BuG 116 - Bericht uit het Gewisse   08-04-200Printversie (9p)

Impact generatiepact veel groter dan Luc Coene (NB) beseft.

Volledig Brugpensioen op 5 jaar gestegen met 5.753 of 5,3% maar
in % van de bevolking is er evenwel een DALING met 3,2% omdat de
lage geboortejaren 1941-45 (59-63jarigen van 2004) vervangen zijn,
meer vrouwen zijn gaan werken die nu op pensioenleeftijd komen
+verhoging pensioenleeftijd met meer instroom in het brugpensioen.
Stijging brugpensioen is dus niet het gevolg van verhoogde keuzes.
Bij de 50-58 jarigen daalt het brugpensioen met 28,1 % op 5 jaar,
bij mannen is deze daling -30,0% en bij de vrouwen -19,8%.
Bij vrouwen van 59 tot 64 jaar is er logisch een stijging met 77,4%
omdat er vůůr 2006 geen bruggepensioneerden 62+ jaar waren
In % op de bevolking daalt mannelijk brugpensioen 9,1% op 5 jaar,
 daling die in alle leeftijdscategoriŽn van 50 tot 64 jaar plaatsvindt,
bij vrouwen stijgt het met 27,8% met als totaal een daling van 3,2%.
Industrie goed voor 59,5% van alle Brugpensioenen, Non-Profit 5,6%
Berekend op huidige werknemers industrie is 12,4% met Brugpens.,
Bouw 4,4%, Distributie 1,2%, Banken 2,1%, Diensten aan ondern. 0,4%,
Non-Profitondernemingen met 1,6% van hun werknemers in 2008.

Voorliggende BuG was technisch gereed toen Luc Coene, vicegouverneur van de Nationale Bank, het nodig achtte in Trends van 2 april blijk te geven van z'n onvermogen om de impact van het Generatiepact te zien en de evolutie van het aantal Bruggepensioneerden op basis van de werkelijke evolutie te beoordelen. Luc Coene, zoals vele (politieke) beleidsmakers, zien de effecten van de reŽle inspanningen van de bevolking meestal kleiner dan ze zijn en de verdere maatregelen altijd groter, of het nu gaat om Brugpensioen of om de Publieke dienstverlening die met de meest aftandse argumenten weer onderuit moet gehaald worden tot meerdere eer en glorie van het private initiatief, de banken achterna.

Een eerste cruciale vraag over het Brugpensioen is wat de winst is bij een volledige afschaffing ervan, d.w.z met hoeveel stijgt de werkzaamheidsgraad in BelgiŽ als alle volledig Bruggepensioneerden terug aan het werk zouden gaan. Welnu, de maximale winst is 1,63% werkzaamheidgraad. Maar dan moeten wel in alle andere leeftijdsgroepen, bij de -30 jarigen bv geen verlies op de werkzaamheidgraad komen, en die ligt nu al heel precair. In het Trends artikel wekt Luc Coene de indruk dat met een 'honderdvoudig generatiepact' de 70% en zelfs de 75 % werkzaamheid in zicht komt. Dat is meer dan bedrog. Bij een volledige omzetting van brugpensioen in tewerkstelling en bij constante tewerkstelling  van de rest van de werknemers zou de werkzaamheidgraad in BelgiŽ stijgen van 61,2% naar 62,8%. Zo is het en niet anders.  Dat is de marge waarbinnen de demagogie van Luc Coene en vele anderen kan gedijen. Is hiermee gezegd dat men geen inspanning kan/moet doen om 'met z'n allen langer aan het werk te gaan'? Neen. Maar dan best werk maken van de werkomstandigheden zoals b.v.
1. Ancienniteitsverhoging mogelijk maken tot einde carriŤre. 
2. Regeling voor alle werknemers van progressieve verhoging van bijkomend verlof met het ouder worden zoals nu al met groot succes, gedeeltelijk gerealiseeerd in de Non-Profitsectoren: 12 bijkomende verlofdagen op 45 jaar, 24 op 50 en 36 op 55 jaar. Verdere uitbouw van dit systeem tot 48 bijkomende verlofdag op 58 jaar en 72 op 60 jaar. Het huidige brugpensioen dient daarnaast als keuzemogelijkheid behouden. Budgettair is dit volledig betaalbaar afgemeten aan de kosten van huidige werkloosheid en de bijkomende opleg voor brugpensioen ingeval werknemers (toch blijven) met brugpensioen gaan of werkloos worden, wat nu het geval is. 
3. Compensatie voor onregelmatige diensten ook als bijkomend verlof (met een bonus) mogelijk maken. Ingeval er een regeling bestaat voor  35% toeslag op onregelmatige prestaties, de toekenning van bijkomend verlof aan 50% mogelijk maken. In dit geval zou de toeslag niet uitbetaald worden maar men zou een verlofkrediet opbouwen aan 50% van deze onregelmatige uren.

De regelingen onder punt 2 en 3 zijn in feite regelingen van arbeidsduurvermindering mťt gecontroleerde bijkomende aanwervingen die zowel het werk lichter maken bij ouder worden en bij onregelmatige diensten ťn een arbeidsherverdelend effect hebben ťn de druk op het brugpensiopen verminderen door een volwaardig alternatief aan te bieden waarbij het verder werken positief gesanctioneerd wordt mťt inbegrip van het behoud van de biŽnale of andere ancienniteitsverhoging tot het einde van de effectieve carriŤre.

Maar het zal allicht niet Luc Coene zijn die om dit voorbeeld uit de Non-Profitsector als referentie te nemen, nadat hij in 1999, als kabinetchef van Verhofstadt in de Wetstraat nr 16 van LBC-NVK wel het technische dossier lastenvermindering en Sociale Maribel doorkreeg om het vervolgens met deze kennis gedurende jaren te blokkeren of op een zacht vuurtje te zetten. "De Nationale rekeningen hebben de lastenverminderingen als uitgaven beschouwd" zo jammert Coene, de terugverdieneffecten zijn dan ook geen 'inkomsten' zoals we hier al enkele jaren betogen. "Het tweede luik (het eerste waren de lastenverminderingen, nvdr), om de creatie van die jobs voluit mogelijk te maken kwam er echter niet" zo stelt Coene in Trends, alsof dat een noodwendige en geen politieke keuze was, ondermeer wat de uitbouw van de Sociale Maribel betreft onder Paars. De toekenning van een extra van 4.000 VTE voor de Non-Profit is maar een kleine compensatie voor wat men onder Paars niet gedaan heeft, en een absolute ondermaatse maatregel wat de huidige noden ťn tewerkstellingsbehoeften zijn. Zien of Coene als 'beleidsman' het nu wťl begrepen heeft?
Waarom krijgen kapiteins die verantwoordelijk zijn voor de averij telkens weer het roer in handen?
   
Evolutie volledig Brugpensioen 2004-2008 op het eerste gezicht

De stijging van het aantal bruggepensioneerden met 1.140 in 2008 deed de ogen fronsen. Nůg een lichte stijging en dat ondanks het generatiepact. De impact was volgens Luc Coene te klein om tussen duim en wijsvinger te houden. Hieronder een elementair overzicht dat meteen duidelijk maakt dat er heel wat meer aan de hand is en dat de exacte lezing van de evolutie cijfers brugpensioen heel wat anders toont dan de topman van de Nationale Bank en oud-kabinetschef wil doen geloven. 
  
  

Volledig bruggepensioneerden 50-65 jaar naar leeftijd 2004-2008 (Cijfers RVA)

 

2.004

2.005

2.006

2.007

2.008

Evolutie

Evol. %

50

385

392

95

57

35

-350

-90,9%

51

604

473

476

139

118

-486

-80,5%

52

1.011

884

730

603

390

-621

-61,4%

53

2.109

1.289

1.174

859

892

-1.217

-57,7%

54

2.630

2.364

1.728

1.317

1.222

-1.408

-53,5%

55

4.120

3.799

3.454

2.685

2.356

-1.764

-42,8%

56

6.326

5.511

5.404

4.781

4.726

-1.600

-25,3%

57

7.847

7.339

6.672

6.394

6.482

-1.365

-17,4%

58

12.618

12.321

11.805

11.600

10.840

-1.778

-14,1%

59

11.937

14.362

14.035

13.961

13.562

1.625

13,6%

60

13.528

13.073

15.637

15.423

15.295

1.767

13,1%

61

13.013

13.964

13.603

16.372

16.112

3.099

23,8%

62

11.711

13.214

14.214

13.860

16.638

4.927

42,1%

63

9.482

9.550

13.262

14.295

13.968

4.486

47,3%

64

10.871

9.229

9.527

10.674

11.398

527

4,8%

65

929

877

755

714

840

-89

-9,6%

Totaal

109.121

108.641

112.571

113.734

114.874

5.753

5,3%

 
Van 2007 tot 2008 stijgt het aantal volledig bruggepensioneerden van 113.734 tot 114.874 met 1.140 voor het 3de opeenvolgende jaar. Op vijf jaar tijd is het aantal voltijdse bruggepensioneerde gestegen met 5.753 of 5,3%. Oeps, generatiepact een maat voor niets!? Het tegendeel is echter waar voor wie de moeite wil doen om de evolutie per leeftijdsjaar onder ogen te nemen, en blijkbaar is die moeite Coene te veel. Want wat blijkt: tot en met de leeftijd van 58 jaar is er een daling van minstens 14,1% en tot 55 jaar zelfs van 42,8% en meer. Dwz dat er een maximale impact is van het generatiepact is de hoogst gevoelige leeftijdscategorieŽn. Het betekent ook dat deze werknemers in hun 'rechten' het sterkst geraakt werden. Dit is het totaal plaatje voor BelgiŽ dat uiteraard sterk varieert naar geslacht en gewest.

Als jaar per jaar nagegaan wordt welk de evolutie is krijgen we een directer beeld van de evolutie per leeftijdsjaar.

Volledig bruggepensioneerden 50-65 jaar naar leeftijd 2004-2008 - Evolutie per jaar

 

2.004

2.005

2.006

2.007

2.008

Totaal

Minder

Meer

50

 

7

-297

-38

-22

-350

-350

 

51

 

-131

3

-337

-21

-486

-486

 

52

 

-127

-154

-127

-213

-621

-621

 

53

 

-820

-115

-315

33

-1.217

-1.217

 

54

 

-266

-636

-411

-95

-1.408

-1.408

 

55

 

-321

-345

-769

-329

-1.764

-1.764

 

56

 

-815

-107

-623

-55

-1.600

-1.600

 

57

 

-508

-667

-278

88

-1.365

-1.365

 

58

 

-297

-516

-205

-760

-1.778

-1.778

 

59

 

2.425

-327

-74

-399

1.625

 

1.625

60

 

-455

2.564

-214

-128

1.767

 

1.767

61

 

951

-361

2.769

-260

3.099

 

3.099

62

 

1.503

1.000

-354

2.778

4.927

 

4.927

63

 

68

3.712

1.033

-327

4.486

 

4.486

64

 

-1.642

298

1.147

724

527

 

527

65

 

-52

-122

-41

126

-89

-89

 

Totaal

 

-480

3.930

1.163

1.140

5.753

-10.678

16.431

%-evol

 

-0,4%

3,6%

1,1%

1,0%

5,3%

-9,8%

15,1%

In feite zijn er in 2008 in de leeftijdscategorieŽn tot 58 jaar 10.678 werknemers minder in volledig brugpensioen dan in 2004. Daartegenover staat dat vooral vanaf 61 jaar er een forse toename is met 16.431. In 2008 is die toename voor de 62 jarigen zelfs 2.778 in vergelijking met 2007. Het is allicht de vlucht vooruit om nog buiten het generatiepact te blijven, maar ook andere factoren spelen mee. De goede observator zal evenwel merken dat vanaf 2005 in de leeftijdsgroep 59 jarigen een sterke stijging is gebeurd die zich jaar op jaar heeft doorgezet in een hoger leeftijdsjaar en in 2010 zal uitgewerkt zijn. Ook de stijging in de leeftijdscategorie van 64 jarigen in 2008 is ook een 'nawerking' van de stijging van de 61-jarihgen in 2005. Behoudens deze atypische jaren is er voor alle andere leeftijdsjaren een gevoelige daling van het aantal bruggepensioneerden zowel in 2007 en 2008. Op basis van deze simpele en door iedereen op te vragen tabel is maar ťťn conclusie mogelijk. Het generatiepact grijpt structureel in op het aantal bruggepensioneerden en heeft een zeer grote impact die ten zeerste door de werknemers wordt gevoeld. Wie wat anders wil doen geloven is blind, onkundig of heeft 'politieke' bedoelingen. 



Het grafische beeld illustreert de gevoelige impact van het generatiepact tot en met 58 jaar en de beperkte daling van 2008 tav 2007 voor de andere leeftijdscategorieŽn.  Maar de grafiek maakt ook al enigszins duidelijk dat er met het hogere aantal bruggepensioneerden na 59 jaar meer aan de hand is dan een hogere aantrek op zich. De 59 tot 63 van 2004 zijn de oorlogsgeboorten die de volgende 5 jaar vervangen zijn door leefijdsgroepen die hoger in aantal waren en waar dus uiteraard ook meer werknemers in bevonden en dus een hogere potentieel om in brugpensioen te gaan. Het is dus NIET zo dat er mťťr werknemers dan anders voor het brugpensioen kozen!

De oorlogsgeboorten werden de laatste vijf jaar vervangen door de naoorlog generaties

Zeggen dat  het generatiepact geen impact gehad heeft en moet verhonderdvoudigd worden is een wel erg domme uitspraak als men niet ziet dat de zeer beperkte stijging uitsluitend voortkomt uit de hogere instroom van werknemers uit de eerste vijf jaar na de oorlog waar het geboortecijfer terug op het normale of hoger pijl kwam.


Op vijf jaar steeg de Belgische bevolking tussen 50 en 65 jaar met gemiddeld met 8,8%; maar in de leeftijdsklassen van 58 tot 63 jaar was dit 16,1% tot 39,5%. De impact van deze doorschuiving van forse aantallen in de hogere leeftijden is bijna uitgewerkt en zal, bij ongewijzigd beleid, automatisch leiden tot een drastische daling van het aantal Bruggepensioneerden. Omgekeerd is de quasi stabilisatie de laatste vijf jaar een mirakel te noemen dat eerder wijst op een grondige mentaliteitsverandering dan op de gedwongen en vooralsnog niet op volle toeren draaiend generatiepact. Zeggen, zoals Luc Coene doet, dat de bevolking er nog niets van begrepen heeft is dan ook niet alleen volledig onterecht maar ook kwetsend.

Bevolking 50-65 jaar naar leeftijd 2004-2008 BelgiŽ

 

2.004

2.005

2.006

2.007

2.008

Evolutie

Evol. %

50

143.155

146.341

148.978

150.843

153.540

10.385

7,3%

51

142.245

142.763

145.929

148.660

150.556

8.311

5,8%

52

136.457

141.755

142.374

145.653

148.420

11.963

8,8%

53

137.171

136.020

141.215

141.968

145.249

8.078

5,9%

54

136.147

136.613

135.525

140.728

141.513

5.366

3,9%

55

137.539

135.461

135.968

134.950

140.206

2.667

1,9%

56

135.989

136.774

134.692

135.309

134.365

-1.624

-1,2%

57

135.991

135.162

135.991

134.021

134.719

-1.272

-0,9%

58

114.827

135.102

134.291

135.186

133.320

18.493

16,1%

59

114.076

113.987

134.131

133.339

134.365

20.289

17,8%

60

107.937

113.148

113.024

133.033

132.362

24.425

22,6%

61

94.562

106.913

112.198

112.049

131.912

37.350

39,5%

62

86.252

93.743

105.880

111.107

111.041

24.789

28,7%

63

96.002

85.395

92.772

104.865

110.041

14.039

14,6%

64

103.418

94.937

84.462

91.833

103.761

343

0,3%

65

104.671

102.156

93.787

83.476

90.748

-13.923

-13,3%

Tot. 50-65

1.926.439

1.956.270

1.991.217

2.037.020

2.096.118

169.679

8,8%

Tot. 15-64

6.818.862

6.851.494

6.906.263

6.976.743

7.046.685

227.823

3,3%

   
Wie zich de moeite getroost deze heel specifieke en atypische demografische evolutie voor ogen te halen ziet dat jaar op jaar de 'dip' bij de 62 jarigen in 2004 al volledig is doorgeschoven en dat binnen 2 jaar de impact van de oorlogsgeboorten in 2010 volledig zal weggewerkt zijn. Ze zal nog tijdelijk voor hogere brugpensioenaantallen  zorgen in de twee hoogste leeftijdscategorieŽn.


 
De bevolking tussen 50 en 65 jaar is bijna dubbel zo sterk gestegen (+ 8,8%) als de stijging van het het aantal brugepensioneerden op 5 jaar (+5,3%), en bijna driemaal zo sterk als de bevolking in het algemeen (3,3%), en dat allemaal om de oorlogsgeboorten vervangen zijn. Om de reŽle impact van deze deze oorlogsgeboorten te neutraliseren en te zien wat de werkelijke evolutie van het aantal bruggepensioneerden geweest is kunnen de bruggepensioneerden berekend worden als een % van de bevolking binnen elk leeftijdsjaar.

 
% bruggepensioneerden op de bevolking per overeenstemmend leeftijdsjaar
 
Als gekeken wordt naar de evolutie van het aantal bruggepensioneerden in % op het overeenkomstige levensjaar dan is er de laatste drie jaar een lichte daling waar te nemen van 5,7% van de 50-65 jarigen tot 5,5% in 2008. Deze daling zet zich door tot en met de leeftijd van 61 jaar en het zijn enkel de 62 en 63 jarigen waarbij een stijging is waar te nemen als gevolg van de vervanging van de geboortes in 1942 en 1943, jaren waarin het aantal geboortes zich op een dieptepunt bevond.

% Volledig bruggepensioneerden 50-65 jaar naar leeftijd 2004-2008 in % bevolking

 

2.004

2.005

2.006

2.007

2.008

Evolutie

Evol. %

50

0,3%

0,3%

0,1%

0,0%

0,0%

-0,2%

-91,5%

51

0,4%

0,3%

0,3%

0,1%

0,1%

-0,3%

-81,5%

52

0,7%

0,6%

0,5%

0,4%

0,3%

-0,5%

-64,5%

53

1,5%

0,9%

0,8%

0,6%

0,6%

-0,9%

-60,1%

54

1,9%

1,7%

1,3%

0,9%

0,9%

-1,1%

-55,3%

55

3,0%

2,8%

2,5%

2,0%

1,7%

-1,3%

-43,9%

56

4,7%

4,0%

4,0%

3,5%

3,5%

-1,1%

-24,4%

57

5,8%

5,4%

4,9%

4,8%

4,8%

-1,0%

-16,6%

58

11,0%

9,1%

8,8%

8,6%

8,1%

-2,9%

-26,0%

59

10,5%

12,6%

10,5%

10,5%

10,1%

-0,4%

-3,5%

60

12,5%

11,6%

13,8%

11,6%

11,6%

-1,0%

-7,8%

61

13,8%

13,1%

12,1%

14,6%

12,2%

-1,5%

-11,2%

62

13,6%

14,1%

13,4%

12,5%

15,0%

1,4%

10,4%

63

9,9%

11,2%

14,3%

13,6%

12,7%

2,8%

28,5%

64

10,5%

9,7%

11,3%

11,6%

11,0%

0,5%

4,5%

65

0,9%

0,9%

0,8%

0,9%

0,9%

0,0%

4,3%

Op 50-65 jr

5,7%

5,6%

5,7%

5,6%

5,5%

-0,2%

-3,2%

Op 15-64 jr

1,60%

1,59%

1,63%

1,63%

1,63%

0,03%

1,87%


Gemiddeld vertegenwoordigen de volledige bruggepensioneerden 5,5% van de bevolking in BelgiŽ tussen 50 en 65 jaar. Vanaf 59 jaar is dit meer dan 10,1% met als hoogste peil de 62 jarigen waar zij 15,0% van vertegenwoordigen.

Als evenwel het aantal bruggepensioneerden wordt uitgezet tegenover de 'actieve bevolking', nl de 15-64 jarigen dan wordt het aantal bruggepensioneerden uitgedrukt in het 'verlies aan werkzaamheid'. De werkzaamheid is het aantal werknemers gedeeld door het aantal 15-64 jarigen in een bevolking. 1,63% van de 15-64 jarigen is met volledig brugpensioen in 2008. Als alle bruggepensioneerden aan het werk zouden zijn (gebleven) zou de werkzaamheid in BelgiŽ maar met 1,63% gestegen zijn, in de veronderstelling dat alle andere tewerkstelling intact zou (gebleven) zijn. Alle aandacht richten op het brugpensioen, generatiepact en verhoogde tewerkstelling van de oudere bevolking als het wondermiddel om de werkzaamheidgraad te verhogen is een heel smalle basis en in feite volksverlakkerij. Spreken van een generatiepact x 100 om maximaal de werkzaamheid met 0,8% te verhogen, gesteld dat men het brugpensioen zou kunnen halveren, is de mensen wat wijsmaken. Het zijn andere maatregelen, ondermeer de tewerkstellingverhoging van de niet-actieven, de nog niet werkenden en de jongeren met hun hoge jeugdwerkloosheid, die de grote volumes in de stijging van de werkzaamheidgraad moeten aanbrengen. En uiteraard de maatregelen om de werkenden aan het werk te houden, zie infra in de inleiding

1. AnciŽnniteitverhoging mogelijk maken tot einde carriŤre. 
2. Regeling voor alle werknemers van progressieve verhoging van bijkomend verlof met het ouder worden 
3. Compensatie voor onregelmatige diensten als bijkomend verlof (met een bonus) mogelijk maken
  
Evolutie van aantallen en van % op de bevolking
 
In een speciale grafiek wordt het verschil van evolutie van aantal bruggepensioneerden in % op het aantal en anderzijds in een % op de relatieve aanwezigheid in de bevolking per leeftijdsjaar duidelijk. In de evolutie van aantallen is er een daling tot en met 58 jaar, in de evolutie van % op de leeftijdsgroep is er een daling op vijf jaar tijd van het aantal bruggepensioneerden tot en met 61 jaar.:

Het volume tussen de donker en lichte blauwe lijn geeft een beeld van de impact van de oorlogsgeboorten. Opvallend is ook dat de evolutie van aantal en % op de bevolking tot 56 jaar volledig gelijklopend is omdat de babyboom pas geleidelijk na de oorlog is op gang gekomen en dus ook pas binnen enkele jaren een genormaliseerde situatie weergeven. Daar geen rekening mee houden of het zelfs niet (willen) zien is onbeleid waar sommigen patent op hebben. 

Maar het zijn vooral de vrouwen die het gedaan hebben
  
In een volgende BuG maken we de analyse ten gronde naar geslacht, gewest en sector. We hebben ons voorgenomen de BuG's niet meer zo lang te maken (alhoewel dat ook nu niet zal lukken). En Luc Coene geeft ons wat tijd omdat pas "in het midden of einde van volgend jaar" nieuwe structurele maatregelen dienen genomen.
  

Evolutie Brugpensioen + en - 58 jarigen 2004-2008 naar geslacht in aantallen

 

2.004

2.005

2.006

2.007

2.008

Evolutie

Evol. %

Mannen

 

 

 

 

 

 

 

50-58

30.761

28.003

25.636

22.787

21.533

-9.228

-30,0%

59-64

60.822

62.321

65.188

68.041

69.258

8.436

13,9%

Totaal

91.583

90.324

90.824

90.828

90.791

-792

-0,9%

Vrouwen

 

 

 

 

 

 

 

50-58

6.889

6.369

5.902

5.648

5.528

-1.361

-19,8%

59-64

10.458

11.709

15.845

17.258

18.555

8.097

77,4%

Totaal

17.347

18.078

21.747

22.906

24.083

6.736

38,8%

Totaal

 

 

 

 

 

 

 

50-58

37.650

34.372

31.538

28.435

27.061

-10.589

-28,1%

59-64

71.280

74.030

81.033

85.299

87.813

16.533

23,2%

Totaal

108.930

108.402

112.571

113.734

114.874

5.944

5,5%


De leeftijdsgroepen 59-63 jaar hebben de laatste vijf jaar de oorlogsgeboorten 1941-1945 vervangen. De effectieve evolutie (-28,1%) voor 58 jarigen jongeren komt hier duiudelijk in beeld, -30,0% voor de mannen, zelfs -19,8% voor de vrouwen die toch in grotere aantal in de werkgelegenheid zijn ingestroomd. Het doorschuiven van de vrouwen op de werkzaamheidladder en de verhoging van hun pensioenleeftijd brengt hen evenwel in groter getale naar (brug)pensioen vanaf 59 jaar en dat blijkt ook uit de cijfers. Door de structureel lagere instroom bij de -58 jarigen, het uitdeinen van de impact van de oorlogsgeboorten en de nivellering van de vrouwelijke instroom, zal er de komende jaren een 'automatische'/structurele daling komen, die 

In het grafische beeld zijn de mannen de beste leerlingen van de klas

Als de evolutie-percentages naar aantal worden uitgezet, zonder correctie van de bevolkingsaantallen is het vooral de vrouwelijke evolutie met een grote stijging na 58 jaar die opvalt en dit om een dubbele reden: het alsmaar meer vrouwen die op de arbeidsmarkt gekomen zijn en doorstromen naar brugpensioen en pensioen. Maar ook de verhoging van de pensioenleeftijd creŽert een grotere spankracht voor vrouwen om langs het brugpensioen de overgang naar het pensioen te maken, dit in tegenstelling tot de mannen waarbij de piek op 62 jaar valt, tegenover 60 jaar bij de vrouwen (telkens stijging met 40%).

 
 


Maar ook hier dient de correctie te gebeuren van de oorlogsgeboorten met de berekening van de evolutie als % op het overeenkomstige leeftijdsjaar.
  

De stijging van de doorstroming van meer vrouwen en op latere leeftijd naar het pensioen reduceert de stijging bij de vrouwen tot 20% op 59 jaar. Bij de mannen is er op geen enkel leeftijdsjaar nog sprake van stijging van het aantal bruggepensioneerden de laatste vijf jaar. Tussen 57 en 61 jaar is er een daling van rond de 20%, op 55 jaar van 40% en voor 53 jaar van meer dan 60%. En volgens Luc Coene zou dit maar een impact zijn die tussen duim en wijsvinger kan gemeten worden. Het probleem bij Coene is dat hij geen meetinstrumenten heeft en hij met de vinger in de lucht zoekt van waar de wind komt. Het alsof hij aan snelheidsmeting doet op zicht zonder meetapparatuur. Met bovenstaande tabellen komt hij al een goed stuk ver om op reŽle basis een oordeel te vellen en z'n te kortzichtige en verkeerde uitspraken te herzien.

De evolutie van het volledig brugpensioen volgens sector

De kers op de taart is natuurlijk de evolutie volgens al deze parameters per sector. Maar ook slechts een voorproefje met het aantal volledig bruggepensioneerden per NACE-sector ref2, dwz de nieuwe NACE-indeling zoals van toepassing vanaf 1 augustus 2008. De categorieŽn van de RVA werden manueel en naar goed vermogen ingepast in de nieuwe NACE-omschrijving en dit met terugwerkende kracht tot 2004 zodat een uniek overzicht tot stand komt.
  
 

Evolutie volledig brugpensioen per sector (NACE ref2 2008)tussen 2004 en 2008 in BelgiŽ

 

2004

2005

2006

2007

2008

Evolutie

% evol

A - Landbouw, bosbouw en visserij

216

223

238

236

248

32

14,8%

B - Winning van delfstoffen

157

148

133

124

103

-54

34,4%

C - Industrie

70.114

68.867

69.376

68.666

68.341

-1.773

-2,5%

D - E- Elektriciteit, gas, stoom, water Ö

986

914

905

872

786

-200

20,3%

F - Bouwnijverheid

8.955

8.808

9.144

9.207

9.307

352

3,9%

G - Groot- en detailhandel, auto's Ö

5.098

4.976

5.224

5.429

5.755

657

12,9%

H - Vervoer en opslag

2.757

2.712

2.751

2.829

2.795

38

1,4%

I - Verschaffen van accomm./maaltijden

499

533

593

614

640

141

28,3%

K - FinanciŽle activiteiten en verzekeringen

2.617

2.596

2.809

2.843

2.818

201

7,7%

J L M N Diensten aan ondernemingen

1.966

1.990

2.192

2.243

2.263

297

15,1%

O - Openb. bestuur en defensie; verpl. SV

1.031

978

973

943

911

-120

11,6%

P - Onderwijs

307

329

403

417

436

129

42,0%

Q Ė Mensel. gezondh. en Maatsch. Dienst.

5.089

5.455

6.395

6.817

6.696

1.607

31,6%

R S T Z Overige diensten

7.152

7.650

8.646

9.468

10.267

3.115

43,6%

Onbepaald

2.177

2.462

2.789

3.026

3.508

1.331

61,1%

Totaal

109.121

108.641

112.571

113.734

114.874

5.753

5,3%


De Industrie komt hier als beste leerling van de klas uit ook al vertegenwoordigen zij 59,5% van alle brugpensioenen in 2008. Het generatiepact is dan ook vooral op hen gericht, ten koste, ten nadele, (op de kap van) alle andere sectoren die tot nu toe veel minder hebben kunnen genieten van het brugpensioen en pas nu, zoals de vrouwen op pensioengerechtigde leeftijd komen. Het eerste generatiepact heeft hen al de das omgedaan.
 

Tewerkstelling en Volledig brugpensioen per sector (NACE 2008) 2008 in aantal en % in BelgiŽ

 

Werkn.

Brugp.

%Wrkn.

%Brugp.

%BP/wkn

A - Landbouw, bosbouw en visserij

18.124

248

0,5%

0,2%

1,4%

B - Winning van delfstoffen

2.791

103

0,1%

0,1%

3,7%

C - Industrie

553.309

68.341

16,1%

59,5%

12,4%

D - E- Elektriciteit, gas, stoom, water Ö

31.161

786

0,9%

0,7%

2,5%

F - Bouwnijverheid

212.983

9.307

6,2%

8,1%

4,4%

G - Groot- en detailhandel, auto's Ö

485.630

5.755

14,1%

5,0%

1,2%

H - Vervoer en opslag

230.522

2.795

6,7%

2,4%

1,2%

I - Verschaffen van accommodatie/maaltijden

120.885

640

3,5%

0,6%

0,5%

K - FinanciŽle activiteiten en verzekeringen

134.514

2.818

3,9%

2,5%

2,1%

J L M N Diensten aan ondernemingen

532.167

2.263

15,5%

2,0%

0,4%

O - Openb. best. en defensie; verplichte SV

218.624

911

6,3%

0,8%

0,4%

P - Onderwijs

371.909

436

10,8%

0,4%

0,1%

Q - Menselijke gezondh. en Maatsch. Dienst.

417.133

6.696

12,1%

5,8%

1,6%

R S T Z Overige diensten

114.623

10.267

3,3%

8,9%

9,0%

Onbepaald

 

3.508

0,0%

3,1%

 

Totaal

3.444.375

114.874

100,0%

100,0%

3,3%

 
De RSZ-tewerkstelling Gezondheids- en Welzijnszorg is 12,1% (RSZ-PPO is hier niet meegerekend), hun aandeel in het Brugpensioen is 'maar'  5,8%, nog niet eens de helft van hun aandeel in de tewerkstelling en de werknemers zullen pas in het komende decennium aanschuiven voor het Brugpensioen dat ook steeds verder wegschuift, zoals ook voor vele andere sectoren een onrechtvaardige geschiedenis.

Het is niet de bedoeling om deze sleuteltabel verder te bespreken. Het is een unieke verzameling van gegevens die standaard moet zijn voor elke bespreking van generatiepact of loopbaanonderbreking. Berekend op het aantal werknemers tewerkgesteld in de Industrie in 2008 (volgens de nieuwe NACE-code 2008) is 12,4% van de industrie met volledige loopbaanonderbreking, in de Non-Profitsectoren is dat maar 1,6%, in de bouw 4,4% in de distributie 1,2% en in de Horeca 0,5%. Dat heeft natuurlijk veel met de leeftijdsstructuur van elke sector te maken, maar dat is een ander verhaal waar we nog op terugkomen. In de publieke diensten en onderwijs zijn andere systemen van eindeloopbaan van toepassing waar we hier niet verder op ingaan. De enkelen die hier figureren zij als dusdanig in de RVA-statistiek opgenomen onder Brugpensioen.

Om dat de Industrie de grootse hap doet in het Brugpensioen (en dus ook het sterkst geviseerd wordt, geven we het detail voor een aantal sectoren zoals in de RVA-statistiek gestipuleerd:
 

Volledige loopbaanonderbreking met detail industriŽle sectoren 2004- 2008 in BelgiŽ

 

2004

2005

2006

2007

2008

Evolutie

% evol

Machinebouw

26.565

26.798

27.123

26.916

27.313

748

2,8%

Chemische industrie/synthetische vezels

7.851

7.815

7.942

8.045

7.921

70

0,9%

Vervaardiging van producten uit metaal

7.459

6.876

6.585

6.192

5.866

-1.593

21,4%

Voedingsmiddel/Drankbereiding

4.319

4.383

4.549

4.750

4.732

413

9,6%

Winning, (voor)bewerking van ertsen/metaal

5.980

5.394

5.065

4.832

4.539

-1.441

24,1%

Textielnijverheid

3.858

3.851

4.083

4.026

4.046

188

4,9%

Glasindustrie

1.717

1.748

1.801

1.796

1.718

1

0,1%

Bureaumachines/Informatie/Elektronica

1.744

1.718

1.713

1.735

1.685

-59

-3,4%

Automobiel/Transportmiddelenfabrieken

1.903

1.828

1.759

1.662

1.630

-273

14,3%

Vervaardiging niet-metaalhoudend  (-glas)

1.483

1.490

1.536

1.532

1.555

72

4,9%

Papier- en papierwarenindustrie

1.423

1.371

1.474

1.472

1.541

118

8,3%

Grafische nijverheid en uitgeverijen

1.632

1.552

1.582

1.530

1.489

-143

-8,8%

Houtindustrie/Houten meubelen

1.266

1.205

1.232

1.260

1.322

56

4,4%

Winning niet-metaal/energetische stoffen

1.362

1.296

1.287

1.282

1.285

-77

-5,7%

Kledingnijverheid

704

662

759

747

837

133

18,9%

Tabaksnijverheid

339

377

389

369

349

10

2,9%

Diamantbedrijf

221

231

241

274

278

57

25,8%

Ledernijverheid

104

96

91

79

72

-32

30,8%

Overige be- en verwerkende industrie

75

67

64

63

65

-10

13,3%

Schoennijverheid

54

71

68

67

62

8

14,8%

Rubberindustrie

15

13

12

17

17

2

13,3%

Plasticverwerkende industrie

16

17

15

13

12

-4

25,0%

Fijnmechanische en optische industrie

24

8

6

7

7

-17

70,8%

Totaal industrie

70.114

68.867

69.376

68.666

68.341

-1.773

-2,5%

 
En zo is het toch weer een BuG van juist geen 10 blz geworden, dus om te klasseren of als spam te dumpen.

Jan Hertogen, socioloog