelig ligt komen
Handtassenroof en sacjacking telkens (terecht) in de aandacht ook al gaat het
om relatief kleine aantallen die ook in 2008 verminderen, geleidelijk maar
continue voor handtasroof, met een kleine opstoot in 2008 en fors voor
sacjackings die in 2008 een echte piek bereikten.
Inbraak in woning stijgt
lichtjes in 2008
Van alle diefstallen stijgt enkel de inbraak in woningen lichtjes in 2008
zonder in de buurt te komen van de piek in 2006.
Inbraken in bedrijven,
handelszaken dalen verder onder het niveau van 2000 en de winkeldiefstallen
die neerkomen op 6 per dag zijn verder dalend.
Slagen en verwondingen en
diefstal met geweld
Zonder volledig te zijn nog een
laatste grafiek met de evolutie van het misdrijf 'Slagen en verwondingen' dat
vanaf 2003 fors stijgend was tot 2008 maar in 2009 terugvalt op het niveau van
2000.
Diefstal met geweld zonder wapens was dalend sinds
2004 met een stijging in 2008 die in 2009 geneutraliseerd wordt tot het
laagste niveau sinds 2000. Diefstallen met gebruik van wapens blijft
het ganse decennium stabiel in Brussel, alsof het een 'structureel'
gegeven is dat verbonden is met de 'georganiseerde misdaad' die met 6
gewapende overvallen per dag haar aanwezigheid in de stad moet bewijzen en
waardoor zij een soort van 'contract' nakomen. In een Brussel dat in 2009
alsmaar veiliger werd valt deze 'continuïteit' meer op, zeker als ze driester
en uitdagender wordt en als jongeren daarbij nog doelgericht worden ingezet om
manifester het publieke domein 'aan te vallen' zoals gebeurd is door drie
"gekende jongeren" die een school wegpesten (jongeren tegen studenten) zonder
dat het politioneel verweer echt georganiseerd wordt. Wiens agenda werd, wordt
hier gevolgd? Wie wordt hier beter van?
Ook in het arrondissement Antwerpen is er na 2004 een zekere continuïteit in
de Diefstallen gewapenderhand.
Uitleiding
Deze evocatie van voor iedereen ter beschikking staand cijfermateriaal en
statistiek is in feite een oefening in blijven denken en nadenken,
maar ook een vraagstelling waarom dit voor de hand liggende materiaal niet
opgepikt wordt om elkeen, zowel de 'professionelen', de beroepspolitici als de
burger 'rationeel' te leren denken, dwz de ratio, de verhouding te leren zien
tussen werkelijkheid, het beeld van de werkelijkheid en de onderliggende
bedoelingen of verborgen agenda's. Hiermee is evenwel ook al een analysekader
opgebouwd om de volledige cijfers voor 2009 wanneer ze ter beschikking komen,
in beeld te brengen en te zien of wat zich in het eerste semester als een werkelijk
doorbraak van het veiligheidsbeleid in Brussel heeft gemanifesteerd ook
bevestigd wordt, en dit, in tegenstelling tot het veelgeprezen
veiligheidsbeleid in de grote Vlaamse steden dat in 2009 toch met een negatief
saldo is geëindigd.
Jan Hertogen, socioloog.
_________________________________
Bijlage: Methodologische toelichting:
Van inwoners van 'vreemde afkomst' tot inwoners met 'vreemde achtergrond'
In 2005 werd door npdata bij ontstentenis van enig andere relevant
gegeven over 'vreemde afkomst' een methode ontwikkeld die toeliet een telling
te maken van aantal inwoners van vreemde afkomst en hun natuurlijk- en
migratiesaldo. Hierbij werd evenwel maar teruggegaan tot de Belgwordingen
sinds 1980 met een ruwe opdeling per nationaliteit tussen 1980 en 1990 gezien
geen andere gegevens beschikbaar. Dit leidde tot een onderschatting van de
Belggewordenen van de oude migratie, maar was adequaat voor de nieuwe vooral
niet-Europese nieuwe migratie. Juist na publicatie verschenen ook de eerste
resultaten door het Centrum voor demografie van de UCL van een ruimere
bevraging van het Rijksregister met aantallen vreemdelingen en Belgen die in
het buitenland geboren waren per nationaliteit. Belangrijker evenwel was het
het absolute nieuwe en innovatieve element, het aantal inwoners van België met
"vreemde achtergrond" (foreign background) bestaande uit 1) de vreemdelingen
woonachtig in België 2) het aantal Belggeworden vreemdelingen die nog in
Belgie verblijven (dus rekening houdend met overlijdens en emigraties van
nieuwe Belgen) en 3) het aantal kinderen met minstens één ouder die als
vreemdeling geboren was (ongeacht of deze ouder nog leefde of dat men nog bij
die ouder woonde). Hierbij werd opgemerkt dat de meerderheid van de nieuwe
Belgen die huwden dit ded in een gemengd huwelijk, zodat het aantal 'kinderen
van Belggeworden vreemdelingen' in grotere mate steeg). Dit gegeven is dus de
deus ex machina geweest/geworden voor alle discussies of nieuwe benaderingen
terzake. Er is dus een groot computerbestand aangemaakt door het Rijksregister
waaruit van 1991 tot 2006 voor elke nationaliteit het effectief aantal
inwoners van vreemde achtergrond getelt kan worden en dit per nationaliteit en
allicht ook voor de gewesten, arrondissementen en waarom, gemeenten en volgens
diverse leeftijdscategoriën. Maar er is blijkbaar een 'verbod' om dit gegeven
te publiceren, ook al heeft dit bestand, dat in beheer is van de UCL, goed wat
geld gekost dat door de overheid is betaald. Dit bestand ligt mede aan de
basis van de bevolkingsvooruitzichten en -projecties tot 2060 die hiermee ten
zeerste aan accuraatheid gewonnen hebben (tot op arrondissementeel vlak) maar
waarvan ook geoordeeld is, geen opdeling naar vreemdelingen, laat staan naar
nationaliteit te publiceren "omdat deze materie bijzonder gevoelig is. De
kleinste zinspeling naar cijfers kan verkeerd geïnterpreteerd worden en door
specifieke milieus gerecupereerd worden, wanneer die cijfers alleen maar
(redelijke maar weliswaar) hypothesen zijn.", zo melde ons een van de
redactrices van het het rapport. Ook al zijn de gegevens verstrekt vanuit een
officiële instantie (het Rijksregister) toch kunnen ze niet door het AD SEI
(oude NIS) ter beschikking gesteld worden, zo stelt een ambtenaar van het Ad
SEI verder, omdat ze in beheer zijn van een 'private organisatie', de
UCL die ze aan geen enkele andere wetenschappelijke instantie wil bezorgen,
dixit alweer een andere professor van de KUL.
Maar er is altijd een lichtje in de duisternis. In het rapport migratie
(jaarverslag 2007 van het Centrum Gelijke kansen) en meer nog in het
Liber
Amicorum v an Ron Lesthaeghe (UCL) is een artikel verschenen waarin voor 01/01/2005
een detail gegeven wordt van het aantal nog in België wonende Belggewordenen
enerzijds en het aantal kinderen waarvan een van de ouders een Belggeworden
vreemdeling is en dit
voor heel België én voor één nationaliteit, de
Marokkanen. Tevens wordt een grafiek gepubliceerd met de
totale gegevens
voor elk jaar tussen 1991 en 2005. Het betreft in feite hetzelfde gegeven
waarop Antwerpen is voortgegaan om hun felle en confronterende cijfers te
geven met 56% allochtonen kinderen van minder dan 10 jaar en 36% allochtonen
in het algemeen. Alleen is het voor hen niet mogelijk geweest de afkomst na te
gaan voor kinderen van Belggeworden vreemdelingen die niet meer thuis wonen,
zodat die 36% onvolledig en dus een minimaal aantal is.
Zodus was npdata in de gelegenheid haar methodologie te verfijnen en te ijken
aan 1) het aantal van "vreemde achtergrond", meer specifiek de "Belggewordenen+nageslacht",
op 01/01 van alle jaren tussen 1991 en 2006 en 2) op het aantal Marokkanen,
meer specifiek het aantal Belggeworden Marokkanen en hun nageslacht. Door voor
alle nationaliteiten apart deze methode toe te passen en het verband (de
x-factor of vermenigvuldigingsfactor) te berekenen tussen aantal vreemdelingen
en het totaal aantal Belgwordigen en hun nageslacht wordt een sleutel
gecreëerd om tot op gemeentelijk niveau het aantal inwoners met Vreemde
Achtergrond per nationaliteit in te schatten. Hierbij wordt er van uitgegaan
dat de mate van Belgwording binnen een nationaliteit in essentie niet gebonden
is aan een gewest of lokaliteit. Uiteraard speelt een zeker foutmarge die op
zich kan ingeschat worden op 5% van de berekende aantallen. Dit maar als
summiere methodische beschrijving waarop in volgende BuG's uitvoeriger wordt
teruggekomen. Dit ook als achtergrond van het artikel (mét kaartje en % van
vreemde afkomst in een 10-tal steden) zoals verschenen in
Het Nieuwsblad van 09/02/2010 waarin door npdata voor de stad Antwerpen bv.
39,7% inwoners van vreemde achtergrond geteld worden.
Deze methode kan daarbij met terugwerkende
kracht toegepast worden vanaf 1990 tot 2008 zodat in gans deze tijdsreeks
vergelijkingen met andere maatschappelijke fenomenen kunnen gemaakt worden,
hetgeen nu gebeurt voor aantal misdrijven en migratie vanaf 2000 en de
evolutie van aantal inwoners met Vreemde Achtergrond in divers lokaliteiten
voor dezelfde tijdsperiode. |